2. Ontwikkelingen

De paragrafen binnen dit hoofdstuk beschrijven de ontwikkelingen per programma. Enkele ontwikkelingen hebben betrekking op meerdere programma's of zijn organisatiebreed van invloed. Deze ontwikkelingen worden hieronder benoemd.

Verkiezingen
In maart 2027 vinden de waterschapsverkiezingen plaats. Middels communicatie wordt ingezet op opkomstbevordering en tevens bekendheid van het publiek met de taken van het waterschap. Daarbij wordt aangesloten bij de landelijke communicatiecampagne via de Unie van Waterschappen, aangevuld met een eigen Zeeuwse campagne inclusief open dag. In de meerjarenraming was reeds geanticipeerd op de kosten hiervoor.

Verkoop kantoor Terneuzen
Conform het AV besluit van september 2025 wordt het kantoor Terneuzen verkocht. Als het pand succesvol wordt verkocht zal de overdracht naar een nieuwe eigenaar in 2027 plaatsvinden. Er is in de organisatie specifiek aandacht voor de medewerkers die momenteel vanuit dit kantoor werken. In de kadernota is nog niet geanticipeerd op eventuele verkoopopbrengsten. Gezien het verwachte moment van overdracht van het kantoor is voor 2027 nog rekening gehouden met 5 maanden verhuuropbrengsten van het gebouw.

Prijsstijgingen als gevolg van onrust in het Midden-Oosten
De internationale spanningen in het Midden-Oosten leiden tot hogere energie- en brandstofprijzen en mogelijk schaarste van producten waarvan olie een grondstof is. Omdat we energieprijzen voor langere tijd hebben vastgelegd zal de directe impact op de energiekosten in 2027 beperkt zijn. Desondanks kunnen de huidige ontwikkelingen financiële impact hebben op het waterschap, omdat ze ook doorwerken in de kosten van producten en diensten. Hier zijn vooralsnog geen extra kosten voor begroot, wel is dit als belangrijk risico opgenomen in de risicoparagraaf en wordt weerstandsvermogen aangehouden om eventuele effecten te kunnen opvangen vanuit de reserves.

Wegenheffing
Bij de recente wijziging van de Waterschapswet is het belastingstelsel van de waterschappen is aangepast. Hierdoor is onder andere de systematiek voor de kostentoedeling van het watersysteembeheer gewijzigd. Dit heeft bij de vastgestelde Kostentoedelingsverordening watersysteembeheer en wegenbeheer waterschap Scheldestromen 2026 geleid tot een sterke stijging van het kostenaandeel ongebouwd. Omdat de wegenheffing onderdeel uitmaakt van de watersysteemheffing is de nieuwe kostentoedelingssystematiek toegepast op zowel de kosten van het watersysteembeheer als het wegenbeheer. Dit heeft de vraag opgeroepen of een identieke methodiek op basis van gebiedskenmerken ook passend is voor de verdeling van de kosten van het wegenbeheer.
Op basis van een extern uitgevoerd onderzoek heeft de algemene vergadering op 9 april 2026 besloten een aparte wegenheffing in te voeren op basis van gebiedskenmerken met afwijkende formules voor de toedeling van de kosten van het wegenbeheer. Voor deze aparte wegenheffing is wijziging van het Reglement voor het waterschap Scheldestromen nodig. In dat kader heeft er op 11 mei 2026 een bestuurlijk overleg met de provincie plaatsgevonden. De kostenaandelen voor het wegenbeheer van de verschillende categorieën zullen vastgelegd worden in een nieuwe kostentoedelingsverordening die op 19 november 2026 zal worden vastgesteld. Bij het opstellen van de begroting zal ook uitgegaan worden van de invoering van de wegenheffing en zullen de algemene reserve watersysteembeheer en de egalisatiereserves watersysteembeheer verdeeld worden over de taken watersysteembeheer en wegenbeheer. Bij de herziening van de “Nota kostentoerekening en onderbouwing tarieven” zal eveneens rekening worden gehouden met de invoering van een aparte wegenheffing. Sabewa Zeeland zal gevraagd worden de wegenheffing voor het waterschap uit te voeren.

Weerbaarheid en Nederlandse Digitaliseringsstrategie
Het waterschap krijgt op korte termijn te maken met nieuwe wettelijke verplichtingen op gebied van risicobeheersing en beveiliging, die voortkomen uit de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (Wwke) en de Cyberbeveiligingswet (Cbw). Die laatste is de Nederlandse vertaling van de Europese NIS2-richtlijn. Deze wetten zijn erop gericht om de fysieke weerbaarheid (WWKE) en digitale weerbaarheid (CBW) van vitale sectoren te versterken. Waterschappen worden aangemerkt als kritieke entiteiten vanwege hun beheer van keringen, gemalen en zuiveringsinstallaties, en moeten gaan voldoen aan strenge risicomanagementeisen. Momenteel wordt gewerkt aan de aanpak hiervoor en wordt de impact in beeld gebracht. 
Daarnaast is vanuit het Rijk gewerkt aan een nieuwe Nederlandse Digitaliseringsstrategie. Gedreven door de huidige geopolitieke situatie is deze onder meer gericht op strategische autonomie van de gehele Nederlandse overheid, met als doel onafhankelijk te zijn van andere mogendheden voor het digitale functioneren van de overheid. Deze strategie omvat verregaande uniformering en samenwerking tussen de overheden inclusief de waterschappen. Afhankelijk van de uitwerking kan de impact op de organisatie en kosten van het waterschap groot zijn. Bij het reageren op, en eventueel uitwerken van, deze strategie trekt Scheldestromen op met de andere waterschappen via de Unie van Waterschappen.

