2. Jaarverslag

2.1 Programma's

Terug naar navigatie - 2.1 Programma's - Programma / Resultaat

De totale kosten zijn verdeeld over 6 programma's. In onderstaand overzicht zijn de netto kosten per programma, de inzet van de reserves en het bruto- en netto resultaat weergegeven. 

Bedragen x € 1.000,-
Programma / Resultaat Rekening 2022 Begroting 2023 incl begr.wijz Rekening 2023
Waterkeringen 10.889 11.700 11.158
Watersystemen 31.649 34.603 33.458
Wegen 1.387 12.311 12.324
Afvalwaterketen 27.510 28.129 29.037
Bestuur en Organisatie 30.619 34.760 33.705
Belastingen-en algemene opbrengsten -111.893 -120.410 -121.233
Voordeel Nadeel Voordeel
Saldo netto kosten -9.839 1.093 -1.551
Inzet reserves 656 1.093 -228
Voordeel Voordeel
Bruto Resultaat -10.495 0 -1.779
Vorming van Bestemmingsreserve
-uitgestelde leveringen en diensten 731 - 617
Voordeel Voordeel
netto resultaat toevoegen aan algemene- en egalisatiereserves -9.764 0 -1.162

Programma's

Terug naar navigatie - 2.1 Programma's - Programma's

Per programma wordt in paragraaf 2.2 tot en met 2.9 een toelichting gegeven op de prestaties, de externe kosten en opbrengsten, de personeelskosten, de kapitaallasten (rente en afschrijving) en de financieel afgeronde investeringen.

2.2 Programma Waterkeringen

Overzicht prestaties programma Waterkeringen

Terug naar navigatie - 2.2 Programma Waterkeringen - Overzicht prestaties programma Waterkeringen

Wij zorgen voor sterke dijken en duinen. Als beheerder van de meeste Zeeuwse waterkeringen, is veiligheid prioriteit nummer 1. We houden rekening met de zeespiegelstijging op basis van reële klimaatscenario’s zodat veilig wonen in Zeeland haalbaar en betaalbaar blijft (bron: Strategienota 2019-2023).

Prestatie-indicator Doel begroting 2023 Realisatie rekening 2023 BB
425 km primaire waterkeringen, inclusief kunstwerken, is beoordeeld o.b.v. de wettelijke veiligheids-normering (%) 100% 100%
De organisatie voldoet aan de inrichtingseisen van de Zorgplicht op de primaire waterkeringen (%) 100% 93%
De organisatie voldoet aan de uitvoeringseisen van de Zorgplicht op de primaire waterkeringen (%) 100% 86%
560 km regionale waterkeringen, inclusief kunstwerken, is beoordeeld o.b.v. de nieuwe provinciale veiligheidsnormering (%) * **
* Prestatie-indicator gebaseerd op aanpassing in Evaluatie en actualisatie Strategienota 2019-2023 ** De norm wordt pas in 2023 vastgesteld

Waterveiligheid - Primaire keringen op orde brengen

Terug naar navigatie - 2.2 Programma Waterkeringen - Waterveiligheid - Primaire keringen op orde brengen

- 425 km primaire waterkeringen, inclusief kunstwerken, is beoordeeld o.b.v. de wettelijke veiligheidsnormering (%)

In juli 2022 zijn de beoordelingsrapportages van de 25 normtrajecten van de primaire waterkeringen (totaal 425 km) inclusief de kunstwerken ingediend bij de Inspectie voor Leefomgeving en Transport (ILT). Om dit mogelijk te maken is gewerkt met een daartoe ingericht beoordelingsteam bestaande uit waterschapsmedewerkers in combinatie met medewerkers van diverse ingenieursbureaus. Tussentijds is intern en extern gerapporteerd over de kwantitatieve en kwalitatieve voortgang van dit meerjarige project. Eind 2022 zijn alle primaire waterkeringen voorzien van een veiligheidsoordeel op basis van de in 2017 vastgestelde wettelijke veiligheidsnorm. Hiermee is de doelstelling gehaald.

Waterveiligheid - Primaire keringen in stand houden

Terug naar navigatie - 2.2 Programma Waterkeringen - Waterveiligheid - Primaire keringen in stand houden

-De organisatie voldoet aan de inrichtingseisen van de Zorgplicht op de primaire waterkeringen 

-De organisatie voldoet aan de uitvoeringseisen van de Zorgplicht op de primaire waterkeringen

Het nieuwe waterveiligheidsbeleid dat in 2017 van kracht is geworden en het gewijzigde toezicht namens het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat door Inspectie Leefomgeving en Transport op de primaire waterkeringen is aanleiding voor het implementeren van het wettelijk kader zorgplicht. Doelstelling uit de Strategienota 2019-2023 is dat het waterschap eind 2021 werkt conform het wettelijk kader zorgplicht, passend bij de eigen organisatieontwikkeling en de landelijke richtlijnen. Jaarlijks wordt over de inrichting en uitvoering van de zorgplichtactiviteiten gerapporteerd in een Waterveiligheidsrapportage.

8 van de 12 zorgplichtactiviteiten van de inrichting voldoen nog niet geheel aan de beoogde voortgang in de strategienota. De zorgplichtactiviteiten calamiteitenzorg en toezicht en handhaving scoren matig. Het aantal aanvragen van de vergunningen voor waterkeringen ligt in Zeeland hoog. Dit betekent een behoorlijke werkdruk op het vlak van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Ook op het gebied van crisisbeheersing is een toename van werk te zien. De droogte, de coronacrisis en de dreiging van cyberaanvallen hebben een behoorlijke impact op de benodigde bezetting van het crisisteam. Veel verbeterpunten zijn opgepakt. De laatste verbeterpunten komen moeilijk tot uitvoering, doordat openstaande vacatures niet tijdig ingevuld konden worden. 

Waterveiligheid - Regionale waterkeringen en noodvoorzieningen op orde brengen/houden

Terug naar navigatie - 2.2 Programma Waterkeringen - Waterveiligheid - Regionale waterkeringen en noodvoorzieningen op orde brengen/houden

-560 km regionale waterkeringen, inclusief kunstwerken, wordt beoordeeld o.b.v. de nieuwe provinciale veiligheidsnormering (%).

Voor de regionale waterkeringen vindt de herziening van de ligging van het stelsel van regionale waterkeringen en de normstelling door de provincie plaats. De normering van de natte regionale waterkeringen is in 2018 afgerond. In 2021 is gestart met de herziening van de normering en ligging van het stelsel van de droge regionale waterkeringen om zodoende bestuurlijke besluitvorming daarover af te ronden. Betreffende besluitvorming is dit gekoppeld aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet die in 2024 wordt verwacht. In het verlengde hiervan wordt ook de legger Waterkeringen aangepast.

Afspraak met de provincie is dat de toetsing van de regionale waterkeringen pas van start gaat na vaststelling van de provinciale verordening. De provinciale verordening (incl. stelsel regionale waterkeringen) zal naar verwachting inwerking treden met de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Omgeving - Veerse Meer en recreatief medegebruik

Terug naar navigatie - 2.2 Programma Waterkeringen - Omgeving - Veerse Meer en recreatief medegebruik

Waterkeringen zijn beeldbepalend in het Zeeuwse landschap. Zij bieden kansen voor recreatie, natuur en economie. Dit mag niet ten koste gaan van waterveiligheid (primair belang). 

-Veerse Meer
In 2023 is er een nieuw convenant Veerse Meer opgesteld met alle convenantpartners. Het waterschap draagt bij in de exploitatie van het Veerse Meer.

-Voorzieningen recreatief medegebruik
Een deel van de voorzieningen voor recreatief medegebruik heeft het waterschap zelf in beheer, zoals opengestelde onderhoudswegen. Het beheer en onderhoud van deze voorzieningen zullen we sober maar doelmatig invullen. Gezien de ontwikkelingen die de laatste jaren met name aan de kust hebben plaatsgevonden, voeren we met de gemeenten overleg om te komen tot herziening en actualisatie van de afspraken over het beheer en onderhoud ten behoeve van het recreatief medegebruik en/of de aanwezige recreatieve voorzieningen. Het overleg zal in 2024 worden voortgezet. Daarbij gaat het om het gewenste kwaliteitsniveau en de bijbehorende financieringsafspraken.

Omgeving - Eigen plannen

Terug naar navigatie - 2.2 Programma Waterkeringen - Omgeving - Eigen plannen

Met het oog op de toekomstige uitvoering van de HWBP-projecten vindt ook de doorontwikkeling plaats van de Projectorganisatie Waterveiligheid. Eind 2021 is besloten om de vigerende samenwerkingsovereenkomst (SOK) aan te passen. In 2023 is gewerkt aan het opstellen van een nieuwe SOK. Deze aanpassing zal naar verwachting in 2024 worden afgerond.

Net als in 2022 zijn in 2023 de nodige onderzoeken uitgevoerd die nodig zijn voor de voorbereiding van de uit te voeren versterkingswerken in het kader van het HWBP.
Naast het uit te voeren reguliere onderhoud vindt er ook groot onderhoud plaats. Deze werkzaamheden zijn uitgevoerd op basis van eigen en door derden uitgevoerde jaarlijkse inspecties. In 2020 is gestart met het ontwikkelen van de werkwijze van risico gestuurd inspecteren en onderhoud. Dit heeft in 2021 en 2022 een vervolg gekregen en is in 2023 verder geoptimaliseerd.

Omgeving - Plannen van en met derden voor waterkeringen

Terug naar navigatie - 2.2 Programma Waterkeringen - Omgeving - Plannen van en met derden voor waterkeringen

Op diverse plaatsen in Zeeland was sprake van gebiedsontwikkeling, dan wel initiatieven van derden, die een relatie hebben met de waterkeringen. Met initiatiefnemers heeft het nodige overleg plaatsgevonden en zijn plannen beoordeeld. Te noemen zijn onder andere de Zeeuwse en Vlaamse Kustvisie, uitwerking van de Visie Veerse Meer, gebiedsontwikkeling Hedwige, het opstellen van een landelijke waterveiligheidsvisie, uitgangspunten voor de waterveiligheidsfilosofie van Scheldestromen en het nader uitwerken van de Gebiedsagenda Zuidwestelijke Delta. Ook het beoordelen van vergunningsaanvragen viel hieronder. De randvoorwaarden zoals vastgelegd in de Strategienota 2019-2023 zijn het kader voor onze opstelling in de genoemde planvorming en beoordeling van c.q. medewerking aan initiatieven.

Exploitatie

Terug naar navigatie - 2.2 Programma Waterkeringen - Exploitatie
Bedragen x € 1.000
Kosten- en opbrengstsoorten Rekening 2022 Begroting 2023, incl. begr.wijzigingen Rekening 2023
Externe kosten 7.136 7.404 7.184
Externe opbrengsten -773 -447 -620
Personeelskosten 3.989 4.330 4.110
Rente en afschrijving 537 413 484
Netto kosten programma waterkeringen 10.889 11.700 11.158

Externe kosten

Terug naar navigatie - 2.2 Programma Waterkeringen - Externe kosten

De externe kosten bij het programma Waterkeringen omvatten onder andere het beheer en onderhoud van de primaire en regionale waterkeringen. Naast de solidariteitsbijdrage aan het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) valt hier ook het onderhoud van duinen, dijken, strandhoofden, strekdammen en kunstwerken onder. Een ander deel van de externe kosten omvat onderzoekskosten die nodig zijn voor de veiligheidsbeoordeling van de primaire waterkeringen en onderzoeken/advisering gerelateerd aan beleidsontwikkeling, zorgplicht en crisisbeheersing.

Middels een begrotingswijziging is gedurende het jaar per saldo € 15.000,- aan de primaire begroting toegevoegd waarmee de begroting inclusief wijzigingen op € 7.404.000,- komt. De werkelijke externe kosten zijn op totaalniveau € 220.000,- lager dan begroot. 

Hieronder een toelichting op de belangrijkste verschillen tussen de begroting en werkelijke kosten in 2023.

  • Solidariteitsbijdrage HWBP € 440.000,- hoger.
    De oorzaak van deze hogere bijdrage ligt net als voorgaande jaren grotendeels aan het lager uitvallen van de landelijke 10% eigen project-bijdrage waardoor het solidariteitsaandeel voor alle waterschappen stijgt. Daarnaast is er vanwege de extreme prijsstijgingen in 2022 naast de reguliere indexatie besloten om ook een inhaalindexatie over 2022 door te voeren.
  • Beheer en onderhoud werkgebieden € 125.000,- hoger.
    Deels is dit te verklaren door meer zand te moeten ruimen dan voorzien als gevolg van stormen. Daarnaast was er bij de wandelpromenade in Breskens een spoedreparatie nodig aan de betonconstructie van de kadewand die onderdeel is van de primaire waterkering. Betondelen kwamen los door lokaal betonrot en vielen op de onderliggende rijbaan. 
  • Onderhoud kunstwerken regionale waterkeringen € 36.000,- hoger.
    Door onvoorziene werkzaamheden die zijn toegevoegd aan de werkplanning was er meer budget benodigd dan begroot. Ook bleek dat bepaalde maatregelen als gevolg van de prijsstijgingen afgelopen jaren aanzienlijk duurder zijn uitgevallen dan begroot.
  • Veiligheidstoetsing € 255.000,- lager.
    Het verschil wordt veroorzaakt door het slechte weer in het laatste kwartaal van 2023 waardoor een aantal beoogde onderzoeken in het veld niet uitgevoerd konden worden. Deze zullen als uitgesteld werk in 2024 worden uitgevoerd.
  • Onderhoud glooiing en kreukelberm € 124.000,- lager.
    Een deel van dit budget wordt jaarlijks gereserveerd voor grootschalig onderhoud naar aanleiding van extreme weersomstandigheden (na stormseizoen), dit budget is dit jaar niet benut omdat deze extreme weersomstandigheden niet zijn opgetreden. Daarnaast is als gevolg van de capaciteit een aantal werkzaamheden uit het meerjaren-onderhoudsprogramma nog niet opgepakt en doorgeschoven naar volgende jaren.
  • Onderhoud kunstwerken primaire waterkering € 380.000,- lager.
    Door aanpassingen in de meerjaren-onderhoudsplanning en de onvoorziene werkzaamheden bij de kunstwerken van regionale waterkeringen zijn er zaken doorgeschoven naar 2024.
  • Eigen plannen en plannen van derden € 46.000,- lager.
    De kosten voor diensten en onderzoek bij eigen plannen en de bijdragen aan andere overheden voor plannen van derden waren in 2023 iets lager dan begroot.
  • Overige verschillen € 16.000,- lager.

Externe opbrengsten

Terug naar navigatie - 2.2 Programma Waterkeringen - Externe opbrengsten

De externe opbrengsten die in de begroting zijn opgenomen bestaan voornamelijk uit bijdragen van derden en vergoedingen voor werkzaamheden aan derden. In de begroting zijn deze opbrengsten voor het grootste deel gerelateerd aan het Veerse Meer en de Projectorganisatie Waterveiligheid. De opbrengsten vallen € 173.000,- hoger uit. Hieronder een toelichting op de verschillen.

  • Werkzaamheden en diensten voor derden € 50.000,- hoger.
    Betreft opbrengsten van werkzaamheden en/of diensten voor andere overheden zoals Rijkswaterstaat en gemeenten.
  • Subsidies en bijdragen € 39.000,- hoger.
    De bijdragen van de partners in het kader van het convenant Veerse Meer zijn als gevolg van een hogere indexering iets hoger dan geraamd en daarnaast is er subsidie ontvangen voor werkzaamheden in het kader van het Nationaal Plan Landelijk Gebied (NPLG).
  • Schadevergoedingen € 9.000,- hoger.
    Er zijn diverse kleine bedragen ontvangen als schadevergoeding na aansprakelijkheidsstellingen bij schades.
  • Overige opbrengsten € 75.000,- hoger.
    In 2023 is een terugbetaling ontvangen van een depotbedrag wat gestort was bij een notaris i.v.m. een onteigening van grond voor het project HWBP Zwakke Schakels Vlissingen. Omdat dit project reeds is afgesloten en financieel afgerond kon deze niet meer op het project worden geboekt en is deze verantwoord in de exploitatie. 

Personeelskosten

Terug naar navigatie - 2.2 Programma Waterkeringen - Personeelskosten

Personeelslasten € 220.000,- lager.
De totale personeelslasten op dit programma vallen 5% lager uit dan bij de begroting ingeschat. Voor het programma Waterkeringen is een formatie begroot van 35,4 fte waarvan eind 2023 2,4 fte niet is ingevuld. Er is vanwege de vacatureruimte in 2023 extra ingehuurd om de werkzaamheden uit te voeren, hiertegenover staat een besparing aan eigen personeel. In de 5e begrotingswijziging is het financiële voordeel grotendeels afgeraamd, per saldo resteert er nog een voordeel van € 220.000 op dit programma waterkeringen.

Rente en afschrijving

Terug naar navigatie - 2.2 Programma Waterkeringen - Rente en afschrijving

Rente- en afschrijvingskosten € 71.000,- hoger.
Doordat in de begroting 2023 rekening was gehouden met een stelselwijziging welke achteraf pas in 2024 ingaat vallen de afschrijvingkosten € 50.000,- hoger uit dan voorzien. Daarnaast is er een verschil in de toegerekende rente.

Investeringen Programma Waterkeringen

Terug naar navigatie - 2.2 Programma Waterkeringen - Investeringen Programma Waterkeringen
Bedragen x € 1.000
Project Projectnaam Technisch afgerond cf AV besluit Geplande technische afronding AV besluitvorming Werkelijke bestedingen
AV-krediet bruto AV-krediet subs/bijdr AV-krediet netto t/m 2023 bruto t/m 2023 subs t/m 2023 netto netto in 2023
1 programma waterkeringen
Financieel afgerond
PRJ1013HA HWBP Hansweert Innovatie 1-12-22 1-03-23 575 -543 32 700 -692 7 -25
PRJ1440C Aanlegvoorzieningen Veerse Meer 2022 1-12-22 1-12-22 320 320 294 294 37
PRJ1567 Haven Streijenham 1-11-23 1-12-23 120 120 111 111 111
PRJ1576 Aankoop primaire waterkeringen 2023 47 47 47
totaal financieel afgerond 1.015 -543 472 1.152 -692 460 171
Onderhanden investeringen
PRJ1013D HWBP Hansweert-Kerncentrale (24S-2) 542 -488 54 601 601 408
PRJ1013H HWBP Hansweert (24S-1) 1-07-27 174.109 -145.124 28.985 66.808 -58.929 7.879 3.742
PRJ1013I HWBP Aansl kerncentr-Tennet (24S-3) 70 -63 7 3 3
PRJ1013L HWBP St. Annaland (24AK) 1-09-24 1-09-24 4.045 -3.641 404 1.225 -1.103 123 -44
PRJ1176C Aanpassingen getijdenduiker 1-12-23 1-09-24 2.223 -1.303 920 1.407 -825 582 -179
PRJ1440D Aanlegvoorzieningen Veerse Meer 2023 1-12-23 1-12-23 320 -30 290 239 -40 199 77
PRJ1440E Aanlegvoorzieningen Veerse Meer 2024 1-12-24 1-12-24 310 310 63 -2 61 31
PRJ1513 Muur van Altena 1-12-23 1-12-23 2.156 -615 1.541 2.222 -615 1.607 1.155
PRJ1530 Planvorming keersluis Zierikzee 1-12-24 1-12-24 250 250 24 24 24
PRJ1568 Fietspad Cadzand 1-12-27 1-12-27 72 72
PRJ1569 Bijdrage Oprit dijk bij Baalhoek 1-12-23 31-12-24 120 120
PRJ1577 Aankoop primaire waterkeringen 2024 31-12-24 31-12-24 300 300
totaal onderhanden investeringen 184.517 -151.264 33.253 72.593 -61.513 11.080 5.215
Algemeen voorbereidingskrediet
PRJ1499 Vooroeververdediging cluster 4.0 1-01-26 35 35 162 162 99
PRJ1440F Aanlegvoorzieningen Veerse Meer 2025 1-06-25 30 30 17 17 17
totaal algemeen voorbereidingskrediet 65 65 179 179 116
Intern in voorbereiding
PRJ1527 Groot onderhoud kademuren Vlissingen 1-12-29 4 4 4
PRJ1566 Herstel Kleidijk Zwin 1-12-25 1 1 1
totaal intern in voorbereiding 5 5 5
Totaal programma waterkeringen 185.597 -151.807 33.790 73.929 -62.206 11.723 5.507
Totaaltellingen kunnen afwijkingen i.v.m. afrondingen op duizendtallen

Toelichting investeringen

Terug naar navigatie - 2.2 Programma Waterkeringen - Toelichting investeringen

Hieronder is een overzicht opgenomen van de investeringen, onderverdeeld in financieel afgeronde - en onderhanden investeringen.

Toelichting afgeronde investeringen:

PRJ1013HA HWBP Hansweert Innovatie
Binnen het project Hansweert is een aantal innovatieve maatregelen voorbereid. Het betreft onder andere de toepassing van zetsteen die vervaardigd is uit baggerspecie. De proefopstelling met de blokken is aangebracht op de locatie (Hansweert) en de monitoring vanuit verschillende disciplines is gestart. Het project is in 2023 technisch afgerond. De kosten voor innovatie zijn 100% subsidiabel door het HWBP. De netto kosten na aftrek van de subsidie betreffen voorbereidingskosten voor de niet innovatieve oplossingen (duurzaamheid) die onderdeel zijn van de voorbereidingskosten voor de dijkversterking Hansweert. 

PRJ1440C Aanlegvoorzieningen Veerse Meer 2022
Voor het vernieuwen van de aanlegvoorzieningen in het Veerse Meer wordt jaarlijks bij de begroting een krediet van € 320.000 gevraagd en verstrekt. De scope van het project in 2022 bestond uit het vernieuwen van de damwandkade Schutteplaat en het vernieuwen van de steiger bij Katse Heule. Door de regelval in het najaar van 2022 konden de laatste werkzaamheden zoals het verdichten van het zandpakket achter de damwandkade niet worden afgerond. De werkzaamheden zijn in 2023 technisch en financieel afgerond binnen het beschikbaar gestelde krediet.

PRJ1567 Haven Streijenham
Waterschap Scheldestromen is eigenaar en beheerder van de zeedijk, het havenplateau, de havendam en de afmeerpalen in het getijdenhaventje Streijenham. Om de aanlegvoorziening in de toekomst op een veilige manier te kunnen blijven gebruiken was groot onderhoud noodzakelijk. Daarom heeft het waterschap in 2023 de meerpalen inclusief de gordingen vervangen. In het kader van doelmatigheid is ‘werk-met-werk gemaakt’, want gelijktijdig is het staketwerk (golfbreker) op het uiteinde van de havendam hersteld. Het project is conform planning en binnen het beschikbaar gestelde krediet afgerond.

PRJ1576 Aankoop primaire waterkeringen 2023
Het dagelijks bestuur is gemachtigd tot aankoop van gronden voor primaire waterkeringen tot een maximum bedrag van € 300.000,- per jaar waarbij de aankopen achteraf geformaliseerd worden door de algemene vergadering. In 2023 zijn voor een totaalbedrag van € 47.121,- diverse percelen gekocht. Het betreft een perceel met dijk, water en slikken te Kruiningen, een perceel in de duinen van Dishoek en een perceel dijk aan de Wolphaartsweg te Borssele.

Toelichting onderhanden investeringsprojecten:

Algemeen projecten Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP)
Projecten die onderdeel zijn van het Hoogwaterbeschermingsprogramma worden voor 90% gesubsidieerd op basis van voorcalculatie. Voor projecten waarbij een subsidiebeschikking is vastgesteld wordt deze subsidie ook opgenomen in de (jaarlijkse) bestedingen. Voor projecten, die nog geen beschikking hebben ontvangen, wordt deze subsidie niet verantwoord.

PRJ1013H HWBP Hansweert (24S-1) 
De dijk bij Hansweert wordt versterkt over een lengte van ruim vijf kilometer. Dat is nodig omdat deze niet voldoet aan de waterveiligheidsnorm. Dit HWBP-project verloopt in opeenvolgende fases. Sinds 2021 bevindt het zich in de realisatiefase en de werkzaamheden verlopen voorspoedig. In het jaar 2023 zijn de werkzaamheden voor de dijkversterking zichtbaar in de omgeving. De werkzaamheden in de Kanaalzone (dijkvak 1 t/m 3) zijn afgerond en in 2024 worden deze dijksecties alweer in gebruik genomen. De werkzaamheden hebben zich inmiddels verplaatst naar dijkvak 4 t/m 7 in het Landelijk gebied. In 2023 zijn tevens de sportvelden verplaatst, aanlandingen zijn gebouwd om materialen over water te kunnen aanvoeren, de grondverwerving is op minnelijke wijze afgerond, kabels en leidingen zijn verlegd, werkwegen zijn aangelegd, de grote transporten met zand en klei over het water zijn begonnen en de voorfinanciering is verder teruggedrongen.

In de kredietaanvraag van september 2022 is aangegeven dat er bij de programmering in het HWBP-programma 2023-2028/2034 een overschrijding was van het jaarlijks beschikbare programmabudget waaruit volgt dat € 52,9 miljoen van de subsidiabele projectkosten voorgefinancierd moet worden tot en met 2034. We zijn sindsdien aan de slag gegaan om die voorfinanciering terug te dringen. Dit heeft ertoe geleid dat het saldo in 2022 is gedaald van € 52,9 miljoen tot € 44,3 miljoen en verder is gedaald in 2023 tot een saldo van € 21,2 miljoen. In 2024 wordt op basis van de fysieke voortgang van het project opnieuw een aanvraag ingediend voor bevoorschotting en aanvullend voorschot om daarmee de voorfinanciering verder te kunnen verlagen. 

Van de ontvangen subsidievoorschotten is op basis van de bruto bestedingen van de realisatiefase een bedrag van € 48,6 miljoen verantwoord op het project en het overige deel (€ 13,2 miljoen) van het voorschot is verantwoord in de overlopende passiva van de balans onder de ontvangen voorschotten van het Rijk (zie ook Hoofdstuk 3.7 Balans met toelichting).

PRJ1013D HWBP Hansweert-Kerncentrale (24S-2) / PRJ1013I : HWBP Aansluiting Kerncentrale-Tennet (24S-3)
Op basis van de uitgevoerde gevoeligheidsanalyse is de scope van het project vastgesteld op 13,4 km. In juni 2023 is een update gedaan op de HWBP-programmering. De projecten ‘S2 en S3’ zullen worden samengevoegd en gaan vanaf 2024 verder onder de naam ‘HWBP Zak van Zuid-Beveland’. De projectraming is geactualiseerd met behulp van kengetallen. Er is gestart met het opstellen van het plan van aanpak verkenningsfase. De gemaakte kosten tot nu toe zijn grotendeels (geactiveerde) personeelslasten.

PRJ1013L HWBP Sint Annaland (24AK) 
De scope van het project betreft het realiseren van een waterveilige, toekomstbestendige en beheerbare waterkering rond de haven van Sint-Annaland (tussen Dp 780-785), inclusief overgangsconstructies op de aansluitende waterkering. Na realisatie van het project voldoet het dijktraject aan de waterwet, met een zichttermijn/ontwerpperiode die aansluit op de ontwikkelingen die in de omgeving van de waterkering worden verwacht. De uitvoering wordt vertraagd door onderzoek naar de mogelijke aanwezigheid van rugstreeppadden op de projectlocatie. Afhankelijk van het resultaat van dit onderzoek wordt de uitvoering opnieuw ingepland. Dit betekent minimaal een vertraging van een half jaar. De verwachting is dat de extra kosten opgevangen kunnen worden door onder andere de inzet van de risicoreservering. Op dit moment is de verwachting dat het beschikbaar gestelde uitvoeringskrediet niet wordt overschreden.

PRJ1176C Aanpassingen getijdenduiker (Waterdunen)
Bij de ingebruikname van de getijdenduiker is gebleken dat deze in combinatie met het achterliggend projectgebied niet voldoet aan de nieuwe wettelijke normering voor waterveiligheid. Bovendien zijn een aantal tekortkomingen aan de getijdenduiker geconstateerd waarvoor de aannemer in gebreke is gesteld. Naast het oplossen van de tekortkomingen zijn ook verbetermaatregelen voor de getijdenduiker nodig waarmee voldaan kan worden aan de normen voor waterveiligheid en wateroverlast. In dit nieuwe project wordt de getijdenduiker aangepast zodat aan alle (wettelijke) normen wordt voldaan, alsmede ook aan de eisen voor ecologie in het plangebied Waterdunen. De aanpassingen worden momenteel uitgevoerd en de verwachting was dat deze eind 2023 technisch waren afgerond. Als gevolg van langere levertijden van elektronische componenten loopt de technische afronding uit naar 2024. De verwachting is nu dat de aanpassingen in juni 2024 gereed zijn met vervolgens een periode van 3 maanden voor monitoring. Eind 2024 kan het project dan financieel worden afgerond binnen het beschikbare krediet. 

PRJ1440D Aanlegvoorzieningen Veerse Meer 2023
De skisteiger in de Oostwatering is in 2023 vervangen. Daarnaast zijn er eind 2023 drie zwemsteigers bij de Schotsman vervangen en is er één zwemsteiger bij de Schotsman verwijderd. Voor 2024 staat het aanbrengen van extra bestorting bij de Skisteiger Oostwatering nog op de planning. De bedoeling is dat dit in het voorjaar zal worden uitgevoerd, maar dit is nog afhankelijk van de watervergunning die nodig is vanuit Rijkswaterstaat.

PRJ1440E Aanlegvoorzieningen Veerse Meer 2024
In 2024 staat de vernieuwing van de trailerhelling Kortgene op de planning. Het project is nog in voorbereiding. Eind februari zal het project worden gepubliceerd en de uitvoering zal plaatsvinden tussen september en december 2024.

PRJ1513 Muur van Altena
De Muur van Altena in Vlissingen is onderdeel van de primaire waterkering en betreft een Rijksmonument. Uit inspecties is gebleken dat groot onderhoud aan de muur noodzakelijk was. Het groot onderhoud bestaat hoofdzakelijk uit het vervangen van weggevallen stenen en loszittend metselwerk, het herstellen van scheuren en het vervangen van voegwerk volgens de uitvoeringsnormen en richtlijnen voor restauratiewerkzaamheden. Voor de werkzaamheden is een subsidie aangevraagd en toegekend in het kader van de Subsidieregeling Instandhouding Monumenten. De eerste fase van dit project is in 2022 uitgevoerd en na een pauze van de werkzaamheden als gevolg van het stormseizoen is in 2023 de tweede fase van het project uitgevoerd. De werkzaamheden zijn in september 2023 volledig technisch afgerond. De financiële afronding zal in 2024 plaatsvinden na het vaststellen van de restauratiesubsidie.

PRJ1530 Planvorming keersluis Zierikzee
De betrouwbaarheid van de sectordeuren keersluis Zierikzee is belangrijk voor de waterveiligheid van Schouwen-Duivenland. Storingen bij de bediening van de keersluis en aantasting van de keersluisdeuren leiden tot een afnemende betrouwbaarheid en eventueel uitval van de keersluis. De kwaliteit en betrouwbaarheid van de sectordeuren moet daarom veilig gesteld worden. Als voorbereiding op het groot onderhoud aan de keersluis Zierikzee worden diverse inspecties uitgevoerd om de staat van onderhoud van de keersluis in beeld te brengen. Op basis van deze inspectie worden modificaties doorgevoerd en groot onderhoud uitgevoerd met inachtneming van de eisen aan milieu en veiligheid. De planvorming is in 2023 gestart en loopt verder in 2024. Doelstelling daarbij is om in 2024 de planvorming gereed te hebben zodat aansluitend de afdeling Projecten kan starten met de verdere voorbereiding van het groot onderhoud. 

PRJ1569 Bijdrage oprit bij Baalhoek
De dijkoprit voor fietsers bij Baalhoek is een meekoppelkans van het project Kruispolder. In juli 2023 is de samenwerkingsovereenkomst tussen de provincie Zeeland, gemeente Hulst en waterschap Scheldestromen ondertekend. De gemeente Hulst gaat de dijkoprit in 2024 realiseren. De technische afronding zal naar verwachting in oktober 2024 zijn en de financiële afronding volgt dan eind 2024.

Toelichting projecten algemeen voorbereidingskrediet

PRJ1499 Vooroeververdediging cluster 4.0 (voorheen Restopgave vooroeverbestortingen)
Eind 2018 is met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een overeenkomst afgesloten voor het uitvoeren van verschillende vooroeverbestortingen. In 2023 is een herijking van de scope uitgevoerd. Geconstateerd is dat op basis van de bodemontwikkeling over de periode 2011-2021 en waterveiligheid er op korte termijn op slechts 4 van de 11 trajecten maatregelen nodig zijn. De overige trajecten worden doorgeschoven en periodiek gemonitord. Eén traject wordt uitgebreid omdat hier in 2021 en 2022 oevervallen zijn opgetreden. De uit te voeren trajecten met de uitbreiding vraagt ca. € 5,6 miljoen aan extra middelen, die voor het grootste deel gefinancierd kunnen worden vanuit project PRJ1531A Groot onderhoud vooroevers 2026 wat reeds op het meerjareninvesteringsprogramma staat. Momenteel wordt samenwerking gezocht met Rijkswaterstaat om de opgave van beide organisaties gezamenlijk uit te voeren.

PRJ1440F Aanlegvoorzieningen Veerse Meer 2025
Betreft de jaarlijkse investering voor aanlegvoorzieningen rondom het Veerse Meer. Voor 2025 staan de afmeervoorziening en damwandkade aan de Sabbingeplaat op de planning. De voorbereidingen van dit project zijn in 2023 gestart.

2.3 Programma Watersystemen

Overzicht prestaties programma Watersystemen

Terug naar navigatie - 2.3 Programma Watersystemen - Overzicht prestaties programma Watersystemen

Water is zo vanzelfsprekend dat het pas opvalt als er een tekort of een overschot is. Er zijn dag en nacht waterschappers in de weer om te zorgen voor een goed waterbeheer. Kortere periodes met hevige neerslag en langere periodes met droogte komen steeds vaker voor. Samen met overheden, ondernemers en inwoners werken we aan een watersysteem dat tegen een stootje kan (bron: Strategienota 2019-2023).

Prestatie-indicator Doel begroting 2023 Realisatie rekening 2023 BB
KRW-waterlichamen voldoen aan de doelen voor ecologische waterkwaliteit voor macrofauna (%) 80%-85% 33%
KRW-waterlichamen voldoen aan de doelen voor ecologische waterkwaliteit voor macrophyten (%) 80%-85% 10%
KRW-waterlichamen voldoen aan de doelen voor ecologische waterkwaliteit voor fytoplankton (%) 80%-85% 46%
KRW-waterlichamen voldoen aan de doelen voor ecologische waterkwaliteit voor vis (%) 80%-85% 56%
Watersystemen zijn bereikbaar voor vis (% t.o.v. de oppervlakte van het totale beheergebied) 49% 53%
Natuurvriendelijke oevers aangelegd (in km) 8,9 8,9
KRW-waterlichamen voldoen aan de normen voor de chemische waterkwaliteit (%) 85% 0%
Planvorming Wateropgave afgerond: het gebied is doorgerekend op basis van de inundatienormen (%) 100% 100%
De maatregelen om het beheersgebied voor wateroverlast (WB21) op orde te brengen zijn uitgevoerd (%) 93% 60%
Het gebied heeft een actueel vastgesteld peilbesluit (%) 100% 100%
De maatregelen om het beheersgebied voor peil-beheer (GGOR) op orde te brengen zijn uitgevoerd (%) 76% 63%
Aantal afwijkingen van de bandbreedte in het peilgebied door technisch falen <=5 2

Gezond water - Goede ecologische waterkwaliteit

Terug naar navigatie - 2.3 Programma Watersystemen - Gezond water - Goede ecologische waterkwaliteit

Het watersysteem is ecologisch gezond. Zo draagt het bij aan een goede omgeving voor mens en dier.

- KRW-waterlichamen voldoen aan de doelen voor ecologische waterkwaliteit voor macro-fauna 
- KRW-waterlichamen voldoen aan de doelen voor ecologische waterkwaliteit voor macrofyten 
- KRW-waterlichamen voldoen aan de doelen voor ecologische waterkwaliteit voor fytoplankton
- KRW-waterlichamen voldoen aan de doelen voor ecologische waterkwaliteit voor vis

Ecologische waterkwaliteit:
We streven naar een goede ecologische waterkwaliteit in al onze oppervlaktewateren in 2027, in lijn met de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW). In 2023 zijn met de meest recente inzichten door adviesbureau RH-DHV doelen afgeleid voor onze brakke wateren. De aangepaste doelen zijn en worden gebruikt voor de toetsingen in de planperiode en voor de landelijke KRW-evaluatie 2024. Deze doelen worden in de planperiode nog formeel vastgesteld. Er is geld beschikbaar gesteld om komende jaren meer onderzoek te doen naar passende maatregelen, om doelbereik aan het einde van de derde KRW-periode in 2027 mogelijk te maken.

Macrofauna en fytoplankton:
De resultaten van deze bemonsteringen worden steeds in het jaar na het meetjaar gerapporteerd tijdens het uitvoeren van de KRW toestand bepalingen. De resultaten verschijnen in het waterkwaliteit portaal medio 2024 met de cijfers over 2023. Naar verwachting wordt deze doelstelling nagenoeg gehaald. 

Macrophyten:
De resultaten van deze bemonsteringen worden steeds in het jaar na het meetjaar gerapporteerd tijdens het uitvoeren van de KRW toestand bepalingen. De resultaten verschijnen in het waterkwaliteit portaal medio 2024 met de cijfers over 2023. Naar verwachting wordt deze doelstelling niet gehaald.

Vis:
De resultaten van deze bemonsteringen worden steeds in het jaar na het meetjaar gerapporteerd tijdens het uitvoeren van de KRW toestand bepalingen. De resultaten verschijnen in het waterkwaliteit portaal medio 2024 met de cijfers over 2023. Naar verwachting wordt de doelstelling voor 75% gehaald. De verwachting is dat het einddoel in 2027, na uitvoering van de resterende vispassages, haalbaar is.

Gezond water - Leefruimte voor biologie

Terug naar navigatie - 2.3 Programma Watersystemen - Gezond water - Leefruimte voor biologie

- Watersystemen zijn bereikbaar voor vis (% t.o.v. de oppervlakte van het totale beheergebied)
- Natuurvriendelijke oevers aangelegd (in km)

Bereikbaarheid voor vis:
Waterschappen hebben een resultaatverplichting voor het nakomen van afspraken in het Stroomgebiedbeheerplan. In het Stroomgebiedbeheerplan Schelde 2022-2027 is de aanleg van 6 vispassages opgenomen. Voor vispassages is de voortgang op orde, namelijk 53%. Er is in 2023 gewerkt aan de verdere voorbereiding van vispassages. Eén vispassage is gerealiseerd, namelijk vispassage Bathsedijk. Twee vispassages zijn in gevorderd stadium, namelijk De Poel en Lovenpolder. De Poel is in aanbouw. Voor de einddoelstelling van 60% in 2027 worden vispassages geplaatst bij poldergemalen en stuwen in de periode tot 2027. 


Aanleg natuurvriendelijke oevers:
In het Stroomgebiedbeheerplan Schelde 2022-2027 (SGBP) is de aanleg van 38,2 km natuurvriendelijke oevers opgenomen als resultaatverplichting. Natuurvriendelijke oevers vervullen onder meer een functie als foerageer-, vlucht-, voortplanting- en verblijfplaats voor fauna én kunnen bijdragen aan het verminderen van emissie van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen naar het oppervlaktewater. Daarnaast dragen ze bij aan de doelstellingen voor GGOR (goed peilbeheer) en/of WB21 (bestrijding wateroverlast). 
In het Waterbeheerprogramma 2022-2027 is de doelstelling verdeeld over de jaren. Voor 2022 en 2023 samen lag er een concrete doelstelling van 6 km natuurvriendelijke oever. Er is inmiddels al meer aangelegd, namelijk 11,8 km. Dat komt vooral door de toevoeging van een in 2022 gerealiseerd traject. Hier is een alternatieve inrichting met steenstort aangelegd van 8,5 km. De eerste ecologische bevindingen in 2023 zijn positief en daarom kwalificeren we deze als natuurvriendelijke oever.

Het realiseren van de resterende 26,4 km (doelstelling: jaarlijks 8,2 km voor 2024-2027) blijft ondanks de vorderingen risicovol. De grondaankoop vormt nog altijd een groot risico, gelet op de afhankelijkheid van de bereidheid tot verkoop en de tijd en capaciteit die ervoor nodig is. Desondanks begint de grondverwerving op gang te komen. Er is in 2023 0,9 km aangekocht voor aanleg nvo en de aankoop van 2,6 km is net na de jaarwisseling afgerond. Het totaal aangekocht komt daarmee op 3,5 km aankoop. Voor ruim 36 km is een opdracht uitgewerkt in een concreet zoekgebied met prioritaire WB21/GGOR-doelen. Ook buiten het zoekgebied worden kansen voor grondverwerving actief gezocht en gevonden. Waar weinig lengte langs een KRW-lichaam gevonden kan worden, zetten we daarnaast in op aankoop en inrichting van percelen. In 2023 is 1 perceel aangekocht (2,3 ha). De oppervlakte daarvan wordt omgerekend naar extra km-lengte. Verder wordt er gezocht naar alternatieve inrichtingsvormen, mede gelet op het brakke karakter van veel van onze waterlopen, waarmee het doel behaald kan worden. De trajecten met steenstort zijn hiervan een voorbeeld.