Assetmanagement
In 2027 zetten we de doorontwikkeling van assetmanagement voort. We verfijnen de in 2026 opgestelde assetmanagementplannen (AMP’s) per kerntaak, waarin de doelstellingen en prestaties binnen de kaders van het Strategische assetmanagementplan (SAMP) en het Assetmanagementbeleid zijn uitgewerkt naar maatregelen en risico’s. Daarnaast zijn in 2026 de eerste Lange Termijn Asset Plannen (LTAP’s) opgesteld voor een beperkte scope aan assets. In de LTAP’s worden de maatregelen, op basis van risicogestuurd onderhoud, vertaald naar meerjarige investerings- en onderhoudsprogramma’s. Hierdoor wordt richting gegeven aan de strategische instandhoudings- vervangings- en verbeteringsopgave. In 2027 werken we aan verdere verbetering van de opgestelde LTAP’s en verbreding van de scope. De AMP’s en de LTAP’s vormen daarbij een belangrijke basis voor het programmeerproces en de planning- en controlcyclus. In het kader van assetmanagement worden beheerplannen opgesteld die financiele consequenties kunnen hebben.
Parallel hieraan investeren we in de verdere ontwikkeling van de randvoorwaarden voor professioneel assetmanagement. Dit betreft onder meer het verbeteren van de data- en informatievoorziening en ICT-ondersteuning, door het verzamelen van benodigde data en het aanschaffen en inrichten van passende systemen. Daarnaast versterken we de assetmanagementorganisatie door gerichte training en ontwikkeling van kennis en vaardigheden. Door taak- en rolverduidelijkingen te doorleven en hierover het actieve gesprek te voeren met elkaar, bouwen we verder aan een lerende organisatie.

Ontwikkelingen wetgeving energie en duurzaamheid
Er vinden momenteel diverse ontwikkelingen plaats op het gebied van energie en duurzaamheid, waaronder wijzigingen in wet- en regelgeving. Wanneer er nieuw beleid op het gebied van energie en duurzaamheid wordt ontwikkeld zal dit naar verwachting leiden tot aanvullende investeringen.

 

2.1 Programma Waterkeringen

Terug naar navigatie - 2.1 Programma Waterkeringen - Tekstvak 01 waterkeringen

In Nederland bepaalt de Omgevingswet (voorheen Waterwet) dat waterkeringen – dijken, dammen, stuwen en duinen – moeten voldoen aan strenge veiligheidsnormen. Deze wet is er sinds 2009 en zorgt ervoor dat we de waterveiligheid regelmatig toetsen en waar nodig verbeteren. Onder andere door toenemende dreiging van klimaatverandering, zijn in 2017 aangescherpte veiligheidseisen ingevoerd. Dit betekent dat waterschappen dijken moeten aanpassen om aan deze nieuwe eisen te voldoen en om te zorgen voor blijvende waterveiligheid voor onze inwoners. Waterschap Scheldestromen beheert en inspecteert dagelijks ruim 425 kilometer aan Zeeuwse primaire dijken en duinen. Tot 2050 versterken we 114 kilometer aan Zeeuwse kustlijn binnen het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP).

Regionale keringen 
In de Provinciale Verordening heeft de Provincie Zeeland in 2024 de normen voor de regionale keringen vastgesteld. Deze keringen keren dagelijks water (natte regionale keringen) of hebben een compartimenterende functie (droge regionale keringen). In totaal gaat het om 562 km aan regionale keringen. Tot 2029 worden deze keringen getoetst om te beoordelen of ze voldoen aan de norm die is opgenomen in de verordening. Aan de hand van de resultaten van de toetsingsronde wordt bepaald of een versterkingsopgave noodzakelijk is.

Planning uitvoering projecten Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP)
Op basis van de uitkomsten van de eerste ronde van de wettelijke beoordeling van alle primaire keringen (LBO 1) die in 2022 is afgerond, is in 2023 een indicatieve planning opgesteld van alle HWBP -projecten tot 2050. Deze is in 2025 geactualiseerd en financieel doorgerekend. In 2027 starten twee projecten, Zuid-Beveland Oost Westerschelde start met de verkenning en Tholen met de voorverkenning. In de subsidiabele voorverkenning worden nog enkele onderzoeken uitgevoerd om de projectscope aan te scherpen. Om te zorgen dat een continue stroom aan HWBP-projecten vanuit Scheldestromen op het programma komen worden ook met regelmaat ingangstoetsen doorlopen. De financiële gevolgen zijn een stijging van de solidariteitsbijdragen (periode 2030-2036 € 3,7 tot € 5 miljoen per jaar extra) en een stijging van de kapitaallasten van investeringsprojecten. 

Tweede landelijke beoordelingsronde (LBO 2)
Omdat het beoordelen van primaire waterkeringen een continu proces is, is in 2025 gestart met de beoordeling binnen de tweede landelijke beoordelingsronde van de primaire waterkeringen en de kunstwerken. Het einde van deze beoordelingsronde is 1 januari 2035, maar continu inzicht in de waterkeringen is vereist vanuit de zorgplicht. De voorlopige oordelen uit LBO-1 moeten uiterlijk 1 januari 2029 zijn omgezet in een definitief oordeel binnen LBO-2. Mogelijke risico's bij deze ontwikkeling zijn het ontbreken van definitieve veiligheidsoordelen waardoor niet aan de regelgeving wordt voldaan en landelijke vertraging binnen het beoordelings- en ontwerpinstrumentarium (BOI, o.a. software). 

Profiel van vrije ruimte
Door klimaatverandering stijgt de zeespiegel en nemen extreme rivierafvoeren toe. Hierdoor blijven, ook met het huidige waterveiligheidsbeleid, dijkversterkingen in de toekomst noodzakelijk. De meeste waterschappen beschikken over een juridisch instrument om voor toekomstige dijkversterkingen ruimte te reserveren: het zogenoemde profiel van vrije ruimte (PVVR). Deze zone biedt de mogelijkheid om waterkeringen in de toekomst efficiënt te kunnen versterken, zodat zij blijven voldoen aan de gestelde eisen. Waterschap Scheldestromen heeft dit PVVR nog niet, maar gebruikt de beschermingszone A in de zoneringen om ruimte te reserveren voor toekomstige versterkingen. 
In de Kamerbrief Water en Bodem Sturend uit 2022 is aangekondigd dat, als gevolg van klimaatverandering, een actualisatie van de PVVR noodzakelijk is. Op basis van de Tussenbalans van het Kennisprogramma Zeespiegelstijging uit 2023 is deze noodzaak verder benadrukt. In het Bestuurlijk Overleg Water van 11 december 2024 zijn landelijke afspraken gemaakt over de actualisatie van de PVVR (onder meer over planning, uitgangspunten, wijze van vastlegging en periodieke toetsing). De actualisatie moet in 2029 gereed zijn.

Ontwikkelingen rondom landschap, natuur, cultuurhistorie en recreatie (LNCR) 
Er is een groeiende belangstelling om waterkeringen bij te laten dragen aan verschillende LNCR-thema’s en daarmee een integraal onderdeel van de leefomgeving te maken. Het onderhoud van de grasbekleding vraagt bijvoorbeeld steeds meer maatwerk, zodat kansen voor biodiversiteitsverbetering kunnen worden benut. De primaire waterkering ligt vaak binnen of grenst aan Natura 2000-gebieden. Dit biedt specifieke mogelijkheden om, via aangepast beheer en onderhoud en bij nieuwe projecten, zowel de waterveiligheid te verbeteren als de biodiversiteit te versterken en de verbinding met aangrenzende gebieden te vergroten. De recent goedgekeurde gedragscode vraagt om nadere uitwerking in het beheer en onderhoud van onder andere waterkeringen. Daarnaast vereist de uitvoering van de habitatbenadering specifieke expertise. Waterkeringen spelen ook een steeds belangrijkere rol in recreatie. De vraag naar recreatieve initiatieven en meewerken aan natuurbelangen op en rond waterkeringen neemt toe, maar beleid om hier op een gestructureerde manier mee om te gaan ontbreekt. Een risico is dat we in de toekomst ongewenste wildgroei krijgen aan recreatieve voorzieningen waardoor we meer inspanning moeten leveren om onze inspecties en onderhoud uit te voeren. Naast voornoemde zaken zijn er ook een aantal lopende dossiers die een omgevingsgerichte coördinatie vragen.

2.2 Programma Watersystemen

Terug naar navigatie - 2.2 Programma Watersystemen - Tekstvak 01 watersystemen

Het programma Watersystemen omvat een breed pakket aan taken en verantwoordelijkheden voor beleid, beheer en onderhoud van oppervlakte- en grondwater en muskusrattenbestrijding. Onder invloed van Europese en landelijke wetgeving, klimaatverandering, opkomst van nieuwe stoffen, maar ook maatschappelijke thema’s als zoet water, werken we aan grote uitdagingen met als doel schoon en voldoende water. 

KRW Monitoring
Herziene Europese regelgeving leidt ertoe dat er extra stoffen bemonsterd moeten worden. In 2027 start een pilot BIO-assays waar € 40.000,- voor nodig is in 2027 en € 70.000,- in 2028. 

Vanaf 2028 geldt de verplichting om in iedere planperiode ten minste eenmaal elk KRW-waterlichaam te monitoren. Hiervoor is structureel een bedrag van € 35.000,- per jaar nodig. Ook is bepaald dat het aantal te bemonsteren stoffen wordt uitgebreid met 25 aanvullende stoffen in 2028; hiervoor is € 40.000,- structureel benodigd.

Biotamonitoring: Deze monitoring moet iedere drie jaar plaatsvinden. In 2028 zal een nieuwe monitoringsronde moet gebeuren voor dezelfde stoffen zoals deze in 2025 zijn gemonitord. De kosten hiervoor bedragen incidenteel € 70.000,-

Stroomgebiedsplan 4 (SGB4 2028-2033)
In afstemming met andere overheden uit het gebied wordt een 4e stroomgebiedsplan opgesteld. Verschillende zaken vragen nadere uitwerking en separate besluitvorming in de planperiode. Er zijn echter ook onderdelen waarvan al zeker is dat deze moeten worden uitgevoerd, zoals onderzoek gericht op het faciliteren van de uittrek van schieraal, het verkennen van alternatieve onderwaterstructuren ten behoeve van de visstand en de verdere ontwikkeling van ecologische kennis. Voor de jaren 2028, 2029 en 2030 is voor deze onderzoeken incidenteel een bedrag van € 90.000,- per jaar nodig.

Baggeren
Ten aanzien van baggerprojecten moet worden aangetoond dat uitvoering geen negatieve gevolgen heeft voor de ecologische toestand, zoals bedoeld in het kader van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Vanaf 2027 is hiervoor structureel een bedrag van € 100.000,- per jaar nodig.

Grondwateronttrekkingen
Het besluit van I&W over grondwateronttrekkingen is nog niet genomen. Vooruitlopend hierop is het waterschap, in afstemming met de provincie, onderzoek gestart naar de inzet van debietmeters bij grondwateronttrekkingen. Dit ook als uitkomst van het proces wat doorlopen is om te komen tot een bouwstenennotitie voor Duurzaam Waterbeheer.

Zoetwater
Voor de verbetering van de zoetwatersituatie werken we in het kader van het Zeeuws Deltaprogramma zoetwater nauw samen met de provincie Zeeland. Enkele zoetwatermaatregelen zijn benoemd als “kop-lopermaatregelen” onder het voormalige NPLG en deze krijgen financiering vanuit het Rijk. Tegelijkertijd zijn we als waterschap actief binnen de Zuidwestelijke Delta op het onderdeel Zoetwater.

Oppervlaktemonitoring bij RWZI’s
Bij de rioolwaterzuiveringsinstallaties wordt oppervlaktewatermonitoring uitgevoerd. Voor de uitvoering hiervan is in 2027 eenmalig een bedrag van circa € 250.000,- nodig. Met dit onderzoek wordt inzichtelijk in hoeverre de afvalwaterketen een bron is voor microparameters en kan een prioritering worden bepaald van de bronaanpak binnen de keten danwel van de verdergaande zuivering van het afvalwater.

Monitoring droogtebestrijding
Ten behoeve van droogtebestrijding in Natuurgebieden als de Yerseke en Kapelse Moer is monitoring van het water wat ingelaten wordt om droogteschade te voorkomen nodig. Hiervoor is jaarlijks € 50.000,- nodig.

Besturingssoftware waterinlaten
Vervanging van componenten is nodig omdat voor de besturing van de inlaten de software niet langer beschikbaar is op de markt. Het gaat om eenmalige kosten van € 40.000 euro in 2027.