Gezond water - Chemische waterkwaliteit

Terug naar navigatie - 2.3 Programma Watersystemen - Gezond water - Chemische waterkwaliteit

De kwaliteit van ons oppervlaktewater wordt negatief beïnvloedt door lozingen vanuit een grote verscheidenheid aan bronnen. Denk aan puntlozingen uit bedrijven en onze rioolwaterzuiveringen. Maar ook diffusere lozingen via afstromend hemelwater van verhardingen, atmosferische depositie, landbouwtoepassing van gewasbeschermingsmiddelen en van nature aanwezige stoffen vormen een bron.
Voor de KRW meten we de waterkwaliteit in 39 waterlichamen op een groot aantal stoffen. Voor deze stoffen zijn op landelijk en Europees niveau waterkwaliteitsnormen vastgesteld. Voor de toetsing van de waterkwaliteit van een waterlichaam hanteert de KRW het 'one out all out' principe. Dat betekent dat de chemische waterkwaliteit alleen voldoet als alle aangetroffen stoffen aan de normen voldoen. Door het grote aantal genormeerde stoffen in combinatie met de vele verontreinigingsbronnen zijn er binnen ons beheersgebied geen waterlichamen waarin alle relevante chemische stoffen aan de normen voldoen.
Door de combinatie van een groot aantal genormeerde chemische stoffen, de grote verscheidenheid aan verontreinigingsbronnen en emissieroutes en het 'one out all out' principe van de KRW is deze doelstelling moeilijk realiseerbaar.

Beperken wateroverlast - In stand houden van het watersysteem

Terug naar navigatie - 2.3 Programma Watersystemen - Beperken wateroverlast - In stand houden van het watersysteem

Er is weinig vooruitgang op deze doelstelling, de uitvoering komt langzamer op gang door diverse redenen. De grondverwerving voor de uitvoering gaat nog steeds moeizaam en heeft voornamelijk effect op de uitvoering van duikers, stuwen en waterlopen. Een aantal grote projecten zijn in 2023 wel in voorbereiding gegaan maar nog niet gestart, zoals gemaal Nol Zeven, gemaal Spanjaardweg en gemaal Zoetendijk. Gemaal de Poel is in afronding, maar is nog niet opgeleverd. Daarnaast zijn er een groot aantal projecten vertraagd door de complexiteit van de capaciteitsvergroting van gemaal Othene en het juridische traject binnen project Kruispolder. Daardoor is er in 2023 geen meetbaar effect op deze doelstelling ten opzichte van het voorgaande jaar. 

Optimaal gebruik - Gewenste waterpeilen

Terug naar navigatie - 2.3 Programma Watersystemen - Optimaal gebruik - Gewenste waterpeilen

Actueel peilbesluit:
In 2023 is het laatste peilbesluit West-Zeeuws-Vlaanderen vastgesteld (realisatie PI 100%). Het nieuwe planvormingsproces moet invulling geven aan het actueel houden van de peilbesluiten in de toekomst. 

Peilbeheer op orde brengen:
Aan de uitvoering van de maatregelen wordt actief gewerkt. De besluitvorming over een aantal grote gemalen, zoals Spanjaardsweg, Zoetendijk en NOL 7 heeft plaatsgevonden. Het onderdeel grondverwerving blijft een lastig onderdeel in de projecten en heeft effect op de uitvoering voor het aanleggen van duikers, stuwen en waterlopen. Gemaal de Poel is in afronding en wordt in 2024 opgeleverd. Ook zijn er grotere projecten zoals Kruispolder en de capaciteitsvergroting van gemaal Othene doorgeschoven en daarmee vertraagd. Het meetbaar effect op de PI zal zichtbaar zijn na realisatie van deze projecten..

Optimaal gebruik - Zoetwaterbeschikbaarheid

Terug naar navigatie - 2.3 Programma Watersystemen - Optimaal gebruik - Zoetwaterbeschikbaarheid

We hebben de beleidsmatige uitvoering aan het zoetwaterprogramma in 2023 gecontinueerd. Binnen het zoetwaterprogramma is onder andere inzet geleverd in het Living Lab en Broedplaats op Schouwen Duiveland, inzet op vergroting van zoetwaterbeschikbaarheid rondom de Reigersbergse polder, Water uit de Wal, subsidieproject Wij-water en diverse andere projecten die uitgevoerd worden onder de vlag van het Zeeuws Deltaplan Zoetwater. Hiermee geven we gezamenlijk met de provincie Zeeland én stakeholders invulling aan de gestelde zoetwaterambitie. In 2023 is de personele capaciteit voor (zoet)water verder ingevuld. Er is ingezet op drie terreinen, te weten: het met de provincie en stakeholders realiseren van de ambitie “In 2050 is Zeeland weerbaar tegen zoetwatertekort”, het faciliteren van (innovatieve) initiatieven die aan deze ambitie bijdragen en het uitwerken van het beleidsmatige en juridische kader in relatie tot gebruik van zoetwater.

Optimaal gebruik - Grondwater

Terug naar navigatie - 2.3 Programma Watersystemen - Optimaal gebruik - Grondwater

De taak en doelstelling van het waterschap is om de hoeveelheid (zoet) grondwater duurzaam in stand te houden. Om hier invulling aan te geven zijn in het WBP meerdere werkzaamheden/projecten opgenomen. Dit betreft enerzijds onderzoek (monitoring zoet-zout meetnet, Freshem, kleine onttrekkingen, debietmeters) en anderzijds werkzaamheden die gerelateerd zijn aan vergunningverlening.

Voor wat betreft de vergunningverlening was er in de afgelopen droge jaren een grote toename van het aantal grondwateronttrekkingen. 2023 was wederom een droog (voor)jaar met relatief veel meldingen. Naast de traditionele vormen van water onttrekken is er een toename van te beoordelen plannen van ondernemers die nieuwe mogelijkheden voor ondergrondse en bovengrondse wateropslag verkennen. Geadviseerd is op concrete plannen van ondernemers. Dit geeft een risico dat de gestelde termijnen voor behandeling van aanvragen overschreden worden en geeft tevens een risico op vertraging van beleidsuitwerking.

Op het gebied van vergunningverlening zijn er landelijke ontwikkelingen. Het Ministerie van V&W is gestart met een onderzoek naar de mogelijkheden voor een landelijke vergunnings- of meldingsplicht. Hierbij is de Unie van Waterschappen betrokken. Via de unie is onze bijdrage gegeven waarbij ingestoken wordt op het voorkomen van een vergunningsplicht. Dit traject loopt in 2024 door.


In 2022 is de stoffenlijst, onderdeel van de infiltratieregelgeving, herzien. Naast de stoffenlijst dient er echter ook nog getoetst te worden aan de KRW doelstellingen en maatregelen. Gezamenlijk met de provincie is in 2023 vastgelegd hoe we aan deze toetsing invulling gaan geven. Dit heeft geresulteerd in een memo welke gevoegd is bij de Nota Grondwater. 
Het project kleine grondwateronttrekkingen en ook debietmeters heeft zowel een onderzoekscomponent als een sterke relatie met VTH. De uitvoering van de werkzaamheden gaan trager dan gepland door de beperkte inzet van vergunningverleners. Voor wat betreft de kleine onttrekkingen is in 2023 is met name in de huidige en gewenste situatie beeld gebracht en in beeld gebracht welke keuzes gemaakt dienen te worden. Verdere uitwerking en besluitvorming is voorzien voor 2024. Ten aanzien van de debietmeters is in 2023 een eerste verkenning bij andere waterschappen uitgevoerd zodat deze input meegenomen kan worden in het plan van aanpak wat in 2024 opgesteld wordt. De oplevering van het Grondwatermodel was voorzien in 2023 maar vanwege de complexiteit van zoete en zoute grondwater heeft Deltares daarvoor meer tijd nodig gehad en is de definitieve oplevering doorgeschoven naar 2024.

Verder is gewerkt aan de uitbreiding van het grondwatermeetnet met zoet-zout grensvlak metingen. In 2023 is het meetinstrument getest en in 2024 wordt het meetnet geïnstalleerd. Voor wat betreft Freshem zijn de voorbereidende werkzaamheden gestart zodat in 2025 boven een aantal gebieden in Zeeland gevlogen wordt. 

Optimaal gebruik - Water in de stad

Terug naar navigatie - 2.3 Programma Watersystemen - Optimaal gebruik - Water in de stad

We zijn verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van stedelijk oppervlaktewater en het afvoeren van overtollig water uit het stedelijk gebied. Beide komen steeds meer onder druk te staan door klimaatverandering met meer hevige buien, periodes van langdurige droogte en hogere gemiddelde temperaturen. Gezamenlijk met gemeenten bepalen we in SAZ+ -verband (Samenwerking Afvalwaterketen Zeeland) de Stedelijke Wateropgave (SWO). Voor de Zeeuwse kernen worden in een doorlopend proces concrete maatregelen bepaald die nodig zijn om deze woongebieden toekomst-/ klimaatbestendig te maken. Daarbij zetten wij in op verwerking van overtollig water via het watersysteem en de bodem en niet via het rioleringsstelsel. Dit om verdunning van het afvalwater zoveel mogelijk te voorkomen (zie het programma Afvalwaterketen). In 2023 zijn in totaal 15 SWO-projecten opgestart (Axel, Breskens, Goese Polder, Heikant, Heinkenszand, Hengstdijk, Hoofdplaat, Kortgene, Krabbendijke, Oud-Vossemeer, Sas van Gent, Schoondijke, Sint-Annaland, ’s-Gravenpolder en Vogelwaarde). Een 2-tal van deze SWO-projecten zijn inmiddels ook technisch afgerond (Schoondijke en Sint-Annaland). 

Optimaal gebruik - Verantwoord gebruik van water

Terug naar navigatie - 2.3 Programma Watersystemen - Optimaal gebruik - Verantwoord gebruik van water

Vergunningen, toezicht en handhaving zijn essentiële instrumenten om verantwoord gebruik van water te borgen. Dit geldt zowel voor waterkwaliteit als –kwantiteit van het grond- en oppervlaktewater. In 2023 was het niet nodig om een (gedeeltelijk) onttrekkingsverbod van oppervlaktewater in te stellen. Dit jaar is door het VTH team intensief gewerkt aan de implementatie van de omgevingswet.

Exploitatie

Terug naar navigatie - 2.3 Programma Watersystemen - Exploitatie

De afdeling watersystemen is primair verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de watersystemen, in de drogere en natte perioden in 2023 heeft ons systeem naar behoren gefunctioneerd. Met voortdurende inzet wordt het systeem verbeterd en onderhouden. Het programmeren en plannen van opgaven voor de afdeling is in 2023 opgepakt en opnieuw geprioriteerd. Maatregelen vanuit de KRW wetgeving hebben de hoogste prioriteit gekregen en (zoet)water vraagstukken zijn prominenter op de agenda gekomen. Het team Muskusrattenbestrijding is op orde gebracht. Alle functies zijn ingevuld, de innovatieve ontwikkeling door te speuren met eDNA is beproefd en wordt geïmplementeerd en de focus ligt op de gebieden waar de inzet het meest nodig is. De doelaanpassing binnen de KRW heeft ertoe geleid dat de beoordelingen vanuit Scheldestromen meer recht doen aan de situatie en de met de Provincie afgesproken uit te voeren maatregelen t.b.v. de KRW zijn concreter in beeld gebracht. Onze relatie met de ZLTO en Natuurorganisaties is behouden en versterkt door periodiek bestuurlijk af te stemmen en we trekken intensief op met de Provincie, waarbij de provincie zowel de rol als toezichthouder heeft maar er ook intensievere collegiale afstemming is over bijvoorbeeld de NPLG opgave die raakt aan de (uitvoering van de) wateropgaven. 
De netto kosten van het programma watersystemen onderschrijden de herziene begroting met € 1.145.000,- (3,3%). 

Bedragen x € 1.000
Kosten- en opbrengstsoorten Rekening 2022 Begroting 2023, inclusief begrotingswijzigingen Rekening 2023
Externe kosten 13.980 17.663 16.322
Externe opbrengsten -112 -99 -203
Personeelskosten 8.584 9.386 9.194
Rente en afschrijving 9.197 7.653 8.145
Netto kosten programma watersystemen 31.649 34.603 33.458

Externe kosten

Terug naar navigatie - 2.3 Programma Watersystemen - Externe kosten

De externe kosten binnen het programma watersystemen betreffen onder andere de kosten voor het bedienen en onderhouden van kunstwerken, het maaien en onderhouden van waterlopen, muskusratbestrijding, bagger- en grondbeheer, peilbeheer, het monitoren en onderzoeken van oppervlaktewater en waterbodems en het ontwikkelen van beleid en plannen.
Middels begrotingswijzigingen is gedurende het jaar per saldo € 208.000,- aan de primaire begroting toegevoegd, waarmee de begroting inclusief wijzigingen op € 17.663.000,- komt. De werkelijke externe kosten onderschrijden de begroting met € 1.341.000,- (7,6%). Er is voor € 246.000,- aan uitgesteld werk opgenomen. De onderbesteding komt hiermee op € 1.095.000,- (6,2%)

De grootste afwijkingen ten opzichte van de begroting inclusief wijzigingen worden hieronder toegelicht:

  • Bagger- en beschoeiingswerk € 869.000,- lager.
    Een deel van het voorgenomen baggerwerk en beschoeiingswerk is vanwege de natte weersomstandigheden niet uitgevoerd.
    Het was niet mogelijk om met machines het land op te gaan. Er wordt op dit onderdeel voor € 121.000,- aan uitgesteld werk naar 2024 opgenomen. 
  • Energiekosten gemalen en stuwen € 641.000,- hoger.
    Dit ten gevolge van gestegen netwerkkosten en extra energiekosten vanwege de vele neerslag in het afgelopen jaar.
  • Onderhoud waterlopen € 414.000,- lager.
    Het maaiwerk is voor ongeveer 90% uitgevoerd. Er wordt voor € 56.000,- aan uitgesteld werk opgenomen.
    Het onderhoudsseizoen start jaarlijks rond half augustus na de oogst. Door de bijzonder lange regenperiode in het najaar van 2023 kon veel werk niet uitgevoerd worden.
  • Renovatie cultuurhistorische duikers € 292.000,- lager. 
    Twee cultuur historische duikers zijn in 2023 uitgevoerd en de kosten voor de uitvoering waren lager dan geraamd. Het restant van het budget was niet voldoende om een derde duiker te renoveren in 2023. Daarmee komt de onttrekking uit de betreffende bestemmingsreserve op € 158.000,- (voorzien € 450.000,-). In de begroting van 2024 is opgenomen dat hiervoor een separaat voorstel voor de algemene vergadering volgt.
  • Budget voor planontwikkeling € 141.000,- lager.
    Dit budget is bestemd voor vooronderzoeken tijdens de programmering van projecten die op de planning komen. De onderschrijding op dit budget is ontstaan door de herprioritering van de investeringsplanning binnen het waterschap. Hierdoor zijn er minder uitgaven geweest dan verwacht.
  • Budget voor bijdrage Leader € 100.000,- lager.
    In 2023 is € 125.000,- bijgedragen aan het gebiedsfonds Leader conform begroting. Aangezien dit betrekking heeft op een uitvoeringsperiode 2023 tot en met 2027 worden de kosten verdeeld over de betreffende 5 jaren. Deze kosten worden gedekt vanuit de bestemmingsreserve Leader.
  • Het onderhoud van geautomatiseerde kunstwerken watersystemen € 91.000,- hoger.
    In 2022 is er door personeelsgebrek achterstand opgelopen in het onderhoud aan de automatische stuwen. Gepland werk aan automatische stuwen van 2022 is uitgevoerd in 2023, hierdoor is de overschrijding ontstaan. Het uitgesteld werk van 2023 betreft € 45.000,-, wat doorschuift naar 2024.
  • Monitoring waterkwaliteit € 88.000,- lager.
    Vanuit de bestemmingsreserve is budget beschikbaar voor kennisontwikkeling KRW. Hiervan is € 91.000,- niet benut. Daarnaast is veel inzet geleverd op onderzoek voor waterbodem, waterplanten en virussen die niet vooraf konden worden voorzien. Hier is een overschrijding van € 48.000,-. Ook zijn er bedragen ontvangen omdat analyses door het externe laboratorium niet op tijd zijn geleverd (boetes). Hierdoor is er een onderschrijding van € 51.000,-. 
  • Monitoring waterkwantiteit € 81.000,- lager.
    Het budget voor Debietmeters ad €40.000,- is niet uitgegeven en staat gepland in 2024. Verder zijn bedragen voor uitval van meetinstrumenten, het door ontwikkelen van de validatiemethode en verdere implementatie van de Multiflexmeter niet benut en krijgt een vervolg in 2024.
  • Minder storingen bij gemalen en stuwen waardoor de kosten € 72.000,- lager dan geraamd.
  • Peilbesluiten € 51.000,- hoger. 
    In 2023 is in verband met een schadedossier een schadevergoeding toegekend en uitbetaald waardoor de kosten hoger uitvallen. 
  • Hergebruik van baggerspecie € 46.000,- lager.
    Bij een GBT (grootschalige baggertoepassing) was er geen sprake van acceptatiekosten, de onderhoudskosten op depots vielen mee en er waren minder partijkeuringen nodig dan voorzien, waarmee er minder onderzoekskosten nodig waren. 
  • Eigen plannen watersystemen € 30.000,- lager.
    Het grootste deel van de onderschrijding op dit budget wordt veroorzaakt door het niet besteden van de gereserveerde € 25.000,- euro aan assetmanagementadvies/-onderzoek. Uiteraard heeft onderhoudsmanagement de nodige aandacht gehad om ervoor te blijven zorgen dat onze assets zoals stuwen, duikers en gemalen blijven functioneren en planmatig onderhouden worden.
  • Afvoer en verwerkingskosten onderhoud waterlopen € 27.000,- hoger. 
    In 2023 is er door de vele regenval in het najaar meer kroosvuil bij de gemalen aangekomen. De afvoer en verwerkingskosten hiervan geven een overschrijding.
  • Overige verschillen € 18.000,- lager.

Externe opbrengsten

Terug naar navigatie - 2.3 Programma Watersystemen - Externe opbrengsten

De externe opbrengsten komen € 104.000,- boven de begroting uit. 

  • Beheer en onderhoud baggerspeciedepots € 22.000,- hoger.
    Er is meer baggerspecie van de provincie verwerkt. Dit was in de begroting niet voorzien
  • Subsidiebijdragen € 66.000,- hoger.
    De subsidiebijdragen voor onder andere de ambtelijke inzet voor het NLPG ad € 50.000,- was niet voorzien in de begroting. Evenals de (subsidie)bijdrage vanuit andere overheden voor het zoetwaterproject 'Water tussen wal en Schelde' ad € 16.000,- hoger.
  • Diverse kleine bijdragen € 16.000,- hoger. 

Personeelskosten

Terug naar navigatie - 2.3 Programma Watersystemen - Personeelskosten

Personeelslasten € 193.000,- lager.
De totale personeelslasten op dit programma vallen 2% lager uit dan bij de herziene begroting ingeschat. Voor het programma watersystemen is een formatie begroot van 99,4 fte waarvan eind 2023. Op 1 januari 2024 zijn opnieuw 3 medewerkers gestart en staan er 3 vacatures open. Er is vanwege de vacatureruimte in 2023 en het hogere ziekteverzuim extra ingehuurd om de werkzaamheden uit te voeren, hiertegenover staat een besparing aan eigen personeel. In de 5e begrotingswijziging is het financiële voordeel grotendeels afgeraamd, per saldo resteert er nog een voordeel van € 193.000,- op programma watersystemen.

Rente en afschrijving

Terug naar navigatie - 2.3 Programma Watersystemen - Rente en afschrijving

Rente en afschrijving € 492.000,- hoger.
Hiervan wordt € 654.000- verklaard door meer afschrijving op 7 projecten, doordat in de begroting 2023 rekening was gehouden met een stelselwijziging welke achteraf pas in 2024 ingaat. Daarnaast is er een rentevoordeel van € 162.000,-.

Investeringen Programma Watersystemen

Terug naar navigatie - 2.3 Programma Watersystemen - Investeringen Programma Watersystemen
bedragen x € 1.000
Project Projectnaam Technisch afgerond cf AV besluit Geplande technische afronding AV besluitvorming Werkelijke bestedingen
AV-krediet bruto AV-krediet subs/bijdr AV-krediet netto t/m 2023 bruto t/m 2023 subs t/m 2023 netto netto in 2023
2 programma watersystemen
Financieel afgerond
PRJ1034 PWO WB21/KRW/GGO 14-19 1-8-2023 1-8-2023 2.058 2.058 1.671 1.671 3
PRJ1153I Revisie pompinstallatie gm Hellewoud 1-9-2022 1-9-2022 950 950 927 927 10
PRJ1431B Baggeren Domburgse watergang '17 1-12-2019 1-12-2019 1.250 1.250 1.134 1.134 15
PRJ1443 OAS-Wschouwen maatr watersyst fase B 1-12-2027 1-12-2027 1.323 1.323
PRJ1456A Uitv.duikers/stuwen GGOR/WB21 2021 1-12-2022 1-12-2022 1.500 1.500 1.512 1.512
PRJ1472 Uitvoering WB-21/KRW/GGOR 2021 1-12-2023 1-12-2023 1.000 1.000 1.002 1.002 191
PRJ1498A Verv.best.techn.inst. Opmal 21 1-6-2023 1-6-2023 500 500 292 292 16
totaal financieel afgerond 8.581 8.581 6.538 6.538 235
Onderhanden investeringen
PRJ1088 Gemaal Zoetendijk Oud-Vossemeer 31-10-2024 1-8-2024 3.153 -774 2.379 363 -61 302 200
PRJ1129 Gemaal de Poel,capaciteitsvergroting 1-12-2023 1-6-2024 9.170 -3.350 5.820 7.119 -3.150 3.969 3.389
PRJ1153J Gemaal de Luyster 1-7-2022 1-12-2023 400 400 168 168 153
PRJ1153N Krooshekreiniger pg Oosterland 1-12-2022 1-12-2023 275 275 214 214 212
PRJ1153O Krooshekreiniger pg Postweg 1-3-2023 1-12-2023 300 300 264 264 245
PRJ1153S Renovatie Poldergemaal Zuidwatering 1-12-2024 1-12-2024 1.151 1.151 3 3 1
PRJ1153U vervangen FO pg Cadzand 31-12-2024 1-12-2024 325 325 8 8 8
PRJ1153Y renovatie pg's freq. reg. 2024 31-12-2024 1-12-2024 200 200
PRJ1167A Vispassage gemaal Lovenpolder 1-10-2024 1-12-2024 1.255 -429 826 26 26 25
PRJ1168C Kruispolder-voorbereiding 1-12-2023 1-12-2025 2.965 -287 2.678 2.841 -274 2.567 411
PRJ1168D Kruispolder visp stuw Dreefken 1-12-2024 1-12-2024 250 -90 160 36 36 35
PRJ1168E Kruispolder-uitvoer 31-12-2025 1-12-2025 3.965 -1.148 2.817
PRJ1428A Uitvoering KRW oevers 2024 1-12-2025 1-12-2025 1.250 1.250
PRJ1431A Baggeren Vinkenisse-en Bathsekreek17 1-12-2019 1-12-2019 1.900 1.900 1.142 1.142 17
PRJ1431C Baggeren het Koegat '17 1-12-2019 1-12-2019 1.000 1.000 743 743
PRJ1453 Gemaal Waarde 31-10-2024 1-6-2024 1.225 1.225 16 16 7
PRJ1455 Gemaal Spanjaardweg winter Braakman 1-10-2024 1-9-2024 2.279 -504 1.775 271 -31 240 118
PRJ1456B Uitv.duikers/stuwen GGOR/WB21 2022 1-12-2023 1-6-2024 1.725 1.725 1.664 1.664 854
PRJ1456C Uitv.duikers/stuwen GGOR/WB21 2023 1-12-2024 1-12-2024 1.725 1.725 175 175 175
PRJ1456D Uitv.duikers/stuwen GGOR/WB21 2024 1-12-2025 1-12-2025 1.725 1.725
PRJ1458A Uitv WB21/KRW/GGOR Oude Haven 1-12-2023 1-10-2023 350 350 272 -250 22
PRJ1459 Baggeren uitwat. kanaal Cadzand 1-12-2022 1-5-2023 9.900 -1.100 8.800 10.076 -1.213 8.863 516
PRJ1459A Baggeren Stierskreek 1-12-2021 1-11-2021 5.295 -746 4.549 2.518 -746 1.772 1
PRJ1491A Bag. Smedek.brugge Kreek 31-12-2025 1-12-2025 1.177 -25 1.152 81 81 77
PRJ1491B Baggeren grote wateren Bonte Kof 1-12-2024 1-12-2024 1.247 1.247 926 926 637
PRJ1491C Bag. Boschkreek De Sluis 1-12-2025 1-12-2025 1.961 1.961 10 10 6
PRJ1492 Uitv.WB-21/KRW/GGOR 2022 1-12-2024 1-12-2024 1.005 1.005 237 237 236
PRJ1498B Verv.best.techn.inst. Opmal 24 1-6-2024 1-6-2023 50 50 2 2 2
PRJ1504 Uitvoer.stedelijke waterplannen 2021 1-12-2023 1-12-2024 302 302 107 107 18
PRJ1506 Uitvoering SWO Heikant 2023 1-12-2024 1-12-2024 151 151 10 10 7
PRJ1508A Uitvoering SWO Vogelw Bresk.H.pl 1-12-2024 1-12-2024 563 563 114 114 111
PRJ1508D Uitvoering SWO Schoondijke 31-12-2024 1-12-2024 97 97
PRJ1509A Bijdrage SWO Vr.pl s-Gravenp Krabb 31-12-2024 1-12-2024 400 400
PRJ1509B Bijdrage SWO Schoondijke 31-12-2024 1-12-2024 70 70
PRJ1532A Vispassages voorbereidingskrediet 1-12-2023 636 636 317 317 48
totaal onderhanden investeringen 59.442 -8.453 50.989 29.723 -5.725 23.998 7.510
Algemeen voorbereidingskrediet
PRJ1153P Renovatie poldergemaal Baarland 50 50 16 16 16
PRJ1153Q Renovatie poldergemaal Coudorpe 50 50 12 12 12
PRJ1153R Poldergemaal Quarlespolder 50 50 16 16 16
PRJ1168F Gemaal Walsoorden 1-6-2029 45 45 31 31 28
PRJ1170B Klimaatrobuust watermanagement 1-2-2026 129 129 152 -23 129 89
PRJ1491 Bag. Sint Kruiskreek 1-12-2026 250 250 376 376 260
PRJ1493A Baggeren Goese Vesten + oevers 2025 100 100
PRJ1508B SWO Axel en Kortgene 1-12-2025 25 25 4 4 2
PRJ1560 Restauratie duikers Buthdijk (Axel) 60 60 70 70 61
totaal algemeen voorbereidingskrediet 759 759 677 -23 654 482
Intern in voorbereiding
PRJ1098A Vispassage gemaal van Borssele 1-12-2024 2 2 2
PRJ1153T Renovatie Poldergemaal Kadijk 1 1
PRJ1153X Renovatie pg Joh. Glerum 1 1 1
PRJ1391 BOB Zeeuws Vlaanderen 2 2
PRJ1434 Baggeren grote wateren v.a. 2027 1 1
PRJ1509 Bijdrage stedelijke waterplan 2023ev
PRJ1519A Uitvoering gemaal Othene 1-9-2026 6 6 6
PRJ1519B Renovatie gemaal Othene
PRJ1532 Vispassage De Luyster 1-12-2024 1 1
totaal intern in voorbereiding 14 14 10
Totaal programma watersystemen 68.782 -8.453 60.329 36.953 -5.749 31.204 8.237
Totaaltellingen kunnen afwijkingen i.v.m. afrondingen op duizendtallen

Toelichting investeringen

Terug naar navigatie - 2.3 Programma Watersystemen - Toelichting investeringen

Toelichting afgeronde investeringen

PRJ1034 PWO WB21/KRW/GGO 14-19
Het project betreft de Planvorming Water Opgave (PWO)voor gebied West Zeeuws-Vlaanderen. Dit gebied was het laatste gebied dat binnen het PWO programma is onderzocht. Het peilbesluit West Zeeuws-Vlaanderen heeft in het 1e kwartaal 2023 ter inzage gelegen en is vastgesteld in juni 2023. 
Het project is binnen de vastgestelde planperiode en binnen het beschikbaar gestelde krediet gerealiseerd.

PRJ1153I Revisie pompinstallatie gemaal Hellewoud 
Gemaal Hellewoud is een poldergemaal op Zuid-Beveland en staat aan de zuidkant van Ellewoutsdijk aan de rand van de Westerschelde. Dit gemaal is in de vijftiger jaren gebouwd en gedurende deze tijd is alleen de elektrische installatie een keer vernieuwd. Nu is de gehele pompinstallatie gereviseerd, zodat deze weer de komende jaren storingsvrij kan draaien. Aanvullend is de noodschuif vervangen aangezien tijdens het werk geconstateerd is dat deze in slechte staat was. Dit heeft plaatsgevonden in april 2023.
Het project is binnen de vastgestelde planperiode en binnen het beschikbaar gestelde krediet gerealiseerd.

PRJ1431B Baggeren Domburgse watergang '17
Het project betreft het baggeren van de Domburgse watergang en komt uit het programma Baggeren grote wateren. Het baggeren is uitgevoerd om de afvoercapaciteit te waarborgen (WB21/GGOR). Het project is technisch binnen de planning en het beschikbaar gestelde krediet afgerond. 

PRJ1443 OAS- Westerschouwen maatregelen watersysteem fase B
Dit project omvat het voorbereiden en uitvoeren van maatregelen aan het watersysteem in de periode 2021-2027 binnen de OAS Westerschouwen. Dit hangt doorgaans samen met maatregelen die gemeente treft. De OAS Westerschouwen is na de 1e fase (2014-2020) geëvalueerd en aan de hand van die evaluatie is een programma voor fase B gemaakt. Voor fase B zijn geen maatregelen voor het aanpassen aan het watersysteem in beeld en kan derhalve afgesloten worden.
Andere projecten die onder OAS fase B vallen zoals PRJ1521A relinen afvalwater en PRJ1187A aanpassing vrijvervalstelsel Westerschouwen staan geprogrammeerd binnen programma afvalwaterketen.

PRJ1456A Uitvoering duikers/stuwen GGOR/WB21 2021
Betreft het aanpassen van het watersysteem door het vergroten/verruimen van waterlopen, duikers en stuwen om daarmee te voldoen aan de normering voor Waterbeheer 21e eeuw (WB21) en aan de norm voor een Gewenst Grond- en Oppervlaktewaterregime (GGOR). Het betreft een taakstellend budget.
Binnen dit budget zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd met bijbehorende onderzoeken, te verleggen kabels en leidingen:
- 3 kokerduikers (rechthoekige) aangebracht in gebied Walcheren
- 1 kokerduiker (rechthoekige) inclusief stuw in gebied Walcheren
- 15 maatregelen uit de PWO zijn hiervoor uitgevoerd in de PWO gebieden Tholen, Walcheren, Schenge, Zuid-Beveland-Oost en Campen.
Daarnaast zijn er nog gronden aangekocht voor 5 maatregelen in de gebieden Tholen, Campen en Schenge.
Het project is technisch binnen de planning afgerond. Financieel is het project afgerond met een overschrijding van minder dan 10% en/of € 250.000,- .

PRJ1472 Uitvoering WB-21/KRW/GGOR 2021
Binnen dit budget zijn natuurvriendelijke oevers aangelegd, inclusief het uitvoeren van onderzoeken en aankoop van de benodigde gronden. De oevers zijn aangelegd in de gebieden: Campen, Othene, Tholen en Maelstede. Het project is technisch binnen de planning afgerond. Financieel is het project afgerond met een geringe overschrijding van € 2.000,-.

PRJ1498A Vervanging besturing technische installatie Opmaling 21 
Dit project behelst het automatiseren en groot onderhoud van stuwen. Hiervoor stonden 14 stuwen op de lijst om uit te voeren. Er zijn 3 stuwen volledig gerenoveerd en 11 stuwen zijn tijdelijk omgebouwd van besturing. Het project is binnen de vastgestelde planperiode en binnen het beschikbaar gestelde krediet gerealiseerd.

 

Toelichting belangrijkste afwijkingen bij de onderhanden investeringsprojecten

PRJ1088 Gemaal Zoetendijk Oud-Vossemeer
Het project betreft de bouw van een nieuwe onderbemaling aan de Zoetendijk te Oud-Vossemeer en het geschikt maken van de toevoerende waterloop door verruiming en vervangen van wegduikers. Het project is onderdeel van onze totale wateropgave in het kader van Waterbeheer 21e eeuw (WB21) uit het watergebiedsplan Tholen. Op dit project is een subsidiebijdrage voorzien vanuit Europa (POP3) en een nationale subsidie (Tijdelijke impulsregeling klimaatadaptie). Naar verwachting wordt het project binnen de vastgestelde planperiode en binnen het beschikbaar gesteld krediet gerealiseerd. 

PRJ1129 Gemaal de Poel, capaciteitsvergroting
Doel van deze maatregel is de afvoercapaciteit voor het onderbemalingsgebied De Poel zo goed te maken dat extreme omstandigheden niet leiden tot onacceptabele wateroverlast. De bemalingscapaciteit van deze onderbemaling moet door middel van volledige nieuwbouw worden verhoogd. Deze capaciteitsuitbreiding moet een belangrijke bijdrage leveren in het klimaatbestendig (WB21-proof) maken van het achterliggende gebied. Goede waterkwaliteit is een tweede doel van dit project. Een goede visstand is onderdeel van een goede waterkwaliteit. Daartoe moet het gemaal goed passeerbaar worden gemaakt voor vissen. Dat betekent dat het gemaal van het lage naar het hoge pand voor vis veilig passeerbaar moet zijn en andersom. Het uiteindelijk gewenste resultaat van het project is een voorziening waarbij alle aanwezige vis in het systeem stroomopwaarts kan trekken en terug.
Naar verwachting wordt het project binnen het beschikbaar gesteld krediet gerealiseerd met een uitloop van 6 maanden ten opzichte van de oorspronkelijke planning. De reden van uitloop betreft een langere voorbereidingstijd vanwege een intern capaciteitstekort.

PRJ1153J Gemaal de Luyster
Gemaal De Luyster is een poldergemaal gelegen aan de Zuiddijk te Sint Philipsland. Van dit gemaal is de bestaande krooshekreiniger toe aan vervanging. Tegelijkertijd wordt ook een deel van de elektrische installatie aangepast. Vanwege de natte weersomstandigheden in het najaar 2023 heeft het project vertraging opgelopen.
Naar verwachting wordt het project binnen het beschikbaar gesteld krediet gerealiseerd met een uitloop van meer dan 6 maanden ten opzichte van de oorspronkelijke planning. 

PRJ1153N Krooshekreiniging poldergemaal Oosterland en PRJ1153O Krooshekreiniginger poldergemaal Postweg
Het op peil houden van de polders vindt plaats met poldergemalen. Met het polderwater wordt allerlei drijvend materiaal meegevoerd. Dit drijvend materiaal wordt voor het poldergemaal tegengehouden door middel van een krooshek om te voorkomen dat de pomp verstopt en daardoor te allen tijde kan draaien. Een krooshek wordt voorzien van een automatische reiniger die het drijvend materiaal verwijdert, zodat het polderwater altijd vrij toestroomt naar het poldergemaal. Vanwege de natte weersomstandigheden in het najaar 2023 heeft het project vertraging opgelopen.
Naar verwachting worden beide projecten binnen het beschikbaar gesteld krediet gerealiseerd met een uitloop van meer dan 6 maanden ten opzichte van de oorspronkelijke planning.  

PRJ1167A Vispassage gemaal Lovenpolder
Gemaal Lovenpolder is de scheiding tussen waterlichaam Braakman en de achterliggende polder. De visstand in de achterliggende polder is te laag wat opgelost kan worden met de aanleg van een vispassage. De vispassage moet het gemaal tweezijdig passeerbaar maken voor de doelsoorten aal en stekelbaars. Niet alle vispassages in het beheer van het waterschap zijn tweezijde passeerbaar. Hierdoor kan de glasaal en stekelbaars in het voorjaar migreren naar de polder en kan de volgroeide vis in het najaar weer richting zee trekken door dezelfde leiding. Door de polder als leefgebied voor vis bij waterlichaam Braakman te trekken zal ook in de Braakman de visstand verbeteren. Naar aanleiding van nader onderzoek is dit project doorgeschoven in tijd. Het project wordt momenteel aanbesteedt. Naar verwachting wordt het project binnen het beschikbaar gesteld krediet gerealiseerd met een uitloop van minder dan 6 maanden ten opzichte van de oorspronkelijke planning. 

PRJ1168C Kruispolder-voorbereiding, PRJ1168D vispassage stuw Dreefken en PRJ1168E Kruispolder-uitvoer
Begin 2022 is het duidelijk geworden dat de plannen voor de Herinrichting Kruispolder en de uitbreiding van gemaal Paal zoals voorgesteld in het begrotingsplan vanwege opbarstgevaar geen doorgang konden vinden. In de tweede helft van 2022 zijn we tot een herzien ontwerp gekomen waarbij de gestelde doelen GGOR en KRW binnen de Kruispolder kunnen worden gerealiseerd. De planning is om het werk binnen de Kruispolder uit te voeren voor eind 2024 vanwege de beschikbaarheid van de toegezegde subsidie. In dit herzien ontwerp is de bouw van het gemaal Paal (WB21 opgaaf) komen te vervallen inclusief de waterloop. Deze WB21 opgaaf wordt nu op een later moment ingevuld door de bouw van een gemaal bij Walsoorden (PRJ1168F). Dit project is in de meerjarenbegroting opgenomen voor uitvoering in 2026.
De risico's bij de haalbaarheid van de planning van het project Kruispolder zijn de afronding van de vrijwillige kavelruil, de uit te voeren stikstofberekening en een lopende bezwaarprocedure. Dit laatste risico is ook relevant voor de uitvoer van project vispassage stuw Dreefken.

PRJ1431A Baggeren Vinkenisse-en Bathsekreek17
Dit project betrof het baggeren van de Vinkenissekreek en Bathsekreek ten behoeve van het verbeteren van de doorstroming (waterkwantiteit WB21, GGOR) en het bereiken van een goede waterkwaliteit (GGOR/KRW). Het zijn twee wateren uit het programma Baggeren grote wateren.
Het project is in 2019 technisch binnen de vastgestelde planperiode afgerond. Verder wacht de afronding van het project op een laatste schadeafhandeling van het baggerdepot. Verwachting is dat dit binnen het beschikbaar gesteld krediet kan worden afgerond. 

PRJ1431C Baggeren het Koegat '17
Het project betreft het baggeren van het Koegat nabij Vogelwaarde ter verbetering van de doorstroming (waterkwantiteit WB21, GGOR). Het betreft een project uit het programma Baggeren grote wateren. Het project is in 2019 technisch binnen de vastgestelde planperiode afgerond. De afronding van het project wacht op afhandeling van schade in het projectgebied.
Verwachting is dat dit binnen het beschikbaar gesteld krediet kan worden afgerond. 

PRJ1459 Baggeren uitwateringskanaal Cadzand
Het project omvat het baggeren van het uitwateringskanaal en Passageule (18 km) nabij Cadzand ten behoeve van verbetering waterafvoer en waterkwaliteit. Ook is er ca. 12 kilometer aan oeverbeschoeiingen vervangen om de instandhouding van de watergangen te garanderen. Voor het project is de POP3 subsidie volledig toegekend. Het project is in april 2023 technisch met een uitloop van minder dan 6 maanden opgeleverd. De onderhoudstermijn verloopt op 1 mei 2024. Naar verwachting wordt het project in 2024 financieel afgerond met een overschrijding van minder dan 10% of € 250.000,-.

PRJ1504 Uitvoer stedelijke waterplannen 2021
Het stedelijk waterbeheer wordt geoptimaliseerd door in overleg met verschillende gemeenten maatregelen te nemen door het aanpassen van stuwen en duikers, zodat de afvoer van neerslag uit het stedelijk gebied adequaat kan plaatsvinden. Het project (betreffende de locaties Kloosterzande en Ossenisse) zit vanwege grondonderhandelingen nog steeds in de begrotingsplanfase. Het project heeft een uitloop van meer dan 6 maanden op de oorspronkelijk vastgestelde einddatum.

 

2.4 Programma Wegen

Overzicht prestaties programma Wegen

Terug naar navigatie - 2.4 Programma Wegen - Overzicht prestaties programma Wegen

Weginspectie, bermen maaien, bomen snoeien, groot onderhoud: er is altijd veel werk aan de weg. Onze buitendienst neemt de dagelijkse zorg op zich. De wegenspecialisten op kantoor maken plannen voor verkeersveiligheid en het groen langs de wegen. Met bijna 4.000 kilometer plattelandswegen is het waterschap een belangrijke wegbeheerder in Zeeland (bron: Strategienota 2019-2023).