Aanbesteding onderhoudsbestek
De aanbestedingsprocedure voor het 4-jarig onderhoudsbestek voor beheer- en onderhoud loopt in 2026. De uitkomst van de aanbesteding zal inzicht geven in welke middelen nodig zijn voor het reguliere onderhoud; denk hierbij aan het onderhoudsbaggeren vanaf de kant, transporteren van baggerspecie, oeverherstel incl. de fauna-uittreedplaatsen, schonen van duikers en verwijderen en aanleggen van dammen (het gaat hier dus niet over het maaien). De uitkomst is nog ongewis en zal in 2026 bekend zijn, maar is nadrukkelijk als financieel risico opgenomen in deze kadernota. In de begroting 2026 bedraagt het totaal van het onderhoudsbestek € 6,9 miljoen.

Landelijke afspraken financiering Muskusrattenbestrijding
Na het maken van de solidariteitsafspraken in 2022 is er in Nederland veel inzet geleverd om de populatie terug te dringen tot de landsgrenzen. Op veel plaatsten levert de inzet ook resultaat op, echter in delen van ons land is nog extra inspanning nodig om de populatie te laten krimpen. Binnen de commissie Waterveiligheid is gesproken over het heroverwegen van de afspraken rondom de solidariteitsfinanciering, met als doel landelijke solidariteit te behouden en blijvende inzet leveren om de opgave voor 2034 te realiseren. Voor alle  waterschappen, en dus ook voor Scheldestromen, zal een solidariteitsbijdrage gevraagd worden voor de toename van de landelijke bestrijdingscapaciteit. Besluitvorming wordt in 2026 voorzien.

2.3 Programma Wegen

Terug naar navigatie - 2.3 Programma Wegen - Tekstvak 01 wegen

Het waterschap is met circa 4.000 kilometer aan wegen, 125.000 bomen en 413 kilometer aan singelbeplanting de grootste wegbeheerder van Zeeland. De zorgplicht voor onze wegen is wettelijk vastgelegd in de Wegenwet en het Burgerlijk Wetboek. De concrete uitwerking hiervan is landelijk opgenomen in de richtlijnen van de CROW. In lijn met het Waterschapsbeheerprogramma en het Bestuursakkoord blijft de wegentaak een kernverantwoordelijkheid met als prioriteit een veilige en goed onderhouden infrastructuur voor onze wegen, fietspaden, bermen, beplanting, kunstwerken en verlichting. 

Verhardingen & onderhoud wegen
Het beheer en onderhoud van onze wegeninfrastructuur staat onder druk. Effecten van klimaatveranderingen (zoals hitte en droogte) en een toenemende verkeersbelasting (door zwaarder en groter wordend materieel) veroorzaken in groeiende mate schade aan onze wegeninfrastructuur. Dit resulteert in een stijgende onderhoudsbehoefte. Om de veiligheid, kwaliteit en beperking in de aansprakelijkheidrisico's te waarborgen, is het noodzakelijk om ons beheer en onderhoud structureel te versterken. Het waterschap hanteert, overeenkomstig met de gangbare systematiek van het CROW, kwaliteitsniveau B (basisniveau). Dit niveau is het meest kosten efficiënt en voorkomt dat we verdere achterstanden oplopen tot lagere kwaliteitsniveaus C of D, waarbij zwaardere en duurdere maatregelen noodzakelijk zijn. Om ons areaal goed te kunnen beheren en onderhouden, en te voorkomen dat het areaal verder onder druk komt te staan, zijn extra middelen noodzakelijk.  In deze kadernota is een verhoging van het onderhoudsbudget opgenomen van € 1.000.000,- voor 2027. Opvolgend dient er besluitvorming plaats te vinden over de meerjarenopgave voor 2028 - 2030. Daarnaast moet binnen de onderhoudsbestekken voor onder andere de dek- en slijtlagen rekening worden gehouden met het risico van kostenstijgingen van de brandstofprijzen.

Weginrichting
De inrichting van onze wegen passen we stapsgewijs aan, aan de CROW-richtlijnen en de vastgestelde koers van het landelijke Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030. Uit de vormtoets blijkt dat een substantieel deel van het areaal nog niet voldoet aan de landelijke richtlijnen, waarbij met name de gebiedsontsluitingswegen (80 km/u) achterblijven. De erftoegangswegen (60 km/u) – de kern van onze taak – scoren overwegend beter. We hanteren een risicogestuurde aanpak om gericht toe te werken naar de gewenste inrichtingsvereisten. Parallel hieraan herzien wij de wegencategorisering zodat functie, gebruik en inrichting beter met elkaar in balans worden gebracht. Na besluitvorming over deze herziening en de financiële consequenties kunnen maatregelen doelgericht worden geprioriteerd en uitgevoerd. Daarbij sturen wij op doelmatigheid door maatregelen waar mogelijk te combineren met de onderhoudsopgave. In de afweging en prioritering wordt expliciet rekening gehouden met de netwerken voor fiets- en landbouwverkeer.

Onderhoud beplanting en bermen
Het beheer van bermen en beplanting langs onze wegen omvat gras, bomen en beplanting. Vanuit onze doelstelling houden wij de lengte van de wegbeplanting op peil. Dit vraagt om integrale oplossingen, mede doordat de beschikbare ruimte verder onder druk staat door bijvoorbeeld de aanleg van kabels en leidingen. Tegelijkertijd benutten wij kansen voor samenhangend groenbeheer. De uitvoering van de gedragscode heeft aanscherping van ecologische eisen en werkprotocollen, en daarmee personele capaciteit, met zich meegebracht. Toepassing van uitwerkingsmethoden zal in 2027 doorlopen en kan toekomstige onderhoudskosten voor bijvoorbeeld de maaibestekken, doen stijgen.  De doorontwikkeling van assetmanagement kan komende jaren leiden tot een groter onderhoudsareaal en daarmee tot aanvullende inzet van capaciteit en financiële middelen. Daarnaast werken wij binnen de kaders van de Natuurherstelverordening (Europese wetgeving). Dit betekent dat wij vanuit de wettelijke verplichting sturen op het voorkomen van achteruitgang van natuurwaarden richting 2030. Bij projecten (denk aan het verbreden van een fietspad) versterken we waar mogelijk de natuurwaarden door een verbetering ten opzichte van de bestaande situatie te realiseren.

Kunstwerken
Op grond van de wettelijke verplichtingen zijn wij verantwoordelijk voor het veilig en doelmatig beheren van de kunstwerken in onze wegen. De afdeling Wegen beheert een omvangrijk areaal van 100 bruggen en bijna 5.000 duikers. Om invulling te geven aan deze verantwoordelijkheid wordt de onderhoudsopgave van onze kunstwerken systematisch en risicogestuurd in beeld gebracht. In 2029 beschikken wij over een volledig en actueel inzicht in de staat, onderhoudsbehoefte en kosten van onze kunstwerken. De benodigde maatregelen worden tot die tijd gefaseerd opgenomen in een geprioriteerde meerjarenopgave, waarbij periodiek onderhoud wordt uitgevoerd op basis van beschikbare middelen.

Openbare verlichting
De afdeling Wegen is verantwoordelijk voor de openbare verlichting die langs de waterschapswegen staat. Op het gebied van de openbare verlichting werken we samen met Bureau Openbare Verlichting Zeeland (BOVZ). Vanwege de toenemende energiekosten hebben we in de kadernota extra budget van € 90.000,- opgenomen. Tegelijkertijd zetten we blijvend in op het verduurzamen van de verlichting langs onze wegen. Dit doen we door het gefaseerd vervangen van bestaande lichtmasten of armaturen voor energiezuinigere en slimmere varianten. Hierdoor verbeteren we naast de verkeersveiligheid ook de duurzaamheid van onze infrastructuur. Conform de eerder afgesloten overeenkomst neemt het waterschap de openbare verlichting, die langs de waterschapswegen staat, over van de Zeeuwse gemeenten. In 2027 verwachten we alle overdrachten te hebben gerealiseerd. Voor het onderhoud van de lichtmasten die reeds door de gemeenten aan ons zijn overgedragen wordt € 150.000,- vanuit de bestemmingsreserve toegevoegd aan het onderhoudsbudget. 

2.4 Programma Afvalwaterketen

Terug naar navigatie - 2.4 Programma Afvalwaterketen - Tekstvak 01 afvalwaterketen

Onder het programma Afvalwaterketen vallen alle technische installaties die nodig zijn voor het afvoeren en zuiveren van afvalwater. Rioolwaterzuiveringsinstallaties, persleidingen, rioolgemalen maar ook data en (digitale)systemen om gegevens te verzamelen en deze installaties automatisch te kunnen besturen. Dit gebeurt volgens geldende wet- en regelgeving en is een dankbaar vakgebied voor nieuwe ontwikkelingen, innovaties en (circulair) (her)gebruik. Investeringen en onderhoud zijn noodzakelijk om deze installaties goed te laten functioneren.   

Onderhoudsbeheer Systeem (OBS)
Om de technische installaties van het waterschap in goede staat te houden is een eenduidige integrale werkwijze voor beheer van OBS nodig. Dit geldt voor alle gebruikers van afvalwaterketen, waterkeringen en watersystemen. Hiervoor is extra capaciteit nodig zodat een eenduidige werkwijze voor de hele organisatie wordt gerealiseerd. In de 1e monitor 2026 zal worden voorgesteld het bedrag uit de bestemmingsreserve assetmanagement van 2026 naar 2027 te verschuiven. 

Overname rioolgemaal Waterzande 
Rioolgemaal Waterzande is onderdeel van de gebiedsontwikkeling waarin woningbouw, nieuwe buitendijkse natuur en recreatie zorgen voor een nieuwe economische impuls voor de omgeving van Kloosterzande. Voor het project wordt een rioolstelsel aangelegd waar het afvalwater wordt ingezameld. Het ingezamelde afvalwater wordt met een nieuwgebouwd rioolgemaal Waterzande via een nieuw aangelegde persleiding aangesloten op de zuivering Kloosterzande. Het rioolgemaal is door een externe partij gebouwd. Sinds eind 2025 lozen de eerste woningen afvalwater op het rioolgemaal. De structurele afvoer via de persleiding naar de zuivering in Kloosterzande is op dit moment in gebruik. De voorbereiding van de toekomstige overname, inclusief de benodigde technische aanpassingen en juridische uitwerking, moet nog plaatsvinden.

Monitoringsprogramma in het kader van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) & de Kader Richtlijn Water (KRW) 
Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) zijn schadelijke chemische stoffen die moeilijk afbreekbaar zijn, zich ophopen in het milieu en schadelijk zijn voor mens en natuur. Er is onderzoek uitgevoerd naar onder andere ZZS en PFAS in het gezuiverde afvalwater van een tweetal zuiveringen. Op basis hiervan worden de monitoringsprogramma’s op de zuiveringen uitgebreid. Als PFAS worden aangetroffen, kan brononderzoek volgen om de herkomst te achterhalen. Dit gebeurt in samenwerking met de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD). Verwijdering van PFAS op de zuivering is momenteel nog niet mogelijk vanwege het ontbreken van geschikte technieken. Het budget voor 2026 (€ 150.000,-) is toereikend om onderzoek op andere zuiveringen uit te voeren, maar in 2027 en verder blijkt dat de kosten voor monstername en analyse verhoogd moeten worden.
In zowel 2026 als 2027 worden alle zuiveringen tweemaal per jaar bemonsterd. Het effluent wordt daarbij geanalyseerd op een uitgebreide lijst van microverontreinigingen. De kosten hiervan bedragen € 100.000,- extra per jaar. 
Dit monitoringsprogramma zal naar verwachting waardevolle informatie opleveren over de invloed van de zuiveringen op het watersysteem. De resultaten vormen een belangrijke basis voor het realiseren van gerichte bronaanpak.

Reststromen (zuiveringsslib)
De reststromen worden door het waterschap tegen betaling naar een eindverwerker gebracht. Bijvoorbeeld zuiveringsslib, roostergoedvuil, zand en restmateriaal van droogbedden. Vanaf 2027 wordt een besparing van
€ 109.000, - per jaar verwacht op basis van het huidige kostenniveau.