Prestatie-indicator Doel begroting 2023 Realisatie rekening 2023 BB
Aantal geregistreerde verkeersdoden op waterschapswegen 0-4* 3
Vrijliggende fietspaden voldoen aan de verkeersveiligheidseisen m.b.t. breedte (%) 79% 77%
80km-wegen ingericht volgens EHK (%) 100% 100%
Percentage van de wegen waarvan de kwaliteit van de verharding voldoet aan de CROW-eisen voor veiligheid 95% 93%
Percentage van de wegen waarvan de verharding voldoet aan de CROW-eisen voor comfort 95% 93%
Percentage van de wegen waarvan de verharding voldoet aan de CROW-eisen voor aanzien 95% 90%

Wat doen we om prestaties te realiseren - Algemeen

Terug naar navigatie - 2.4 Programma Wegen - Wat doen we om prestaties te realiseren - Algemeen

De wegen en fietspaden van het waterschap liggen in het buitengebied en hebben als doel woningen, bedrijven en percelen te ontsluiten. Daarnaast liggen onze wegen en fietspaden tussen woonkernen om doorgeleiding te bieden naar wegen van hogere orde. Door omgevingsfactoren zoals de vestiging van bedrijven en recreatievoorzieningen, de toenemende drukte op onze wegen en het steeds groter wordende landbouwmaterieel, aanscherping van richtlijnen, het veranderende klimaat (warmte en droogte zorgen voor schades aan onze verhardingen en funderingen) en verkeersonveilige situaties blijft ons werkveld constant in beweging.
 
Bij de inzet en de besteding van de middelen ligt onze prioriteit bij de verkeersveiligheid en het in stand houden van ons huidige areaal. Hierbij gaat het voornamelijk om het beheer en onderhoud van onze wegen, fietspaden en ons groen areaal. Waar mogelijk investeren we in verbetering van onze wegen. De jaarrekening 2023 laat echter ook zien dat de uitvoering van bovengenoemde werkzaamheden onder druk staat. We zien dat de kwaliteit van onze verhardingen achteruit gaat en het lukt ons niet om alle doelstellingen tijdig te realiseren. Diverse interne en externe factoren zijn hier de oorzaak van. Intern zijn het met name de beperkte financiële middelen, maar zeker ook de beperkte capaciteit die een grote rol spelen. Extern is met name de samenwerking van andere partijen cruciaal bij de voortgang.

De opgaven die er verder liggen vragen om een risico-gestuurde aanpak. Met de implementatie van assetmanagement is hier afgelopen jaar verder invulling aan gegeven. Het op orde brengen van onze data is hier een belangrijk onderdeel van. Zo is in 2023 onder andere  een start gemaakt met de doorontwikkeling van onze asset kunstwerken. Daarnaast is er veel aandacht geweest voor veilige wegbeplanting. Het project 'zorgplicht bomen' heeft hierin een risico gestuurde werkwijze opgeleverd waardoor onze middelen toekomstig optimaal kunnen worden ingezet. Voor de continuïteit is het belangrijk om 2024 blijvend in bovengenoemde te investeren. 

Verkeersveiligheid - Algemeen

Terug naar navigatie - 2.4 Programma Wegen - Verkeersveiligheid - Algemeen

We spannen ons zodanig in, dat er zo min mogelijk verkeersslachtoffers zijn. Elk ongeval en elk verkeersslachtoffer is er één teveel. Maar de realiteit laat ons helaas zien dat er ongelukken plaatsvinden, waarbij soms verkeersslachtoffers vallen. De ambitie van de Zeeuwse wegbeheerders is om maatregelen te treffen die zorgen voor een scherpe daling van het aantal ernstige ongevallen. Als indicator hanteren we vooralsnog het aantal geregistreerde verkeersongevallen met dodelijke afloop.

In 2023 zijn op de waterschapswegen drie verkeersongevallen met dodelijke afloop te betreuren: 1 op Walcheren (Hondegemsweg op 20 maart, gebiedsontsluitingsweg 80 km/uur), 1 op Noord-Beveland (Oostbermweg op 26 augustus, erftoegangsweg 60 km/uur) en 1 op Schouwen-Duiveland (Elkerzeeseweg op 20 december, gebiedsontsluitingsweg 80 km/uur). Bij het ongeval op de Oostbermweg waren een fietser en landbouwvoertuig betrokken. Op de andere locaties alleen (vracht)auto’s. In alle gevallen waren de slachtoffers mannen, tussen de 39 en 75 jaar. In 2022 was sprake van een forse uitschieter met 12 dodelijke ongevallen. In 2023 zitten we weer op het gemiddelde niveau van de jaren voor 2022. 

Ondanks dat er geen rechtstreeks verband tussen de status van onze wegen en de afname van het aantal verkeersdoden blijkt te zijn hebben we in 2023 op diverse manieren geïnvesteerd in het verbeteren van de verkeersveiligheid. Hierbij valt te denken aan bijvoorbeeld plateaus op de Dirksweg bij Brouwershaven en de Weg door Het Dijkwater tussen Dreischor en Sirjansland. 

Verkeersveiligheid - Veilige fietsroutes

Terug naar navigatie - 2.4 Programma Wegen - Verkeersveiligheid - Veilige fietsroutes

-Vrijliggende fietspaden voldoen aan de verkeersveiligheidseisen m.b.t. breedte

In 2023 hebben we opvolging gegeven aan de beleidsnotitie Verkeersveiligheid. Met de vastgestelde prioritering hebben we invulling gegeven aan de aanpak van de in de notitie benoemde knelpunten. In 2023 hebben we geen fietspaden verbreed. Daarmee blijft het gerealiseerde percentage van vorig jaar staan op 77%. Voor 2024 staan diverse projecten op de planning, maar die lopen om uiteenlopende redenen, zoals een bezwaarprocedure en verleggen van kabels en leidingen vertraging op. Wel gaan we in 2024 een nieuw fietspad aanleggen langs de Roterijdijk. 

Verkeersveiligheid - Veilige staat van de weg

Terug naar navigatie - 2.4 Programma Wegen - Verkeersveiligheid - Veilige staat van de weg

-Percentage van de wegen waarvan de kwaliteit van de verharding voldoet aan de CROW-eisen voor veiligheid

Vooralsnog hanteren we de landelijke CROW-eisen voor de kwaliteit van de verharding van de weg als indicator voor de veilige staat van de weg. De kwaliteit van de verharding gaat al jaren langzaam achteruit. In 2023 is voor het eerst gebleken dat de wegverhardingen niet meer voldoen aan de afgesproken normen. Waarschijnlijk is deze dalende trend al iets langer aan de gang, maar dit konden we een aantal jaren niet meten doordat vanwege Corona eerder geen weginspecties mogelijk waren.

Door het uitvoeren van het beheer en onderhoud hebben we er tussentijds voor gezorgd dat de staat van de weg (inclusief bermen, beplanting en kunstwerken) geen gevaar voor de weggebruikers heeft opgeleverd. Hierbij heeft de zorgplicht en de staat van de bermen en de beplanting specifiek onze aandacht gekregen. Dit draagt bij aan de veiligheid van onze wegen. Blijvend investeren in onze zorgplicht blijft toekomstig van belang. In 2024 willen we de veiligheid van onze wegen inzichtelijk maken. Hierbij wordt de totale inrichting van een weg, inclusief de bermen, beoordeeld op basis van landelijk normen.

Voor een veilige staat van de weg hebben we ook onze asset kunstwerken beter in beeld gebracht. Daar zijn we echter nog niet mee klaar. Ook aan het afzetten van deze asset tegen de landelijke veiligheidsnormen en het prioriteren van de opgaven voor wat betreft het beheer en onderhoud op basis van risico, beschikbare capaciteit en middelen zal in 2024 nog verdere invulling worden gegeven. 
Om de veiligheid op onze wegen te borgen hebben we ook de Zeeuwse samenwerking voor de gladheidbestrijding dit jaar voortgezet. In 2022 zijn partijen een nieuwe, langdurige samenwerkingsovereenkomst aangegaan, waarbij Rijkswaterstaat de coördinerende partij is. In 2024 zal deze nieuwe samenwerkingsconstructie worden geëvalueerd.

Verkeersveiligheid - Veilig rijgedrag

Terug naar navigatie - 2.4 Programma Wegen - Verkeersveiligheid - Veilig rijgedrag

Een groot deel van de verkeersveiligheid hangt samen met het rijgedrag van de weggebruikers. Weggebruikers vertonen veiliger rijgedrag indien ze zich bewust zijn van wat er qua snelheid van hen wordt verwacht. Vanuit het waterschap hebben we hier in 2023 middels de plaatsing van verkeerstellingen en matrixborden aan bijgedragen. Verder hebben we het afgelopen jaar samengewerkt met de andere Zeeuwse wegbeheerders om veilig rijgedrag te bevorderen en zetten deze samenwerking voort. Bijvoorbeeld "Wie zaait moet oogsten" voor bewustwording bij diverse weggebruikers tijdens de oogstcampagne en de campagne “MONO”.

Bereikbaarheid

Terug naar navigatie - 2.4 Programma Wegen - Bereikbaarheid

Onder bereikbaarheid verstaan we dat een bestemming door het daarvoor bestemde verkeer binnen een redelijke tijd en via een geschikte weg kan worden bereikt. Als norm voor redelijke tijd wordt er van uit gegaan dat de inrichting van ons wegennet zodanig is dat automobilisten uit de grotere kernen (>1.000 inwoners) binnen 10 minuten op het hoofdwegennet kunnen zijn en tegelijkertijd ook de andere weggebruikers binnen redelijke tijd hun bestemming kunnen bereiken. Bij de inrichting van ons wegennet, het beheer en onderhoud daaraan alsook de advisering inzake plannen van derden hebben we hier rekening mee gehouden.

Omgeving

Terug naar navigatie - 2.4 Programma Wegen - Omgeving

De weg is aantrekkelijk voor de weggebruiker, geeft minimale overlast voor de omgeving en past in het landschap.

- Percentage van de wegen waarvan de verharding voldoet aan de CROW-eisen voor comfort
- Percentage van de wegen waarvan de verharding voldoet aan de CROW-eisen voor aanzien 

Wegen nemen in het Zeeuwse landschap een prominente plaats in. Inwoners hebben dan ook veel aandacht voor de uitstraling van deze wegen, waarbij naast de wegverharding ook de bermen inclusief de beplanting een belangrijke rol spelen. Goed rentmeesterschap ten aanzien van natuurwaarden, landschappelijke waarden en cultuurhistorische waarden is hierbij het uitgangspunt. We houden rekening met de biodiversiteit en de aanplanting van inheemse soorten om kwetsbaarheid en ziekte te voorkomen. 

Vanuit de CROW eisen voor het comfort en het aanzien van onze wegen werken we aan een norm om de beeldkwaliteit van het totale wegbeeld vast te stellen. Dit zodat we hier ook aan kunnen toetsen. In 2024 gaan we onderzoeken of de landelijke systematiek voor 'beeldkwaliteit' die door veel gemeenten wordt toegepast, ook voor het waterschap van toegevoegde waarde kan zijn om de beleving van weggebruikers en bewoners beter te integreren in ons beleid en beheer en onderhoud. Tot die tijd hanteren we de landelijke CROW-eisen voor comfort en aanzien van de verharding van de weg als indicatoren voor wat betreft de omgeving.

Om de kwaliteit van de verhardingen in beeld te brengen zijn in de periode mei tot en met oktober de GLObale VISuele (GLOVIS) inspecties uitgevoerd door de opzichters en kantonniers van team WE-B&O. In oktober zijn deze inspecties afgerond en zijn de PI’s met betrekking tot de kwaliteit van de verharding met behulp van het beheersysteem OBSURV berekend. Helaas zijn niet alle inspecties op tijd uitgevoerd en ook zijn niet alle mutaties aan onze wegen voor 100% verwerkt. Hierdoor zijn de berekende cijfers niet 100% betrouwbaar, maar er tekent zich desondanks duidelijk een trend af dat we niet in staat zijn om te voldoen aan de afgesproken percentages op het gebied van veiligheid, aanzien en comfort.

In 2023 is veel energie gestoken in het op orde brengen van onze zorgplicht met betrekking tot wegbeplantingen. Er is een nieuwe risico gestuurde werkwijze ontwikkeld waarbij bomen die meer risico veroorzaken vanwege hun kenmerken of standplaats meer aandacht krijgen dan bomen die minder risico vormen. Op die manier kunnen we onze beperkte middelen optimaal inzetten waarbij we minimaal voldoen aan de wettelijke eisen op het gebied van zorgplicht.

Verder zorgen we er ook in 2024 voor dat de hoeveelheid beplanting niet afneemt. Wanneer we geen ruimte hebben langs onze wegen, zoeken we naar alternatieve oplossingen om gerooide bomen te compenseren. Dat kan ook door deelname aan projecten van derden. We streven bij de omvorming van onze beplanting naar meer variatie in soorten en de toepassing van zoveel mogelijk inheemse beplanting.

Exploitatie

Terug naar navigatie - 2.4 Programma Wegen - Exploitatie
Bedragen x € 1.000
Kosten- en opbrengstsoorten Rekening 2022 Begroting 2023, inclusief begrotingswijzigingen Rekening 2023
Externe kosten 12.194 23.718 23.665
Externe opbrengsten -18.029 -18.644 -18.774
Personeelskosten 4.322 4.569 4.717
Rente en afschrijving 2.899 2.668 2.716
Netto kosten programma Wegen 1.386 12.311 12.324

Externe kosten

Terug naar navigatie - 2.4 Programma Wegen - Externe kosten

Het grootste deel van de externe kosten is besteed aan onderhoud (en verbetering) van wegen en dan met name aan de verharding en bermen inclusief de aanwezige beplanting. Daarnaast is onderhoud uitgevoerd aan kunstwerken in wegen en aan voorzieningen vanuit verwante belangen (o.a. recreatie). Een andere belangrijke pijler is de verkeersveiligheid. Meest in het oog springend is hierbij de uitvoering van gladheidbestrijding. Daarnaast zijn maatregelen uitgevoerd om knelpunten op te lossen en is onderhoud uitgevoerd aan wegmeubilair, verlichting en markeringen. Vanuit de calamiteitenbestrijding wordt het waterschap steeds meer geconfronteerd met illegale lozingen en dumpingen, waarbij de kosten lastig te verhalen zijn.

Aan de primaire begroting van programma Wegen is via begrotingswijzigingen gedurende het jaar in totaal € 5.916.000,- aan toegevoegd.

  • 1e begrotingswijziging 2023 € 4.652.000,- voor het uitgesteld werk deklagenbestek 2022.
  • 2e begrotingswijziging 2023 € 885.000,- voor uitgestelde werken uit 2022 en het tekort bij aanbesteding van het deklagenbestek 2023.
  • 4e begrotingswijziging 2023 € 529.000,- voor tekorten als gevolg van prijsstijgingen/indexeringen bij onderhoud verhardingen en bermen.
  • 5e begrotingswijziging 2023 -€ 150.000,- voor het doorschuiven van uitgesteld werken naar 2024.

De externe kosten komen op totaalniveau ongeveer € 53.000,- lager uit dan de gewijzigde begroting. Hieronder een toelichting op de belangrijkste verschillen tussen de begroting en werkelijke kosten in 2023.

  • Calamiteitenbestrijding € 217.000,- hoger
    Betreft een samenwerking met de Provincie Zeeland en een calamiteitenaannemer. Dit contract is gezamenlijk door provincie en waterschap aanbesteed. Ten aanzien van calamiteitenbestrijding wegenbeheer zijn we niet binnen het beschikbare budget gebleven. Belangrijkste oorzaak hiervan zijn de (extra) opruimingskosten als gevolg van drugsdumpingen.
  • Onderhoud beplanting € 194.000,- hoger
    De kosten voor het onderhoud van de beplanting waren hoger door hogere eenheidsprijzen uit het nieuwe bestek en extra onderhoudswerkzaamheden. Tevens zijn er extra kosten gemaakt voor het opruimen na stormschades en net als voorgaande jaren is er in het kader van ziektebestrijding ook meer bestrijding van de iepziekte geweest.
  • Onderhoud kunstwerken € 265.000,- lager
    Er zijn in 2023 minder inspecties uitgevoerd en er is minder onderhoud aan bruggen en duikers uitgevoerd dan gepland. Dit wordt vooral veroorzaakt door het ontbreken van betrouwbare data en het gebrek aan personele capaciteit. In 2023 zijn we gestart met een project om de data van bruggen op orde te brengen. Dat zal in 2024 worden voortgezet, waarna dit proces in 2025 integraal zal worden opgevolgd voor de duikers. Om zowel het bestuursakkoord als de begroting in 2024 te kunnen realiseren is capaciteit noodzakelijk. Hierin zijn we in afwachting van besluitvorming.
  • Beleidsontwikkeling (Eigen Plannen/Plannen van derden/Beheerregister) € 86.000,- lager
    Een aantal studies en onderzoeken in het kader van gebiedsgerichte aanpak konden in 2023 niet worden uitgevoerd en zijn doorgeschoven naar 2024.
  • Overdrachten wegen € 92.000,- lager
    We hebben minder betaald aan gewenningsbijdragen vanwege bestuurlijke afspraken met betrekking tot het Justitieel Complex Vlissingen en vanwege het opnieuw doorschuiven van een aantal andere overdrachten.
  • Gladheidsbestrijding € 61.000,- lager
    De kosten voor de gladheidbestrijding zijn dit jaar iets lager dan begroot. De weersomstandigheden zijn hierbij altijd de bepalende factor. Er zijn in 2023 minder acties uitgevoerd dan gemiddeld.
  • Verlichting € 61.000,- lager
    Diverse opdrachten voor aanpassingen en reparaties aan openbare verlichting konden in 2023 niet worden uitgevoerd en zijn doorgeschoven naar 2024 als gevolg van te weinig capaciteit bij de gecontracteerde aannemers.
  • Onderhoud weg- en bermverhardingen € 33.000,- lager
    Vanwege het doorschuiven van het deklagenbestek 2022 hebben we in 2023 twee deklagenbestekken uitgevoerd. In combinatie met het aanbrengen van deklagen worden ook grote hoeveelheden doorgroeistenen aangebracht. De gezamenlijke budgetten voor deze werkzaamheden bedroegen €12.872.000,-. Uiteindelijk zijn de uitgaven €197.000,- lager uitgekomen vanwege minderwerk.
    De kosten voor klein onderhoud aan verhardingen en bermen zijn € 164.000,- hoger dan begroot. Dit is voornamelijk het gevolg van de prijsstijgingen door indexering van de meerjarige onderhoudscontracten.

Externe opbrengsten

Terug naar navigatie - 2.4 Programma Wegen - Externe opbrengsten

De externe opbrengsten in de begroting van het programma Wegen worden enerzijds gevormd door de bijdrage die wordt verkregen vanuit het gemeentefonds voor het onderhoud aan onze wegen. Verder worden er opbrengsten verkregen door schadevergoedingen die we verkrijgen van onder andere het schadefonds naar aanleiding van calamiteiten. Denk hierbij aan geld dat we ontvangen voor schade die door derden veroorzaakt worden aan onze lichtmasten. Daar waar kan verhalen we de schade op de veroorzaker. Tot slot worden er soms werkzaamheden uitgevoerd voor derden. De kosten voor bijvoorbeeld onderhoud, verharding en beplantingen worden in die gevallen doorberekend. De financiering die we vanuit bovenstaande elementen ontvangen, wordt toegerekend aan onze opbrengsten. 

De externe opbrengsten zijn op totaalniveau ongeveer € 130.000,- hoger dan begroot. Hieronder een toelichting op de belangrijkste verschillen

  • Opbrengsten uit het gemeentefonds € 108.000,- lager.
    De definitieve indexering vanuit de Wet Herverdeling Wegenbeheer is voor 2023 lager dan begroot. In de begroting was rekening gehouden met het voorlopige indexcijfer van 3,9%. Het definitieve indexcijfer voor 2023 is in de septembercirculaire van het gemeentefonds vastgesteld op 3,1% waardoor de bijdrage € 108.000,- lager wordt.
  • Schadevergoedingen € 117.000,- hoger.
    Opbrengsten uit schadevergoedingen na aansprakelijkheidsstellingen als gevolg van schade aan beplanting, lichtmasten, wegmeubilair en bij calamiteiten.
  • Subsidies en bijdragen van overheden € 102.000,- hoger.
    Subsidies van het Rijk voor werkzaamheden aan het Nationaal Plan Landelijk Gebied (NPLG), het uitvoeren van verkeersveiligheidsmaatregelen (SPV) en bijdragen van de provincie voor het opruimen van drugsafval.
  • Diverse opbrengsten voor werkzaamheden voor derden € 18.000,- hoger.
    Opbrengsten voor diensten en werkzaamheden voor derden aan verhardingen en beplantingen.

Personeelskosten

Terug naar navigatie - 2.4 Programma Wegen - Personeelskosten
  • Personeelskosten € 148.000,- hoger.
    De totale personeelslasten op dit programma vallen 3,2% hoger uit dan bij de begroting ingeschat. Voor het programma wegen is een formatie begroot van 46,5 fte waarvan eind 2023 0,8 fte niet is ingevuld. Er is vanwege de vacatureruimte extra ingehuurd om de werkzaamheden uit te voeren, hiertegenover staat een besparing aan eigen personeel. Per saldo resteert er nog een nadeel van € 148.000,- op dit programma.

Rente en afschrijving

Terug naar navigatie - 2.4 Programma Wegen - Rente en afschrijving

Rente- en afschrijvingskosten € 47.000,- hoger.
Doordat in de begroting 2023 rekening was gehouden met een stelselwijziging welke achteraf pas in 2024 ingaat, vallen de afschrijvingskosten € 97.000 hoger uit. Daarnaast een rentevoordeel van € 50.000,-.

Investeringen Programma Wegen

Terug naar navigatie - 2.4 Programma Wegen - Investeringen Programma Wegen
bedragen x € 1.000
Project Projectnaam Technisch afgerond cf AV besluit Geplande technische afronding AV besluitvorming Werkelijke bestedingen
AV-krediet bruto AV-krediet subs/bijdr AV-krediet netto t/m 2023 bruto t/m 2023 subs t/m 2023 netto netto in 2023
3 programma wegen
Financieel afgerond
PRJ1497A Herinrichting Wijkhuijsweg 1-6-2021 1-5-2021 573 573 548 -31 518 -13
PRJ1497B Verbr.Bunkerpad en fietspad Zwaanweg 1-12-2021 1-6-2022 652 652 761 -291 470 -6
PRJ1497C Verbreding fietspad Langendijk 1-12-2022 1-10-2022 519 -159 360 332 -114 218 1
PRJ1500 Landbouwroute Kamperland 1-11-2020 1-6-2021 1.255 -686 569 1.150 -633 517 12
PRJ1525 Reconstructies wegen 2022 1-6-2023 1-6-2023 2.585 2.585 2.268 2.268 315
totaal financieel afgerond 5.584 -845 4.739 5.060 -1.069 3.991 309
Onderhanden investeringen
PRJ1299 Fietspad Roterij-Zuiddijk(Dreischor) 31-12-2024 3.473 -2.291 1.182 1.177 -160 1.017 605
PRJ1497D Gebiedsgerichte aanpak Borsele-Oost 1-12-2022 1-9-2023 459 -195 264 362 -195 167 -88
PRJ1497K Fietspad Zanddijk/GGA 1-12-2025 1-12-2025 650 650 400 400 400
PRJ1497L Bijdrage passeerstroken Schoondijke 31-12-2024 1-12-2024 54 54
PRJ1514D Gr.onderhoud kunstwerken wegen 2023 31-10-2023 1-10-2023 100 100 86 86 86
PRJ1554 Reconstructies Wegen 2023 2.345 2.345 744 744 561
PRJ1555 Reconstructies Wegen 2024 31-12-2025 1-3-2025 2.793 2.793 39 39 39
totaal onderhanden investeringen 9.874 -2.486 7.388 2.809 -355 2.453 1.603
Algemeen voorbereidingskrediet
PRJ1462A Reconstructie Vrijstraat Sas v. Gent 20 20 7 7
PRJ1497E Verbr.fietspaden Klaasses- en Werend 1-12-2024 145 145 349 349 217
PRJ1497F Verbreding fietspad Doeleweg 1-12-2025 110 110 25 25 5
PRJ1514B Gr.onderhoud kunstwerken wegen 2025 1-12-2025 60 60 45 45 45
totaal algemeen voorbereidingskrediet 335 335 426 426 267
Intern in voorbereiding
PRJ1497H Verbreding fietspad Provincialeweg 1 1 1
PRJ1573 Reconstructies wegen 2025 2 2 2
totaal intern in voorbereiding 3 3 3
Totaal programma wegen 15.793 -3.331 12.462 8.298 -1.424 6.874 2.182
Totaaltellingen kunnen afwijkingen i.v.m. afrondingen op duizendtallen

Toelichting investeringen

Terug naar navigatie - 2.4 Programma Wegen - Toelichting investeringen

Hieronder is een overzicht opgenomen van de investeringen, onderverdeeld in financieel afgeronde - en onderhanden investeringen.

Toelichting investeringen financieel afgerond

PRJ1497A Herinrichting Wijkhuijsweg
Het project betreft het herinrichten en verbreden van de Wijkhuijsweg bij Oostkapelle. De herinrichting en verbreding is gecombineerd met groot onderhoud. Bij de herinrichting zijn onder andere grasbetontegels geplaatst, diverse passeerstroken aangelegd en is een deel van de asfaltverharding in een afwijkende grijze kleur uitgevoerd waarmee een fietssuggestiestrook is ontstaan. Voor de herinrichting is in het kader van de Regeling stimulering verkeersveiligheidsmaatregelen 2020-2021 een subsidie bij het Rijk aangevraagd en verkregen. Het project is technisch in 2021 afgerond en gerealiseerd binnen het beschikbare krediet. De financiële afronding heeft eind 2023 plaatsgevonden na vaststelling van de subsidie. Het project afgerond binnen het beschikbare krediet.

PRJ1497B Verbreden Bunkerpad en fietspad Zwaanweg
In dit project zijn het fietspad Bunkerpad van Middelburg naar Vlissingen en het fietspad Zwaanweg bij Koudekerke verbreed naar 3,5 meter. Het fietspad Bunkerpad is in juni 2021 opgeleverd en het fietspad Zwaanweg is in november 2021 opgeleverd. Voor het verbreden van deze fietspaden is ook een subsidie aangevraagd in het kader van de Regeling stimulering verkeersveiligheidsmaatregelen 2020-2021 bij het Rijk. Het project is technisch in 2021 afgerond en gerealiseerd binnen het beschikbare krediet. De financiële afronding heeft plaatsgevonden in 2023 na vaststelling van de subsidie.

PRJ1497C Verbreding fietspad Langendijk
Het fietspad langs de Langendijk tussen Scharendijke en Den Osse is onderdeel van het utilitaire fietsnetwerk. Dit betekent dat het fietspad veel bereden wordt en verbreed moet worden om de verkeersveiligheid te waarborgen. Het fietspad had een breedte van 2,75 meter en is in 2022 over de volledige lengte van 1.700 meter verbreed naar 3,50 meter. Voor het verbreden van dit fietspad is ook een subsidie aangevraagd in het kader van de Regeling stimulering verkeersveiligheidsmaatregelen 2020-2021 bij het Rijk. Het project is technisch afgerond in 2022. De financiële afronding heeft in 2023 plaatsgevonden na vaststelling van de subsidie.

PRJ1500 Landbouwroute Kamperland
Dit project bestaat uit een drietal onderdelen:

  1. Het zorgen voor een optimale bereikbaarheid van de mestsilo aan de Schaapskooiweg en de landbouwpercelen rondom de mestsilo. Hiervoor worden diverse wegen in de omgeving van Kamperland verbreed en versterkt. 
  2. Het verhogen van de bereikbaarheid van de landbouwpercelen rondom Kamperland en daarmee verbeteren van het Kwaliteitsnetwerk Landbouwverkeer Zeeland. Hiervoor worden diverse wegen verbreed en versterkt en een kruispunt aangepast.
  3. Het verhogen van de veiligheid en verminderen van de overlast op de Stekeldijk bij Plankendorp door het uitbuigen van de weg. Dit project was in 2020 al grotendeels technisch afgerond, alleen bij het kruispunt Ruiterplaatweg moest eerst een voorbelasting aangebracht worden omdat het kruispunt een zettingsgevoelige ondergrond heeft. In het tweede kwartaal van 2021 is de voorbelasting verwijderd en zijn de werkzaamheden aan het kruispunt afgerond waarmee het project in juni 2021 technisch is opgeleverd. De verantwoording voor de POP3-subsidie is eind 2021 ingediend en begin 2022 vastgesteld. In 2023 is op één locatie nog herstelwerk uitgevoerd waarna het project ook financieel binnen het beschikbare krediet is afgerond.

PRJ1525 Reconstructies wegen 2022
Voor de wegreconstructies wordt jaarlijks een investeringsbudget van € 2.345.000,- beschikbaar gesteld. Voor het jaar 2022 bestond het project uit twee deelprojecten. Het eerste deelproject is de reconstructie van de Kapelleweg-Ringdijk te Scharendijke en het tweede deelproject is de reconstructie Olmendijkweg te Philippine. Tijdens de voorbereidingen begin 2022 bleek dat de kosten voor de reconstructies hoger zouden worden dan het beschikbaar gestelde budget. In de algemene vergadering van 7 april 2022 is dan ook een aanvullend krediet aangevraagd en verstrekt waarmee het krediet werd verhoogd naar € 2.585.000,-. Het werk aan de Kapelleweg Ringdijk is op 7 december 2022 opgeleverd en het werk aan de Olmendijkweg is op 1 november 2022 opgeleverd. De onderhoudstermijn van beide reconstructies liep door in 2023 waarna het project financieel is afgerond binnen het beschikbare krediet. 

Toelichting bij de onderhanden investeringsprojecten

PRJ1299 Fietspad Roterijdijk-Zuiddijk (Landbouwroute Dreischor)
In dit project wordt een fietspad aangelegd langs de Roterij- en de Zuiddijk tussen de aansluiting met de Kloosterweg (N654) bij Schuddebeurs en de aansluiting met de Bogerdweg bij Dreischor. De aanleg van het fietspad wordt gecombineerd met de herinrichting van aansluitingen met de aanliggende wegen en tevens worden een aantal wegen (deels) verbreed. Door de aanpassingen wordt de verkeersveiligheid van fietsers verbeterd en wordt het doorgaande verkeer, dat in de huidige situatie door Dreischor rijdt, om het dorp heen geleid. De grondverwerving is inmiddels afgerond. Voor de uitvoering is een Europese subsidie aangevraagd in het kader van het Plattelands Ontwikkelings Programma (POP3) en een Rijkssubsidie in het kader van de Regeling stimulering verkeersveiligheidsmaatregelen 2022-2023. Daarnaast draagt ook de gemeente Schouwen-Duiveland financieel bij aan het project. De aanbesteding van het werk is gepland voor april 2024 waarna het werk volgens planning in 2024 wordt uitgevoerd.

PRJ1497D Gebiedsgerichte aanpak Borsele-Oost
Door de groei van bedrijven stijgt de verkeersintensiteit rondom Hoedekenskerke. Het gaat hierbij zowel om toeristen als vrachtverkeer die elkaar over delen van het traject moeten passeren. Om de verkeersveiligheid te waarborgen zijn wij in het najaar van 2022 gestart met de volgende werkzaamheden:
- Verbreding van de wegen om de mogelijkheid tot passeren te verbeteren
- Instellen van adviessnelheden op onoverzichtelijke wegdelen
- Aanpak van twee kruispunten om de oversteek van voetgangers veiliger te maken
Dit project is uitgevoerd in samenwerking met de provincie Zeeland en de gemeente Borsele. Ook deze partijen hebben werkzaamheden uitgevoerd om de verkeersveiligheid in het gebied te optimaliseren. Voor het onderdeel verbreden van de wegen hebben we een financiële bijdrage van de gemeente Borsele ontvangen. De eerste fase van het project was in 2022 afgerond. De tweede fase (groot onderhoud aan de weg) is uitgevoerd in het najaar van 2023. De financiële afronding van het project volgt na afloop van de onderhoudstermijn in maart 2024. De verwachting is dat het project binnen het beschikbaar gestelde krediet wordt uitgevoerd.

PRJ1497K Fietspad Zanddijk / GGA
In het bestuurlijk overleg met de Provincie Zeeland en de gemeente Reimerswaal is afgesproken dat waterschap Scheldestromen een bijdrage van € 650.000,- zal leveren aan de Provincie Zeeland voor het project Zanddijk om de werkzaamheden aan fietsinfrastructuur en onze wegen uit te voeren bij de herinrichting van de Zanddijk bij Yerseke en het verbeteren van de fietsveiligheid rondom de nieuwe weg naar het bedrijventerrein Olzendepolder. In 2023 is conform afspraken een eerste bijdrage van € 400.000,- betaald aan de Provincie Zeeland. De resterende bijdrage van € 250.000,- wordt in 2025 betaald. 

PRJ1514D Groot onderhoud kunstwerken 2023
In 2023 hebben we het houten rijdek en de houten leuningen van de fiets- en voetgangersbrug in de Havenweg bij Ritthem vervangen. Vanwege de slechte weersomstandigheden is het niet gelukt de slijtlaag op het rijdek in 2023 aan te brengen. Dat wordt opgeschoven naar het voorjaar van 2024. De technische afronding die in oktober 2023 was gepland schuift op naar april 2024. Het project wordt naar verwachting binnen het beschikbare krediet uitgevoerd en de financiële afronding zal conform planning in mei 2024 plaatsvinden.

PRJ1554 Reconstructies wegen 2023
Voor dit project stonden wegreconstructies van 4 locaties op de planning, de Annavosdijk en Oudelandsedijk in de gemeente Tholen, de Reeweg in de gemeente Reimerswaal, de Oudelandsepolderdijk in de gemeente Borsele en de Heidedijk en Zwingelweg in de gemeente Hulst. Volgens de planning zouden in 2023 de Oudelandsepolderdijk en de Reeweg worden uitgevoerd. Hiervan is de Oudelandsepolderdijk voltooid en de oplevering van de Reeweg is vanwege de slechte weersomstandigheden in het najaar van 2023 doorgeschoven naar het voorjaar van 2024. De verwachting is dat de Annavosdijk in het voorjaar van 2025 wordt uitgevoerd. De laatste locatie Heidedijk/Zwingelweg kon als gevolg van gestegen prijzen bij de aanbestedingen van de eerste 3 locaties niet meer worden uitgevoerd binnen het beschikbare krediet. Omdat er binnen het krediet van de wegreconstructies 2024 nog ruimte was is besloten deze locatie te verschuiven naar de Reconstructies Wegen 2024 in plaats van het aanvragen van extra krediet. 

Toelichting investeringen algemeen voorbereidingskrediet

PRJ1462A Reconstructie Vrijstraat (Sas van Gent)
De uitvoering van deze reconstructie stond gepland in 2024 en wordt mede gefinancierd vanuit de gemeente Terneuzen en de gemeente Assenede (B). Echter de gemeente Assenede heeft aangegeven pas vanaf 2025 over krediet te kunnen beschikken. Dit betekent dat ook de werkzaamheden vanuit de scope van het waterschap en de gemeente Terneuzen doorschuiven naar 2025 of later. Door middel van het uitvoeren van (klein) onderhoud wordt ervoor gezorgd dat er in de tussenliggende periode geen gevaarlijke situaties ontstaan.

PRJ1497E Verbreden fietspaden Klaassesweg en Werendijkseweg
Het project betreft het verbreden van het fietspad en de rijbaan van de Werendijkseweg en de Klaassesweg ten zuidoosten van Zoutelande inclusief de verbreding van het fietspad wat hierop aansluit tussen de Bergweg en de Strandweg. De verbreding van de fietspaden volgt uit de beleidsnotitie Verkeersveiligheid en de prioriteringssystematiek die is opgesteld voor de projecten die volgen uit deze beleidsnotitie. De fietspaden hebben een breedte van 2,30 meter en worden waar mogelijk verbreed naar 3,50 meter. De rijbaan wordt verbreed van 3,50 meter naar 4,50 meter. Dit project is momenteel nog in voorbereiding en de uitvoering stond op de planning voor 2024. Deze planning is nu grotendeels verschoven naar 2025. De voorbereidende werkzaamheden zoals het rooien van beplantingen en het verleggen van kabels en leidingen zullen nog in 2024 starten en worden in het voorjaar van 2025 afgerond. In het najaar van 2025 wordt gestart met de verbreding die in het voorjaar van 2026 wordt afgerond.

PRJ1497F Verbreding fietspad Doeleweg
Het project omvat de verbreding van het fietspad langs de Doeleweg tussen de bebouwde kom van Middelburg en de bebouwde kom van Arnemuiden. Het pad heeft een breedte van 2,70 meter en een lengte van circa 1.345 meter. Het pad is onderdeel van het provinciale utilitaire fietsnetwerk en dient te worden verbreed naar 3,50 meter. Dit betekent een verbetering van de verkeersveiligheid en verkleint de kans op verkeersongevallen. Het project is momenteel nog in voorbereiding en stond op de planning om in 2024 te worden gerealiseerd. Als gevolg van vertraging in de grondaankopen voor de verbreding is de realisatie van het project vooralsnog uitgesteld naar 2025. 

PRJ1514B Groot onderhoud kunstwerken 2025
Binnen dit project worden de duiker in de Zandweg bij Ritthem en de duiker in de Domeinplaatweg bij ’s-Heer Arendskerke vervangen. Daarnaast worden ook de bruggen in de Everseweg en Reeweg bij Yerseke vervangen door duikers. De voorbereidingen zijn eind 2023 gestart en de uitvoering staat gepland voor 2025.

2.5 Programma Afvalwaterketen

Overzicht prestaties programma Afvalwaterketen

Terug naar navigatie - 2.5 Programma Afvalwaterketen - Overzicht prestaties programma Afvalwaterketen

Soms is ons werk onzichtbaar en valt het pas op als we ons werk niet goed doen. Zo lijkt het de normaalste zaak van de wereld dat afvalwater ‘gewoon’ wegstroomt via het afvoerputje. Op onze 15 rioolwaterzuiveringen wordt 24 uur per dag het afvalwater gezuiverd. Met oog voor duurzaamheid, innovatie en energiebesparing (bron: Strategienota 2019-2023).

Prestatie-indicator Doel begroting 2023 Realisatie rekening 2023 BB
Rioolgemalen voldoen aan de afnameverplichting (%) 98% 98,3%
Lozingen per jaar via overstorten door falen van het afvalwatersysteem 0 15
Zuiveringen voldoen aan de lozingseisen (%) 100% 98,7%

Gezuiverd afvalwater - Voldoende capaciteit

Terug naar navigatie - 2.5 Programma Afvalwaterketen - Gezuiverd afvalwater - Voldoende capaciteit

-Rioolgemalen voldoen aan de afnameverplichting (98%)

Door de gemeenten wordt stedelijk afvalwater in gemeentelijke rioleringen ingezameld en afgevoerd naar een overnamepunt. Vanaf de overnamepunten transporteren wij het afvalwater met rioolgemalen via persleidingen naar één van onze rioolwaterzuiveringen. Met de gemeenten hebben we afspraken gemaakt over hoeveel afvalwater ons systeem kan transporteren. Deze afspraken hebben we vastgelegd in een afnameverplichting. 
De capaciteit van onze rioolgemalen wordt jaarlijks beoordeeld. Gemiddeld over het hele waterschapsgebied voldeden onze rioolgemalen voor 98,3% aan de afgesproken capaciteitsafspraken. Daarmee is de doelstelling gehaald.

-Lozingen per jaar via noodoverlaten door falen van het afvalwatersysteem 

Naast het op orde hebben en houden van de capaciteit van ons systeem, is het ook belangrijk dat het systeem goed functioneert. Ons beheer en onderhoud is er op gericht dat zich geen situaties voordoen waarbij we ongezuiverd afvalwater lozen door het falen van ons systeem.
Desondanks is het in 2023 15 maal voorgekomen dat door technisch falen afvalwater is geloosd in de bodem of op het oppervlaktewater.  De nooduitlaten zijn inwerking getreden door de volgende oorzaken:

  • 7 keer is een rioolgemaal stilgezet doordat onderhoud moest plaatsvinden aan een rioolgemaal of een rwzi;
  • 1 keer is een rioolgemaal in storing gegaan door het wegvallen van de communicatiesysteem;
  • 2 keer is een rioolgemaal in storing gegaan door verstopping van pompen;
  • 2 keer is een extreem hoge aanvoer tijdens een regenweerperiode;
  • 2 keer door een algemene storing;
  • 1 keer door een lekke persleiding.