Beleidsontwikkeling hergebruik effluent
De herziening van het beleid rondom hergebruik van effluent wordt ingegeven door nieuwe wetgeving, klimaatverandering en de ambitie om circulair te werken. De provincie leidt een project nabij de zuivering Westerschouwen, waarbij de rol van het waterschap nog wordt bepaald. Beschikbaarheid van zoetwater is geen primaire taak van het waterschap. Maar het waterschap erkent wel het belang hiervan. In droge periodes wordt het effluent ingezet voor peilbeheer. Daarom is het belangrijk om duidelijk te maken wat de rol van het waterschap is en is beleid noodzakelijk. Effluent kan mogelijk dienen als zoetwaterbron, maar gebruik hiervan brengt ook risico’s met zich mee en vereist vaak investeringen om het effluent geschikt te maken. Hergebruik draagt bij aan duurzaam waterbeheer en beschikbaarheid van zoetwater.
Voor het project Hergebruik zoetwater nabij de zuivering Westerschouwen voert het waterschap diverse onderzoeken uit naar onder andere de rechtmatigheid van de overdracht van het effluent aan een commerciële partij, de governance rondom hergebruik van effluent, een vergunningstraject voor een technische installatie en de risicoanalyse voor een lang termijncontract. In 2026 en 2027 is hiervoor nog € 60.000,- beschikbaar in de bestemmingsreserve. 

Hernieuwing richtlijn stedelijk afvalwater
De Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater stelt minimumeisen voor de zuivering van stedelijk afvalwater en is daarom een heel belangrijk kader voor het uitvoeren van de zuiveringstaak door de Nederlandse waterschappen. In 2024 is door het Europees Parlement de nieuwe richtlijn vastgesteld. Vorig jaar is een traject van enkele jaren gestart waarin de wetgeving naar Nederlandse wetgeving wordt vertaald en een aantal onderwerpen verder wordt uitgewerkt. Er moet rekening worden gehouden met de wijze waarop de Europese richtlijn in nationale wetgeving wordt geïmplementeerd. De nieuwe normen in deze wetgeving hebben effect op de huidige bedrijfsvoering. Zo zijn er eisen voor het verwijderen van medicijnresten. Mogelijk zijn er dan aanvullende zuiveringsstappen nodig bij (enkele) zuiveringen. Aanvullende maatregelen leiden tot extra exploitatielasten. Impact op formatie en middelen zal afhankelijk zijn van te maken (bestuurlijke) keuzes. Vanaf de periode 2028-2032 zullen we ook vanuit de Richtlijn Stedelijk Afvalwater energie-audits moeten doen van alle zuiveringen. Ook zullen we op de lange termijn aanvullende maatregelen moeten treffen om de zuiveringen energieneutraal te maken. Daarnaast zal aanzienlijk meer moeten worden gemeten en gemonitord.

Overdracht rioolgemalen
Ik het kader van vastgesteld beleid ten aanzien van overdracht punten van het gemeentelijk rioolstelsel naar het Waterschap wordt een deel van het transportsysteem overgedragen aan de gemeente Terneuzen. De overdracht wordt afgestemd met de gemeente en worden de rioolgemalen eerst gerenoveerd naar de eisen van de gemeente Terneuzen. De uitvoering van deze renovatie wordt in overleg bepaald. Naar verwachting ontstaat hierover in 2026 meer duidelijkheid.

Ontwikkelingen Bedrijfseffluentleiding
Naar verwachting zal in 2026 een bestuurlijk besluit worden genomen ten aanzien van  toekomstige werkzaamheden die het waterschap uitvoert ten behoeve van het transport en de lozing van (voorgezuiverd) bedrijfsafvalwater in de Kanaalzone. In het vervolgtraject zal, mogelijk door een onafhankelijke partij, moeten worden onderzocht op welke wijze de transitie kan worden vormgegeven. Aan dit onderzoek zijn kosten verbonden. Afhankelijk van het gekozen scenario kunnen daarnaast vervolgkosten optreden. Hierbij kan worden gedacht aan scenario’s variërend van volledige amoveren van de Bedrijfseffluentleiding tot een afkoopregeling voor de instandhouding van de Bedrijfseffluentleiding. De financiële kosten hiervan zijn op dit moment nog niet bekend.

Transitiefase PHA2USE
Het waterschap heeft in 2024 besloten deel te nemen aan de vervolgfase van het PHA2USE-project. De transitiefase is met name gericht op de productie van vetzuren die nodig zijn om een grondstof (PHA) te kunnen produceren waarmee een goed afbreekbare plasticvervanger kan worden gemaakt uit zuiveringsslib. Vetzuurproductie is voor het waterschap daarnaast mede van belang omdat deze ook kan worden ingezet als koolstofbron voor de verwijdering van stikstof. De drie grote zuiveringen Walcheren, Willem Annapolder en Terneuzen hebben voor de verwijdering van stikstof aanvullende koolstofbron nodig. Koolstofbron is op de markt beperkt leverbaar. Na succes van dit onderzoeksprogramma (Transitiefase PHA2USE) worden investeringen op de drie zuiveringen voorzien voor de productie van vetzuren.

Mogelijke maatregelen voor Kader Richtlijn Water (KRW) op zuiveringen
In 2024 is onderzoek gedaan naar de stikstofverwijdering van de zuivering Breskens. De zuivering Breskens voldoet aan de gestelde vergunningsnorm. Het effluent van deze zuivering maakt een cruciaal onderdeel uit van de waterbalans in het gebied van Nummer Een. Voor de lozing op dit KRW-lichaam is het streven naar een lagere stikstofnorm in het effluent van de zuivering mogelijk noodzakelijk. Dit is afhankelijk van andere stikstofbronnen. De stoffenbalans van dit gebied wordt in beeld gebracht. Er wordt onderzocht welke maatregelen nodig zijn om het stikstofgehalte van de zuivering verder te verlagen, dit proces loopt nog.

Projecten bij Slibverwerking Noord-Brabant (SNB)
Stand van zaken ten aanzien van de 4 grote projecten bij SNB in ontwikkeling: Upgrade lijn 1 en 4 is in 2025 goedgekeurd, fosfaat- en stikstofterugwinning, de bouw van een gipsproductiefabriek en het nieuwe speerpuntproject CO2 afvangen. Het beoogde effect van deze speerpuntprojecten is het realiseren van een meer betrouwbare, duurzamere en betaalbaardere verwerking van zuiveringsslib voor de komende twintig jaar. Dit betekent het terugwinnen van grondstoffen uit zuiveringsslib, het bewerkstelligen van een klimaatpositieve verwerking van zuiveringsslib, het reduceren van de milieubelasting die de verwerking veroorzaakt en het verlagen van het verwerkingstarief voor de aandeelhouders. Er is besloten de ontwikkeling van de optimalisatie van de gipsproductiefabriek voorlopig on hold te zetten. Fosfaatterugwinning wordt in 2026 ter bestuurlijke goedkeuring voorgelegd aan de AV van Waterschap Scheldestromen. De overige projecten volgen zodra deze verder zijn uitgewerkt begin 2026. Het waterschap draagt op basis van de verhouding aandelen bij aan de benodigde investeringen.