 

Gezuiverd afvalwater - Zuiveren van afvalwater

Terug naar navigatie - 2.5 Programma Afvalwaterketen - Gezuiverd afvalwater - Zuiveren van afvalwater

-Zuiveringen voldoen aan de lozingseisen (100%)

Het rioolwater dat in onze rioolwaterzuiveringen (rwzi's) gezuiverd wordt, lozen we op het oppervlaktewater. Voor elke rioolwaterzuivering zijn in een vergunning lozingseisen vastgelegd. Dit betreft individuele eisen per rioolwaterzuivering en eisen voor de verwijdering van fosfaat en stikstof voor het hele waterschap. Wij streven ernaar om volledig aan de lozingseisen te blijven voldoen. 

De totale stikstofverwijdering van alle rwzi's is in 2023 uitgekomen op 80,1% en de totaal fosfaatverwijdering op 75,1%. Door de vele neerslag in de laatste 3 maanden is de norm voor fosfaat maar net gehaald.
De rwzi Retranchement heeft in 2023 meerdere keren niet voldaan aan de lozingseisen voor fosfaat. De fosfaatverwijdering werkt nog niet optimaal sinds de verbouwing. Voorheen was het nodig om chemicaliën te doseren om de norm te kunnen halen. Met de introductie van biologische fosfaatverwijdering werd deze niet nodig geacht. Het fosfaatgehalte zit steeds net boven de norm van 2 mg/l. Nadere maatregelen worden overwogen de fosfaatverwijdering voldoende goed te laten verlopen.
Op de rwzi Terneuzen is de norm voor onopgeloste bestanddelen bij zeer hoge aanvoer een keer zeer licht overschreden (32 mg/l en de norm is 30 mg/l). Sinds de introductie van de  InDense is de bezinking van het slib in de nabezinktank zeer goed. Tot nu toe lijkt het innovatieonderzoek geslaagd.
Op de rwzi Willem Annapolder is de norm voor onopgeloste bestanddelen 6 keer overschreden en daarmee is het aantal toegestane overschrijdingen groter dan toegestaan. Er is dan sprake van een overtreding. Deze slibuitspoeling is wel een gevolg van hoge aanvoer onder regenweeromstandigheden. 
De rwzi Oostburg heeft één keer niet voldaan aan de absolute norm (groter dan 90 mg/l) voor onopgeloste bestanddelen. Door deze enkele overschrijding aan de absolute norm is sprake van een overtreding.

Het voldoen aan lozingseisen komt daarmee uit op 98,7%. Hiermee is niet voldaan aan de gestelde norm van 100%.

Gezuiverd afvalwater - Verwerken van reststromen

Terug naar navigatie - 2.5 Programma Afvalwaterketen - Gezuiverd afvalwater - Verwerken van reststromen

Na het zuiveren van afvalwater blijven enkele reststromen over, zoals zuiveringsslib. Waar doelmatig, benutten we deze reststromen voor het terugwinnen van energie. We zorgen voor een duurzame verwerking van al het zuiveringsslib. Hiervoor hebben we een deelneming in de Slibverwerking Noord-Brabant (SNB). Deze deelneming zetten we voort. 
In 2023 hebben 24.819 ton slib met een ontwateringsgraad van 23,7% afgezet bij de SNB. Een deel van het geproduceerde slib van het waterschap afkomstig van de rwzi Sint Maartensdijk en Tholen wordt verwerkt op de rwzi Bath van het waterschap Brabantse Delta. Dit slib wordt daar vergist en vervolgens wordt ca. 350 ton vanuit rwzi Bath afgezet bij de SNB.

Exploitatie

Terug naar navigatie - 2.5 Programma Afvalwaterketen - Exploitatie

De assets van de afvalwaterketen worden door de afdeling beheerd en onderhouden. Het beheer richt zich op het goed functioneren van de assets, zodanig dat wordt voldaan aan afspraken met gemeenten, vergunningseisen in het algemeen en lozingseisen specifiek voor de rwzi’s. De operators voeren dit beheer uit conform werkprocessen en –instructies. Vanwege de complexiteit van het beheer van de rwzi’s hanteren ze de ‘richtlijn monsternames en analyses’, waarin afgesproken bandbreedtes zijn opgenomen van bepaalde sturingsparameters om het zuiveringsproces zo optimaal mogelijk te laten functioneren. Bij extreme omstandigheden, zoals hoge en lange periodes van regenwateraanvoer, kan het voorkomen dat de rwzi’s niet kunnen voldoen aan de lozingsnormen (zie prestatie indicatoren). 
Naast het beheer van de assets is het uitvoeren van eerste lijnonderhoud door de operators nodig om de installaties te laten functioneren. Het oplossen van storingen behoort ook bij het eerste lijnsonderhoud. Hierbij gaat het om onder andere verstoppingen van pompen, schoonmaakacties van de rioolgemalen, controle op de werking van de rioolgemalen en het volgen van trends ter beoordeling van de algemene werking ervan. Vanwege het groot aantal installaties is dit een behoorlijke opgave. Voor de rwzi’s geldt een vergelijkbare inzet van de operators, maar binnen een rwzi gaat het om een groot aantal bedrijfsmiddelen. Naast het eerste lijnsonderhoud is het volgen en bijstellen van procesparameters om de rwzi’s optimaal te laten functioneren een taak van de operators. De storingen richten zich dan niet alleen op het functioneren van de assets, maar ook op het niet goed verlopen van de zuiveringsprocessen. Hiervoor voeren ze dan ook dagelijks bepaalde analyses uit. Ze stellen de processen bij indien een verstoring dreigt of reeds heeft plaatsgevonden. Verstoringen kunnen worden veroorzaakt door gewijzigde omstandigheden, zoals het functioneren van een bedrijfsmiddel, de belasting van de rwzi zowel door regenweeraanvoer als de biologische belasting en een andere samenstelling van het influent (toxiciteit). Het tweede lijnsonderhoud wordt uitgevoerd vanuit de centrale werkplaats. Veel van dit tweede lijnsonderhoud wordt als preventief onderhoud uitgevoerd, dat enerzijds is gericht op inspectie van de installaties en anderzijds preventief vervangen van onderdelen. Vanuit de inspecties worden veel bijkomend onderhoudsacties uitgevoerd. Het overige deel van het tweede  lijnsonderhoud bestaat uit correctief onderhoud. Er wordt pas ingegrepen nadat een bedrijfsmiddel niet functioneert. De jaarlijkse inspecties van alle civiel-, elektrotechnische en werktuigbouwkundige onderdelen van de verschillende assets bepalen samen de staat van onderhoud. Deze staat van onderhoud is een belangrijk onderdeel van het proces om te komen tot het prioriteren van grootschalige renovatie projecten. Naast de staat van onderhoud wordt in de prioritering van deze projecten ook de functionaliteit meegewogen. Hierbij gaat het dan om capaciteitstoenames of het niet goed functioneren van een installatie, zoals de frequentie van storingen, incidenten, nadere eisen van het bevoegd gezag, energiebesparende maatregelen, procesoptimalisaties om een efficiencyslag te maken. Deze jaarlijkse prioritering is nodig omdat de budgetten en personele inzet beperkt zijn. Hierbij wordt wel rekening gehouden met de minimaal benodigde renovatieprojecten om steeds de assets op orde te houden. De laatste jaren hebben echter een groot aantal projecten geen doorgang gekregen, omdat de capaciteit van zowel projectleiders als medewerkers van de afdeling afvalwaterketen, zoals planvormers, elektrotechnici, werktuigbouwkundigen, industrieel automatiseerders en operators, de beperkende factor was. In 2023 zijn we gestart met een inhaalslag en deze zal ook in 2024 en 2025 plaatsvinden. Dit laatste legt een groot tijdsbeslag op de afvalwaterketen-medewerkers en geeft spanning op de planning en uitvoering van de werkzaamheden waarvoor de afdeling afvalwaterketen aan de lat staat. 

In de laatste periode van 2023 zijn meerdere incidenten opgetreden dan normaal. De directe oorzaken zijn nog niet duidelijk, maar de hoge aanvoer van regenwater speelt hierbij wel een rol. Er is nog nooit zo’n grote hoeveelheid regenwater verwerkt dan in 2023 (gemiddeld ca. 800 mm per jaar, in 2023 940 mm per jaar). Er loopt een onderzoek naar de storingsfrequentie, maar of er een duidelijk verband aangetoond kan worden is nog onduidelijk. Een algemene stelregel geldt natuurlijk wel: hoe meer draaiuren, hoe groter het risico op verstoringen.

De netto kosten van het programma Afvalwaterketen overschrijden de herziene begroting met € 909.000,- (3,2 %). Hieronder worden de afzonderlijke kosten- en opbrengstsoorten toegelicht.

Bedragen x € 1.000
Kosten- en opbrengstsoorten Rekening 2022 Begroting 2023, inclusief begrotingswijzigingen Rekening 2023
Externe kosten 12.444 12.652 13.725
Externe opbrengsten -1.697 -1.316 -1.421
Personeelskosten 6.005 6.803 6.397
Rente en afschrijving 10.758 9.990 10.336
Netto kosten programma Afvalwaterketen 27.510 28.129 29.037

Externe kosten

Terug naar navigatie - 2.5 Programma Afvalwaterketen - Externe kosten

Het grootste deel van de externe kosten omvat het beheer en onderhoud van de transportstelsels, rioolgemalen, rioolwaterzuiveringsinstallaties en slibverwerkingsinstallaties. De andere component betreft het transporteren en verwerken van slib en overige restproducten. Een relatief gering deel van de kosten wordt gebruikt voor onderzoek en advisering gerelateerd aan beleidsontwikkeling. Middels begrotingswijzigingen is gedurende het jaar per saldo € 648.000,- aan de primaire begroting onttrokken, waarmee de begroting externe kosten inclusief wijzigingen op € 12.652.000,- komt.
De werkelijke externe kosten overschrijden de begroting met € 1.073.000,- (8,5 %). Er is voor € 75.000,- aan uitgesteld werk uit december 2023 opgenomen wat is doorgeschoven naar 2024. De overbesteding komt hiermee op € 1.148.000,- (9,1%).

De grootste afwijkingen ten opzichte van de begroting inclusief wijzigingen worden hieronder toegelicht:

  • Hogere onderhoudskosten uitgesplitst naar zuiveringen (€389.000,-) en rioolgemalen/transportstelsels (€ 483.000,-), in totaal € 872.000,- hoger. 
    € 483.000,- hogere onderhoudskosten rioolgemalen/transportstelsels waarvan € 241.000,- hogere kosten door storingen en tegenvallers bij onderhoud zoals meer materialen moeten aankopen om rioolgemalen in bedrijf te houden (rioolgemaal Oesterputten Terneuzen vertoonde meer slijtage dan verwacht,  onverwachte schoonmaakwerkzaamheden kelder Cadzand-Bad,  onvoorziene onderhoudskosten rioolgemalen Vogelwaarde en Hengstdijk met daarbij komende schoonmaakwerkzaamheden van de kelders) Daarnaast hogere kosten  bij de Individuele Behandeling van Afvalwater (IBA's); er zal gekeken moeten worden naar afspraken hierover met gemeenten. € 242.000,- hogere kosten bij het onderhoudsteam door niet voorziene noodzakelijke aanpassingen door klachten/regelgeving in Aagtekerke en Kuitaart en door niet begrote inhuur onderhoud gemalen gemeente in plaats van invulling vacature. € 389.000,- hogere onderhoudskosten zuiveringen vooral doordat het onderhoudsteam in november/december nog € 200.000,- heeft uitgegeven voor noodzakelijk gebleken onderhoud. Daarnaast is € 117.000,- overschrijding ontstaan doordat naar 2024 verschoven werkzaamheden toch nog in 2023 zijn gedaan. Tenslotte € 72.000,- hogere kosten door het naar achter schuiven van projecten en onderhoudswerkzaamheden (bv. beluchtingsplaten, mixers). 
  • De bemonsteringkosten vallen € 213.000,- lager uit. 
    € 102.000,- lager door minder benodigde Covidbemonstering voor het Rijk. De benodigde analyses per week zijn minder geworden. Daarnaast is in de begroting geen rekening houden met ontvangsten ad € 111.000,- op bemonsteringen wanneer het externe laboratorium analyses niet volgens contract uitvoert.
  • De elektriciteitskosten vallen in 2023 € 207.000,- hoger uit dan begroot.
    Waarvan € 150.000,- bij de rioolgemalen door hogere netwerkkosten in 2023 en hevige regenval vanaf oktober 2023 en € 57.000,- hogere electriciteitskosten zuiveringen door de hogere netwerkkosten.
  • Hogere kosten onderzoek/advies in 2023 in totaal € 131.000,-.
    Dit vooral als gevolg van een langere doorloop van de 2 subsidie onderzoeksprojecten Microforce en Effluent fit for food (EF4F). Eind 2023 is reeds een gedeelte van het koersplan afvalwaterketen en Optimalisatie AfvalwaterSysteem (OAS) studie Kloosterzande doorgeschoven naar 2024 als uitgesteld werk.
  • De beheerkosten chemicaliën zijn € 125.000,- lager dan begroot.
    Door lager verbruik dan begroot maar wel fors hogere prijzen in 2023 onderschrijden de kosten voor chemicaliën de begroting met € 125.000,-.
  • Hogere beheerkosten zuiveringen, in totaal € 107.000,- . 
    Voor onderzoekplicht energiebesparing is € 60.000,- uitgegeven daarnaast zorgt de hoge indexatie op het contract voor terreinonderhoud € 47.000,- voor een overschrijding.
  • Hogere beheerkosten transportstelsel € 54.000,- . 
    Hiervan betreft € 37.000,- hogere voorlopige heffing verontreinigingsheffing rijkswateren 2023 dan begroot.
  • Diverse kleine verschillen, gesaldeerd in totaal € 41.000,- hoger.

Externe opbrengsten

Terug naar navigatie - 2.5 Programma Afvalwaterketen - Externe opbrengsten

De externe opbrengsten die in de begroting zijn opgenomen, zijn bijdragen en vergoedingen in het kader van samenwerking in de afvalwaterketen en/of werkzaamheden voor derden.

De totale externe opbrengsten vallen € 105.000,- (8 %) hoger uit ten opzichte van de primaire/gewijzigde begroting 2023. De afwijkingen worden hieronder toegelicht: 

  • Minder vergoedingen van het Rijk voor Covidbemonstering € 100.000,-.
    Doordat in 2023  minder Covidbemonstering benodigd was, ontvingen we ook een evenredig lagere vergoeding van het rijk.
  • Hogere baten onderhoud gemalen gemeente Middelburg € 87.000,-.
    Door krapte op de arbeidsmarkt is het gehele jaar inhuur doorberekend aan de gemeente Middelburg in de begroting was uitgegaan van interne opvulling. 
  • Niet voorziene ontvangen schade uitkeringen rioolgemalen voor in totaal € 46.000,-.
  • Diverse hogere/niet voorziene opbrengsten zuiveringen zoals de vergoeding PFAS bemonstering van het Rijk en hogere doorrekening energie MBR. Dit bedraagt in totaal € 38.000,-.
  • Door de hogere afzet slib van externen dan begroot € 33.000,- zijn de opbrengsten hoger.

Personeelskosten

Terug naar navigatie - 2.5 Programma Afvalwaterketen - Personeelskosten

Personeelslasten € 406.000,- lager.
De totale personeelslasten op dit programma vallen bijna 6% lager uit dan bij de begroting 2023 ingeschat. Voor het programma Afvalwaterketen is een formatie begroot van 92,1 fte waarvan eind 2023 4 fte niet is ingevuld. Er is vanwege de vacatureruimte in 2023 extra ingehuurd om de werkzaamheden uit te voeren, hiertegenover staat een besparing aan eigen personeel. In de 5e begrotingswijziging is het financiële voordeel grotendeels afgeraamd, per saldo resteert er nog een voordeel van € 406.000,- op dit programma Afvalwaterketen.

Rente en afschrijving

Terug naar navigatie - 2.5 Programma Afvalwaterketen - Rente en afschrijving

De rente- en afschrijvingskosten € 346.000,- hoger.
Doordat in de begroting 2023 rekening was gehouden met een stelselwijziging welke achteraf pas in 2024 ingaat, vallen de afschrijvingskosten hoger uit.  Bij de projecten welke voor 75% technisch gereed zijn, moet gestart worden met afschrijving.  Doordat het project RWZI Retranchement van € 12,8 miljoen hieronder valt, ontstaat deze overschrijding.   

Investeringen Programma Afvalwaterketen

Terug naar navigatie - 2.5 Programma Afvalwaterketen - Investeringen Programma Afvalwaterketen
bedragen x € 1.000
Project Projectnaam Technisch afgerond cf AV besluit Geplande technische afronding AV besluitvorming Werkelijke bestedingen
AV-krediet bruto AV-krediet subs/bijdr AV-krediet netto t/m 2023 bruto t/m 2023 subs t/m 2023 netto netto in 2023
4 programma afvalwaterketen
Financieel afgerond
PRJ1223A Renovatie rg Zierikzee 1-9-2020 1-9-2021 1.910 1.910 1.870 1.870 3
PRJ1223Q Renovatie rg Arnemuiden 1-12-2022 1-11-2023 1.070 1.070 1.080 1.080 824
PRJ1223R Renovatie rg Oost-Souburg 1-12-2023 1-12-2023 1.869 1.869 1.513 1.513 1.342
PRJ1223S Renovatie rg Rilland 1-12-2023 1-6-2023 829 829 505 505 370
PRJ1233I Prakt.onderz SVI-beheersing rwzi Tnz 1-7-2021 1-6-2023 350 350 376 376 238
PRJ1241 OAS maatregel Westerschouwen 1-12-2022 1-11-2023 1.575 1.575 1.273 1.273 1.064
PRJ1241A Groot ond. RWZI Westerschouwen 1-10-2020 1-8-2021 5.700 5.700 5.712 -5 5.707 2
PRJ1496 Bijdrage Phario 1-12-2023 1-12-2021 685 685 686 686 86
PRJ1496A Phario Fase A (aanvullend krediet) 1-7-2023 61 61 61 61
PRJ1562H Windketel Waterpark Veerse Meer 1-12-2023 1-12-2027 250 250 1 1
PRJ1571 Grond rg Krabbendijke, Frisostraat 1-3-2023 14 14 14 14 14
totaal financieel afgerond 14.313 14.313 13.090 -5 13.085 3.944
onderhanden investeringen
PRJ1187B Relinen vrijverval hulst/Westd/Koew. 31-12-2027 1-12-2027 3.400 3.400
PRJ1187D Relinen afvalwaterleidingen perc 2SD 31-12-2027 1-12-2027 5.950 5.950
PRJ1223O Ombouw rioolgemaal Borssele 1-12-2023 1-6-2023 790 790 608 608 452
PRJ1223P Ombouw rioolgemaal Wilhelminadorp 1-12-2023 1-3-2023 530 530 466 466 287
PRJ1223T Renovatie rg Goes 31-1-2025 1-1-2025 3.550 3.550 204 204 145
PRJ1233K Rwzi Verseput, renovatie E/W 1-11-2023 1-6-2024 8.100 8.100 5.178 5.178 4.871
PRJ1233L Brandmeldinstal. rwzi TER+WAL+WAP 1-12-2023 1-2-2024 900 900 244 244 131
PRJ1233P Groot onderhoud gashouder rwzi Wal 1-8-2024 1-8-2024 300 300
PRJ1234A Rwzi WA-polder, verv.E-instal + fakk 1-6-2024 1-6-2025 2.500 2.500 18 18 11
PRJ1244 Renovatie RWZI Hulst voorber 31-5-2024 1-10-2026 850 850 126 126 126
PRJ1245 Rwzi Retranchement, uitbreiding hydr 1-5-2023 1-5-2023 13.376 13.376 12.874 -58 12.816 3.077
PRJ1521A Relinen afvalwaterleidingen perc 1SD 1-11-2023 1-12-2023 2.003 2.003 1.785 1.785 104
PRJ1521B Relinen afvalwaterleidingen perc 2ZV 1-11-2023 1-12-2023 7.378 -2.400 4.978 6.035 -1.573 4.462 2.166
PRJ1521C Relinen afvalwaterleidingen perc 2Te 31-12-2027 1-12-2027 1.048 -679 369
PRJ1522 Aanleg zonnepanelen zuiveringen 1-12-2021 1-10-2022 5.263 5.263 4.743 4.743 -2
PRJ1541 Verduurzamen bijgebouw rwzi WAL/WAP 1-12-2024 1-12-2024 350 350 18 18 18
PRJ1543D Relinen vrijverval overdracht Tern. 31-12-2027 1-12-2027 700 700
PRJ1562B Renovatie rg Kwadendamme 1-6-2025 1-12-2024 720 720 69 69 63
PRJ1562C Renovatie rg Kruiningen, Groeneweg 1-6-2024 1-12-2024 810 810 62 62 58
PRJ1562E Renovatie rg Philippine 31-12-2025 1-12-2025 965 965 50 50 46
PRJ1562T Coaten kelder rg Koewacht, Emmabaan 31-12-2024 1-12-2024 100 100 3 3 3
PRJ1572 Afdekken slibbuffers W'schouwen Vers 1-6-2023 1-12-2023 500 500 478 478 478
PRJ1580 Verleggen persleiding Hansweert 31-12-2024 1-12-2024 300 300
PRJ1581 Verleggen persleiding Terneuzen 31-12-2024 1-12-2024 800 800
totaal onderhanden investeringen 61.183 -3.079 58.104 32.960 -1.631 31.329 12.035
Algemeen voorbereidingskrediet
PRJ1187A Aanp. vrijvervalstelsel Westerschouw 1-12-2027 60 60 123 123 116
PRJ1543A Renovatie rg Magrette 1-12-2024 20 20 36 36 36
PRJ1543B Renovatie rg Zuiddorpe Hoofdweg Zuid 1-12-2024 25 25 24 24 24
PRJ1543C Renovatie rg Axel, Justaasweg 1-12-2024 20 20 22 22 22
PRJ1562A Renovatie rg Stavenisse 1-6-2026 50 50 5 5 1
PRJ1562D Renov. rg Bruinisse, Molenweg/Wilma 1-7-2025 100 100 54 54 49
PRJ1562G Renovatie rg Koewacht, Klapstraat 1-6-2025 65 65 53 53 50
PRJ1562I Renovatie rg Waarde 1-6-2025 50 50 16 16 16
PRJ1562K Renovatie rg Ellewoutsdijk 1-6-2025 45 45 26 26 26
totaal algemeen voorbereidingskrediet 435 435 359 359 340
Intern in voorbereiding
PRJ1187C Vervang. appendages transportstelsel
PRJ1243A Rwzi Kloosterzande, uitbreiding 1-12-2025 2 2 2
PRJ1562 Aanpassing/vervanging rg's 46 46 28
PRJ1562F Renovatie rg Paal 1-1-2030 1 1
PRJ1562J Renovatie rg Sirjansland 1-8-2026 3 3 3
PRJ1562L Renovatie rg Scherpenisse
PRJ1562M Renovatie rg Wissenkerke
PRJ1562O Renovatie rg Ouwerkerk
PRJ1562P Renovatie rg Clinge 1 1 1
PRJ1562Q Renovatie rg Hulst 1 1 1
totaal intern in voorbereiding 55 55 36
Totaal programma afvalwaterketen 75.931 -3.079 72.852 46.463 -1.636 44.827 16.354
Totaaltellingen kunnen afwijkingen i.v.m. afrondingen op duizendtallen

Toelichting investeringen

Terug naar navigatie - 2.5 Programma Afvalwaterketen - Toelichting investeringen

Toelichting afgeronde investeringen

PRJ1223A Renovatie rioolgemaal Zierikzee
De installatie van het rioolgemaal was dusdanig verouderd dat de kans op storingen en eventueel uitval groter was. Het rioolgemaal voldeed niet aan de stand der techniek en was niet redundant uitgevoerd. Het gehele gemaal moest daarom aangepast worden, waarbij tegelijkertijd voldaan wordt aan de hedendaagse eisen. De restpunten van het project zijn door de reorganisatie vertraagd maar in 2023 afgerond. Het project is met een onderschrijding van 2,3 % afgerond.

PRJ1223Q Renovatie rioolgemaal Arnemuiden
Het project is qua uitvoering gereed. Het beschikbaar gestelde krediet is met circa 3 % overschreden. De uitvoeringsplanning is na verschuiving naar 2023 gehaald. 

PRJ1223R Renovatierioolgemaal Oost-Souburg
De prognose is dat de financiële afronding zal passen binnen het beschikbaar gestelde krediet. De begroting is opgemaakt in tijden van de oorlog uitbraak Rusland - Oekraïne, waarbij grote prijsstijgingen de markt deden beïnvloeden. Hierdoor is er met grotere marges gerekend maar tijdens de uitvoering zijn de kosten weer erg gestabiliseerd. Er is circa 19% overgebleven van het gestelde krediet.

PRJ1223S Renovatie rioolgemaal Rilland
De uitvoering van het werk is volledig afgerond in 2023. De begroting is opgemaakt in tijden van de oorlog uitbraak Rusland - Oekraïne, waarbij grote prijsstijgingen de markt deden beïnvloeden. Hierdoor is er met grotere marges gerekend maar tijdens de uitvoering zijn de kosten weer erg gestabiliseerd. Dit heeft ertoe geleid dat er circa 39% overblijft van het beschikbaar gestelde krediet.

PRJ1233I  Praktijk onderzoek Slib Volume index (SVI) beheersing rwzi Terneuzen
Project is technisch en financieel afgerond in december 2023. Het toegekende krediet was € 350.000,- en project is gerealiseerd voor in totaal € 375.508,- (+7,3%) doordat het krediet uit 2020 stamt en pas in 2022 is gestart met voorbereiding.

PRJ1241 OAS maatregel Westerschouwen
De prognose is dat de financiële afronding zal passen binnen het beschikbaar gestelde krediet. Er zal circa 15% overblijven van het gestelde krediet. Het betreft aanpassing rioolgemalen Ellemeet en Westerschouwen ten behoeve van de Optimalisatie Optimalisatie Afvalwater Systeem (OAS). Dit project bestaat uit 2 rioolgemalen: rioolgemaal Ellemeet en rioolgemaal Westerschouwen. Bij rioolgemaal Westenschouwen zijn de laatste werkzaamheden eind 2023 afgerond. 

PRJ1241A RWZI Westerschouwen
Dit project is gebaseerd op de OAS studie Westerschouwen en de afspraken met de gemeente Schouwen-Duiveland. De werkzaamheden bestaan voornamelijk uit volledige renovatie van de werktuigbouwkundige en elektrotechnische installatie, het voldoen aan de afnameverplichting en voor rioolgemaal Westenschouwen het amoveren en plaatsen van een volledig nieuwe kelder.

PRJ1562H Windketel Waterpark Veerse Meer
Het project is afhankelijk van ontwikkelingen waterpark Veerse Meer. Deze gaan veel langer duren dan bij de opstelling van de begroting 2023 bekend was, Daarom wordt het krediet nu afgesloten en zal er te zijner tijd opnieuw een realistisch krediet aangevraagd worden.

PRJ1571 Grond rioolgemaal Krabbendijke, Frisostraat
De grond is aangekocht van de Diaconie hervormde gemeente Krabbendijke in 2023 zodat de volledig grond van het rioolgemaal nu in ons eigendom is. Hierdoor kan het project afgesloten worden.

PRJ1496 Bijdrage Phario / PRJ1496A Phario Fase A
Eind 2022 is het verzoek gekomen om € 185.000,- extra bij te dragen om het project (PRJ1496) met één jaar te verlengen. Vanwege opstartproblemen met de installatie was onvoldoende plasticvervanger geproduceerd. Dit verzoek is 16 februari 2023 door de algemene vergadering geaccordeerd. Dit krediet is door de onzekere BTW kwestie inclusief BTW aangevraagd. Daarnaast is voor de volgende fase een bedrag van € 61.000,-  aangevraagd voor verder onderzoek. Eind 2023 is duidelijkheid ontvangen van de belastingdienst bij alle deelnemende waterschappen en is de BTW ook conform het positieve besluit verwerkt en kunnen de projecten afgesloten worden. Bij nieuwe ontwikkelingen in het project kan een nieuw kredietvoorstel aan de Algemene Vergadering voorgelegd.

Toelichting belangrijkste afwijkingen bij de onderhanden investeringsprojecten

PRJ1187A B C D/PRJ1543D Relinen
Het project bestaat uit het renoveren (met de relining-techniek) van een deel van het betonnen vrijverval rioolstelsel gelegen in de gemeente Terneuzen, gemeente Hulst en gemeente Schouwen-Duiveland. Prioritering van de te renoveren delen heeft plaatsgevonden op basis van assetmanagement-principes.  Het project is in verband met tijdige aanbesteding op 6 juli 2023 aan de algemene vergadering voorgelegd en het krediet is toen verstrekt waarna de aanbesteding is opgestart. Het resultaat van de aanbesteding was in lijn met het verstrekte krediet. De uitvoering (PRJ1187D Relinen afvalwaterleidingen perceel 2 Schouwen-Duiveland) start in 2024

PRJ1223T renovatie Goes
Het project is in verband met tijdige aanbesteding op 6 juli 2023 aan de algemene vergadering voorgelegd en akkoord bevonden. Het resultaat van de aanbesteding valt binnen het toegekende krediet. De uitvoering staat gepland in 2024.

PRJ1233K Rwzi Verseput renovatie Elektrisch/Werktuigbouwkundig
In 2022 zijn alle voorbereidingen uitgevoerd. In de algemene vergadering van 2 juni 2022 is akkoord gegaan met het volledig renoveren van de zuivering en is een krediet van € 8,1 miljoen beschikbaar gesteld. De uitvoering is gestart in 2023. Het project wordt naar verwachting binnen de vastgestelde planperiode en binnen het beschikbaar gestelde krediet gerealiseerd. 

PRJ1233L Brandmeldinstallaties rwzi Terneuzen/Walcheren/Willem Anna Polder
Het project wordt naar verwachting niet binnen de vastgestelde planperiode maar wel binnen het beschikbaar gestelde krediet gerealiseerd. In verband met levering en planning van graafwerkzaamheden is er uitloop van de planning van circa 1/2 jaar.

PRJ1244 Renovatie RWZI Hulst voorbereiding
Het krediet voor het voorbereidingsproject is op 6 juli 2023 ter beschikking gesteld om uitvoering in 2025 of 2026 te halen. De prognose is vooralsnog dat er geen significante afwijkingen zullen zijn ten aanzien van het beschikbaar gestelde voorbereidingskrediet.  

PRJ1245 Rwzi Retranchement uitbreiding hydraulisch
In de algemene vergadering van 27 januari 2022 als gevolg van prijsontwikkelingen, een te lage raming en aanpassingen in het ontwerp een aanvullend krediet verstrekt van € 3,2 miljoen waardoor € 12,1 miljoen beschikbaar was om het project te kunnen realiseren in 2022/2023. Vervolgens is in de Algemene Vergadering van 17 november 2022  een aanvullend krediet aangevraagd van € 1,28 miljoen als gevolg van de extreme marktontwikkelingen in 2022. Het project is binnen de gestelde termijn technisch afgerond. Financieel is het project eind 2023 nog niet afgesloten omdat de garantietermijn nog loopt tot 1 juni 2024 en aangezien dit project in het bouwteam is gerealiseerd worden de eventuele  herstelkosten gezamenlijk gedragen. Van het toegekende krediet (€ 13,38 mln.) is nog € 500.000,- beschikbaar hiervoor. 

PRJ1522 aanleg Zonnepanelen
De laatste facturen zijn in 2023 ontvangen.  Als laatste rest de administratieve afwikkeling welke pas in 2024 kan plaatsvinden.

PRJ1572 Afdekken slibbuffers Westerschouwen / Verseput
Door weersomstandigheden en het niet tijdig ontvangen van de vergunningen zijn beide locaties qua uitvoering uitgelopen en hebben we de montage moeten opdelen. Dit zorgt voor wat extra kosten maar de verwachting is dat deze passen binnen de marge.  

2.6 Programma Bestuur en Organisatie

Overzicht prestaties programma Bestuur en Organisatie

Terug naar navigatie - 2.6 Programma Bestuur en Organisatie - Overzicht prestaties programma Bestuur en Organisatie

Een doelmatig en rechtmatig bestuur en werkorganisatie zijn het uitgangspunt. Betrokken, gemotiveerde en gekwalificeerde medewerkers zijn essentieel voor het behalen van onze doelen. Ook zijn medewerkers onze ogen en oren waardoor zij zeer belangrijke spil in de uitvoering van ons werk zijn. Omgevingsgericht werken staat daarbij voorop (bron: Strategienota 2019-2023).

Vanuit het programma Bestuur en Organisatie hebben in 2023 veel ontwikkelingen plaatsgevonden. Zoals de totstandkoming van het nieuwe bestuursakkoord “Zeeland rekent op ons”, de implementatie van de Omgevingswet en de start van de voorbereiding op de rechtmatigheidsverantwoording. Ook is veel inspanning geleverd voor bijvoorbeeld de werving en introductie van 51 nieuwe waterschapsmedewerkers, de uitvoering en opvolging van het medewerkersonderzoek, de communicatiecampagne voorafgaand aan de verkiezingen, grondverwerving door diverse projecten en organisatie van de open dag aan het begin van 2023. 

In een programma dat zelf nog veel openstaande vacatures heeft, is het een uitdaging geweest om dat te realiseren. Het algemene beeld is dat de meeste prestaties van het programma Bestuur en Organisatie in 2023 zijn verbeterd ten opzichte van 2022, maar nog niet voldoen aan de norm die in de begroting 2023 is gesteld. Voorbeelden zijn:

  • Ziekteverzuim (van 6,8% in 2022 naar 4,3% in 2023)
  • Digitalisering voldoet aan de Baseline Basis op Orde van de Unie van Waterschappen (van 35% in 2022 naar 65% in 2023)
  • Baseline informatieveiligheid geimplementeerd (van 30% in 2022 naar 45% in 2023)
  • Investeringen binnen het oorspronkelijk verleende krediet (van 69% in 2022 naar 79% in 2023) en binnen de oorspronkelijke planning (van 61% naar 71%)
Prestatie-indicator Doel begroting 2023 Realisatie rekening 2023 BB
Medewerkertevredenheid en -betrokkenheid* 7,5 7,1
Ziekteverzuim (%) 4% 4,30%
Tevredenheid over het klantcontact*** 7
Vergunningaanvragen afgehandeld binnen de wettelijke termijn (%) ** 98% 73%
Bezwaren afgehandeld binnen de wettelijke termijn (%) ** 98% 100%
Digitalisering voldoet aan de Baseline Basis op Orde (%) 90% 65%
Baseline informatieveiligheid Overheid geïmplementeerd (%) 90% 45%
Ongevallen met verzuim 0 1
Investeringen realiseerd binnen het oorspronkelijk verleende krediet (+max 10%) 90% 79,0%
Investeringen realiseerd binnen de oorspronkelijke planning (+max 6 maanden) 90% 71,0%
* Dit is in betreffend jaar niet gemeten ** Prestatie-indicator gebaseerd op aanpassing in Evaluatie en actualisatie Strategienota 2019-2023 *** Enquete niet uitgezet

Democratisch en rechtmatig

Terug naar navigatie - 2.6 Programma Bestuur en Organisatie - Democratisch en rechtmatig

Waterschapsverkiezingen 2023 en bestuursprogramma 2023-2027
2023 was een belangrijk jaar voor de waterschappen. Op 15 maart 2023 vonden de waterschapsverkiezingen plaats. Het opkomstpercentage voor Scheldestromen bedroeg 57,7% (2019: 54,6%). Voorafgaand aan de verkiezingen is veel tijd gestoken in het zichtbaar maken en onder de aandacht brengen van het werk van Scheldestromen. Mooie voorbeelden zijn het bestuurlijke verkiezingscafé en de succesvolle en drukbezochte open dag in de aanloop naar de verkiezingen. Daarnaast werkte Scheldestromen in de voorbereiding nauw samen met de Unie van Waterschappen en andere waterschappen. Zo was er een landelijke campagne, een regionale campagne en konden kiezers gebruiken maken van een digitale stemwijzer met specifiek Zeeuwse onderwerpen. De organisatie van de verkiezingen zelf was in handen van de 13 Zeeuwse gemeenten. Scheldestromen was verantwoordelijk voor de administratie zoals de registratie van de politieke partijen en de kandidaatstelling. Hiervoor was de Projectgroep verkiezingen ingesteld. Na de verkiezingen verzorgde Scheldestromen een inwerkprogramma voor zowel de gehele AV als het nieuwe DB. Integriteit was hiervan een belangrijk onderdeel. Bestuurders kregen een dilemmatraining over integriteitsvraagstukken. Een extern bureau begeleidde deze training.
De nieuwe algemene vergadering van Scheldestromen bestaat uit 30 leden. 26 leden zijn rechtstreeks gekozen en 4 leden zijn aangewezen, de zogenoemde geborgde zetels (2 zetels voor ongebouwd en 2 zetels voor natuurterreinen). Op 29 november 2022 nam de Eerste Kamer het initiatiefwetsvoorstel geborgde zetels aan. Op 17 december 2022 is de wet in werking getreden. Gevolg hiervan is dat sinds de verkiezingen in maart 2023 de categorie bedrijven geen onderdeel meer uitmaakt van de geborgde zetels, terwijl ook het aantal geborgde zetels voor ongebouwd (van 3 naar 2) en natuur (van 1 naar 2) gewijzigd is.
Op 8 juni is het nieuwe dagelijks bestuur door de AV benoemd. De coalitie bestaat uit BBB, Partij voor Zeeland, SGP, CDA en Ongebouwd. De algemene vergadering heeft de ambities en uitgangspunten voor de zittingsperiode op hoofdlijnen vastgelegd in het Bestuursprogramma ‘Zeeland rekent op ons!’ 2023-2027. Dit bestuursprogramma is eind 2023 vastgesteld. Alle twaalf fracties zijn betrokken bij de totstandkoming en konden meepraten en inbreng leveren.

Bestuursmonitor en interne beheersing
Om te zorgen dat de algemene vergadering toe kon zien op de uitvoering van het vastgestelde (strategische) beleid van het waterschap, heeft het dagelijks bestuur de AV door middel van de Bestuursmonitor tussentijds geïnformeerd over de voortgang op strategische doelen, exploitatie en investeringen. In de commissie Bestuurlijke en Economische Zaken (BEZ) van december 2023 heeft de accountant haar bevindingen uit de boardletter toegelicht. De accountant gaf aan dat de interne beheersing bij het waterschap in basis op orde is. Er is geconstateerd dat de interne beheersing op onderdelen is verbeterd. Ook is opgemerkt dat de meeste bevindingen uit voorgaand jaar nog niet volledig zijn opgevolgd, of wel zijn opgevolgd maar de werking er van pas in 2024 kan worden aangetoond. Hiervoor zijn aanbevelingen opgenomen voor verdere optimalisatie van processen en (verbijzonderde) interne controles. Veel bevindingen hebben betrekking op de interne beheersing. Die bevindingen zullen in 2024 worden meegenomen in het gestarte traject inzake de rechtmatigheidsverantwoording, die inwerking treedt vanaf verslagjaar 2025.

Rekenkamer
Op 27 september 2022 is het wetsvoorstel voor de Wet versterking decentrale rekenkamers (Wvdr) door de Eerste Kamer aanvaard. Het belangrijkste gevolg is dat de waterschappen verplicht zijn om over een volledig onafhankelijke, extern samengestelde rekenkamer te beschikken. In november heeft de AV de Verordening rekenkamer waterschap Scheldestromen vastgesteld alsook de functieprofielen voor de voorzitter en de leden van de rekenkamer. Voor de benoeming van de voorzitter en de leden van de rekenkamer is een wervings- en selectiecommissie ingesteld. De vacatures zijn begin 2024 uitgezet. De benoeming van de voorzitter en leden van de rekenkamer is voorzien in de AV van april 2024. De rekenkamer ondersteunt de algemene vergadering via het verrichten van onafhankelijk onderzoek naar doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het beleid en bestuur van Scheldestromen.

Rechtmatigheidsverantwoording
In 2023 is bij waterschap Scheldestromen gestart met het implementatietraject voor de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording vanaf het verslagjaar 2025. De invoering van de rechtmatigheidsverantwoording is, net zoals de invoering van de rekenkamer, een gevolg van de Wet versterking rekenkamers decentrale overheden. Op hoofdlijnen houdt de rechtmatigheidsverantwoording in dat het dagelijks bestuur zelf aan zet is om, als expliciet onderdeel van de jaarrekening, aan de algemene vergadering verantwoording af te leggen over de financiële rechtmatigheid en eventuele afwijkingen. Het betreffende implementatietraject is erop gericht om de algemene vergadering, het dagelijks bestuur en de ambtelijk organisatie zo goed mogelijk voor te bereiden op de eerste afgifte van de rechtmatigheidsverantwoording namens het dagelijks bestuur. Het implementatietraject kent een aantal belangrijke stappen, zoals het formuleren van de ambitie voor de rechtmatigheidsverantwoording, het versterken van de interne beheersing van de organisatie (conform de visie op control) en het inrichten van de (verbijzonderde) interne controlefunctie (VIC-functie). Voor de VIC-functie is het van belang dat deze onafhankelijk wordt gepositioneerd en dat de personele bezetting toereikend is om de benodigde werkzaamheden uit te kunnen voeren. Het merendeel van de activiteiten met betrekking tot het implementatietraject vindt plaats in 2024.

Medewerkers

Terug naar navigatie - 2.6 Programma Bestuur en Organisatie - Medewerkers

Van de 484 medewerkers die op 31 december 2023 in dienst waren, was 74% man en 26% vrouw. De gemiddelde leeftijd is ten opzichte van vorig jaar afgenomen van 50 jaar naar 48,9 jaar. 48% van de medewerkers is 20 jaar of langer in dienst, 14,5% minder dan 3 jaar. Vorig jaar was dit respectievelijk 52% en 13%. Scheldestromen had in 2023 17 stagiairs en 4,24 fte participatiebanen. Er kwamen 51 nieuwe medewerkers in dienst, 14 medewerkers gingen met pensioen en 20 medewerkers hebben het waterschap om een andere reden verlaten. 

Medewerkertevredenheid en –betrokkenheid
Tevreden en betrokken medewerkers zijn essentieel voor een goed werkende organisatie en een goede dienstverlening. We weten uit onderzoek dat tevreden en betrokken medewerkers “harder werken”. Ook bevorderen tevreden en betrokken medewerkers het imago dat wij als werkgever hebben. Ondanks de ontwikkelingen (zowel intern als extern), die automatisch onzekerheid met zich meebrengen, willen we de tevredenheid en betrokkenheid van medewerkers wel vasthouden. In oktober 2023 is er in dit kader weer een medewerkertevredenheidsonderzoek gehouden onder alle medewerkers. De respons was hoog met 81%. Dit is een verbetering ten opzicht van 2021, waar de respons 68,1% bedroeg. Het medewerkerstevredenheidsonderzoek scoorde over het algemeen hoger dan in 2021. De score op bevlogenheid is verbeterd van een 6,9 naar 7,2. Ook de score op betrokkenheid is verbeterd, van een 6,2 naar een 6,9 in 2023. Alles bijeengenomen is de tevredenheid over Scheldestromen als werkgever aanzienlijk verbeterd naar een 7,1. De verbeterpunten die uit het medewerkertevredenheidsonderzoek naar voren kwamen gaan met name over toekomstvisie en leiderschap. Naar aanleiding van de terugkoppeling van de uitslagen zijn er organisatiebreed acties uitgezet om onder andere in alle teams met alle medewerkers het gesprek aan te gaan en specifieke verbeterafspraken te maken en te borgen. Tevens zijn wij in 2023 gestart met het uitvoeren van een 1,5 jaar durend leidersprogramma, waarin organisatiebreed alle leidinggevenden getraind worden op goed leiderschap. 

Ziekteverzuim
Een goed werkgever zorgt voor condities die een veilige en gezonde werkomgeving creëren. Het gaat hier zowel om fysieke veiligheid als om sociale veiligheid. Aandacht voor de arbeidsomstandigheden is hierbij cruciaal. Vandaar dat we het ziekteverzuim monitoren en analyseren en minimaal op hetzelfde (lage) percentage willen houden. Het ziekteverzuimpercentage in 2023 bedroeg 4,5%, een daling ten opzichte van 2022 (6,8%). Het ziekteverzuimpercentage onder medewerkers van bedrijven en overheid (landelijk) bedroeg in het derde kwartaal van 2023 4,8%. Scheldestromen zit hier onder. Met oog op het zoveel mogelijk voorkomen van het ziekteverzuim, is er in 2023 aan medewerkers weer de mogelijkheid geboden om deel te nemen aan een preventief medisch onderzoek. Ook is in de CAO een budget voorzien waarmee medewerkers hun thuiswerkplek ergonomisch kunnen inrichten en biedt de CAO medewerkers de mogelijkheid voor de aankoop van zogenaamde 'vitaliteitsuren'. Daarnaast is ook in 2023 volop ingezet op het op orde krijgen van de personele bezetting, wat belangrijk is om het werk uit te voeren met een acceptabele werkdruk. 

Participatiewet en wet banenafspraak
Met de Participatiewet en de Wet banenafspraak ligt er voor werkgevers een verplichting om extra banen te realiseren voor mensen met een beperking. Met de banenafspraak wordt de Participatiewet ondersteund. Omdat de overheid de beoogde doelstelling in 2016 niet heeft gehaald, is besloten om voor de sector overheid de Quotumwet in werking te stellen per 1 januari 2018. Waterschap Scheldestromen had in 2023 de verplichting om 19,8 banen te hebben gerealiseerd van 25,5 uur. Gerealiseerd zijn 4,24 banen van 25,5 uur. Net als de meeste andere waterschappen hebben we dus nog een grote opgave om aan de Wet banenafspraak te gaan voldoen, wat zeker ook mede onze focus heeft in 2024. 

Knelpunten met betrekking tot de inzet van medewerkers
De beschikbare capaciteit (in samenhang met competenties en inzetbaarheid) is op dit moment op meerdere plaatsen in de organisatie een belemmering om de gewenste prestaties te realiseren. Dit wordt veroorzaakt door: 
•    Schaarste op de arbeidsmarkt
Ook in 2023 was er sprake van een zeer krappe arbeidsmarkt. Hierdoor hadden we ook bij het waterschap te maken met zeer moeilijk vervulbare vacatures. Anderzijds waren was er sprake van uitstroom, onder andere door 14 medewerkers die pensioengerechtigd waren. Deze combinatie heeft geleid tot openstaande plaatsen in de formatie. Om de prestaties te realiseren en anderzijds de werkdruk acceptabel te houden, is in 2023 onze vaste recruitment capaciteit uitgebreid en hebben wij extra geïnvesteerd in onze wervingsinspanningen. Daarnaast is er, waar nodig, tijdelijk extern personeel ingehuurd.
•    Competenties 
We bevinden ons in een transitie veroorzaakt door maatschappelijke ontwikkelingen (Omgevingswet, etc.) die andere competenties van medewerkers vereist. Om een innovatief waterschap te zijn en blijven moet er continu geïnvesteerd worden in de ontwikkeling van de juiste kennis en competenties voor niet alleen de korte maar ook de lange termijn. Medewerkers moeten zich ontwikkelen, wat tijd kost. De tijd gaat soms ten koste van de noodzakelijke tijd voor het behalen van de prestaties.
•    Netto besteedbare uren
In de landelijke CAO-overleggen zijn de laatste jaren afspraken gemaakt waardoor de netto besteedbare uren per medewerker afnemen. Denk hierbij aan regelingen voor ouderschapsverlof, IKB en de inzet van het PBB-budget voor vitaliteitsverlof. Dit heeft invloed op het besteedbare aantal netto uren .

Belastingen en financiën

Terug naar navigatie - 2.6 Programma Bestuur en Organisatie - Belastingen en financiën

In 2023 is bij het opstellen van de begroting uitgegaan van een lastendrukstijging van 9,5%. Hierbij is rekening gehouden met de inflatiecijfers van het CPB uit de macro-economische verkenning 2023; een inflatie van 9,9% over 2022 en 4,3% over 2023 (voor een groot deel van de hoge inflatie is in 2022 al een begrotingswijziging vastgesteld, deze werkt ook door in de lastendruk voor 2023). De uitzonderlijk hoge stijging van de lastendruk was noodzakelijk om de kerntaken van het waterschap uit te voeren. De lastendrukstijging valt binnen de kaders van het waterschapsprogramma: stijging van 1% tot 2% per jaar, exclusief inflatie. 

De netto schuldquote moet gezond blijven: lager dan 250%. De netto schuldquote eind 2023 bedraagt 203% Dit is de schuld in verhouding tot de inkomsten van het waterschap. 

Als de dividendopbrengsten van de aandelen Nederlandse Waterschapsbank structureel hoger uitvalt dan € 3 miljoen kan dit worden ingezet om toekomstige tegenvallers op te vangen (incidenteel) en investeringen (structureel) over te hevelen naar de exploitatie. In 2023 is ruim € 4 miljoen dividend ontvangen. De hogere dividendopbrengst is via een begrotingswijziging in 2023 aan de algemene reserves toegevoegd.

We streven naar een weerstandsvermogen dat ruim voldoende is (waardering B). Dat betekent dat we genoeg algemene reserves hebben om risico’s te kunnen opvangen. Eind 2023 is sprake van een “A” waardering (Uitstekend).

Projecten

Terug naar navigatie - 2.6 Programma Bestuur en Organisatie - Projecten

- Investeringen gerealiseerd binnen het oorspronkelijk verleende krediet (+ max 10% en/of € 250.000,-)
- Investeringen gerealiseerd binnen de oorspronkelijke planning (+ max 6 maanden)

We streven er uiteraard naar om de geplande investeringen binnen de tijdsplanning (conform het kredietvoorstel) en het budget (het door de algemene vergadering verleende krediet) te realiseren. Wanneer door omstandigheden meer dan 10% en/of meer dan € 250.000,- van het krediet wordt afgeweken, dan wordt een een aanvullend krediet ter goedkeuring aan de algemene vergadering voorgelegd. Overschrijding van de looptijd van meer dan 6 maanden worden gerapporteerd in de bestuursmonitor en jaarrekening.

Van de 28 projecten welke technisch en financieel afgerond worden in 2023, zijn er 22 binnen het oorspronkelijke krediet afgerond (79%) en voor 6 projecten is aanvullend krediet aangevraagd. Qua tijdsplanning zijn 20 projecten binnen de oorspronkelijke planning afgerond (71%).

Dienstverlening en draagvlak

Terug naar navigatie - 2.6 Programma Bestuur en Organisatie - Dienstverlening en draagvlak

Tevredenheid over het klantcontact 
De enquête dienstverlening is sinds 2018 uitgevoerd. De enquête was gericht op de beleving van de burger inzake tijdigheid en correctheid van behandelen van verzoeken en meldingen. Het cijfer bleef na zes jaar meten uiteindelijk stabiel op een 7,4. De ‘klanten’ van het waterschap (burgers, agrariërs, bedrijven, maatschappelijke instellingen) verwachten een goede dienstverlening van het waterschap op momenten dat zij het waterschap benaderen. Terecht, want de overheid is er voor hen. Het gaat hier om zaken als: direct bij de goede medewerker terecht komen, intern zaken met elkaar afstemmen, inleven in hun situatie, tijdige en duidelijke beantwoording. Wat men van het waterschap mag verwachten is vastgelegd in de Servicegarantie. De tevredenheid van burgers over het schriftelijk klantcontact is in 2023 niet kwantitatief gemeten, omdat de software die voor de meting werd gebruikt niet meer wordt ondersteund en gezocht wordt naar een kwalitatieve meetmethode die meer informatie oplevert om de dienstverlening te verbeteren.

Vergunningaanvragen en bezwaren afgehandeld binnen de wettelijke termijn
Van de vergunningaanvragen is in 2023 73% binnen de wettelijke termijn afgehandeld. Dit is lager dan het gestelde doel. Oorzaken zijn het personeelsverloop, langdurige uitval door ziekte en openstaande vacatures die we afgelopen jaar moeilijk in konden vullen. Daarnaast heeft het team te maken met een toename van het aantal aanvragen. Ook werkzaamheden ter voorbereiding van de implementatie van de Omgevingswet namen veel tijd in beslag. Hierdoor heeft de behandeling van de aanvragen in bepaalde gevallen langer geduurd dan gebruikelijk. 
Op basis van de Waterwet, de daarmee samenhangende uitvoeringsbesluiten en onze eigen verordeningen mag het waterschap vergunningen verlenen en meldingen afhandelen. Als bevoegd gezag heeft het waterschap in het jaar 2023 1963 vergunningaanvragen ontvangen. In 2022 was dit aantal 1561. Het aantal aanvragen is dus gestegen met 25,75%. Het aantal ingediende vergunningaanvragen heeft invloed op het proces van afhandeling.
Dit proces bevat tevens zogenaamde samenloopsituaties waarbij samen met andere waterbeheerders één watervergunning wordt opgesteld. Doel hierbij is het zoveel mogelijk reguleren van:
-    het gebruik maken van waterstaatswerken (activiteiten in, op en rondom waterstaatswerken of de beschermingszones daarvan); 
-    het onttrekken van water uit en het brengen van water in oppervlaktewaterlichamen;
-    het onttrekken van grondwater en het infiltreren van water in de bodem;
-    het lozen in oppervlaktewaterlichamen of op een zuiveringstechnisch werk;
-    het uitvoeren van activiteiten op of in de buurt van wegen.
Dit levert een bijdrage aan het bereiken van de doelen uit de Waterwet en de waterschapsverordeningen.

Omgevingswet
Om te kunnen voldoen aan de wettelijke eisen is er in 2023 hard gewerkt aan de implementatie van de Omgevingswet. Om het DSO in te richten zijn er onder andere toepasbare regels ontwikkeld en beslisbomen gemaakt. Daarnaast is de technische aansluiting op het DSO gerealiseerd. Hierdoor is een belangrijke basis gelegd voor de verdere inrichting van onze dienstverlening. Om de implementatie van de omgevingswet verder te laten slagen zijn er intern afgelopen jaar ook diverse presentaties verzorgd om zowel medewerkers, het dagelijks bestuur en leden van de algemene vergadering mee te nemen in de veranderingen die ons te wachten staan. Opvolgend is de Omgevingswet 1 januari 2024 definitief in werking getreden. In 2024 is het belangrijk bovengenoemde doorontwikkeling en de benodigde capaciteit te borgen. 

Maatschappelijke opgaven en samenwerking 
Er wordt in toenemende mate een beroep gedaan op het waterschap als het gaat om diverse opgaven en samenwerkingsverbanden met andere organisaties.  Als waterschap willen we graag blijven samenwerken, maar alleen wanneer het meerwaarde heeft. Dit vereist goede afstemming tussen bestuurlijke en ambtelijke wensen en mogelijkheden. Het vereist van ons een meer responsieve en netwerkende manier van samenwerken waar we ons nog verder in moeten bekwamen. 

Faciliteiten - digitale werkomgeving

Terug naar navigatie - 2.6 Programma Bestuur en Organisatie - Faciliteiten - digitale werkomgeving

Digitalisering voldoet aan de Baseline Basis op Orde 
We streven er naar dat onze digitalisering voldoet aan de Baseline Basis op orde van de Unie van Waterschappen. We voldoen daarmee aan de maatschappelijke verwachtingen van een moderne overheid. De oorspronkelijk doelstelling in de Strategienota 2019-2023 was om deze eind 2023 bereikt te hebben.
Het bereiken van deze doelstelling ligt echter niet op het gestelde schema. De implementatie van deze baseline vraagt tijd, kennis en kunde, financiële middelen en een goede aansturing. Het vertalen van de abstracte baseline naar een duidelijk plan voor implementatie (inclusief inzicht in benodigde middelen) heeft in de voorgaande jaren onvoldoende plaatsgevonden. Er waren door diverse factoren onvoldoende medewerkers beschikbaar die hier invulling aan konden geven. Door het invullen van vacatures bij het team informatisering in 2022/2023, is inmiddels meer capaciteit beschikbaar voor deze implementatie. In de eerste helft van 2023 is het plan continuïteit informatievoorziening opgesteld om te voldoen aan de Baseline Basis op orde, nieuwe toekomstige wetgeving en opgetekende kwetsbaarheden en beheersmaatregelen. De uitvoering van dit plan vindt plaats in de periode 2023 tot en met 2026.

Baseline informatieveiligheid Overheid geïmplementeerd 
Scheldestromen streeft er naar om ook de informatiebeveiliging aantoonbaar op orde te hebben met focus op de organisatieonderdelen en processen waar de risico's het grootst zijn. Dit doen we door onze netwerkomgeving en procedures in te richten volgens de richtlijnen van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (Baseline Informatieveiligheid, BIO).
De integrale aanpak binnen alle kerntaken van de organisatie heeft in de vorige bestuursperiode vertraging opgelopen. In 2023 is een nieuwe planning opgesteld om de informatieveiligheid verder in de organisatie te borgen op basis van landelijke baseline en de doelstelling in het bestuursprogramma 2023-2027. Als onderdeel van deel hiervan is in 2023 gestart met de actualisatie van het informatie(beveiligingsbeleid), dat in 2024 wordt afgerond. Voor uitvoering van de planning is voldoende capaciteit in 2023 een knelpunt geweest. In 2023 is voor de industriële automatisering wel invulling gegevens aan de noodzakelijke personele bezetting. De verwachting is dat in eerste helft van 2024 voor de kantoorautomatisering ook de invulling van de vacature kan plaatsvinden.

Medewerkerstevredenheid over digitale werkomgeving
Ondanks alle uitdagingen op het gebied van ICT en informatieveiligheid, blijken medewerkers tamelijk tevreden over hun ‘digitale werkplek’. Dit wordt om het jaar gemeten in de landelijke bedrijfsvergelijking Vensters voor Bedrijfsvoering. De meting in 2022 is met een 7,0 ruim voldoende, maar wel onder het gestelde doel. De omgeving verlangt steeds meer van ons. We willen onze dienstverlening beter aan laten sluiten bij hetgeen ‘de klant’ van ons wil. Hierbij kijken we zowel naar de externe en interne klant. Bij de interne klant ligt de focus op de interne ondersteuning. Hiervoor is in 2023 een interne servicedesk gerealiseerd.  Dit draagt tegelijkertijd bij aan het voldoen aan de Baseline Informatieveiligheid Overheden. 

Faciliteiten - Fysieke werkomgeving

Terug naar navigatie - 2.6 Programma Bestuur en Organisatie - Faciliteiten - Fysieke werkomgeving

We bieden medewerkers een veilige en prettige fysieke werkomgeving voor het uitvoeren van hun werkzaamheden. Daarbij hebben we oog voor de gezondheid van onze medewerkers op korte en lange termijn. De mate van tevredenheid wordt ook om het jaar gemeten in de landelijke bedrijfsvergelijking Vensters voor Bedrijfsvoering. In 2023 heeft er geen onderzoek plaats gevonden, dit staat weer voor 2024 gepland. 

Medewerkerstevredenheid over fysieke werkomgeving 
Met een thuiswerkbudget in het CAO zijn medewerkers gefaciliteerd om ook thuis hun werkplek ergonomisch in te richten. Door en na Corona zijn medewerkers het kantoor anders gaan gebruiken. Namelijk steeds vaker als ontmoetingsplaats en een plek waar men (al dan niet gezamenlijk) deelneemt aan digitale vergaderingen. Dat stelt andere eisen aan het kantoor. We volgen eerst hoe dit zich ontwikkelt, voordat we eventuele aanpassingen aan het kantoor gaan doen. 

Ongevallen met verzuim 
Een goed werkgever zorgt voor condities die een veilige en gezonde werkomgeving creëren. Het gaat hier zowel om fysieke veiligheid als om sociale veiligheid. Aandacht voor de arbeidsomstandigheden is hierbij cruciaal. Vandaar dat we streven naar nul arbeidsgerelateerde ongevallen met verzuim. Er is half september een ongeval gebeurd met verzuim van 5 dagen. Er was geen melding nodig naar Arbeidsinspectie.

Exploitatie

Terug naar navigatie - 2.6 Programma Bestuur en Organisatie - Exploitatie
Bedragen x € 1.000
Kosten- en opbrengstsoorten Rekening 2022 Begroting 2023, inclusief begrotingswijzigingen Rekening 2023
Externe kosten 14.333 17.481 17.035
Externe opbrengsten -4.953 -3.944 -4.038
Personeelskosten 18.160 18.207 17.700
Rente en afschrijving 3.079 3.016 3.008
Netto kosten programma Bestuur en Organisatie 30.619 34.760 33.705

Externe kosten

Terug naar navigatie - 2.6 Programma Bestuur en Organisatie - Externe kosten

In totaal zijn de verwachte externe kosten voor programma Bestuur en Organisatie € 445.000 lager (2,5 %) dan begroot. De afwijking wordt hier per onderdeel toegelicht.

  • Bestuur en ondersteuning € 282.000,- lager.
    De grootste afwijking komt omdat in 2023 minder toevoegingen aan de voorzieningen nodig waren, als gevolg van de hogere rente. De benodigde toevoeging aan de voorziening pensioen (oud) bestuurders wordt in hoge mate bepaald door de marktrente. Voor het bepalen pensioenaanspraken wordt de door De Nederlandsche Bank gepubliceerde rente genomen die geldt voor verplichtingen met een looptijd van 25 jaar voor toekomstige pensioenen en de rente bij een looptijd van 10 jaar voor reeds ingegane pensioenen. Daarnaast vielen de contributies lager uit. Dit wordt onder andere veroorzaakt door lagere kosten voor de Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (STOWA). Voorts was voor het verkiezingsjaar 2023 rekening gehouden met hogere kosten voor representatie, de vergadersoftware en verslaglegging van bestuurlijke vergaderingen, in de praktijk vielen de extra kosten mee. Kosten die waren begroot voor de verdere automatisering van het besluitvormingsproces zijn niet gemaakt, omdat uit oogpunt van doelmatigheid vooralsnog is voortgebouwd op al bestaande systemen.
  • Communicatie en educatie € 88.000,- lager.
    Diverse factoren leiden tot lagere kosten voor de externe communicatie, zoals lagere contributies, minder hostingkosten door het pas in oktober online gaan van de nieuwe website en minder kosten voor de open dag. Meerkosten waren er ook omdat de bijsluiter die is meegezonden met de aanslag waterschapsbelastingen niet was begroot en de incidentele kosten voor de ontwikkeling van de nieuwe website hoger uitvielen.
    Er hebben minder educatieactiviteiten plaatsgevonden als gevolg van nieuw handelswijzen op scholen en het niet altijd kunnen leveren van eigen mensen voor de openstelling van rioolwaterzuiveringen. Zo is bijvoorbeeld de Battle of the Beach komen te vervallen. Ook organiseren scholen minder watergerelateerde educatieactiviteiten met als gevolg dat er minder beroep gedaan wordt op onze freelance medewerkers. De begroting 2023 was gebaseerd op de situatie voor de Coronapandemie. De realiteit is dat de werkelijke bestedingen al enkele jaren lager uitvallen dan voorheen.
  • Kwaliteit, Arbo en Milieu € 22.000,- hoger.
    Er zijn extra kosten gemaakt als gevolg van de aanschaf van extra gasmeters die sinds medio 2023 worden gedragen op zuiveringen en gemalen. Ook zijn er meer aangepaste arbeidsmiddelen aangeschaft.
  • Financiën € 151.000,- hoger. 
    De kosten voor de WOZ vallen € 267.000,- lager uit dan begroot. In de begroting 2023 was nog geen rekening gehouden met het besluit de WOZ-kosten voor de waterschappen te verlagen (in de laatste kabinetsperiode is er geld beschikbaar gesteld om de waterschappen te compenseren). Voor de bijdrage aan Sabewa is rekening gehouden met € 416.000,- hogere kosten op basis van de begrotingswijziging bij Sabewa.
  • Juridische zaken € 179.000,- lager. 
    Er is minder beroep gedaan op externe juridische advisering dan begroot. Aanvankelijk waren proceskosten en juridische advieskosten begroot voor enkele specifieke casussen die zijn doorgeschoven naar 2024. Op de inkoopcoördinatie zijn vanwege capaciteitsproblematiek een aantal activiteiten doorgeschoven naar 2024. Ontwikkelingen op het gebied van contractmanagement en een spendanalysetool zijn daardoor vertraagd. Voor het eigendommenbeheer zijn minder notaris en taxatiekosten gemaakt. De gemeentelijke belastingen bleken in de begroting 2023 te hoog geraamd en zijn reeds bijgesteld in de begroting 2024.
  • Centrale (geo)grafische informatie en Hydrografie € 76.000,- lager. 
    Er was in 2024 vanuit de primaire taken minder behoefte aan landmeting dan begroot en er zijn meer kosten voor landmeting geactiveerd op de investeringsprojecten. De lagere kosten daarvoor werden deels gecompenseerd door een kostenstijging bij de peilboot. De verzekerde waarde van de Meermin IV is aanzienlijk hoger dan die van zijn voorganger waardoor een substantieel hogere premie wordt berekend.
  • Facilitaire zaken € 132.000,- hoger.
    De kosten voor beheer en onderhoud gebouwen zijn gestegen, onder andere door kostenstijgingen voor de warmte-koudelevering voor kantoor Middelburg, gasverbruik op steunpunten en kantoor Terneuzen, onvoorzien onderhoud aan de kantoren en gestegen contractkosten voor de schoonmaak als gevolg van CAO-stijgingen in die sector. Tegenover de kostenstijgingen staan ook lagere kosten voor divers onderhoud aan de hoofdkantoren en gebouwen dat onverminderd nodig is, maar pas in 2024 kan worden uitgevoerd. De kosten voor het wagenpark (onderhoud, reparaties, motorrijtuigenbelasting en brandstoffen van het wagenpark en huur van vervangende voertuigen) zijn beperkt hoger uitgevallen door diverse afwijkingen op de voorgenoemde aspecten.
  • Automatisering € 90.000,- hoger. 
    De verhoging van de contributie voor het Waterschapshuis naar aanleiding van de geactualiseerde begroting leidt tot een kostenstijging, die deels wordt gecompenseerd door een uitkering van het jaarrekeningresultaat van het Waterschapshuis over 2022. In 2023 is verder voortgang geboekt op de uitvoering van maatregelen uit de Baseline Informatieveiligheid Overheden en het aansluiten bij de landelijke standaarden en richtlijnen voor informatievoorziening (conform de Baseline Basis op Orde van de Unie van Waterschappen). De resultaten van de maatregelen zijn terug te zien in de voortgang op de prestatie-indicatoren. De activiteiten op het vlak van informatievoorziening hebben geleid tot een overschrijding op het budget. Zoals in de monitor van mei 2023 is gemeld, staan tegenover de hogere kosten onder meer lagere uitgaven voor telefonie; na de Coronaperiode (waarin veel op de wifi werd thuisgewerkt) is het gebruik van telefonie en data minder gestegen dan verwacht. Voor de maatregelen voor informatieveiligheid zijn middelen onttrokken aan de bestemmingsreserve informatieveiligheid.
  • Personeelsbeleid, organisatiebeleid en salarisadministratie € 155.000,- lager.
    De afwijking ten opzichte van de begroting wordt grotendeels veroorzaakt door een verlaging van de kosten voor het E-HRM systeem. De implementatie van dit systeem is in 2022 geheel afgerond, waardoor in 2023 enkel de kosten voor het genereren van de maandelijkse salarisstroken gemaakt zijn. Er zijn minder kosten gemaakt voor werving & selectie voor de vacatures van leidinggevende posities zoals advertentiekosten en kosten voor de inzet van specifieke werving & selectiebureaus. De leidinggevende posities zijn in 2023 nagenoeg allemaal ingevuld. 
  • Vergunningverlening toezicht en handhaving € 5.000,- lager. 
    Voor het uittreden uit de RUD is een afkoopsom van circa €98.000 betaald in 2023. Dit bedrag is hoger dan het bedrag dat voor de RUD op de begroting stond.  
    De kosten voor bemonstering en analyses zijn dit jaar voor zowel strafrechtelijke handhaving als voor het toezicht minder hoog dan begroot. Dit komt doordat er minder analyses zijn uitgevoerd dan verwacht. Externe factoren zoals weersomstandigheden en beschikbaarheid van derden bepalen of er bemonsterd kan worden of niet. Daarnaast zorgen ook boeteclausules in het huidige contract met de bemonsteraar ervoor dat de kosten lager zijn dan begroot. 
  • Overige verschillen € 55.000,- lager.
    Dit wordt verklaard door allerlei kleinere afwijkingen, onder meer op concern control, onvoorzien, tractie (zoals tractoren en maaiwerktuigen), voorbereiding en toezicht.

Externe opbrengsten

Terug naar navigatie - 2.6 Programma Bestuur en Organisatie - Externe opbrengsten

De externe opbrengsten vallen € 95.000,- hoger uit dan begroot:

  • Grondzaken € 11.000,- hoger.
    Er zijn minder opbrengsten van grondverkopen. De grondtransactie ten behoeve van Kruispolder is niet meer in 2023 gepasseerd en zal in 2024 plaats vinden. Voor jacht, pacht en visrecht zijn er echter meer opbrengsten door nieuwe overeenkomsten en hogere (CPI-)indexaties dan voorgaande jaren.
  • Facilitair en automatisering € 166.000,- hoger.
    Met name als gevolg van nieuwe/herziene huurovereenkomsten voor de kantoren en dienstverleningsovereenkomsten die nog niet begroot waren zijn de opbrengsten gestegen. Ook is de indexering van overeenkomsten hoger dan begroot.
  • Bestuur en ondersteuning € 22.000,- hoger.
    Dit betreft een niet verwachte bijdrage voor subsidie vanuit NPLG. Het gaat om een externe vergoeding voor gemaakte uren door bestuurders.
  • Tractie € 145.000,- lager.
    Dit betreft een lagere inruilwaarde op de tractoren dan voorzien, doordat de aanschaf van de nieuwe tractoren een tweetal jaren later heeft plaatsgevonden dan oorspronkelijk gepland.
  • Overig € 41.000,- hoger. 

Diverse kleinere afwijkingen voor onder meer hydrografie, diensten voor derden en leges.

Personeelskosten

Terug naar navigatie - 2.6 Programma Bestuur en Organisatie - Personeelskosten

Personeelskosten € 507.000,- lager.
De totale personeelslasten op dit programma vallen 2,7% lager uit dan bij de begroting ingeschat. Door vacatures en ziekteverzuim was extra inhuur noodzakelijk om de werkzaamheden uit te voeren. Hiertegenover staat een besparing aan eigen personeel. In de 5e begrotingswijziging is het financiële voordeel grotendeels afgeraamd, per saldo resteert er nog een voordeel van € 507.000,- op het programma Bestuur en Organisatie.
Onder dit programma vallen onder andere alle teams van de afdeling Bedrijfsvoering met een begrote formatie van 133,4 fte, waarvan eind 2023 11,8 fte niet is ingevuld. Ook de afdeling Projecten (engineering) valt onder dit programma. Wel worden de uren van de afdeling Projecten grotendeels verantwoord op de investeringsprojecten (geactiveerd). De afdeling Projecten kent een begrote formatie van 73,1 fte waarvan 21,6 fte eind 2023 niet is ingevuld. De werkzaamheden voor vergunningverlening en handhaving zijn eveneens opgenomen in dit programma. Dit betreft het team VTH met een begrote formatie van 24,6 fte waarvan eind 2023 3 fte aan vacatures openstaat. Ook valt het centraal management (directie en afdelingshoofden) onder het programma Bestuur en Organisatie en zijn er 8 fte die eind 2023 . Begroot zijn er 8 fte die allen eind 2023 zijn ingevuld.

Exploitatieprojecten

Terug naar navigatie - 2.6 Programma Bestuur en Organisatie - Exploitatieprojecten

Implementatie Omgevingswet

Voor de implementatie van de Omgevingswet is in de begroting 2019 netto € 1,0 miljoen beschikbaar gesteld als investeringskrediet voor de extra kosten die de implementatie met zich mee zou brengen. Aangezien het om niet activeerbare kosten bleek te gaan, verloopt de uitvoering en verantwoording hiervan sinds 2020 via de exploitatie.

De oorspronkelijk beoogde datum van inwerkingtreding, 1 januari 2021, is uitgesteld tot 1 januari 2024. Landelijk en lokaal was er nog werk te verrichten. Voor het waterschap bestond dit voornamelijk uit het complementeren van diverse werkzaamheden, met name het testen van het vergunningsproces in het landelijk systeem en het uitwerken van het projectbesluit en actualisatie van het participatiebeleid. Hiervoor wordt samengewerkt met de landelijke DSO organisatie en regionale samenwerkingspartners. De technische aansluiting op het DSO is gerealiseerd. De waterschapverordening (opvolger van de Keur) versie 1.0 is vastgesteld in de algemene vergadering. De regelgeving wordt in lijn gebracht. Na in werking treden van de Omgevingswet wordt de zogenaamde 2.0 versie vastgesteld. 

De besteding van de beschikbaar gestelde middelen is weergegeven in onderstaande tabel. Per 31-12-2022 was het saldo - € 89.894,77. Voor 2023 is nog € 100.000,- extra in de begroting opgenomen en de werkelijke uitgaven waren € 115.026,74. De totale kosten komen nu op € 1,2 miljoen uit. Dit is inclusief de ontvangen subsidie voor de implementatie in 2020 ad € 98.847,- en de extra in 2021 ontvangen subsidie in verband met het uitstel van de invoeringsdatum ad € 87.470,-.

Exploitatieproject: Implementatie Omgevingswet
budget 1.100.000,00
subsidie 100.000,00
netto beschikbaar budget 1.000.000,00
kosten tm 2019 157.297,54
kosten 2020 334.633,70
subsidie 2020 -98.847,00
totaal netto 2020 235.786,70
kosten 2021 410.283,94
subsidie ivm uitstel -87.470,00
totaal netto 2021 322.813,94
kosten 2022 373.996,59
subsidie -
totaal netto 2022 373.996,59
kosten 2023 115.026,74
subsidie -
totaal netto 2023 115.026,74
overschrijding budget -204.921,51

Investeringen Programma Bestuur en Organisatie

Terug naar navigatie - 2.6 Programma Bestuur en Organisatie - Investeringen Programma Bestuur en Organisatie
bedragen x € 1.000
Project Projectnaam Technisch afgerond cf AV besluit Geplande technische afronding AV besluitvorming Werkelijke bestedingen
AV-krediet bruto AV-krediet subs/bijdr AV-krediet netto t/m 2023 bruto t/m 2023 subs t/m 2023 netto netto in 2023
5 programma bestuur en organisatie
Financieel afgerond
PRJ1340B Vloerbed. AV M'burg, buitenlocaties 1-9-2023 1-9-2023 115 115 124 124 124
PRJ1477 Aank./vervangen tractiemiddelen 2021 1-12-2022 1-3-2023 2.152 2.152 1.346 1.346 576
PRJ1487A Verduurz./recond.luchtbeh.kasten Mbu 1-12-2023 1-6-2023 160 160 172 172 114
totaal financieel afgerond 2.427 2.427 1.642 1.642 814
Onderhanden investeringen
PRJ1338 Vervangen peilboot Meermin III 1-11-2022 1-8-2022 2.540 2.540 2.672 2.672 7
PRJ1425 Hoofdk.Terneuzen, vervang cv-ketels 1-12-2023 1-12-2023 213 213
PRJ1516 Aank./vervangen tractiemiddelen 2022 1-12-2022 1-12-2023 2.506 -308 2.198 1.304 1.304 1.228
PRJ1517 Tractiemiddelen 2023 1-12-2023 1-12-2023 896 896 183 183 183
PRJ1517A Inruil tractiemiddelen 2023 1-12-2023 1-12-2023 -55 -55 -130 -130 -130
PRJ1518 Aank./vervangen tractiemiddelen 2024 1-12-2024 1-12-2024 566 -46 520
PRJ1545 Vervanging bedrijfsm (pc mob tabbl.) 1-12-2023 1.250 1.250 747 747 747
PRJ1546 Aank./verv. tractiemiddelen 2025
PRJ1585 Kantoor Terneuzen: verv. regelkast 31-12-2024 1-12-2024 240 240
PRJ1586 Kantoor Terneuzen: vervanging lift 31-12-2024 1-12-2024 110 110
PRJ1587 Overige gebouwen: verv. werkplekken 31-12-2024 1-12-2024 113 113
PRJ1588 Fysieke beveiliging: hardware 2024 31-12-2024 1-12-2024 360 360
PRJ1589 Kantoor automatisering: netwerk 2024 31-12-2024 1-12-2024 470 470
PRJ1590 Kantoor automatisering: netwerk 2025
PRJ1591 PA automatisering: netwerk 2024 31-12-2024 1-12-2024 460 460
PRJ1597 Revisie ponton de Meerkracht 1-12-2024 1-12-2024 275 275
totaal onderhanden investeringen 9.999 -409 9.590 4.905 -130 4.775 2.035
Totaal programma bestuur en organisatie 12.426 -409 12.017 6.547 -130 6.416 2.849
Totaaltellingen kunnen afwijkingen i.v.m. afrondingen op duizendtallen

Toelichting investeringen

Terug naar navigatie - 2.6 Programma Bestuur en Organisatie - Toelichting investeringen

Toelichting afgeronde investeringen

PRJ1477 Aankoop/vervangen tractiemiddelen 2021
De tractiemiddelen vallen ruimschoots binnen de beschikbaar gestelde middelen. Er is sprake van een onderbesteding van € 814.000,- doordat veel gladheidsmaterieel niet meer is vervangen in verband met de samenwerkingsovereenkomst Rijkswaterstaat en een aantal investeringen zijn doorgeschoven in tijd (onder andere vrachtwagen, heftruck en overig materieel). 

PRJ1340B Vloerbedekking AV-zaal Middelburg en Steunpunten
Het project is met een overschrijding van ongeveer 8% (€ 9.200,-) afgerond. Dit wordt veroorzaakt door het moeten vervangen van de plinten op twee steunpunten na aanleg nieuwe vloerbedekking en - op aangeven van arbo deskundige - in verband met veiligheidsredenen het vervangen van de stoffering van de trap in de algemene vergaderingszaal en het aanbrengen van de stoffering van de trap op de derde verdieping.

PRJ1487A vervangen centrale warmte/koude voorzieningen Middelburg
De scope van dit project is middels het besluit van de algemene vergadering van 5 oktober 2022 gewijzigd in het verduurzamen/re-conditioneren van de luchtbehandelingskasten in kantoor Middelburg. Het krediet is tevens verlaagd met € 50.000,-. Realisatie heeft plaatsgevonden in 2023. Een overschrijding van € 11.800,- van het aangevraagde krediet (7,4%) is veroorzaakt doordat een aantal onderdelen in de luchtbehandelingsinstallatie ook vervangen moesten worden, wat pas tijdens de werkzaamheden zichtbaar werd.


Toelichting belangrijkste afwijkingen bij de onderhanden investeringsprojecten

PRJ1338 Vervangen peilboot Meermin III
Dit project betreft de bouw van een nieuwe peilboot ter vervanging van de huidige peilboot Meermin III. Het project heeft vertraging opgelopen onder andere door latere leveringen van benodigde motoren en uit te voeren systeemtesten. In november 2022 is de peilboot officieel overgedragen aan het Waterschap en in de eerste maanden van 2023 zijn de laatste opleverpunten afgewerkt. Het project is met een uitloop van meer dan 6 maanden ten opzichte van de oorspronkelijke planning technisch afgerond en met een budgetoverschrijding < 10% en minder dan € 250.000,-. In samenspraak met de werf is de garantieperiode met 6 maanden verlengd om diverse gebreken op te lossen.

PRJ1425 Hoofdkantoor Terneuzen, vervanging CV-ketels
Beide CV-ketels in kantoor Terneuzen zijn aan het einde van de technische levensduur. Door goede staat van onderhoud functioneren de ketels nog steeds goed, maar onderdelenvoorziening wordt steeds moeilijker. In afwachting van het onderzoek naar de twee hoofdkantoren, dat in het bestuursakkoord 2023-2027 is vastgelegd, wordt dit project vooralsnog niet uitgevoerd.

PRJ1545 Vervanging bedrijfsmiddelen (pc's, mobile telefoons en tabblets)
Er is een bedrag van € 250.000,- toegevoegd aan deze investering voor de aanschaf van hardware, die voorheen uit de exploitatiebegroting werd bekostigd. Met een begrotingswijziging is dit bedrag extra op de investering opgevoerd. In oktober 2023 is de aanbesteding voor de hardware afgerond en zijn mobiele telefoons aangeschaft. Dit project loopt in 2024 door.

PRJ1516 Aankoop en vervangen tractiemiddelen 2022
In 2022 zijn 4 nieuwe tractoren (PRJ1516) volgens planning aanbesteed. Vanwege oplopende levertijden zijn deze tractoren in 2023 geleverd. De levering van de geplande vrachtauto wordt in september 2024 verwacht. 

PRJ1517 Tractiemiddelen 2023
De levering van een aantal tractiemiddelen is doorgeschoven naar 2024. 

2.7 Belastingen en algemene opbrengsten

Exploitatie

Terug naar navigatie - 2.7 Belastingen en algemene opbrengsten - Exploitatie

De externe kosten voor belastingen betreffen de vennootschapsbelasting en de BTW afdracht.
De werkelijke externe kosten vallen € 23.000,- lager uit in verband met een teruggave vanuit de BTW pro rata regeling.

Bedragen x € 1.000
Kosten- en opbrengstsoorten Rekening 2022 Begroting 2023, inclusief begrotingswijzigingen Rekening 2023
Externe kosten 33 0 -23
Externe opbrengsten -1.480 -630 -798
Dividendopbrengst -3.837 -4.600 -4.604
Belastingopbrengst (inclusief oninbaar en kwijtschelding) -106.609 -115.180 -115.808
Netto kosten programma belasting- en algemene opbrengsten -111.893 -120.410 -121.233

Externe opbrengsten

Terug naar navigatie - 2.7 Belastingen en algemene opbrengsten - Externe opbrengsten

De begrote opbrengsten hebben betrekking op leges en retributies. 
De werkelijke opbrengsten vallen € 168.000,- (26,7%) hoger uit dan begroot. Dit wordt veroorzaakt door:

  • Hogere opbrengsten leges € 138.000,-.
    De te ontvangen leges zijn afhankelijk van het aantal vergunningen en van het soort vergunning dat wordt aangevraagd.
  • Hogere opbrengsten retributies € 30.000,-. 
    De retributies betreft het gebruik van zoetwater. Gezien de lange droge periode tijdens de maanden mei en juni is meer zoetwater onttrokken.