Stijging exploitatiekosten Slibverwerking Noord-Brabant (SNB)
Eind vorig jaar is de begroting SNB 2026 ontvangen met verschillende scenario's. Deze scenario's lieten een tekort zien van € 140.000,- tot € 253.000,-. Deze zijn toen niet in onze begroting 2026 opgenomen SNB in afwachting van meer duidelijkheid. De 1e prognoses 2026 laten een overschrijding zien van circa € 227.000,- op onze begroting 2026. Daarom is deze verwachte stijging ook voor 2027 in de kadernota opgenomen. 

Onderhoud en renovatiekosten van de IBA-systemen
Naar verwachting zullen de onderhouds- en renovatiekosten voor de Individuele Behandeling Afvalwater (IBA-systemen) stijgen. Deze IBA-systemen worden door het waterschap in beheer en onderhoud gehouden ten behoeve van de gemeenten binnen het werkgebied van het waterschap. Momenteel wordt een nieuwe aanbesteding voorbereid voor het onderhoud en de renovatie van de IBA’s. In dit kader is een eerste raming opgesteld, die aanzienlijk hoger ligt dan de kosten binnen het vorige contract. Het aanbestedingstraject is nog lopende en wordt uitgevoerd in samenwerking met de betrokken gemeenten.
Naar verwachting zullen de jaarlijkse onderhoudskosten stijgen, hetgeen aansluit bij de trend van de afgelopen jaren. Tegelijkertijd zullen ook de inkomsten toenemen, doordat gemeenten bepaalde werkzaamheden vergoeden, omdat zij als eigenaar verantwoordelijk zijn voor renovaties. Desondanks is de verwachting dat dit per saldo leidt tot hogere kosten voor zowel het waterschap als de gemeenten. Exacte bedragen zijn op dit moment nog niet beschikbaar, omdat het aanbestedingstraject nog loopt.

Stijgende onderhoudskosten 
In verband met aanvullende onderhoudswerkzaamheden en het opnieuw aanbesteden van inspecties zijn de kosten toegenomen. Voor deze werkzaamheden is structureel een aanvullend budget van € 135.000,- benodigd. Dit bedrag is noodzakelijk om de extra onderhoudslasten en inspecties duurzaam te kunnen bekostigen.
Daarnaast is eenmalig € 40.000,- extra benodigd voor aanpassingen en het uitvoeren van aanvullende arbo-technische aanpassingen (verlichting) aan de slibverlading van de zuivering Terneuzen.
Verder stijgen de kosten voor het onderhoud aan de nieuwe analyzers en lachgasmeetsystemen die op diverse zuiveringen worden gerealiseerd. Extra analyzers zijn noodzakelijk om te voldoen aan de effluenteisen voor fosfaat en stikstof. De financiële consequenties van dit toekomstige onderhoud worden nader uitgewerkt.

Aanvullende maatregelen op zuivering Willem Annapolder
In het kader van het voldoen aan de lozingsnormen op de zuivering rwzi Willem Annapolder wordt vanaf 2026 huur van zuurstofdoseerunit voorzien.  De doseerunit is noodzakelijk voor het verwerken van de piekaanvoer tijdens regenweer. Dit is een proef om te voldoen aan de lozingsnormen. Aan de hand van de uitkomsten van de proef wordt een definitief besluit genomen hoe hier op de korte termijn mee om te gaan.  De huur kan alleen tijdelijk voor 3 maanden. De eenmalige kosten in 2026 worden ingeschat op € 150.000,-.  Bij het definitief maken van deze maatregel is een investeringsproject nodig waarvan de raming nog niet bekend is. Indien de maatregelen doorgevoerd worden, zijn de jaarlijkse kosten circa € 80.000,-.

Stijgende beheerkosten zuiveringen
Om te kunnen voldoen aan de lozingseisen op de zuivering Terneuzen neemt de dosering van een koolstofbron toe. De hiervoor verwachte kosten chemicaliën zijn circa € 300.000,- per jaar.
In 2025 is gebleken dat de indexatie van de overeenkomst van de MBR-installatie niet begroot was. Dit is ook voor de jaren vanaf 2027 het geval. Op basis van 2025 verwachten we een stijging van € 73.000,-

Elektriciteit 
Voor het programma Afvalwaterketen zijn de prognoses 2027 (op basis van de kennis maart 2026) € 271.000,- lager dan in de Meerjarenraming 2027-2030. Aangezien de voorspelling zijn dat de netwerkkosten in 2027 fors zullen toenemen, is dit mogelijke voordeel niet meegenomen. Bij opstelling begroting 2027 wordt dit nader bekeken. De tarieven zijn voor 2027 vastgeklikt.  Wereldwijde ontwikkelingen hebben invloed vanaf 2028.

2.5 Programma Bestuur en Organisatie

Terug naar navigatie - 2.5 Programma Bestuur en Organisatie - Tekstvak 01 Bestuur en Organisatie

Programma Bestuur en organisatie

Het programma Bestuur en Organisatie ondersteunt het dagelijks functioneren van het waterschap en zorgt ervoor dat het werk veilig, doelmatig en rechtmatig kan worden uitgevoerd. Landelijke verplichtingen, digitalisering, personele ontwikkelingen en de groei van de organisatie zorgen ervoor dat de kosten van Bestuur en Organisatie in 2027 toenemen.

In 2027 nemen de structurele kosten voor de bedrijfsvoering per saldo toe met € 2.164.000,-.

Toenemende impact van landelijke en digitale verplichtingen
Nieuwe wet- en regelgeving op het gebied van informatieveiligheid, archivering en digitale infrastructuur leidt tot extra kosten en inspanningen. Deelname aan landelijke voorzieningen en samenwerking via Het Waterschapshuis blijft noodzakelijk om aan wetgeving te voldoen en weerbaar te blijven.

Landelijke besluiten en verplichtingen leiden tot een structurele kostenstijging van € 710.000,-. Deze stijging bestaat hoofdzakelijk uit hogere bijdragen aan Het Waterschapshuis, hogere rijksbijdragen via het ministerie van BZK, extra kosten als gevolg van het vervallen van de landelijke compensatie van de transitievergoeding door het UWV en een extra bijdrage aan de Unie van Waterschappen als gevolg van de begroting 2026.

Arbeidsmarkt en duurzame inzetbaarheid
De arbeidsmarkt blijft krap terwijl de opgaven toenemen. Dit vraagt om blijvende inspanningen in werving, opleiding, mobiliteit en duurzame inzetbaarheid van medewerkers, zodat het waterschap zijn taken ook op de langere termijn kan blijven uitvoeren.

Personeelskosten anders dan salariskosten nemen structureel toe met € 381.000,-. Dit betreft hogere kosten voor personeelsverzekeringen door groei van het aantal medewerkers en hogere kosten als gevolg van de CAO 2025/2026, waaronder regelingen voor mobiliteit en de Regeling vervroegde uittreding. De huidige CAO loopt eind 2026 af, er is nog geen zicht op de uitkomsten van een nieuwe CAO. Kosten voor de nieuwe CAO zijn in de kadernota opgenomen op basis van de CPB-index voor loonontwikkeling bij de overheid.

Grondverkopen
Grondverkopen laten al meerdere jaren een positieve ontwikkeling zien. Op basis hiervan worden de structurele opbrengsten verhoogd, gecorrigeerd voor hogere taxatie- en notariskosten. Hierdoor ontstaat er € 111.000,- voordeel.

Stijging leasekosten wagenpark
Personele uitbreiding, het vervangen van voertuigen in eigendom door operationele lease en hogere kosten door prijsstijgingen, BPM, wegenbelasting en onderhoud zorgen voor hogere leaseprijzen en toenemende kosten. De leasekosten voor het wagenpark stijgen met € 589.000,-. Het voordeel van vervallen kapitaallasten was al eerder volledig verwerkt.

Verkoop kantoor Terneuzen
De verkoop van kantoor Terneuzen leidt per saldo tot € 212.000,- aan kosten. Dit wordt veroorzaakt door het wegvallen van huurinkomsten en dienstverleningsovereenkomsten. Daartegenover staan lagere kapitaallasten. Vanaf 2028 ontstaan meer structurele voordelen, onder andere door lagere exploitatiekosten en het uitblijven van nieuwe investeringen. Eerder uitgestelde investeringen in het kantoor Terneuzen zijn in deze kadernota definitief vervallen.

Perceptiekosten wegenheffing
Het invoeren van de wegenheffing leidt tot een aanvullende aanslagregel en daarmee ook een aanvullende bijdrage aan Sabewa. De hoogte van de aanvullende bijdrage is € 300.000,-. 

Landmeetkundige diensten
Contractverplichtingen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van kerntaken leiden tot € 60.000,- aan structurele kosten voor landmeetkundige diensten.

Incidentele kosten

Vervroegd overbrengen archief naar Zeeuws Archief
Het vervroegd overbrengen van het archief van Middelburg naar het Zeeuws Archief, noodzakelijk naar aanleiding van de archiefinspectie en klimaat in de eigen archiefruimte leidt in 2027 tot € 243.000,- aan incidentele kosten. Ook in de jaren 2028–2030 treden nog incidentele kosten op.

Onderhoud en warmte-koude installatie kantoor Middelburg
De komende jaren worden in het kantoor Middelburg diverse langetermijninvesteringen gedaan ten gunste van het binnenklimaat en energiebesparing. Deze houden verband met het investeringsproject om de warmte-koude installatie van het pand in 2027 te vervangen, dit zijn kosten die niet geactiveerd kunnen worden. Tezamen met andere onderhoudswerkzaamheden aan het kantoor bedragen de incidentele kosten in 2027 € 200.000,-.

Noodstroomvoorzieningen serverkasten zuiveringen
Noodstroomvoorzieningen in serverkasten op de zuiveringen moeten worden vervangen. Deze maatregel is noodzakelijk om de continuïteit en beschikbaarheid van vitale automatiseringssystemen te borgen. De incidentele kosten bedragen hiervoor in 2027 € 90.000,-.

Reddingsmiddelen
Door aangescherpte Arbo-eisen moeten afgekeurde reddingsmiddelen worden vervangen. De incidentele kosten hiervoor bedragen in 2027 € 60.000,-.

Ontwikkelingen niet financieel meegenomen

Toepassen van kunstmatige intelligentie (AI)
AI biedt kansen om processen te ondersteunen, grote hoeveelheden data sneller te analyseren en medewerkers te ontlasten. Ten aanzien van AI wordt nauw samengewerkt met andere waterschappen via Het Waterschapshuis. Het verantwoord implementeren van AI-toepassingen vraagt onder meer de ontwikkeling van kennis bij medewerkers en het uitvoeren van pilots om de toepasbaarheid voor ons waterschap te onderzoeken. Extra -vooralsnog niet begrote- kosten kunnen volgen uit de licenties die nodig zijn voor AI-toepassingen.

Ontwikkelingen vergunningverlening en plantoetsing, toezicht en handhaving
Binnen het VTH-domein neemt de complexiteit en omvang van de opgave structureel toe. Nieuwe en gewijzigde wet- en regelgeving vragen om aanpassing van werkprocessen, actualisatie van vergunningen en intensievere afstemming tussen beleid en uitvoering. Tegelijkertijd zorgen maatschappelijke ontwikkelingen, zoals ruimtelijke druk en infrastructurele projecten, voor een groei en verzwaring van vergunningaanvragen. Ook verschuift de uitvoering steeds meer richting datagedreven werken en risicogericht toezicht. Deze ontwikkelingen leiden tot hogere eisen aan capaciteit, kwaliteit en doorlooptijden. Zonder voldoende structurele formatie vergroten zich de risico’s op achterstanden, langere behandeltermijnen en verminderde naleving.