Het verschil met de jaarcijfers 2022 betreft een in 2022 ontvangen incidentele bijdrage aan coronacompensatie van € 845.000,- voor minder opbrengsten en kosten zuiveringsheffing bedrijven, kwijtscheldingen en meer kosten voor oninbaar als gevolg van corona. 

Kwijtschelding publieke schulden in het kader van hersteloperatie kinderopvangtoeslag

Terug naar navigatie - 2.7 Belastingen en algemene opbrengsten - Kwijtschelding publieke schulden in het kader van hersteloperatie kinderopvangtoeslag

In 2023 zijn er in het kader van de hersteloperatie kinderopvangtoeslag geen kwijtscheldingen geweest. 

bedragen x €1
Jaar aantal gedupeerden waterschap (paragraaf 3.3 uitkeringsregeling) berekend bedrag uitvoeringskosten (gedupeerden*€ 100,-) (paragraaf 3.3 uitkeringsregeling) kwijtgescholden bedragen (paragraaf 3.2 uitkeringsregeling)
2021 161 16.100 -
2022 30 3.000 14.386
2023 - - -

Belastingopbrengst

Terug naar navigatie - 2.7 Belastingen en algemene opbrengsten - Belastingopbrengst

Hieronder zijn de totale belastingopbrengsten opgenomen, een hogere opbrengst ten opzichte van de begroting van ruim € 0,5 miljoen. We hebben de algemene vergadering periodiek geïnformeerd over de belastingopbrengsten door middel van de kwartaalrapportages Sabewa Zeeland. In de 3e begrotingswijziging is de prognoses met ruim € 1 miljoen verhoogd. 

De bruto opbrengsten van de waterschapsbelasting zijn per categorie als volgt:
Bedragen x € 1.000,-
Waterschapsbelasting Begroting Jaarrekening verschil
Watersysteemheffing ingezetenen 23.464 23.589 125
Watersysteemheffing gebouwd 38.366 38.258 -108
Watersysteemheffing ongebouwd 13.285 13.269 -16
Watersysteemheffing natuurterreinen 320 321 1
Zuiveringsheffing 41.116 41.421 305
Verontreinigingsheffing 745 861 116
Kwijtschelding / oninbaar -2.116 -1.911 205
Totaal 115.180 115.808 628
De opbrengsten (belastingjaar) zijn gebaseerd op onderstaande eenheden:
Belastingeenheden Begroting eenheden Jaarrekening eenheden
Woonruimten 172.000 173.258
WOZ-waarden in € 1.000,- 66.764.000 69.832.960
Hectares ongebouwd 145.200 144.312
Hectares natuurterreinen 28.500 29.474
Vervuilingseenheden Zuiveringsheffing 561.700 563.077
Veruilingseenheden Verontreinigingsheffing 10.500 10.484

Heffingseenheden

Terug naar navigatie - 2.7 Belastingen en algemene opbrengsten - Heffingseenheden

In de volgende tabel is de ontwikkeling van de heffingseenheden voor de watersysteemheffing van ingezetenen vanaf 2013 weergegeven

Ingezetenen Begroot Werkelijk
jaar eenheden eenheden
2013 163.530 164.143
2014 163.530 165.131
2015 164.000 165.700
2016 165.500 166.275
2017 165.500 166.621
2018 166.000 167.606
2019 167.000 168.688
2020 168.000 169.382
2021 169.500 170.859
2022 171.000 172.119
2023 172.000 173.258

Waardeontwikkeling Gebouwd

Terug naar navigatie - 2.7 Belastingen en algemene opbrengsten - Waardeontwikkeling Gebouwd

In de volgende tabel is de waarde ontwikkeling gebouwd weergegeven en de afwijking ten opzichte van de begrote waarde.                        

Bedragen x € 1,-
Gebouwd Begroot Werkelijk Afwijking
jaar WOZ-waarde WOZ-waarde %
2013 47.660.000.000 47.263.865.035 -0,83%
2014 46.080.000.000 45.006.122.829 -2,33%
2015 45.617.000.000 48.551.411.797 6,43%
2016 46.061.000.000 46.363.608.847 0,66%
2017 46.361.000.000 46.590.998.561 0,50%
2018 47.866.000.000 48.465.076.363 1,25%
2019 50.257.000.000 50.894.882.544 1,27%
2020 53.046.000.000 53.588.749.991 1,02%
2021 55.530.000.000 56.869.794.900 2,41%
2022 60.651.296.325 61.688.967.518 1,71%
2023 70.179.000.000 69.832.960.022 -0,49%

Heffingseenheden Ongebouwd en Natuur

Terug naar navigatie - 2.7 Belastingen en algemene opbrengsten - Heffingseenheden Ongebouwd en Natuur

In het volgende overzicht is de ontwikkeling van het aantal heffingseenheden ongebouwd en natuur weergegeven               

Watersysteemheffing ongebouwd ha. Totaal belast ha. Ongebouwd Watersysteem natuur belast ha. Watersysteemhef. Totaal ha.
jaar vol tarief wegen totaal ongebouwd
2013 143.341 nvt 143.341 24.682 168.023
2014 134.062 9.726 143.788 153.514 25.002 168.790
2015 133.301 9.647 142.948 152.595 26.914 169.862
2016 132.781 9.709 142.490 152.199 28.152 170.642
2017 132.859 9.708 142.567 152.275 26.560 169.127
2018 134.042 8.174 142.216 150.390 27.699 169.915
2019 136.783 4.672 141.455 146.127 27.720 169.175
2020 136.626 4.667 141.293 145.960 28.229 169.522
2021 136.686 4.630 141.316 145.946 28.187 169.503
2022 136.195 4.563 140.758 145.321 28.746 169.504
2023 135.286 4.513 139.799 144.312 29.474 169.273

Zuiveringsheffing

Terug naar navigatie - 2.7 Belastingen en algemene opbrengsten - Zuiveringsheffing
Zuiveringsheffing Bedragen x € 1.000
Huishoudens: 87
meer opbrengst 2023 76
meer opbrengst nog opgelegd voorgaande jaren 6
hogere invorderingsopbrengsten 5
Bedrijven: 218
meer opbrengst 2023 0
meer opbrengst nog opgelegd voorgaande jaren 211
hogere invorderingsopbrengsten 7
Totaal meer opbrengst Zuiveringsheffing 305

Aantal vervuilingseenheden

Terug naar navigatie - 2.7 Belastingen en algemene opbrengsten - Aantal vervuilingseenheden

Voor de huishoudens zijn in 2023 1.377 vervuilingseenheden (ve’s) meer opgelegd dan begroot.

Bij de zuiveringsheffing bedrijven is de achterstand met betrekking tot het jaar 2021 in 2023 afgerond.  Op basis van de ontwikkeling bij de meet- en contractbedrijven is als prognose voor 2023 139.000 ve's opgenomen.

In onderstaand overzicht is de ontwikkeling van het aantal ve's weergegeven voor zowel de zuiveringsheffing huishoudens als bedrijven.                        

Zuiverings heffing Huishoudens Bedrijven Totaal
jaar eenheden eenheden eenheden
2013 426.973 144.874 571.847
2014 415.780 141.090 556.870
2015 415.240 141.097 556.337
2016 415.318 138.650 553.968
2017 415.199 139.836 555.035
2018 416.566 147.649 564.215
2019 417.670 143.072 560.742
2020 418.442 132.000 550.442
2021 420.999 139.655 560.654
2022 422.626 141.960 564.586
2023 424.077 139.000 563.077
2023 Begroot 422.700 139.000 561.700
Verschil 1.377 - 1.377
op basis prognose

Aantal vervuilingseenheden

Terug naar navigatie - 2.7 Belastingen en algemene opbrengsten - Aantal vervuilingseenheden

In de volgende tabel is de ontwikkeling van het aantal vervuilingseenheden (v.e.'s) weergegeven voor de zuiveringsheffing bedrijven, gespecificeerd naar de meetbedrijven (incl. contract en tabelbedrijven op basis van bemonstering) en de overige bedrijven (tabel op basis bijlage II klasse indeling en forfaitaire bedrijven)     

jaar meetbedrijven * overige bedrijven totaal
2013 37.979 106.895 144.874
2014 37.433 103.657 141.090
2015 32.930 108.167 141.097
2016 31.183 107.467 138.650
2017 30.002 109.834 139.836
2018 34.553 113.096 147.649
2019 30.686 112.386 143.072
2020 27.343 104.657 132.000
2021 32.842 106.813 139.655
2022 31.714 110.246 141.960
2023 29.435 109.565 139.000
* incl. contractbedrijf

Verontreinigingsheffing

Terug naar navigatie - 2.7 Belastingen en algemene opbrengsten - Verontreinigingsheffing

De opbrengsten verontreinigingsheffing liggen in lijn met de begroting.

Verontreinigingsheffing Bedragen x € 1.000,-
Huishoudens: 7
meer opbrengst 2023 8
minder opbrengst nog opgelegd voorgaande jaren -1
Bedrijven: 109
meer/minder opbrengst 2023 0
meer opbrengst nog opgelegd voorgaande jaren 109
Totaal meer opbrengst Verontreinigingsheffing 116

Kwijtschelding

Terug naar navigatie - 2.7 Belastingen en algemene opbrengsten - Kwijtschelding

Hieronder zijn de verschillen in kwijtschelding weergegeven:

Kwijtschelding Bedragen x € 1.000
Ingezetenen: -21
meer kwijtschelding 2023 -32
minder kwijtschelding voorgaande jaren 11
Zuiveringsheffing: 17
minder kwijtschelding 2023 7
minder kwijtschelding voorgaande jaren 10
Totaal meer verleende Kwijtschelding -4

Verleende Kwijtscheldingen

Terug naar navigatie - 2.7 Belastingen en algemene opbrengsten - Verleende Kwijtscheldingen

In de volgende tabellen is vanaf het jaar 2011 een overzicht opgenomen over de werkelijk verleende kwijtscheldingen. In 2014 is het beleid en in 2017 is de leidraad kwijtschelding aangepast, zie voor verdere toelichting daarop paragraaf 3.3 Waterschapsbelastingen, onderdeel Kwijtscheldingsbeleid. Vanaf 2019 heeft Sabewa Zeeland de behandeling van kwijtscheldingsverzoeken uitbesteed.               

Overzicht verleende kwijtschelding per boekjaar Bedragen x € 1,-
Verleende kwijtschelding
Ingezetenen Zuiveringsheffing Subtotaal Totaal
jaar dienstjaar voorgaand jaar dienstjaar voorgaand jaar dienstjaar voorgaand jaar jaar
2011 471.000 21.000 592.000 35.000 1.063.000 56.000 1.119.000
2012 500.000 13.000 630.000 24.000 1.130.000 37.000 1.167.000
2013 509.015 14.081 624.986 25.054 1.134.001 39.135 1.173.136
2014 484.455 25.107 589.304 34.534 1.073.759 59.641 1.133.400
2015 528.422 72.283 643.425 73.365 1.171.847 145.648 1.317.495
2016 611.657 63.483 650.002 133.686 1.261.659 197.169 1.458.828
2017 685.420 27.230 693.941 53.825 1.379.361 81.055 1.460.416
2018 546.651 34.460 516.010 42.140 1.062.661 76.600 1.139.261
2019 804.633 136.962 816.741 164.402 1.621.374 301.364 1.922.738
2020 805.022 28.138 806.171 36.020 1.611.192 64.158 1.675.350
2021 818.520 35.950 829.916 46.495 1.648.436 82.445 1.730.881
2022 850.000 34.572 850.000 46.667 1.700.000 81.239 1.781.239
2023 939.479 38.058 901.025 49.989 1.840.504 88.047 1.928.551
Overzicht werkelijk verleende kwijtschelding in € en eenheden naar belastingjaar Bedragen x € 1,-
Werkelijk verleende kwijtschelding
Ingezetenen Zuiveringsheffing Totaal
jaar eenheden eenheden
2011 484.000 5.991 616.000 11.765 1.100.000
2012 514.081 6.363 655.054 12.329 1.169.135
2013 534.122 6.503 659.520 12.413 1.193.642
2014 556.738 6.778 662.669 12.231 1.219.407
2015 591.905 7.067 777.111 13.989 1.369.016
2016 638.887 6.772 703.827 12.631 1.342.714
2017 719.880 7.229 736.081 12.777 1.455.961
2018 683.613 6.497 680.412 11.679 1.364.025
2019 832.771 7.722 852.761 14.220 1.685.532
2020 840.972 7.493 852.666 13.673 1.693.637
2021 853.092 7.418 876.583 13.509 1.729.675
2022 850.000 6.920 850.000 12.533 1.700.000
2023 939.479 6.961 901.025 12.500 1.840.504

Mutatie Voorziening Oninbaar

Terug naar navigatie - 2.7 Belastingen en algemene opbrengsten - Mutatie Voorziening Oninbaar
Bedragen x € 1,-
Voorziening oninbaar Belastingen Debiteuren-
Jaar afgeboekt toegevoegd Stand per 31-12 stand per 31-12
2011 302.298 150.425 457.634 1.416.865
2012 324.505 206.460 339.589 1.729.428
2013 198.483 345.728 486.834 2.147.403
2014 13.541 474.185 947.478 8.038.221
2015 20.849 275.025 1.201.654 5.559.489
2016 206.744 272.385 1.267.295 4.675.084
2017 175.978 232.289 1.323.606 4.727.939
2018 708.541 564.968 1.180.033 5.060.906
2019 384.511 727.934 1.523.456 4.415.397
2020 521.022 964.396 1.966.830 4.482.533
2021 285.838 357.825 2.038.817 5.262.431
2022 174.628 -97.694 1.766.495 4.579.753
2023 190.597 282.266 1.858.163 4.701.637
Voorziening oninbaar Invorderings opbrengsten Debiteuren-
Jaar afgeboekt toegevoegd Stand per 31-12 stand per 31-12
2022 - 446.563 446.563 890.339
2023 50.406 - 396.157 861.210

Per 31-12-2011 was de stand van de voorziening oninbaar waterschapbelastingen circa 32% van het openstaand saldo van € 1,4 miljoen belastingdebiteuren en per 31-12-2023 is dit circa  35%  van het openstaand saldo van € 4,7 miljoen. Voor de openstaande invorderingsopbrengsten is de stand van de voorziening circa 46% van het openstaand saldo ad  € 861.210 ,- . 

meer-minder opbrengst

Terug naar navigatie - 2.7 Belastingen en algemene opbrengsten - meer-minder opbrengst

Per saldo is per belastingsoort (inclusief kwijtschelding en oninbaar) de volgende meer- of minder opbrengst te zien. Dit resulteert in een hogere netto belastingopbrengst van € 508.000,-. 

Bedragen x € 1.000
Belastingsoort Meer-/minder opbrengst
Ingezetenen 125 hogere opbrengst
Gebouwd -108 lagere opbrengst
Ongebouwd -16 lagere opbrengst
Natuur 1 hogere opbrengst
Zuiveringsheffing 305 hogere opbrengst
Verontreinigingsheffing 116 hogere opbrengst
Kwijtschelding -4 hogere kosten
Oninbaar 210 lagere kosten
totaal 629 hogere opbrengst

2.8 Overkoepelende thema's

Overzicht prestaties Overkoepelende thema's

Terug naar navigatie - 2.8 Overkoepelende thema's - Overzicht prestaties Overkoepelende thema's
Prestatie-indicator Doel begroting 2023 Realisatie rekening 2023 BB
Percentage energieneutraal * 80% 51,0%
Energiebesparing per jaar ** 1% -3,0%
Circulair is een gunningscriterium in aanbestedingen (%) 100% NB
Crisisoefeningen uitgevoerd en geëvalueerd 1 0
* Prestatie-indicator gebaseerd op aanpassing in Evaluatie en actualisatie Strategienota 2019-2023 ** Doelstellingen pas per 2022 opgesteld (in 2021 wordt hier al wel reeds over gerapporteerd)

Klimaatadaptatie

Terug naar navigatie - 2.8 Overkoepelende thema's - Klimaatadaptatie

De Klimaatadaptatiestrategie Zeeland (KASZ) is in 2021/2022 bestuurlijk vastgesteld door de Zeeuwse overheden waaronder waterschap Scheldestromen. Het waterschap heeft de KASZ nader uitgewerkt in een waterschapsklimaatadaptatiestrategie (WKAS). In de WKAS is de integraliteit tussen de kerntaken en het maatschappelijk thema geborgd. Aanpassing aan een veranderend klimaat zit op basis van wettelijke normen verweven in onze kerntaken. Daar ligt de prioriteit van het waterschap. Waar het zowel de waterschapstaken als die van andere overheden raakt, werken we samen aan het klimaatbestendig maken van Zeeland. Het waterschap gaat bij de klimaatopgaven uit van informatie uit de klimaatstudies van het KNMI die vertaald worden naar (wettelijke) normstelling. Voor de uitvoering van de Zeeuwse klimaatmaatregelen is in 2022 een convenant afgesloten tussen de Zeeuwse overheden, waaronder het waterschap. Het waterschap heeft voor een aantal projecten subsidie ontvangen in het kader van de Tijdelijke Impulsregeling Klimaatadaptatie. Ook de maatschappelijke organisaties en een groot deel van het bedrijfsleven heeft zich gecommitteerd aan de realisatie van de KASZ. In juni 2022 heeft het waterschap het initiatief genomen voor de Zeeuwse Watertafel over het maatschappelijk thema klimaat. In 2023 is verder gewerkt aan de uitvoering van diverse maatregelen in het kader van het uitvoeringsprogramma KASZ.

Duurzame energie en circulaire economie

Terug naar navigatie - 2.8 Overkoepelende thema's - Duurzame energie en circulaire economie

De lijn uit 2022 voor duurzaam en circulair bij voorbereiding en uitvoering van projecten is in 2023 voortgezet. Dit betekent dat bij de voorbereiding van projecten deze onderwerpen, waar relevant, in ambitiesessies zijn meegenomen. Ook wordt ruimte gegeven aan medewerkers om kansen en mogelijkheden op vlak van duurzaam en circulair te integreren in de projecten. De CO2-prestatieladder wordt, waar deze toegevoegde waarde biedt, als criterium in aanbestedingen meegenomen. Dat leidt er bijvoorbeeld toe dat de aannemer bij de dijkversterking Hansweert ook emissieloos materieel inzet.
 
Doordat de coördinator duurzaam en circulair is vertrokken en deze positie in 2023 niet is ingevuld, is er in de bedrijfsvoering op het vlak van duurzaam en circulair geen substantiële nieuwe ontwikkelingen geweest. Desalniettemin zijn bestaande activiteiten voortgezet, zoals hierboven vermeld. Vacatures op deze onderwerpen worden in het eerste kwartaal van 2024 opengesteld zodat in 2024 nieuwe activiteiten op dit vlak weer opgepakt worden.

Leefomgeving

Terug naar navigatie - 2.8 Overkoepelende thema's - Leefomgeving

Bij uitvoering van de werkzaamheden is er organisatie breed aandacht voor het verbeteren van de biodiversiteit. We geven hiermee invulling aan en verdere doorontwikkeling van de ambitie Visie Biodiversiteit die bestuurlijk is vastgesteld in 2018. Hiermee wordt verder gebouwd op het inspiratiedocument biodiversiteit uit 2021 en het overzicht activiteiten instandhouding en verbetering biodiversiteit uit 2022. In 2023 is op verschillende onderdelen binnen de organisatie gewerkt om biodiversiteit meer structureel een plaats te geven in de uitvoering van de taken. Dit op de volgende onderdelen:

  • Reguliere activiteiten: bij een groot deel van de reguliere activiteiten is biodiversiteit al een integraal deel van het werk. De uitvoering van die waterschapstaken heeft hierbij plaatsgevonden binnen de kaders van de Wet Natuurbescherming. De Veldgids Gedragscode wet Natuurbescherming Scheldestromen is geactualiseerd en gedigitaliseerd zodat deze gemakkelijk toegepast en bijgehouden kan worden.
  • Projecten: bij een deel van de projecten is biodiversiteit aan de voorkant meegenomen in de uitwerking van projecten. Dit is gebeurt via ambitieweb sessies. Hierdoor zijn bij meerdere projecten biodiversiteitsbevorderende maatregelen meegenomen (bijvoorbeeld beplantingsplannen op eigendommen).
  • Omgevingsmanagement: waar relevant en in toenemende mate vindt er afstemming en samenwerking plaats met externe partijen om biodiversiteit en natuur binnen Zeeland te bevorderen. Voorbeelden hiervan zijn de samenwerking binnen de Zuidwestelijke Delta (Deltaplan Deltanatuur, NP Oosterschelde (project kustbroedvogels)) en samenwerking met de provincie via betrokkenheid NPLG en programma Natuur.
  • Pilots: meest in het oog springend in 2023 is de uitvoering van de pilot maaien. In de proefgebieden is in 2023 voor de kerntaken waterbeheer, waterkeringen en wegen op andere wijze gemaaid met als doel biodiversiteit te bevorderen. Momenteel worden de maaironde 2023 geëvalueerd, waarbij de resultaten als uitgangspunt zullen dienen voor het maaiwerk in 2024. 

Innovatie en kennis

Terug naar navigatie - 2.8 Overkoepelende thema's - Innovatie en kennis

Het toepassen van innovatieve methoden en technieken, alsmede de ontwikkeling van relevante kennis op dit gebied is een belangrijk onderdeel bij de uitvoering van de primaire taken van het waterschap. In 2023 zijn er hiervoor de nodige inspanningen geleverd. Een voorbeeld uit de praktijk is de pilot zetsteen van baggerspecie (onderdeel van het HWBP-project dijkversterking Hansweert). In de zomer van 2022 is er een proefvak ingericht. De eerste resultaten van de proef zijn in de eerste helft van 2023 opgeleverd, waarna het HWBP heeft aangegeven open te staan voor verdere ontwikkeling en de financiering daarvan. De resultaten worden gekenmerkt door het technisch mogelijk kunnen maken van de innovatie, de goede samenwerking met marktpartijen en de grote hoeveelheid positieve aandacht van zowel Zeeuwse als nationale media.

In 2023 is er teruggekeken op het thema innovatie en kennis gedurende de bestuursperiode 2019-2023. De bevindingen geven aan dat de basis is gelegd voor een structurele aanpak voor innovatie en kennisontwikkeling. Dit biedt ruimte voor de komende jaren voor verdere uitwerking in de organisatie. Op deze manier kan innovatie en kennisontwikkeling niet alleen bijdragen aan een betere of efficiëntere taakuitvoering, maar ook aan de zichtbaarheid van het waterschap. Daarnaast opent het mogelijkheden voor samenwerkingen met onderwijsinstellingen, bijvoorbeeld om in de provincie Zeeland bij te dragen aan de ontwikkeling van relevante kennis en kundige medewerkers.

In 2023 is, naar aanleiding van het aantreden van het nieuwe waterschapsbestuur, het bestuursakkoord opgesteld voor de periode 2023-2027. In dit bestuursakkoord komt naar voren dat innovatie in de toekomst een belangrijke rol blijft spelen bij realisatie van de doelen van het waterschap. 

Crisisbeheersing

Terug naar navigatie - 2.8 Overkoepelende thema's - Crisisbeheersing

2023 stond onder andere  in het teken van de voorbereidingen voor het besluitvormingsproces om te komen tot een nieuwe opzet van zowel de crisisorganisatie als de wachtdienstregeling. De implementatie hiervan zal - na afronding van het besluitvormingsproces - in 2024 plaats gaan vinden.

Vanuit het OTO (Opleiden, Trainen en Oefenen) heeft het team Crisisbeheersing in 2023 weer een trainings- en opleidingspakket aangeboden aan de rolhouders binnen de crisisorganisatie. De geplande oefening is in 2023 op het laatste moment geannuleerd omdat diverse rolhouders op het laatste moment niet aanwezig konden zijn.

In 2023 waren er een aantal calamiteiten waarbij is opgeschaald:

  • juni : fase 1, bijstandsverzoek, via de Unie van Waterschappen, met betrekking tot ter beschikking stellen materialen overstroming Oekraïne;
  • november : fase 1, pomp buiten bedrijf gemaal Cadzand;
  • december : fase 1, hoog water en inzet dijkwachten.

In 2023 zijn diverse hulpverzoeken door/voor externen binnengekomen:

  • inzet materieel overstroming Oekraïne als gevolg van overstromingen (opgeschaald fase 1)
  • inzet materieel Oost-Vlaanderen als gevolg van overstromingen (uiteindelijk niets geleverd)
  • inzet mens/materieel voor diverse waterschappen als gevolg van hoog water/overstromingen groten delen in Nederland (uiteindelijk niets geleverd)

Het team Crisisbeheersing heeft in 2023 op diverse fronten de samenwerking opgezocht met externen, voornamelijk de deelname aan Regio West (6 westelijk gelegen waterschappen) en de Veiligheidsregio Zeeland kregen daarbij prioriteit.

Het waterschap is 24/7 paraat om incidenten en calamiteiten aan te pakken. Hiervoor dienen diverse groepen medewerkers wachtdiensten te draaien. Vanuit het team Crisisbeheersing zijn hiervoor de roosters opgesteld in nauwe samenspraak met de direct betrokkenen.

In 2024 zal extra aandacht worden gegeven aan de implementatie van de nieuwe opzet van zowel de wachtdienstregeling als van de crisisorganisatie. Daarnaast zal worden gekeken naar het plan OTO (Opleiden, Trainen, Oefenen) voor 2025 zodat deze aansluit op de nieuwe opzet van de crisisorganisatie.

2.9 Analyse investeringen

Algemeen

Terug naar navigatie - 2.9 Analyse investeringen - Algemeen

In de begroting 2023 zijn voor de periode 2023-2026 tot een bedrag van netto € 202,7 miljoen projecten opgenomen. De sturing vindt plaats op een totaalbedrag van netto € 202,0 miljoen (incl. ruimte bestuurlijk volume vanuit voorgaande jaren), voor 2023 € 46,0 miljoen. Het verkrijgen van subsidies kan het mogelijk maken de projecten uit te voeren tegen lagere kosten. Voor de Programmabegroting 2023 waren nieuwe investeringskredieten opgenomen waarvan de verwachte bestedingen samen met de bestedingen uit eerder verstrekte kredieten en voorbereidingskredieten uitkwamen op een netto bestedingsniveau van € 46,8 miljoen. De gerealiseerde besteding komt uit op € 35,13 miljoen netto ten opzichte van € 26,40 miljoen netto in 2022. In 2023 is er € 38,48 miljoen subsidie gerealiseerd, welke voor € 34,58 miljoen ten goede komt aan project HWBP Hansweert.

De afdeling Projecten heeft als opgave het voorbereiden en realiseren van (investerings)projecten/werken voor alle taken van het waterschap (waaronder ook de HWBP projecten). De afdeling krijgt de opdrachten vanuit de afdelingen Waterkeringen, Watersysteem, Wegen, Afvalwaterketen en Bedrijfsvoering. In 2023 is hard gewerkt aan de verdere professionalisering van de organisatie. Het werken in processen en risico gestuurd werken is verder ontwikkeld. Als gevolg van veranderende/nieuwe wet- en regelgeving, (aanvullende) onderzoeken en afstemming met derden is er in sommige gevallen sprake van langere voorbereidingstijden. Daarnaast is de krapte in personele bezetting zowel bij het waterschap als bij uitvoerende partijen ook nog steeds een probleem/risico. Bij het opstellen van de begroting 2024/meerjarenraming 2025-2027 is vanuit de afdeling Projecten geconstateerd dat er binnen de afdeling Projecten onvoldoende capaciteit beschikbaar is om de eerder geprogrammeerde investeringsvolumes te kunnen realiseren. Dit is aanleiding geweest om voor de begroting 2024/meerjarenraming 2025-2027 de investeringsvolumes naar beneden bij te stellen. In 2024 zal bij de programmering van de projecten voor de meerjarenraming opnieuw getoetst worden aan de beschikbare capaciteit bij zowel de afdeling Projecten als de opdrachtgevende afdelingen, en bepaald worden op basis van welke kaders er geprioriteerd kan worden.

Kredieten

Terug naar navigatie - 2.9 Analyse investeringen - Kredieten

In de programmabegroting 2023 was in totaal voor netto € 20,67 miljoen aan nieuwe kredieten aangekondigd. Dit bedrag bestond voor € 7,02 miljoen uit machtigingsinvesteringen het andere deel van € 13,64 miljoen betrof investeringen waarvoor separate voorstellen waren aangekondigd. De kredieten van de 11 machtigingsinvesteringen zijn verstrekt bij de vaststelling van de programmabegroting 2023. Van de 10 separate kredieten zijn een 2-tal kredieten niet aangevraagd. Project PRJ1169E Kruispolder-uitvoer is doorgeschoven naar 2024 ten gevolge van een lopende bezwaarprocedure en PRJ1549 Hergebruik effluent is doorgeschoven naar 2025. In 2023 is in het kader van het living lab Schouwen-Duiveland verkennend onderzoek gedaan. In 2024 wordt met de samenwerkingspartners verder gekeken naar de haalbaarheid van effluent hergebruik. Dit zal moeten leiden tot een besluit om al dan niet te investeren in een (pilot)installatie.

Financieel afgeronde/onderhanden investeringen en voorbereidingskrediet 2023
bedragen x € 1.000
Programma Alg Voorb krediet AV-krediet bruto AV-krediet subs AV-krediet netto Werkelijke t/m 2023 Bruto Werkelijke t/m 2023 Subsidie Werkelijke t/m 2023 Netto Werkelijk HJ
financieel afgerond - 31.920 -1.388 30.532 27.482 -1.766 25.716 5.473
1 waterkeringen - 1.015 -543 472 1.152 -692 460 171
2 watersystemen - 8.581 - 8.581 6.538 - 6.538 235
3 wegen - 5.584 -845 4.739 5.060 -1.069 3.991 309
4 afvalwaterketen - 14.313 - 14.313 13.090 -5 13.085 3.944
5 bestuur en organisatie - 2.427 - 2.427 1.642 - 1.642 814
onderhanden investeringen - 325.015 -165.691 159.324 142.990 -69.355 73.635 28.396
1 waterkeringen - 184.517 -151.264 33.253 72.593 -61.513 11.080 5.215
2 watersystemen - 59.442 -8.453 50.989 29.723 -5.725 23.998 7.510
3 wegen - 9.874 -2.486 7.388 2.809 -355 2.453 1.603
4 afvalwaterketen - 61.183 -3.079 58.104 32.960 -1.631 31.329 12.035
5 bestuur en organisatie - 9.999 -409 9.590 4.905 -130 4.775 2.035
algemeen voorbereidingskrediet 1.594 - - - 1.641 -23 1.617 1.205
1 waterkeringen 65 - - - 179 - 179 116
2 watersystemen 759 - - - 677 -23 654 482
3 wegen 335 - - - 426 - 426 267
4 afvalwaterketen 435 - - - 359 - 359 340
Intern in voorbereiding - - - - 77 - 77 54
1 waterkeringen - - - - 5 - 5 5
2 watersystemen - - - - 14 - 14 10
3 wegen - - - - 3 - 3 3
4 afvalwaterketen - - - - 55 - 55 36
Eindtotaal 1.594 356.935 -167.079 189.855 172.190 -71.145 101.045 35.129
Totaaltellingen kunnen afwijkingen i.v.m. afrondingen op duizendtallen
Terug naar navigatie - 2.9 Analyse investeringen - Financieel afgeronde investeringen/ onderhanden/ voorbereiding

Financieel afgeronde investeringen
Er zijn in totaal 28 projecten technisch en financieel afgerond opgenomen in de jaarrekening, waarvan 2 vervallen projecten. Van deze projecten zijn er 22 (79%) binnen het oorspronkelijk verleend krediet gerealiseerd en 20 (71%) binnen de oorspronkelijke planning. Voor de projecten met een geprognosticeerde overschrijding van > 10% en/of € 250.000,- is aan de algemene vergadering een aanvullend krediet gevraagd. De bestedingen op het totaal aantal afgeronde projecten valt met € 4,82 binnen de verstrekte kredieten. De grootste onderbestedingen zijn gerealiseerd op een 3-tal projecten. Namelijk baggerproject Vinkenisse-en Bathsekreek is fors goedkoper uitgevallen dan voorzien. Project OAS Westerschouwen maatregelen watersystemen fase B komt te vervallen aangezien er geen maatregelen zijn voor het aanpassen van het watersysteem. En tot slot is de besteding voor aankoop en vervanging van tractiemiddelen lager uitgevallen doordat veel gladheidsmiddelen niet meer vervangen zijn in verband met de samenwerkingsovereenkomst met Rijkswaterstaat. Daarnaast zijn een aantal vervangingen doorgeschoven in tijd (o.a. vrachtwagen, heftruck en overig materieel).

In de jaarverslaggeving is de inhoudelijke toelichting op de financieel afgeronde projecten opgenomen bij de diverse programma’s omdat de investeringen bijdragen aan het bereiken van de doelstellingen binnen de programma’s (zie toelichting op de financieel afgeronde projecten in de hoofdstukken 2.2 t/m 2.6).


Onderhanden investeringen
Per eind 2023 zijn er 94 onderhanden investeringen met een netto verwachte besteding van € 159,32 miljoen. Hiervan lopen 12 projecten binnen het programma Waterkeringen, 35 projecten binnen het programma Watersystemen, 7 projecten binnen het programma Wegen, 24 projecten binnen programma Afvalwaterketen en 16 projecten binnen Bestuur en Organisatie. Daarnaast zijn er 47 projecten in de voorbereidingsfase. 

Voorbereidingskrediet
Alle investeringen die in de programmabegroting /meerjarenraming en het meerjareninvesteringsprogramma (MIP) zijn opgenomen, kunnen worden voorbereid vanuit het algemene voorbereidingskrediet van € 2,40 miljoen. Hiertoe heeft de algemene vergadering het dagelijks bestuur gemachtigd. De voorbereiding bestaat uit alles wat nodig is om het project gereed te maken voor de uitvoering. Dit is onder andere de grondaankoop, vergunningverlening, onderzoek- en bestekvoorbereiding. Er is eind 2023 € 1,59 miljoen van de € 2,40 miljoen voorbereidingskrediet toegekend voor het voorbereiden van projecten. Voor een specificatie van de inzet van het voorbereidingskrediet per project wordt verwezen naar het onderdeel “Investeringen” in de hoofdstukken 2.2 tot en met hoofdstuk 2.6.

2.10 Incidentele baten en lasten en structureel rekeningsaldo

Terug naar navigatie - 2.10 Incidentele baten en lasten en structureel rekeningsaldo - incidentele lasten en baten

In onderstaande tabel staan de incidentele lasten en baten in 2023. Er is gekozen om naast de mutaties uit de reserves enkel bedragen boven de € 100.000,- op te nemen. Dit bedrag is gelijk aan het afgesproken rapportagebedrag voor het rapporteren van fouten en onzekerheden.

De hieronder opgenomen incidentele baten en lasten zijn deels in de begroting 2023 (na wijziging) opgenomen en daarmee niet van invloed op het jaarrekeningresultaat. De posten die niet in de begroting 2023 zijn opgenomen zijn van invloed op het jaarrekeningresultaat. Deze posten zijn in het overzicht gearceerd opgenomen. Per saldo in totaal € 118.000,- aan baten. Het saldo hiervan maakt onderdeel uit van het jaarrekeningresultaat.

Voor een toelichting op de in de tabel opgenomen incidentele posten wordt verwezen naar het betreffende programma.

Terug naar navigatie - 2.10 Incidentele baten en lasten en structureel rekeningsaldo - Incidentele baten en lasten per programma(groter dan € 100.000,-)
In onderstaande tabel staan de incidentele lasten en baten in 2023.Er is gekozen om naast de mutaties uit de reserves enkel bedragen boven de € 100.000,- op te nemen, dit bedrag is gelijk aan het afgesproken rapportagebedrag voor het rapporteren van fouten en onzekerheden.
bedragen x € 1.000
Rekening 2023
Incidentele baten en lasten per programma (groter dan € 100.000,-) Lasten Baten
Waterkeringen
- uitgestelde werken 2022 (dekking uit bestemmingsreserve) 80
- uitgestelde werken 2023 (toevoeging bestemmingsreserve) 65
- nadere onderzoeken n.a.v. WBI rapportages (begroot € 375) 365
Watersystemen
- uitgestelde werken 2022 (dekking uit bestemmingsreserve) 323
- uitgestelde werken 2023 (toevoeging bestemmingsreserve) 240
- Subsidie Leader (dekking uit bestemmingsreserve) 125
- muskusrattenbestrijding (dekking uit bestemmingsreserve) 192
- Cultuur historische duikers (dekking uit bestemmingsreserve) 158
- KRW kennisontwikkeling (dekking uit bestemmingsreserve) 32
Wegen
- uitgestelde werken 2022 (dekking uit bestemmingsreserve) 4.875
- uitgestelde werken 2023 (toevoeging bestemmingsreserve) 150
- Gebiedsgerichte aanpak Wegen (dekking uit bestemmingsreserve) 10
- Pilot maaien biodiversiteit (begroot € 100) 105
Afvalwaterketen
- uitgestelde werken 2022 (dekking uit bestemmingsreserve) 70
- uitgestelde werken 2023 (toevoeging bestemmingsreserve) 718
- gasmotoren rwzi Walcheren (begroot € 150) -
Bestuur en organisatie
- uitgestelde werken 2022 (dekking uit bestemmingsreserve) 86
- kosten informatieveiligheid, assetmanagement, zichtbaarheid (uit bestemmingsres) 579
- lagere kosten Arbo maatregelen (toegevoegd aan bestemmingsreserve) 337
- lagere kosten Kennis & ontwikkeling medewerkers (toegevoegd aan bestemmingsres) 150
- open dag waterschap 2023 (begroot € 50) 59
- verkiezingen (begroot € 173) 138
- vervangen website (begroot € 100) 93
- preventief medisch onderzoek - PMO (begroot € 82) 98
Waterschapsbreed
- Subsidie NPLG 118
Belastingen en algemene opbrengsten
Totaal externe kosten/opbrengsten programma's 7.506 1.660
Mutaties in reserves
Algemene reserves (watersysteembeheer en zuiveringsbeheer) 6.083 2.194
Egalisatiereserves 1.074 260
Bestemmingsreserve (m.u.v. bestemmingsreserves voor kapitaallasten) 1.660 6.530
Totaal toevoegingen en onttrekkingen aan reserves 8.817 8.984
Totaal 16.323 10.644
Saldo incidentele baten en lasten -5.679
Van invloed op het resultaat

2.11 Waterschapsbelastingen

Belastingheffing

Terug naar navigatie - 2.11 Waterschapsbelastingen - Belastingheffing

De (netto)kosten worden gedekt door drie heffingen:
-    Watersysteemheffing;
-    Zuiveringsheffing;
-    Verontreinigingsheffing.

Watersysteemheffing
De watersysteemheffing betreft de kosten van het watersysteembeheer met inbegrip van de zorg voor de waterkeringen, de directe lozingen op oppervlaktewater, het wegenbeheer en het passief deel van het zuiveringsbeheer. 

Zuiveringsheffing
De zuiveringsheffing dekt de kosten van het transporteren en het zuiveren van afvalwater op rwzi’s en de kosten van slibverwerking. De kosten van het passief gedeelte van het waterkwaliteitsbeheer (gedeelte van planvorming, beheersing van lozingen e.d.) zijn bij het watersysteembeheer ondergebracht. 

Verontreinigingsheffing
De verontreinigingsheffing wordt geheven van degenen die direct lozen op het oppervlaktewater (iba’s, septictanks). De opbrengst komt ten goede aan het watersysteembeheer.  

De kostentoedeling

Terug naar navigatie - 2.11 Waterschapsbelastingen - De kostentoedeling

De wijze waarop de kosten en opbrengsten van het watersysteembeheer aan de belastingplichtige categorieën (ingezetenen, eigenaren van ongebouwde onroerende zaken, natuurterreinen en gebouwde onroerende zaken) worden toegerekend, is vastgelegd in de kostentoedelingsverordening. Het kostendeel van de categorie ingezetenen (solidariteitsdeel) is bepaald aan de hand van de gemiddelde inwonerdichtheid per vierkante kilometer in het waterschapsgebied. De toedeling van de resterende kosten aan de overige drie categorieën (profijtdeel) vindt plaats aan de hand van de waarde van onroerende zaken in het economisch verkeer. De onderlinge waardeverhouding van de onroerende zaken bepaalt het kostendeel per categorie.

De toedeling van de kosten van het watersysteembeheer aan de verschillende categorieën is in de kostentoedelingsverordening 2021 als volgt:
•    Ingezetenen - 30,00%
•    Gebouwd - 51,42%
•    Ongebouwd - 18,19%
•    Natuurterreinen - 0,39%

Beschrijving kwijtscheldingsbeleid

Terug naar navigatie - 2.11 Waterschapsbelastingen - Beschrijving kwijtscheldingsbeleid

Het kwijtscheldingsbeleid wordt door Sabewa Zeeland uitgevoerd aan de hand van de door de algemene vergadering vastgestelde kwijtscheldingsnormen. Deze is vastgesteld op 100%. Dat wil zeggen dat in de regel kwijtschelding wordt verleend aan belastingschuldigen met een inkomen op of onder bijstandsniveau. In beginsel is deze norm 90% maar het waterschap Scheldestromen kent een ruimhartiger kwijtscheldingsbeleid door de norm te stellen op 100%. Alle gemeenten in Zeeland hanteren dezelfde norm. Sabewa Zeeland voert ook voor de niet aangesloten gemeenten het kwijtscheldingsbeleid uit. Door samen te werken wordt bereikt dat het indienen en afhandelen van verzoeken om kwijtschelding eenvoudiger is. De belastingschuldige hoeft maar één aanvraagformulier (met bijlagen) voor kwijtschelding van gemeentelijke - en waterschapsbelastingen in te dienen.

De algemene vergadering heeft op 13 november 2013 besloten om met ingang van 2014 de kwijtscheldingsnormen te verruimen voor ondernemers (eenmansbedrijven) voor belastingschulden met betrekking tot de privéhuishouding, met de netto-kosten van kinderopvang en voor personen van 65 jaar en ouder de kwijtscheldingsnorm te verhogen tot 100% van de van toepassing zijnde netto AOW-bedragen. 

In 2016/2017 heeft een werkgroep de Leidraad kwijtschelding beoordeeld. Dit met het doel deze zo mogelijk te verduidelijken en/of te vereenvoudigen. De aangepaste Leidraad kwijtschelding is op 27 januari 2017 door het dagelijks bestuur van Sabewa Zeeland vastgesteld. 

In 2019 is de Leidraad opnieuw door Sabewa Zeeland beoordeeld en waar nodig aangepast. Hierbij is ook vooral gekeken naar de juistheid van de informatie in de Leidraad en de leesbaarheid. Ook zijn in deze aanpassingen in de bepalingen omtrent het autobezit aangepast.

Het recht op kwijtschelding wordt aan het begin van het belastingjaar beoordeeld door toezending van persoonsgegevens van die belastingplichtigen die het voorgaande jaar kwijtschelding hebben ontvangen aan de Stichting Inlichtingenbureau. Deze Stichting is een onderdeel van het ministerie van Sociale zaken en werkgelegenheid en toetst aangeleverde gegevens aan de wettelijke normen voor inkomen, vermogen en voertuigbezit, een en ander volgens de daarvoor geldende landelijke regeling.

De kwijtscheldingsregelgeving is met ingang van 2023 gewijzigd ten aanzien van de vermogensnormen. Sabewa Zeeland heeft hiervoor een voorstel ter vaststelling toegestuurd aan de deelnemers. Dit om eenduidigheid in de regelgeving te bewerkstelligen met ingang van 2023. Op 14 december 2022 is de verordening Kwijtschelding waterschapsbelasting vastgesteld, waarin naast de bestaande regelingen of normen de wijziging van de vermogensnormen met ingang van 1-1-2023 is opgenomen.   

Kwijtschelding wordt alleen verleend voor de watersysteemheffing ingezetenen en zuiveringsheffing – en verontreinigingsheffing huishoudens. 

Kostendekkendheid

Terug naar navigatie - 2.11 Waterschapsbelastingen - Kostendekkendheid

De netto kosten zijn toegerekend aan de belastingcategorieën en worden grotendeels gedekt door de waterschapsbelastingen. De opbouw van de verschillende belastingtarieven kan als volgt worden weergegeven. Om het dekkingspercentage te berekenen worden de kosten per eenheid tarief gedeeld door het tarief.

Alle onttrekkingen uit de reserve hebben conform de besluitvorming plaatsgevonden. Voor een specificatie van de inzet van de investeringen wordt verwezen naar hoofdstuk 2.12.

Bedragen x € 1
Inzet reserves: Watersysteemheffing zuiverings- heffing
ingezetenen gebouwd (%) ongebouwd natuur- terreinen
Tarief exclusief inzet reserves: € 138,17 0,05903% € 94,80 € 10,86 € 68,49
Inzet reserves:
Algemene reserve € -5,38 -0,00260% € -3,83 € -0,43 € -1,49
Bestemmingsreserves € 9,60 0,00464% € 6,84 € 0,76 € -0,98
Tariefegalisatiereserve € -1,01 -0,00009% € 0,27 € -0,36 € -1,12
Subtotaal € 3,21 0,00195% € 3,28 € -0,02 € -3,59
Tarief € 134,96 0,05708% € 91,52 € 10,88 € 72,08
Dekkingspercentage tarieven rekening 2023 97,67% 96,70% 96,54% 100,20% 105,24%
Dekkingspercentage tarieven begroting 2023 97,77% 97,47% 97,64% 98,02% 99,88%

Tarieven 2023 en tariefontwikkeling

Terug naar navigatie - 2.11 Waterschapsbelastingen - Tarieven 2023 en tariefontwikkeling

In onderstaande tabel is de tariefontwikkeling over de afgelopen jaren weergegeven voor de verschillende belastingsoorten. 

Bedragen x € 1.000
Belastingtarieven Begroot 2021 Begroot 2022 Begroot 2023
Watersysteemheffing ingezetenen per woonruimte € 115,00 € 122,83 € 134,96
Watersysteemheffing gebouwd % van de WOZ-waarde 0,05745% 0,05677% 0,05708%
Watersysteemheffing ongebouwd per hectare € 77,68 € 83,29 € 91,52
Watersysteemheffing natuurterreinen per ha. € 9,50 € 10,25 € 10,88
Zuiveringsheffing per vervuilingseenheid € 64,89 € 67,82 € 72,08
Verontreinigingsheffing per vervuilingseenheid € 64,89 € 67,82 € 72,08

Nieuw belastingstelsel

Terug naar navigatie - 2.11 Waterschapsbelastingen - Nieuw belastingstelsel

Eind 2020 heeft de Ledenvergadering van de Unie een aantal besluiten genomen over de toekomst van het belastingstelsel van de waterschappen. De besluitvorming had betrekking op een pakket aan voorstellen om daarmee een aantal knelpunten op te lossen en het meenemen van vier zogenaamde meekoppelkansen. Na intensief overleg met het ministerie van I & W is er in augustus 2022 is een conceptwetsvoorstel in de formele consultatie gegaan. 

De Unie heeft daarop op 27 september 2022 gereageerd en commentaar geleverd op een aantal onderdelen. Het belangrijkste commentaar had betrekking op het inperken van de ruimte die waterschappen krijgen om de watersysteemheffing af te kunnen te stemmen op de specifieke kenmerken van het gebied en de taakuitoefening. 

De huidige kostentoedelingssystematiek, waarbij de waardes van gebouwd, ongebouwd en natuur sterk bepalend zijn, heeft als kernmerk dat er weinig te sturen valt in de tarieven en de kostenaandelen voor de watersysteemheffing. Het voorstel van de Unie van Waterschappen, het Verbeterd Combimodel, kent die sturingsmogelijkheden wel. Dit model gaat uit van gebiedskenmerken en legt voor de kostenaandelen ongebouwd de relatie tussen het aantal hectares ongebouwd en de bevolkingsdichtheid (aantal ha. ongebouwd per 1.000 inwoners). Voor natuur wordt uitgegaan van de natuurdichtheid (aantal ha. natuur per 1.000 inwoners). 

Het Unie-voorstel kent voor ongebouwd en natuur bandbreedtes van + en – 30% van de berekende kostenaandelen. Hiermee kunnen de waterschappen de kostenaandelen van de verschillende categorieën zodanig inregelen dat de nieuwe kostentoedelingssystematiek niet hoeft te leiden tot gedwongen ongewenste lastenverschuivingen. In het conceptwetsvoorstel waren de bandbreedtes beperkt tot + en - 25% van de berekende uitkomst. Het gevolg is dan dat voor enkele waterschappen de huidige tarieven niet meer binnen de bandbreedtes passen en dat zij bij de invoering van het nieuwe stelsel wel direct ongewenste lastenverschuivingen moeten doorvoeren. 

Het conceptwetsvoorstel voorzag ook in de mogelijkheid om een tariefdifferentiatie van maximaal 100% in te voeren voor zogenaamde plusvoorzieningen waar geen concreet verzoek aan ten grondslag ligt. Dit zit op onze situaties voor Tholen en de Reigersbergsche polder waar we met wateraanvoerprojecten extra’s doen ten opzichte van andere gebieden. Onze inbreng in de Uniecommissie Bestuurszaken, Communicatie en Financiën (CBCF) van 23 september 2022 heeft mede geleid tot aanpassing van het conceptwetsvoorstel, waardoor nu binnen 1 voorziening meerdere tariefdifferentiaties kunnen gelden.
Na behandeling in de Ministerraad van 31 maart 2023 is het conceptwetsvoorstel voor advies voorgelegd aan de Raad van State. De minister van I & W had de volgende wijzigingen aangebracht ten opzichte van de versie die in augustus 2022 in consultatie was gebracht:

  1. De bandbreedtes voor ongebouwd en natuur in het nieuwe kostentoedelingsmodel geven voor de eerste twee jaar meer ruimte (+ en -/- 30%) voor de waterschappen, maar dalen vervolgens na 2 jaar weer naar + en -/- 25%. 
  2. De tariefdifferentiatie gebouwd gaat van een kan-bepaling naar een verplichting.
  3. De bekostiging van aparte afvalwaterstromen die niet op de gemeentelijke riolering worden geloosd, kunnen alleen nog via de privaatrechtelijke weg bekostigd worden. 

Op 3 juli 2023 verscheen het advies van de Raad van State op het wetsvoorstel. De Raad van State adviseerde om het conceptwetsvoorstel en de toelichting op een aantal onderdelen aan te passen of aan te vullen. Het commentaar van de Raad van State had onder andere betrekking op de draagvlakmeting bij wateraanvoerprojecten. In het conceptwetsvoorstel ging voor de wateraanvoerprojecten uit van een vrij lichte procedure voor de draagvlakmeting. De Raad van State was van oordeel dat met de oorspronkelijke procedure geen representatieve uitkomst van de draagvlakmeting verzekerd was. De Raad van State verwees in het uitgebrachte advies naar een soortgelijke procedure voor gemeenten in het kader van de Wet op de Bedrijveninvesteringszones (Wet BIZ). Deze wet maakt het voor gemeenten mogelijk extra belasting te heffen. Voor de Wet BIZ wordt uitgegaan van een minimale respons van 50% en 2/3 aan positieve reacties. De Raad van State adviseerde om een dergelijke draagvlakmeting ook voor de plusvoorziening te hanteren. Dit advies is door het ministerie overgenomen.

Het was de oorspronkelijke planning dat het wetsvoorstel in 2025 in werking zou treden. De Unie heeft eind 2023, met het oog op een zorgvuldig implementatietraject, gepleit voor een inwerkingtredingsdatum van 1 januari 2026. Op 28 november 2023 heeft de minister van I & W ook aan de Tweede Kamer aangegeven dat hij ook uitgaat 1 januari 2026 als inwerkingstredingsdatum. De plenaire behandeling van het wetsvoorstel is gepland in maart 2024, waarbij de inschatting is dat de Eerste Kamer het wetsvoorstel medio 2024 vaststelt.
In het lobbytraject zal de Unie zich blijven inzetten voor de 30%-bandbreedte voor de kostenaandelen ongebouwd en natuur alsook voor een kan-bepaling voor de tariefdifferentiatie gebouwd. 
Voor het implementatietraject door de waterschappen zal de Unie verschillende handreikingen opstellen, die voor het grootste deel aan het eind van 2024 te verwachten zijn. Voor een aantal onderwerpen is er veel ruimte voor bestuurlijke afwegingen, waarbij de AV nadrukkelijk in het proces zal worden betrokken. Het betreft daarbij met name:  

  • het opstellen van een nieuwe kostentoedelingsverordening, waarbij de kostenaandelen voor de verschillende belastingcategorieën en de plaatsen binnen de bandbreedtes voor de categorieën ongebouwd en natuur moeten worden bepaald;
  • het bepalen van de tariefdifferentiatie voor de zoetwatervoorzieningen Tholen en de Reigersbergsche polder. Tariefdifferentiaties voor de zoetwatervoorzieningen zijn mogelijk voor de extra kosten die het waterschap maakt tot maximaal 100% van het tarief ongebouwd; 

Eind 2025 zal de algemene vergadering de nieuwe kostentoelingsverordening watersysteembeheer moeten vaststellen alsook nieuwe verordeningen op de watersysteemheffing, zuiveringsheffing en verontreinigingsheffing.

2.12 Onttrekkingen aan (bestemmings)reserves

Terug naar navigatie - 2.12 Onttrekkingen aan (bestemmings)reserves - Onttrekking aan (bestemmingsreserves) reserves
bedragen x € 1.000
Staat van reserves: Algemene reserves en bestemmingsreserves
Algemene reserves Saldo 31-12-2022 Toevoeging resultaat 2022 Saldo 31-12-2022 na resultaatbestemming Onttrekking 2023 Toevoeging 2023 Saldo 31-12-2023 Voorstel bestemming resultaat 2023 Saldo 31-12-2023 na resultaatbestemming
watersysteembeheer 9.306 4.896 14.203 1.943 5.008 17.268 1.699 18.966
zuiveringsbeheer -608 544 -63 251 1.075 761 -1.178 -418
Totaal algemene reserves 8.699 5.441 14.139 2.194 6.083 18.028 520 18.548
Bestemmingsreserves
Tariefegalisatiereserves
Watersysteemheffing ingezetenen 585 591 1.176 50 222 1.348 -132 1.216
Watersysteemheffing ongebouwd 49 158 207 40 - 167 7 174
Watersysteemheffing gebouwd 2.939 998 3.937 170 225 3.992 94 4.086
Watersysteemheffing natuurterreinen 60 17 78 - 10 88 1 89
zuiveringsheffing 554 1.247 1.801 - 617 2.418 671 3.089
Totaal tariefegalisatiereserves 4.187 3.012 7.199 260 1.074 8.013 641 8.654
Overige bestemmingsreserves
Kapitaallasten fietspaden ZVL 4.264 4.264 135 - 4.129 4.129
Kapitaallasten extra afslag A-58 Goes 451 451 24 - 427 427
Damaanzetten Oosterscheldekering en kanaal 167 167 - - 167 167
Peilbesluiten Veerse Meer, steigers 169 169 - - 169 169
Zandsuppletie Sophiastrand 417 417 - - 417 417
Groot onderhoud waterkeringen 165 165 - - 165 165
Overname waterkeringen van Rijkswaterstaat 204 204 - - 204 204
Uitgestelde werken en diensten 4.703 731 5.434 5.434 1.173 1.173 617 1.790
Cultuurhistorische duikers en sluizen 482 482 158 - 323 323
Zichtbaarheid 16 16 16 - - -
Innovatie 55 55 - - 55 55
Veerse Meer (convenant) 65 65 - - 65 65
Leader 245 245 25 - 220 220
Kader Richtlijn Water (KRW) 279 279 32 - 247 247
GGA Wegen 38 38 10 - 27 27
onderzoek industrieel afvalwater - effluent 62 62 - - 62 62
informatieveiligheid 1.400 1.400 344 - 1.056 1.056
Verstrekte subsidies - - - - - -
Assetmanagement 1.657 1.657 219 - 1.438 1.438
muskusrattenbestrijding 1.303 1.303 192 - 1.111 1.111
Arbo maatregelen 2024/2025 - - - 337 337 337
Kennis en ontwikkeling medewerkers 2024 - - - 150 150 150
Totaal overige bestemmingsreserves 16.141 731 16.872 6.591 1.660 11.942 617 12.559
Totaal bestemmingsreserves 20.328 3.743 24.071 6.851 2.734 19.954 1.258 21.213
Totaal alg.- en best.reserves 29.027 9.183 38.210 9.045 8.817 37.983 1.779 39.761

2.13 Weerstandsvermogen, -capaciteit en risico’s

Terug naar navigatie - 2.13 Weerstandsvermogen, -capaciteit en risico’s - Weerstandsvermogen

Bij de taakuitoefening en in de bedrijfsvoering loopt het waterschap risico’s van uiteenlopende aard. Tegen een deel van deze risico’s kan een waterschap zich verzekeren, of moeten er voorzieningen worden gevormd, of kunnen anderszins worden opgevangen. Voor een deel van de risico’s is dit echter niet het geval. Daarnaast wordt er soms voor gekozen om voor bepaalde verzekerbare risico’s eigen risicodrager te worden door zich bewust niet voor deze risico’s te verzekeren. De niet verzekerde risico’s kunnen, als ze zich voordoen, (grote) financiële consequenties hebben. Het is dus zaak voor het waterschap, dat ze zich bewust is van de risico’s die ze loopt en ze beheerst. Het uitsluiten van risico’s is echter niet mogelijk. Niet verzekerde risico’s die zich voordoen, moet het waterschap opvangen met het eigen vermogen (reserves), door belastingverhoging of door ombuigingen binnen de begroting. 

Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen:

•    de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover het waterschap beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken;
•    alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.

De weerstandscapaciteit is dus te omschrijven als de omvang van de direct beschikbare financiële middelen om onverwachte financiële tegenvallers op te vangen. Het is als het ware een buffer om ervoor te zorgen dat bestaand beleid en voorzieningen niet in gevaar komen als risico’s werkelijkheid worden.

Binnen de organisatie zijn er assetmanagementadviseurs die zorgen voor de ontwikkeling van het assetmanagement. Met assetmanagement maken we keuzes over te nemen maatregelen, die keuzes dragen bij aan het verbeteren van de risicopositie. Met risicomanagement trachten we inzicht te verkrijgen in de risicopositie om vervolgens passende maatregelen te nemen. Om dit te kunnen doen voeren we risicoanalyses uit. Met deze risicoanalyses krijgen we input voor het nemen van beheersmaatregelen. 

In het Waterschapsbeheerprogramma is als doelstelling opgenomen om in 2027 ISO 55001 (assetmanagement) gecertificeerd te zijn. Met assetmanagement zorgen we voor een optimale balans tussen behalen van prestaties, de kosten die daar mee gemoeid zijn en het beheersen van risico’s.

Bij het opstellen van deze jaarverslaggeving is de Nota weerstandsvermogen, risicomanagement, reserves en voorzieningen geagendeerd voor de algemene vergadering van 4 april 2024. Met deze beleidsnota is in de onderstaande berekening van het weerstandsvermogen rekening gehouden.

Berekening weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - 2.13 Weerstandsvermogen, -capaciteit en risico’s - Berekening weerstandscapaciteit

In de weerstandscapaciteit worden alleen die middelen opgenomen die in een begrotingsjaar en de daarop volgende begrotingsjaren vrij aanwendbaar zijn zonder dat dit effect heeft op de gewenste kernactiviteiten van het waterschap en de gewenste ontwikkeling van de lastendruk. Dit geldt voor de algemene reserve en het niet bestemde deel van de tariefegalisatiereserves. Er is een mogelijkheid om de belastingcapaciteit in te zetten en daarmee de weerstandscapaciteit te vergroten. In het jaar 2023 was dit niet het geval en is hier niets opgenomen.
De aanwezige overige bestemmingsreserves maken geen deel uit van de weerstandscapaciteit. Deze worden ingezet voor het doel waarvoor deze gevormd zijn.

De totale weerstandscapaciteit per ultimo van het jaar kan dan als volgt bepaald worden:

Bedragen x € 1.000,-
Beschikbaar begroot rekening
Stille reserve p.m. p.m.
Belastingcapaciteit p.m. p.m.
Onvoorzien 100 100
Algemene reserves 7.757 18.028
Tariefsegalisatiereserves 3.092 8.013
Totaal 10.949 26.141

 

Strategische risico’s & ontwikkelingen

Terug naar navigatie - 2.13 Weerstandsvermogen, -capaciteit en risico’s - Strategische risico’s & ontwikkelingen

Strategische risico’s zijn het gevolg van de gekozen strategische koers van de organisatie of het gevolg van gemaakte keuzes die leiden tot een strategische koerswijziging. Ze hebben impact op de strategische doelstelling van een organisatie. Vaak zijn de kans van optreden en de impact van deze risico’s niet goed (financieel) te kwantificeren en niet direct te managen. Hierna wordt nader ingegaan op de strategische risico’s en een relevante aantal ontwikkelingen.

Onvolledig beeld omvang benodigd onderhoud van assets
De staat van de assets rioolgemalen/transportstelsels, zuiveringen, kunstwerken en het benodigd onderhoud zijn niet altijd goed in beeld. Aan dit risico kunnen verschillende oorzaken ten grondslag liggen. Voorbeelden hiervan zijn inspectieopgaven die nog niet volledig zijn uitgevoerd, preventief onderhoud dat niet (volledig) uitgevoerd is, het verlies van kennis door medewerkers die met pensioen gaan en het ontbreken van niet goed of volledig ingerichte databeheersystemen. Data speelt daarbij een belangrijke rol. Deze ontwikkeling kan tot gevolg hebben dat de in kaart gebrachte onderhoudsopgave groter blijkt te zijn dan in eerste instantie gedacht (en begroot) op basis van historische data en visuele inspecties. Dit kan financiële gevolgen hebben in de vorm van hogere onderhoudskosten en/of schadeclaims. Er zouden ook gevolgen kunnen zijn voor het veilig en naar behoren functioneren van assets voor de omgeving van het waterschap. Wel kunnen we concluderen dat de afgelopen jaren is gebleken dat de assets van het waterschap goed hebben gefunctioneerd. Hierdoor kunnen we onze taken op een adequate wijze uitvoeren. Een verdere professionalisering van het onderhoud en de vervanging van onze assets willen we bereiken met assetmanagement. Dit is nodig gezien het grote aantal bij het waterschap in beheer en onderhoud zijnde objecten. Het gaat hierbij om een methode voor het optimale beheer van onze ‘assets’ zodat we in de toekomst nog beter keuzes kunnen maken die gebaseerd zijn op de optimale balans tussen prestaties, risico’s en kosten, gedurende de gehele levenscyclus van een asset. 
In 2023 zijn we gestart met een project om de data van onze bruggen in beeld te brengen: eerst de kenmerken van alle bruggen en vervolgens de onderhoudstoestand. Eind 2024 hopen we dit van al onze bruggen gereed te hebben. De duikers volgen later omdat deze over het algemeen veel minder risico met zich meebrengen. Vervolgens ontwikkelen we ook voor deze assets een systematische werkwijze conform wegverhardingen en -beplantingen. Op dit moment betekent het ontbreken van betrouwbare data en een systematische werkwijze dat we een verhoogd risico lopen. 
Aanvullend geldt dat we verder moeten ontwikkelen in een kosten-efficiënte en risico gestuurde aanpak. Dit geldt niet alleen voor kunstwerken, maar ook voor wegverhardingen en -beplantingen. De belangrijkste data en werkwijze zijn hier wel op orde, maar we missen nog kennis en capaciteit om de onderhoudsbehoefte voor de langere termijn in beeld te brengen en hiervoor een strategie te ontwikkelen. Het blijvend investeren in assetmanagement heeft daarom de hoogste prioriteit.

Uitvoering projecten en regulier werk onder druk
Bij de programmering en voorgenomen realisatie van projecten wordt als uitgangspunt de beschikbare capaciteit en het financieel kader gehanteerd. In 2023 is vooruitgang geboekt in de invulling van openstaande vacatures. Niettemin moeten er nog meerdere vacatures worden ingevuld en is de inzet om vacatures die ontstaan vanwege de pensionering van medewerkers tijdig in te vullen benodigd. We hebben nog steeds te maken met krapte op de arbeidsmarkt en risico's met betrekking tot de voortgang in de uitvoering van (nieuwe) projecten, strengere/andere wet- en regelgeving (stikstof, omgevingswet, wet kwaliteitsborging, enz.), langere doorlooptijd bij verleggen kabels en leidingen en de continuïteit van reguliere werkzaamheden. Dit risico is actueel bij meerdere kerntaken. 
Beheersing van het risico vindt onder andere plaats door op cruciale openstaande posities inhuurkrachten in te zetten. Voor de HWBP opgave is de keuze om, gezien de omvang van de projecten, naast een basisbezetting op de personele capaciteit de benodigde capaciteit vooral ook op projectniveau te organiseren met inzet van inhuurkrachten en samenwerking met marktpartijen en/of uitzetten van opdrachten bij ingenieursbureaus. Ook daarin speelt echter de krapte op de arbeidsmarkt en is er sprake van risico’s.
De voorbereiding en uitvoering van projecten betekent ook een (toenemende) belasting voor de beheer- en onderhoudsmedewerkers die aan deze projecten een bijdrage moeten leveren. Dat betekent in de praktijk dat we prioriteren in werkzaamheden omdat de belasting bij de beheer- en onderhoudmedewerkers anders te hoog wordt. Het onderhoud vanuit het team Technisch Onderhoud (TO) met een shared service functie kan niet langer op een zorgvuldige wijze gegarandeerd worden.
Voor de komende jaren is er sprake van een oplopend investeringsniveau. Bovendien willen we ook verkennen welke aanvullende doelstellingen op het gebied van duurzaamheid zoals emissiearm en circulair bouwen we kunnen implementeren. Dit tezamen met een complexe omgeving en veranderende regelgeving, onder andere op het gebied van stikstof en de implementatie van de Omgevingswet en langere doorlooptijden als er sprake is van het verleggen van kabels en leidingen.

Onvoldoende mensen met een beperking in dienst
Met de Participatiewet en de Wet banenafspraak ligt er voor werkgevers een verplichting om extra banen te realiseren voor mensen met een beperking. Werkgevers uit de sector Overheid doen dit voor 25.000 mensen met een beperking. Dit heet de banenafspraak. Met de banenafspraak wordt de Participatiewet ondersteund. Omdat de overheid de beoogde doelstelling in 2016 niet heeft gehaald, is besloten om voor de sector overheid de Quotumwet in werking te stellen per 1 januari 2018. Voor elke niet ingevulde baan wordt er een ‘boete’ opgelegd van € 5.000,-. Deze ‘boetes’ worden op dit moment (nog) niet opgelegd. Waterschap Scheldestromen had de verplichting (indicatief) om in 2023 in totaal 19,8 banen van 25,5 uur te realiseren. Het aantal gerealiseerde banen in 2023 bedroeg 4,24. We zijn gesprekken met externe partijen gestart om dit aantal te verhogen in 2024.

Implementatie Omgevingswet ondervindt obstakels
De implementatie van de Omgevingswet (in werking treding definitief 1 januari 2024) ontmoette vele obstakels. Ontbrekende functionaliteiten van ondersteunende programma's en inzet van toepasbare regels en daarvoor opnieuw aanpassing Waterschapsverordening zijn er enkele. Deze obstakels hebben in 2023 een beroep op extra budget gedaan. De verwachting is gerechtvaardigd dat in 2024 eveneens extra kosten voor de inbedding van de Omgevingswet worden gemaakt.
Daarnaast is er het risico van het niet tegelijkertijd aan kunnen van  of raadplegen door een grote aantal gebruikers van het landelijke DSO vanaf de inwerkingtreding. Op dit moment is er geen zekerheid over de werkbaarheid, betrouwbaarheid en stabiliteit daarvan.  

Opgave benodigde dijkversterkingen nemen toe
Als gevolg van de uitkomsten van de wettelijke beoordeling van de primaire waterkeringen aan de hand van de nieuwe waterveiligheidsnormen en de effecten van klimaatverandering en zeespiegelstijging neemt de opgave van de benodigde dijkversterkingen toe. We zijn alert op de toekomstige kosten van de waterveiligheidsopgave. Deze mogen niet leiden tot een onevenredige lastenverzwaring voor de Zeeuwse burger. Een evaluatie van de huidige financieringsregeling is voorzien in 2024. De (landelijke) spanning op het HWBP-programma zorgt voor onzekerheid op het tijdstip van de verstrekking van de subsidie voor de projecten van Scheldestromen. Bij de uitvoering van kust- en dijkversterking onderzoeken we verschillende scenario’s om de meest haalbare en betaalbare oplossing te bepalen. De wettelijke beoordeling van de primaire waterkeringen is afgerond en toont aan dat ruim 25% van de Zeeuwse primaire waterkeringen niet voldoet aan de ondergrens van de huidige wettelijke veiligheidsnorm.
Er is naar schatting minimaal € 1,5 miljard (waarvan 10% voor rekening van het waterschap) nodig tot 2050 om de afgekeurde dijkvlakken te versterken zodat ze voldoen aan de norm. Er is hierbij ook sprake van een capaciteitsrisico om het beoogde doel te kunnen realiseren.

Baseline Basis op orde
De Baseline Basis op orde is het minimale ambitieniveau waaraan het waterschap Scheldestromen wil voldoen op het gebied van digitalisering. Digitalisering verandert onze maatschappij ingrijpend en is tegelijkertijd essentieel om de maatschappij draaiende te houden. De huidige technologische ontwikkelingen zorgen voor een digitale transformatie waarin alle 21 waterschappen kansen moeten grijpen die de informatiesamenleving hen biedt. Dit willen zij doen op een verantwoorde, veilige en mensgerichte manier. Daarvoor is het van belang dat de digitale basis op orde is. In deze baseline (niet te verwarren met de data op orde, wat slechts een onderdeel is van de baseline) wordt invulling gegeven aan de doelen vanuit nieuwe wetgeving en EU- of overheidsrichtlijnen. Het risico wat we kunnen lopen, is dat we niet rechtmatig handelen. De aanpak hiervan is risico gestuurd. Hiermee borgen we dat de focus vooral ligt op de zaken die vanuit wetgeving met een harde deadline worden opgevolgd (Wet Open Overheid, Omgevingswet, EU-Single digital gateway).

Cyber-aanvallen
Dagelijks wordt gemiddeld 40 keer geprobeerd om het netwerk van het waterschap binnen te dringen. De bescherming van het netwerk zorgt dat deze ongewenste pogingen gedetecteerd worden en daarna geblokkeerd. Er zijn geen signalen zichtbaar dat er in 2023 ongewenste pogingen tot het maken van connectie met het netwerk succesvol geweest zijn.
Scheldestromen is aangesloten op het Computer Emergency Response Team Watermanagement, kortweg CERT-WM genoemd. Dit is een samenwerking tussen de 21 waterschappen en Rijkswaterstaat om de operationele informatiebeveiliging binnen de waterketen te versterken. Vanuit het CERT-WM hebben we in 2023 ruim 800 meldingen ontvangen, waarbij 7 meldingen hebben gezorgd voor een onmiddellijke mitigerende maatregel. De overige meldingen zijn via de reguliere processen verwerkt, of waren reeds onder controle.

Onzekere marktomstandigheden hebben effect op het energiecontract
De marktomstandigheden zijn op dit moment onzeker zodat na afloop van het energiecontract per 1 januari 2025 sprake is van een prijsstijging. In de meerjarenraming zijn in 2025 de energiekosten verhoogd van € 5,6 miljoen in 2024 naar € 7,6 miljoen in 2025 (stijging van 35% ten opzichte van de begroting 2024). De marktomstandigheden zijn op dit moment nog steeds dermate extreem dat het ook niet mogelijk is om het leveringscontract tegen acceptabele voorwaarden te verlengen, zoals we normaal gesproken per 1 januari 2022 hadden gedaan. We kunnen dus voorlopig ook geen prijzen vastleggen voor 2025, zelfs als we dat zouden willen. We zijn gestart met de aanbesteding van een leveringscontract.

KRW doelen worden niet volledig behaald
Het jaar 2027 is in de wetgeving opgenomen als deadline voor de KRW. Op dat moment moeten er verschillende maatregelen gerealiseerd zijn en doelen behaald worden. Voorbereiding, uitvoering en oplevering van de maatregelen zal in deze ‘begrotingsperiode’ moeten plaatsvinden. Bij prioritering van inzet en middelen is hier zoveel als mogelijk rekening mee gehouden, bij afwegingen komende jaren is het zaak de KRW maatregelen prioriteit te blijven geven. Bij het niet nakomen van de gemaakte afspraken voldoet het waterschap niet aan de afspraken met de andere overheden en kan het waterschap boetes uit Brussel opgelegd krijgen. In de voorjaarsnota 2024 worden nadere maatregelen aangekondigd om het risico te verlagen.

Op de rwzi’s zijn opslagtanks chemicaliën aanwezig die niet aan de BRL voldoen
Beoordeling RichtLijn (BRL) wetgeving: Op de rwziTerneuzen zijn diverse opslagtanks van chemicaliën aanwezig die niet meer voldoen aan de huidige BRL wet- en regelgeving. Een eerste verkennend onderzoek heeft aangegeven dat € 500.000,- nodig is voor vervanging. Echter een uiteindelijk onderzoek kan aantonen dat complete vervanging nodig is en de kosten daardoor een veelvoud kunnen worden. Daarbij is op dit moment niet duidelijk in welke mate deze afwijking ook op andere objecten van het waterschap van toepassing is. In 2024 wordt een systeemkeuze uitgevoerd om nadere maatregelen in beeld te brengen.

Onderzoekplicht energiebesparing
De onderzoeken naar energiebesparende maatregelen van diverse installaties en gebouwen zijn in november 2023 afgerond. De volgende zaken zijn geconstateerd en worden ingepland in 2024:

  • In de Ontwerp- en Bouwfilosofie wordt opgenomen dat alle elektromotoren in het vervolg een IE4-klasse moeten hebben. Dit wordt daarmee een vaste voorwaarden in projecten en modificaties.
  • Onderzoek uitvoeren naar weersafhankelijke verwarmingsregelingen van diverse gebouwen van de installaties.
  • Instellingen thermostaten van deze gebouwen aanpassen.
  • Beperkte maatregelen gebouwenbeheer voor de hoofdkantoren en Eindewege.
  • Onderzoek naar de isolatie van diverse gebouwen van installaties: de effecten hiervan, qua kosten en personele inzet, worden na dit onderzoek pas duidelijk.
  • Voor de rwzi’s Walcheren, Terneuzen en Willem Annapolder, waarvoor een onderzoeksplicht geldt hebben alle mogelijke maatregelen een terugverdientijd van groter dan 5 jaar. Bij geplande onderhoudsprojecten vindt een afweging plaats om deze als nog te realiseren. Dit geldt bijvoorbeeld voor de vervanging van de gasmotor op rwzi Willem Annapolder (2027) en de vervanging zeefbandpers op rwzi Walcheren (2026).
Terug naar navigatie - 2.13 Weerstandsvermogen, -capaciteit en risico’s - Strategische risico’s & ontwikkelingen

Hieronder zijn de te kwantificeren operationele risico's opgenomen:

Risico overzicht: Begroting 2023 Actualisatie 2023
begroot rekening Operationeel risico Programma Kans van optreden [1] Impact x € 1.000,- [2] Kans van optreden [1] Impact x € 1.000,- [2]
1. 1. Kostenstijgingen en marktontwikkeling bij aanbestedingen Alle Groot 2.610 Groot 996
2. 2. Personeelskosten: onzekerheid over de loonontwikkeling en extra kosten inhuur doordat vacatures niet kunnen worden ingevuld Alle Groot 1.330 Groot 1.245
3. 3. Mogelijke uitval of onderbreking van ICT middelen en processen Alle Klein 850 Klein 850
4. 4. Schade aan waterkeringen door extreme stormen Waterkeringen Klein 510 Klein 510
5. vervallen Mogelijke stijging van netwerkkosten (elektra) Alle Groot 498 Groot 0
6. 5. Extra energiekosten riool- en polder gemalen door extreme neerslag Afvalwaterketen/ Watersystemen Midden 313 Midden 483
7. 6. Zomerschade aan Wegen Wegen Midden 100 Midden 166
8. 7. Calamiteiten door uitstel projecten rioolgemalen, poldergemalen en zuiveringen/niet uitgevoerd (preventief) onderhoud Afvalwaterketen/ watersystemen Groot 83 Groot 249
9. vervallen Mogelijke Btw-plichtigheid SNB Afvalwaterketen Midden 80 Midden 0
10. 8. Schending van de AVG Privacywet Bestuur & Organisatie Klein 70 Klein 71
9. Extra inzet gladheidsbestrijding Wegen Klein Klein 50
TOTAAL TOP 10 6.444 4.620
[1] De kans van optreden kan worden gekwantificeerd als: klein (impact-17%), midden (impact-50%) en groot gevolg (impact-83%).
[2] Impact = kans x financieel gevolg in €.

De gekwantificeerde operationele risico’s worden hieronder verder toegelicht.

Terug naar navigatie - 2.13 Weerstandsvermogen, -capaciteit en risico’s - 1. Kostenstijgingen en marktontwikkelingen bij aanbestedingen

1. Kostenstijgingen en marktontwikkelingen bij aanbestedingen

Ook het waterschap heeft door de grote vraag naar grondstoffen en inflatie te maken met stijgingen van materiaalkosten. Voor aanbestedingen vanuit exploitatiebudgetten kunnen deze kostenstijgingen en marktontwikkelingen directe gevolgen hebben, waarbij het resultaat van de aanbestedingen hoger uitvalt. Voor lopende overeenkomsten, veelal gebaseerd op een indexstijging (CPI of GWW-index) is voor 2024 een reële inschatting gemaakt op basis van de cijfers van het CPB (CPI index). Voor 2024 is uitgegaan van een stijging van ca. 3,8%. op basis van de CPB cijfers van augustus. De daarna in oktober uitgebroken oorlog in het Midden-Oosten kan van invloed zijn op de inflatie. 

Terug naar navigatie - 2.13 Weerstandsvermogen, -capaciteit en risico’s - 2. Personeelskosten: onzekerheid over de loonontwikkeling en extra kosten inhuur doordat vacatures niet kunnen worden ingevuld

2. Personeelskosten: onzekerheid over de loonontwikkeling en extra kosten inhuur doordat vacatures niet kunnen worden ingevuld

Het waterschap heeft afgelopen jaar te maken gehad met veel openstaande vacatures. Gezien de hoeveelheid en diversiteit, in combinatie met de krappe arbeidsmarkt, was dit een risico voor de bedrijfsvoering. Om dit risico te verkleinen hebben wij extra geïnvesteerd in recruitmentcapaciteit en 0,6 fte uitgebreid in 2023. Hierdoor is er meer focus komen te liggen op het invullen van de vacatures en specifiek ook de lastig vervulbare vacatures. Daarnaast is er voor specifieke functies ingehuurd om de continuïteit van de bedrijfsvoering te waarborgen.

Terug naar navigatie - 2.13 Weerstandsvermogen, -capaciteit en risico’s - 3. Mogelijke uitval of onderbreking van ICT middelen en processen

3. Mogelijke uitval of onderbreking van ICT middelen en processen

Voor het dagelijkse werk van het waterschap wordt veelvuldig gebruik gemaakt van ICT middelen en geautomatiseerde processen. Het gebruik hiervan gaat gepaard met een risico dat grote nadelige gevolgen kan hebben. Daarbij moet worden gedacht aan het niet kunnen bedienen of uitvallen van kunstwerken en installaties met (milieu)schade tot gevolg. Het stil komen te liggen van werk en het verlies van data (cybersecurity). Verschillende oorzaken kunnen hieraan ten grondslag liggen, zoals uitval van systemen, cyberaanvallen, het niet voldoen aan de Baseline Informatieveiligheid Overheden (BIO), maar ook een toenemende belasting van computersystemen als gevolg van meer medewerkers die gelijktijdig thuiswerken. De extra onvoorziene kosten kunnen bijvoorbeeld zitten in externe inhuur, hogere exploitatiekosten, het eisen van losgeld (bij cyberaanvallen) en extra heffingskosten wanneer er noodgedwongen ongezuiverd afvalwater moet worden geloosd op Rijkswateren. In 2023 heeft dit risico zich niet voorgedaan en zijn hiervoor dus geen onvoorziene kosten gemaakt.

Terug naar navigatie - 2.13 Weerstandsvermogen, -capaciteit en risico’s - 4. Schade aan waterkeringen door extreme stormen

4. Schade aan waterkeringen door extreme stormen

Het waterschap heeft meerdere keren per jaar te maken met stormen variërend van licht tot zeer zwaar. Daarbij kan de periode tussen meerdere stormen in kort zijn. De soms grote schade die een storm tot gevolg kan hebben betreft voornamelijk de waterkeringen assets. Er moet worden gedacht aan schade aan duinen, glooiingen, steenzettingen en kreukelbermen. Indien er sprake is van schade moeten er acute herstelwerkzaamheden worden gepleegd. Daarnaast kan ook extreem laag water zorgen voor schade aan waterkeringen en vooroevers.

Terug naar navigatie - 2.13 Weerstandsvermogen, -capaciteit en risico’s - 5. Extra energiekosten riool- en poldergemalen door extreme neerslag

5. Extra energiekosten riool- en poldergemalen door extreme neerslag

Een risico dat samenhangt met de klimaatverandering is de kans op hogere energiekosten door extreme neerslag. Extreme neerslag heeft dan vooral invloed op de energiekosten van riool- en poldergemalen. Voor de begroting 2023 is uitgegaan van € 3.500.000,- aan electriciteitskosten riool- en poldergemalen. Op basis van historische feiten kan er bij dit risico een maximale afwijking van 25% optreden in het geval het waterschap te maken krijgt met extreme neerslag. Dit leidt dan tot een financieel gevolg c.q. hogere energiekosten van € 875.000,-. De kans van optreden is gerubriceerd in de categorie “midden”. In 2023 zijn de totale elektriciteitskosten € 4.200.000,- geworden voor de riool- en poldergemalen door de hoge netwerkkosten vanaf 2023 en de vele regenval in 2023.

Terug naar navigatie - 2.13 Weerstandsvermogen, -capaciteit en risico’s - 6. Zomerschade aan wegen

6. Zomerschade aan wegen

Als gevolg van langdurige periodes van droogte en hitte kan er schade ontstaan aan wegen. Dit vraagt om herstelwerkzaamheden: van het vervangen van betonplaten, scheuren vullen, frezen en inleggen tot reconstrueren van de fundering. Momenteel is er niet voldoende inzicht in hoe groot de kans op schade is (met name bij veenachtige ondergronden), vandaar dat er sprake is van een risico op een onverwachts grotere onderhoudsopgave. Op basis van een eerdere schade inventarisatie wordt bij het optreden van het risico uitgegaan van een schadebedrag tot € 200.000,- . De kans van optreden wordt als groot gezien.

Terug naar navigatie - 2.13 Weerstandsvermogen, -capaciteit en risico’s - 7. Calamiteiten door uitstel projecten rioolgemalen, poldergemalen en zuiveringen/niet uitgevoerd (preventief) onderhoud

7. Calamiteiten door uitstel projecten rioolgemalen, poldergemalen en zuiveringen/niet uitgevoerd (preventief) onderhoud

De afgelopen jaren is veelvuldig geschoven met projecten aan polder- en rioolgemalen. Dit zorgt voor een langer in stand houden van de installaties wat vaak verhoogde kosten met zich meebrengt. Daarnaast is de investeringsplanning aangepast op beschikbare capaciteit voor voorbereiding en uitvoering van projecten waardoor projecten naar achter zijn geschoven. Dit kan leiden tot verhoogde onderhoudskosten van onderdelen in de komende jaren. Door het uitstel wordt de kans op uitval steeds groter. Indien dit optreedt worden de financiële gevolgen ingeschat op € 100.000,-. De kans van optreden is gerubriceerd in de categorie "groot". 

Niet uitgevoerd (preventief ) onderhoud
De Frequentie Omvormers (FO’s) van poldergemalen zijn niet tijdig vervangen, de voortstuwers van de zuiveringen dienen te worden vervangen en de krooshekwerken op poldergemalen dienen voorzien te worden van nieuwe coating of opnieuw te worden voorzien van een galvanische conservering. De komende jaren wordt hierin geïnvesteerd om technisch weer op peil te zijn. De verwachting is dat dit dan voor een periode van circa 10 jaar actueel is. Door bovengenoemde zaken wordt de kans op uitval/calamiteiten steeds groter totdat deze zaken zijn gerealiseerd. Indien dit optreedt worden de financiële gevolgen ingeschat op € 200.000,-. De kans van optreden is gerubriceerd in de categorie "groot". 

Terug naar navigatie - 2.13 Weerstandsvermogen, -capaciteit en risico’s - Vervallen: Mogelijke BTW-plichtigheid SNB

Vervallen: Mogelijke BTW-plichtigheid SNB 

De rijksoverheid zet fiscale maatregelen, zoals CO2-heffing, kilometerheffing en afvalstoffenbelasting, steeds meer in om de (afval)sector(en) te verduurzamen. Vooralsnog is SNB vrijgesteld van bovengenoemde heffingen en belasting. SNB is voor de activiteiten ten behoeve van haar aandeelhouders tevens vrijgesteld van BTW en VPB. Afspraken hierover met de Belastingdienst, wetgeving en jurisprudentie kunnen wijzigen, waardoor deze vrijstellingen in de toekomst mogelijk kunnen vervallen. SNB lobbyt via belangenorganisaties voor passende fiscale maatregelen. Daarnaast is SNB proactief in het verder verduurzamen van de bedrijfsvoering om mogelijke heffingen/belastingen op dit gebied te vermijden. SNB bewaakt de naleving van de afspraken omtrent de VPB vrijstellingen en voorwaarden om gebruik te kunnen maken van de BTW-koepelvrijstelling intensief. Ten aanzien van de BTW-koepelvrijstelling heeft de Belastingdienst de eerder afgesloten vaststellingsovereenkomst tussen SNB en de Belastingdienst opgezegd per 1 januari 2021. Met de Belastingdienst is overleg gevoerd over de voorzetting van de BTW-koepelvrijstelling na 1 januari 2021. Hierover is overeenstemming bereikt waardoor de prestaties die SNB aan ons waterschap geleverd zijn vrijgesteld van BTW. 

Terug naar navigatie - 2.13 Weerstandsvermogen, -capaciteit en risico’s - 8. Schending van de AVG Privacywet

8. Schending van de AVG Privacywet

Uit de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) vloeien plichten voort voor elke organisatie, dus ook voor waterschap Scheldestromen. Het niet voldoen aan deze plichten kan leiden tot boetes van de toezichthouder Autoriteit Persoonsgegevens (AP) en tot claims op schadevergoeding door betrokkenen (zoals burgers of medewerkers). De kans op deze risico's is erg moeilijk in te schatten. Dit wordt bepaald door de mate waarin het waterschap aan de wet voldoet, de zwaarte van eventuele overtredingen, de medewerking tijdens eventuele onderzoeken en de vraag of klachten worden ingediend door betrokkenen, waarnaar eventueel onderzoek zou worden ingesteld. De maximale boetebedragen onder de AVG kunnen voor diverse categorieën van overtredingen oplopen tot € 20 miljoen. Dergelijke bedragen zullen alleen bij buitensporig zware overtredingen worden opgelegd. De AP heeft in haar boetebeleidsregels vier categorieën van basisboetes vastgesteld, variërend van € 100.000,- tot € 725.000,-. Deze basisboetes kunnen, naargelang de aard van de overtreding en andere omstandigheden, worden verlaagd of verhoogd. Schadevergoedingen voor betrokkenen kunnen worden toegekend op grond van materiële of immateriële schade. Materiële schade ontstaat in veel gevallen niet naar aanleiding van een schending van de persoonlijke levenssfeer. Immateriële schade, zoals reputatieschade of psychisch lijden, is waarschijnlijker, maar tegelijk moeilijk te bewijzen en te kwantificeren. In het algemeen is tot nu toe uit rechtspraak in Nederland gebleken dat schadebedragen tussen de € 250,- en € 2.500,- per betrokkene liggen, afhankelijk van de zwaarte van de inbreuk. In potentie kan dat, bij een grote groep getroffenen, tot een grote schadepost leiden. Van dergelijke claims is echter slechts sporadisch sprake, bijvoorbeeld in het kader van grote social mediabedrijven. Voor de berekening de van de benodigde weerstandscapaciteit is het financieel risico ingeschat op € 415.000,- met een kleine kans van optreden. In 2023 heeft het risico zich niet voorgedaan.

Terug naar navigatie - 2.13 Weerstandsvermogen, -capaciteit en risico’s - 9. Extra inzet gladheidsbestrijding

9. Extra inzet gladheidsbestrijding

Gemiddeld wordt voor een strooiseizoen in de begroting rekening gehouden met 30 preventieve acties, 10 bruggenacties en 5 curatieve acties. Ondanks de klimaatverandering en stijgende temperaturen, is er altijd nog kans op extreem winterweer. Dit kan er toe leiden dat extra inzet in het kader van de gladheidbestrijding nodig is om de veiligheid van de wegen van het waterschap te waarborgen. 

Overige operationele risico's (niet kwantificeerbaar)

Terug naar navigatie - 2.13 Weerstandsvermogen, -capaciteit en risico’s - Overige operationele risico's (niet kwantificeerbaar)

In de begroting 2023 zijn diverse niet-kwantificeerbare operationele risico's benoemd. Veelal betreffen dit risico's waarop we geen invloed kunnen uitoefenen. Zoals bijvoorbeeld weersomstandigheden. Voor een aantal risico's geldt dat ze niet goed te kwantificeren zijn in een geldsom, maar waar in de praktijk al mitigerende maatregelen voor worden getroffen. Dit kan in de vorm van een beleidsstuk, werkafspraken/instructies en dergelijke.
Een aantal operationele niet-kwantificeerbare risico's worden hieronder benoemd:

  • Projecten welke door derden aangedragen of opgelegd worden hebben impact op capaciteit en financiën. Een voorbeeld hiervan is het nieuw te bouwen rioolgemaal te Perkpolder voor het vakantiepark Waterzande. 
  • Ontbreken van beleid voor recreatief medegebruik en cultuurhistorie dat is gekoppeld aan de assets van het waterschap, wat mogelijk impact heeft op de onderhoudskosten.
  • Incomplete legger waterkeringen, welke noodzakelijk is voor de Omgevingswet
  • Schade in waterlopen door extreme weersomstandigheden in de afgelopen jaren. De omvang zal duidelijk worden uit de inventarisaties voor het reguliere onderhoud in de baggergebieden. Daarnaast zal in het totale beheergebied de slechte oevers worden geïnventariseerd.
  • De gebiedsgerichte aanpak (GGA) in samenwerking met gemeenten en Provincie heeft nog onvoldoende planning en structuur vanuit het waterschap. In 2024 zal de ambtelijke werkgroep ‘optimalisatie wegbeheer’ dit onderwerp bespreken en een voorstel doen om te borgen dat het waterschap tijdig wordt betrokken bij gebiedsontwikkelingen. In dit voorstel zal ook het kostenveroorzakersprincipe worden meegenomen. 

 

Berekening waardering weerstandsvermogen

Terug naar navigatie - 2.13 Weerstandsvermogen, -capaciteit en risico’s - Berekening waardering weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit. In de nota weerstandsvermogen, risicomanagement, reserves en voorzieningen is bepaald dat het weerstandsvermogen van waterschap Scheldestromen moet voldoen aan de waardering B, ruim voldoende.

Bij beoordelen van het weerstandsvermogen wordt gebruik gemaakt van onderstaande tabel. 

Waardering Verhouding Betekenis
A >2,0 Uitstekend
B 1,4 - 2,0 Ruim voldoende
C 1,0 - 1,4 Voldoende
D 0,8 - 1,0 Matig
E 0,6 - 0,8 Onvoldoende
F < 0,6 Ruim onvoldoende

2.14 Financiering, rente en schuldpositie

Terug naar navigatie - 2.14 Financiering, rente en schuldpositie - Inleiding

Het doel van de paragraaf Financiering, rente en schuldpositie is het bevorderen en transparant maken van het financierings- en treasurybeleid, het verbeteren van de besluitvorming daarover en het beter mogelijk maken van een goede beoordeling daarvan door de toezichthouder. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de vermogensbehoefte, de renteontwikkeling en het risicobeheer.

Vermogensmutaties
De vermogenstoename of afname in het afgelopen jaar kan bepaald worden door het verschil tussen herkomst en bestedingen van middelen.

bedragen x € 1.000
Vermogensmutaties Herkomst Besteding Mutaties
Vaste activa: Afschrijvingen 21.754
subsidies/bijdragen van derden 38.016
Verkopen en fin. Activa 338
Bruto uitgaven 73.613
Eigen vermogen: Toevoegingen 8.817
Onttrekkingen 9.045
Voorzieningen: Toevoegingen 257
Besteding (incl. vrijval) 491
Lang lopende schulden: Stortingen 165.000
Aflossingen 567
Totaal 234.182 83.716
Vermogensmutatie 150.466
Terug naar navigatie - 2.14 Financiering, rente en schuldpositie - financiering en renteontwikkeling

Financiering
In 2023 is voor € 567.000,- afgelost en voor € 165.000.000,- vaste financieringsmiddelen aangetrokken. 

Renteontwikkeling
Bij de programmabegroting is uitgegaan van een rente van 0,50% voor de financieringsbehoefte 2023 en 3% voor de financieringsbehoefte van 2024 -2026. In 2023 is voorzien in de meerjarige financieringsbehoefte 2023-2026 tegen een rentepercentage van 2,689% (€ 25 miljoen) en 2,910 % (€ 140 miljoen).

Terug naar navigatie - 2.14 Financiering, rente en schuldpositie - Renteschema

Renteschema
Door de Commissie is de Notitie rente 2017 uitgebracht. In deze notitie wordt ingegaan op de verwerking van de rentelasten en –baten in de begroting en jaarstukken. Geadviseerd wordt een renteschema op te nemen, waarmee inzicht wordt gegeven in de rentelasten externe financiering, het renteresultaat en de wijze van toerekening. 

x € 1.000,-
Renteschema Rekening 2023 Begroting 2023
1 De externe rentelasten over de korte en lange financiering + € 5.293 € 5.734
2 De externe rentebaten (idem) -/- € -2.359 € -
saldo rentelasten en rentebaten € 2.934 € 5.734
3 rentelasten die specifiek moeten worden toegerekend -/- € - € 624
4 rentebaten die specifiek worden toegerekend + € - € -
aan de taken toe te rekenen externe rente via rente omslag € 2.934 € 5.110
aan de taken toegerekende rente (rente omslag)
watersysteem- en zuiveringsbeheer € 2.934 € 5.110
5 Renteresultaat € - € -
Taken boekwaarde % boekwaarde %
watersysteem- en zuiveringsbeheer € 307.208 0,955% € 309.505 1,651%

Doordat bij de jaarrekening het omslagpercentage opnieuw bepaald wordt (nacalculatie) is er geen sprake van een “renteresultaat”. Toegestaan is, indien de afwijking maximaal 25% afwijkt ten opzichte van het voorcalculatorisch omslagpercentage, het begrotingspercentage te hanteren. Conform de rentenotitie wordt voor de boekwaarde uitgegaan van de boekwaarde op 1-1. Dividendopbrengsten, winstuitkeringen, koers- en waardeverschillen maken geen deel uit van de renteomslag. 

Terug naar navigatie - 2.14 Financiering, rente en schuldpositie - Risicobeleid

Risicobeleid
Het treasurybeleid is defensief en risicomijdend, en is er op gericht toekomstige risico’s inzichtelijk te maken, te beheersen, te verminderen of te verschuiven. Het risicobeheer bestaat uit onder andere renterisico, kredietrisico en liquiditeitsrisico, waarbij voor ons het renterisico het belangrijkste is. De uitvoering van de treasurytaak mag in ieder geval niet leiden tot een vergroting van de risico’s voor de organisatie. Hierbij geldt dat het niveau van renterisico’s in de komende jaren de wettelijke normen (de kasgeldlimiet en de renterisiconorm), zoals vastgelegd in de Wet Fido, niet overschrijdt.

Renterisiconorm
De renterisiconorm beoogt een zodanige opbouw van de leningenportefeuille dat het risico uit hoofde van renteaanpassing en herfinanciering van leningen beperkt blijft. De renterisiconorm is voor de waterschappen vastgesteld op 30% van het begrotingstotaal bij aanvang van het betreffende jaar. Het waterschap heeft geen leningen met een renteherziening.

Uit het onderstaand overzicht blijkt dat het waterschap het afgelopen jaar onder de norm is gebleven.

bedragen x € 1.000
Renterisiconorm 2023
1 Totaal programmabegroting 151.384
2 Vastgestelde renterisico-norm: 30%
3 Renterisiconorm (30% van 1) 45.415
4 Betaalde aflossingen 567
Ruimte (3-4) 44.848
Terug naar navigatie - 2.14 Financiering, rente en schuldpositie - Kasgeldlimiet

Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet is het maximum dat gesteld is aan de mate waarin van korte financiering (looptijd maximaal één jaar) gebruik mag worden gemaakt. In de ‘Uitvoeringsregeling Fido' is dit maximum voor de waterschappen vastgesteld op 23% van het begrotingstotaal. Voor het waterschap betekent dit voor 2023 afgerond € 34,818 miljoen. In 2023 is het waterschap binnen de kaders van de kasgeldlimiet gebleven.

bedragen x € 1.000
periode (eind van het) Vlottende schuld (-/-) middelen Kasgeldlimiet Ruimte onder kasgeldlimiet
1e kwartaal -57.806 34.818 92.624
2e kwartaal -72.407 34.818 107.225
3e kwartaal -65.964 34.818 100.782
4e kwartaal -122.193 34.818 157.011
Terug naar navigatie - 2.14 Financiering, rente en schuldpositie - Schuldpositie

Schuldpositie
De netto schuld als aandeel van de inkomsten (netto schuldquote) geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie en de hoogte van de investeringen uit het nabije verleden. Anders gezegd: kan het waterschap zijn schulden wel dragen? 
In de beoordeling van de schuldpositie dient de taakuitoefening uitdrukkelijk betrokken te worden. Het waterschap moet in het beheersgebied investeren om een goede uitvoering van de waterschapstaken te garanderen. Deze netto schuldquote geeft, naast andere kengetallen, aan dat veel vreemd vermogen van het waterschap vast zit in met name de materiële vaste activa.  

De netto schuldquote voor waterschap Scheldestromen bedraagt op basis van de jaarrekening 2023 203%. Deze berekening is gebaseerd op de opbrengsten uit belastingen inclusief de bijdrage wegen via het gemeentefonds, precario en dividend en wijkt daarmee af van de berekening van de Unie van Waterschappen. De andere berekeningsmethodiek is gebaseerd op de besluitvorming in de algemene vergadering van 30 mei 2018, waarbij tevens besloten is dat een netto schuldquote lager dan 250% acceptabel is. Als waterschap moeten wij blijven investeren in het beheersgebied om een goede uitvoering van de waterschapstaken te garanderen. Op dit moment ligt er een aanzienlijke opgave op meerdere gebieden die zorgt voor een aanzienlijke investeringsopgave.

Bij de begroting 2023 werd nog uitgegaan van een schuldquote van 230%. Deze was gebaseerd op de jaarrekening 2021 en begrotingscijfers van 2022 / 2023. De geprognotiseerde schuldenlast was in 2023 begroot op € 316,7 miljoen en de opbrengsten € 137,7 miljoen. Eind 2023 bedraagt de werkelijk schuldenlast € 282,2 miljoen (34,5 miljoen lager dan begroot) en zijn de opbrengsten € 138,9 (€  1,2 miljoen hoger).

In werkelijkheid komt de schuldquote in 2023 lager uit dan begroot, namelijk op 203%. De oorzaak is een netto lagere schuldenlast. De belangrijkste oorzaak is de lagere investeringsuitgave (begroot € 46 miljoen, werkelijk € 35,3 miljoen). Ook hebben diverse balansmutaties invloed op de schuldquote waaronder een lager saldo kortlopende schulden en hogere voorfinanciering. Daarnaast heeft de hogere opbrengst dan begroot een gunstige invloed.  

De vaste schulden zijn gestegen door de geldlening van € 165 miljoen, dit heeft geen invloed op de schuldquote omdat de liquide middelen (en uitgezette gelden bij het schatkistbankieren) in mindering worden gebracht bij de berekening van de totale netto schuld. 

Bedragen x € 1,- mln.
jaar investerings- volume afschrij- ving overig financiering *1 vaste schulden- last overige schulden (-vorderingen) *2 totaal saldo schulden belasting- wegen, precario, dividend *3a netto- schuld- quote *3b
2016 17,2 18,3 10,4 240,5 -3,2 237,3 101,1 235%
2017 21,9 18,5 -5,7 238,2 2,3 240,5 103,3 233%
2018 33,6 18,6 2,7 255,9 2,2 258,1 106,4 243%
2019 27,0 19,7 -24,6 238,6 27,6 266,2 110,8 240%
2020 25,9 20,4 17,3 261,4 6,7 268,1 116,3 231%
2021 29,0 21,3 40,6 309,7 -33,4 276,3 121,4 228%
2022 26,2 21,7 -5,6 308,6 -37,1 271,5 128,3 212%
2023 35,3 21,8 150,9 473,0 -190,8 282,2 138,9 203%

*1    overige financiering: voorfinanciering, reserves
*2    overige schulden (- vorderingen): kortlopende schulden, overlopende passiva/activa, vorderingen, liquide middelen
*3a  belastingopbrengsten incl. precariobelasting en uitkering wegen/dividend (beleid waterschap Scheldestromen algemene vergadering 30-5-2018)
*3b  berekende schuldquote op basis van (3a) het vastgestelde beleid waterschap Scheldestromen

2.15 EMU-saldo

Terug naar navigatie - 2.15 EMU-saldo - Emusaldo

In het kader van een verantwoorde ontwikkeling van de economie in het monetaire stelsel binnen de landen die deelnemen aan de Economisch Monetaire Unie, is in het Verdrag van Maastricht een aantal afspraken gemaakt over gezonde overheidsfinanciën. Een belangrijke afspraak is dat het EMU-tekort van een lidstaat niet meer mag bedragen dat 3% van het BBP (Bruto Binnenlands Product). Voor de bepaling van het tekort tellen ook de uitgaven van de lagere overheden (provincies, gemeenten en waterschappen) mee. 

Op grond van de Wet hof (houdbare overheidsfinanciën) moeten de vier overheden samen invulling geven aan de eisen die vanuit de Europese Unie ten aanzien van met name het EMU-saldo en de EMU-schuld worden gesteld. Om de voor hun kerntaken noodzakelijke investeringen uit te kunnen voeren, hebben de lagere overheden een zekere ruimte in het Nederlandse EMU-saldo nodig. De Wet hof kent als systematiek dat een kabinet aan het begin van zijn regeerperiode afspraken met IPO, VNG en Unie maakt over de ruimte voor de decentrale overheden in het EMU-tekort gedurende de gehele regeerperiode.

Het overleg met het kabinet heeft geresulteerd de volgende afspraken:

  • de ruimte voor de decentrale overheden is tot en met 2022 0,4% van het Bruto Binnenlands Product (BBP);
  • de 0,4% ruimte is nader verdeeld in: 0,27% gemeenten, 0,08% provincies en 0,05% waterschappen;
  • de op basis van deze verdeling berekende individuele referentiewaarde voor het waterschap bedraagt € 16,7 miljoen voor 2023.

Het EMU-saldo kan op basis van de jaarrekening 2023 als volgt berekend worden:

bedragen x € 1.000
Omschrijving rekening begroting rekening
2022 2023 2023
1 EMU exploitatiesaldo 9.183 - 1.778
(saldo exploitatiebegroting kosten/opbrengstensoorten
- geactiveerde lasten -4.885 p.m. -5.937
+/- dotaties +/Onttrekkingen aan reserves- 656 -1.093 -228
Totaal EMU exploitatiesaldo 4.954 -1.093 -4.387
2 Invloed investeringen
-/- Bruto investeringsuitgave (excl. geactiveerde lasten) -41.886 -46.000 -67.676
+ Investeringssubsidies en –bijdragen 18.738 p.m. 38.016
+ Verkoop van vaste activa en fin.activa 1.633 - 338
+ Afschrijvingen 21.701 20.358 21.754
Totaal invloed investeringen 186 -25.642 -7.568
3 Invloed voorzieningen
+ Toevoeging aan voorzieningen 335 393 257
-/- Onttrekkingen aan voorzieningen (vrijval) -723 -263 -180
-/- Onttrekkingen rechtstreeks uit voorzieningen -282 -240 -311
Totaal invloed voorzieningen -670 -110 -234
4 Deelnemingen en aandelen
-/- Boekwinst - - -
+ Boekverlies 8 - -
Totaal invloed deelnemingen en aandelen 8 - -
EMU-saldo 4.478 -26.845 -12.189
Maximaal EMU-tekort o.b.v. macroreferentiewaarde -15.000 -16.700 -16.700
Verschil: 19.478 -10.145 4.511
(+) ruimte / (-) tekort

Analyse verschil tussen programmabegroting en jaarrekening
Het gerealiseerde EMU saldo voor Scheldestromen overschrijdt het toegestane tekort niet. Het verschil met de programmabegroting (EMU-saldo begroot € -26,845 miljoen) is € 15 miljoen lager. Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de lagere netto investeringsuitgave in 2023 en het jaarrekeningresultaat (EMU-exploitatiesaldo).

2.16 Bedrijfsvoering

Terug naar navigatie - 2.16 Bedrijfsvoering - Bedrijfsvoering

De bedrijfsvoering kenmerkt zich door kosteneffectiviteit en een sturingsprincipe waaraan continue verbetering inherent is. In de Strategienota 2019-2023 zijn de doelstellingen vertaald in prestatie-indicatoren. In 2023 hebben de verkiezingen plaatsgevonden en is het Bestuursprogramma 2023-2027 "Zeeland rekent op ons!" opgesteld. 

Er is de afgelopen jaren hard gewerkt aan de professionalisering van de organisatie. De wijze van besturing van de ambtelijke organisatie is in 2022 vastgelegd in een besturingsfilosofie. De organisatiestructuur zelf is in 2022 ook grotendeels opnieuw neergezet. Hiertoe zijn in 2022 onder meer een nieuwe leiderschaps- en een medewerkersprofiel opgesteld. In 2023 is op basis hiervan onder meer gestart met een leiderschapsprogramma.  

Ondertussen is er onverminderd aandacht voor procesmatig, omgevingsgericht en risico gestuurd werken om de dienstverlening voor de Zeeuwse burgers, recreanten en bedrijven te optimaliseren. Procesmatig werken geeft conform de besturingsfilosofie duidelijkheid over rollen en verantwoordelijkheden, wat er van medewerkers wordt verwacht en hoe dat bijdraagt aan de doelen van de organisatie. Op basis van de PDCA-keten richten we ons werk in. Een gezamenlijk beeld van de doelen en aanpak (Plan), uitvoering van het werk op basis van het proces en ieders vakbekwaamheid (Do) en geleerde lessen benoemen en toepassen (Check-Act) zijn voor alle werkzaamheden het uitgangspunt. In 2023 is het beschrijven van de belangrijkste processen afgerond. 

In alle processen wordt daarbij continu gezocht naar mogelijkheden om ze beter en efficiënter uit te voeren. Wat inhoudt dat zowel bij plannen, uitvoering als bijsturing keuzes gemaakt worden op basis van het te verwachten en gerealiseerd effect. Hiervoor is digitaal een monitor beschikbaar die een integraal beeld geeft van de prestatiedoelstellingen, investeringen, exploitatie en bijbehorende risico’s. Hierover is de algemene vergadering in juni en november 2023 geïnformeerd. In de algemene vergadering van december 2023 is een laatste update gedeeld van de exploitatie en investeringen. Deze informatie vormt de basis voor de (bij)sturing binnen de organisatie. Bij de voorliggende jaarrekening vindt de eindverantwoording plaats op eveneens de prestaties, investeringen, exploitatie en risico’s.

Vanaf boekjaar 2025 treedt de rechtmatigheidsverantwoording in werking voor de waterschappen. Dit is, net zoals de invoering van de rekenkamer, een gevolg van de Wet versterking rekenkamers decentrale overheden. Naast de versterking van de controle- en verantwoordingsfunctie, is een doel van deze wet ook om de kwaliteit van de interne beheersing bij decentrale overheden een stimulans te geven. De rechtmatigheidsverantwoording houdt in dat het dagelijks bestuur zelf aan zet is om, als expliciet onderdeel van de jaarverslaggeving, aan de algemene vergadering verantwoording af te leggen over de financiële rechtmatigheid en eventuele afwijkingen. Met financiële rechtmatigheid wordt bedoeld dat de financiële beheershandelingen in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving zijn uitgevoerd. De rechtmatigheidsverantwoording door het dagelijks bestuur vervangt (vanaf boekjaar 2025) de uitspraak van de accountant over het aspect ‘rechtmatigheid’ als onderdeel van de accountantsverklaring bij de jaarrekeningcontrole. Om het dagelijks bestuur, de algemene vergadering en de organisatie zo goed mogelijk voor te bereiden op de inwerkingtreding van de rechtmatigheidsverantwoording is er 2023 een implementatietraject gestart dat door zal lopen tot 2024.

Aan de paragraaf wordt vanaf 2025 op basis van de wijziging van het Waterschapsbesluit (in verband met het actualiseren van de regels over beleidsvoorbereiding en verantwoording en de verdere uitwerking van de rechtmatigheidsverantwoording voor waterschappen) het volgende toegevoegd:
- informatie over de financiële rechtmatigheid;
- de maatregelen die worden ondernomen om afwijkingen van de financiële rechtmatigheid te voorkomen.

2.17 Verbonden partijen

Terug naar navigatie - 2.17 Verbonden partijen - verbonden partijen

Deze paragraaf gaat in op de doelstellingen, activiteiten en de mate van de financiële betrokkenheid van de samenwerkingsverbanden waarin het waterschap participeert en waarin het tevens een bepaalde bestuurlijke invloed kan uitoefenen. Het gaat hierbij om banden met derde partijen, waarbij realiseren van een publiek belang centraal staat.
Per partij is sprake van een financieel en bestuurlijk belang. Onder een bestuurlijk belang wordt verstaan: vertegenwoordiging in het bestuur van een verbonden partij of het hebben van stemrecht. Met financieel belang wordt bedoeld: een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is als de verbonden partij failliet gaat, dan wel het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat, indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt.
De onderstaande verbonden partijen zijn van toepassing:

1.    Nederlandse Waterschapsbank N.V. 
2.    N.V. Slibverwerking Noord-Brabant
3.    Gemeenschappelijke regeling Het Waterschapshuis (HWH)
4.    Gemeenschappelijke regeling SaBeWa Zeeland
5.    Gemeenschappelijke regeling RUD-Zeeland 
6.    Unie van Waterschappen

Nederlandse Waterschapsbank N.V. (NWB)
Vestigingsplaats Den Haag
Rechtsvorm Naamloze Vennootschap
Ingangsdatum 1954
Participanten Aandeelhouders: Staat der Nederlanden, 9 provincies en alle waterschappen.
Publiek belang Als huisbankier van de waterschappen levert de NWB diensten op het gebied van betalingsverkeer, electronic banking en consultancy. Doelstelling van de bank is het zo gunstig mogelijk en exact op maat aanbieden van de gewenste financieringen.
Bestuurlijk belang Het waterschap is vertegenwoordigd in de algemene vergadering van aandeelhouders (AVA), naar rato van het aantal aandelen heeft het waterschap hierin stemrecht (6%). Ieder aandeel A heeft recht op 1 stem en ieder aandeel B geeft recht op 4 stemmen.
Financieel belang Het waterschap is aandeelhouder van 6,0% van het nominale aandelenkapitaal (4.380 aandelen A en 166 aandelen B). Op basis van het gestort aandelenkapitaal is er een financieel belang van 7,67%.
De AVA heeft besloten vanaf 2019 , over het boekjaar 2018, weer dividend uit te keren (vanaf 2012 gestopt om te voldoen aan kapitaaleisen Basel III). Over het boekjaar 2021 is in 2022 € 3.836.746,- ontvangen aan dividend.
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
(jaarrekening 2022) 01-01 € 1.902,- mln. € 93.791,- mln.
31-12 € 1.995,- mln. € 73.285,- mln.
Gerealiseerd resultaat (na belastingen) 2021 € 121,0 mln. (2020 € 81,- mln.)
Beleidsvoornemens verbonden partij Maatschappelijke relevantie (lagere lasten voor de burger en verduurzaming), hoge kwaliteit, een sterke financiële positie en integriteit zijn de hoekstenen van het beleid van de bank.
Beleidsvoornemens waterschap omtrent verbonden partij Geen
Risico’s Volgens de verwachtingen zijn de economische ontwikkelingen in Nederland positief. Internationaal blijven de onzekerheden bestaan die de Nederlandse en Europese economie raken.
Relatie met programma Belasting- en algemene opbrengsten
Bestuurlijke vertegenwoordiger Ir. C.J.C. Michielsen
N.V. Slibverwerking Noord-Brabant (SNB)
Vestigingsplaats Moerdijk
Rechtsvorm Naamloze Vennootschap
Ingangsdatum 2010
Participanten De waterschappen Aa en Maas, De Dommel, Brabantse Delta, Vechtstromen, Scheldestromen.
Publiek belang Duurzame oplossing op het gebied van het verwerken van zuiveringsslib tegen zo laag mogelijke kosten.
Missie van SNB luidt: een voorbeeldfunctie bij de verwerking van zuiveringsslib. Zij garandeert continuïteit in slibverbranding met maximaal respect voor mens en milieu tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten.
Bestuurlijk belang Het waterschap is vertegenwoordigd in de Raad van commissarissen en de aandeelhoudersvergadering.
Financieel belang Waterschap Scheldestromen heeft met ingang van 2018 een aandeel van 7,97% in SNB. De waarde van de aandelen bedraagt € 354.014,-.
Ter financiering is in de vorm van een storting in de agioreserve een totaal bedrag van ruim € 7,9 miljoen (7,97%) ingebracht door waterschap Scheldestromen. Binnen de bedrijfseconomische resterende levensduur wordt de agioreserve terugbetaald. De agio bedraagt eind 2021 € 1,637 miljoen.
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
(jaarrekening 2022) 01-01 € 18,0 mln. € 26,9 mln.
31-12 € 15,3 mln. € 30,0 mln.
Resultaat (na belastingen) 2021 -€ 0,9 mln. (2020 -€ 1,0 mln.)
Beleidsvoornemens verbonden partij In de AVA van 17 december 2020 is het Ondernemingsplan SNB 2021 -2026 vastgesteld. In het ondernemingsplan wordt invulling gegeven aan de uitgangspunten vergroten van de ondernemingswaarde, het verder verduurzamen van de slibketen en het verder optimaliseren en intensiveren van de samenwerking met de waterschappen. SNB wil dit realiseren langs de sporen van “excellente dienstverlener”, “duurzame ketenbouwer” en “innovatieve scout”.
Beleidsvoornemens waterschap omtrent verbonden partij Waterschap Scheldestromen zal daar waar mogelijk een bijdrage leveren aan het zo optimaal mogelijk realiseren van de doelstellingen zoals o.a. de bezettingsgraad van de installatie.
Risico’s Onderbezetting van de installaties
Relatie met programma Programma: Afvalwaterketen
Bestuurlijke vertegenwoordiger Vertegenwoordiger aandeelhoudersvergadering: ing. G. van Kralingen
Gemeenschappelijke regeling Het Waterschapshuis (HWH)
Vestigingsplaats Amersfoort
Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling
Ingangsdatum 2012 (Stichting 2005)
Participanten De waterschappen
Publiek belang HWH is de regie- en uitvoeringsorganisatie voor de 21 waterschappen op het gebied van Informatie en Communicatie Technologie. HWH heeft als doel het bevorderen van samenwerking op het gebied van ICT tussen de waterschappen en de andere overheden die actief zijn in de natte sector. Onder begeleiding van HWH spannen de waterschappen zich gezamenlijk in om de kwaliteit van de digitale dienstverlening naar burgers en bedrijven te verbeteren. Daarnaast is het streven gericht op een aanzienlijke kostenbesparing op alle ICT-uitgaven.
Bestuurlijk belang Van elk deelnemend waterschap is één dagelijks bestuurslid afgevaardigd in het algemeen bestuur van HWH. Deze leden kiezen uit hun midden de voorzitter en de andere vier leden van het dagelijks bestuur.
Financieel belang De financiële bijdrage van waterschap Scheldestromen bedraagt in 2022 € 920.671,-.
Vermogen Eigen vermogen Vaste passiva
(jaarrekening 2022) 01-01 € - mln. € 12,2 mln.
31-12 € - mln. € 8,3 mln.
Gerealiseerd resultaat 2021 vóór bestemming € 3,3 mln. (2020 € 5,5 mln.)
Beleidsvoornemens verbonden partij Meer concreet heeft HWH, als gezamenlijke ICT-dienst van de waterschappen tot doel om de kwaliteit van de bedrijfsvoering van de waterschappen te verbeteren, de ICT-processen efficiënter te maken en kosten te besparen, de innovatieve slagkracht te vergroten, het imago van de waterschappen als professionele moderne overheid te versterken en bredere facilitaire samenwerking van de waterschappen te stimuleren. Hiertoe zal HWH 2.0 verder uitgewerkt worden, met als doel het verminderen van de bijdragen van de deelnemers.
Beleidsvoornemens waterschap omtrent verbonden partij Waterschap Scheldestromen gaat, evenals voorgaande jaren, alle HWH-programma’s kritisch bekijken en bezien op nut en noodzaak.
Risico’s -
Relatie met programma Paragraaf: Bestuur en organisatie
Bestuurlijke vertegenwoordiger Mr. drs. A.J.G. Poppelaars
Gemeenschappelijke regeling SaBeWa Zeeland
Vestigingsplaats Terneuzen
Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling
Ingangsdatum 1-10-2012
Participanten De gemeenten Borsele, Goes, Kapelle, Tholen, Reimerswaal, Sluis, Terneuzen en Hulst en waterschap Scheldestromen.
Publiek belang SaBeWa staat voor Samenwerking Belastingen en Waardebepaling en verzorgt de heffing en invordering van de gemeentelijke en waterschapsbelastingen en de uitvoering van de Wet WOZ.
Bestuurlijk belang Van elke deelnemer is één dagelijks bestuurslid afgevaardigd in het algemeen bestuur van SaBeWa Zeeland. Het dagelijks bestuur bestaat uit 1 lid namens het waterschap en 2 leden namens de gemeenten. Deze 3 leden worden gekozen uit het algemeen bestuur.
Financieel belang De kostenverdeelsleutels voor de deelnemers zijn:
- uitvoering Wet onroerende zaken: aantal WOZ-objecten
- onderdeel Heffen : het aantal aanslagregels
- onderdeel Innen : het aantal aanslagregels
De financiële bijdrage 2024 bedraagt € 2.502.472,-
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
(jaarrekening 2022) 01-01 € 0,33 mln. € 8,6 mln.
31-12 € 0,23 mln. € 7,6 mln.
Gerealiseerd resultaat 2022 € 0,1 mln. (2021 € 0,2 mln.)
Beleidsvoornemens verbonden partij Optimaliseren van de organisatie en processen.
Beleidsvoornemens waterschap omtrent verbonden partij Het waterschap zal daar waar mogelijk een bijdrage leveren aan het zo optimaal mogelijk realiseren van de doelstellingen.
Risico’s -
Relatie met programma Programma: Bestuur en organisatie
Bestuurlijke vertegenwoordiger Mr. drs. A.J.G. Poppelaars
Gemeenschappelijke regeling RUD-Zeeland
Vestigingsplaats Terneuzen
Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling
Ingangsdatum Medio 2013
Participanten De 13 gemeenten in Zeeland, provincie Zeeland en waterschap Scheldestromen.
Publiek belang De RUD-Zeeland voert in opdracht van de gemeenten, provincie en het waterschap VTH milieutaken en VTH Wabo-taken uit. Ze moet deze taken professioneel, doelmatig en volgens landelijk vastgestelde kwaliteitseisen en dienstverleningsnormen vervullen.
Het takenpakket van de RUD-Zeeland ziet er als volgt uit:
- ketentoezicht op grond, bouwstoffen en afval;
- VTH-taken Wabo voor BRZO- en IPPC-bedrijven;
- VTH-taken Wabo waarvoor de provincie vóór 01-10-2010 het bevoegde
gezag was;
- VTH-taken Milieu voor bedrijven waarvoor de gemeente het bevoegde
gezag is;
- Overige taken uit het landelijk basispakket.
Bestuurlijk belang Van elke (15) deelnemer is één dagelijks bestuurslid afgevaardigd in het algemeen bestuur van RUD-Zeeland. Het dagelijks bestuur bestaat uit 1 lid namens de provincie, 1 lid namens het waterschap en 3 leden namens de gemeenten. Deze 5 leden worden gekozen uit het algemeen bestuur.
Financieel belang Voor 2022 is de bijdrage € 2.500,- (afrekening 2022)
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
(jaarrekening 2022) 01-01 € 2,4 mln. € 2,5 mln.
31-12 € 1,0 mln. € 4,3 mln.
Gerealiseerd resultaat 2022 -/- € 1,0 mln. (2020 € 0,9 mln.)
Beleidsvoornemens verbonden partij Conform het bedrijfsplan het optimaliseren van de organisatie.
Beleidsvoornemens waterschap omtrent verbonden partij Het waterschap is voornemens om per 1-1-2024 uit te treden
Risico’s -
Relatie met programma Programma: Bestuur en organisatie
Bestuurlijke vertegenwoordiger Mr. drs. A.J.G. Poppelaars
Unie van Waterschappen (UvW)
Vestigingsplaats Den Haag
Rechtsvorm Vereniging
Ingangsdatum 1927
Participanten De waterschappen
Publiek belang De vereniging heeft tot doel de leden individueel en collectief bij te staan bij de vervulling van hun bestuurstaken. De Unie treedt namens de waterschappen op als vertegenwoordiger naar het parlement, de Rijksoverheid, IPO, VNG en Europa.
Bestuurlijk belang Het waterschap heeft zitting in de ledenvergadering (voorzitters van alle waterschappen).
Financieel belang Voor 2024 is een contributie van € 509.972,- (2023 +4,8% + 10%), daarnaast € 125.000,- bijdrage voor de bestrijding bever- en muskusratten en € 5.000,- voor de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB) en een bijdrage van € 6.667,- voor Het Waterschap.
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
(jaarrekening 2022) 01-01 € 3,1 mln. € 23,5 mln.
31-12 € 2,7 mln. € 22,2 mln.
Gerealiseerd resultaat 2022 -€ 0,4 mln. (2021 € 1,1 mln.)
Beleidsvoornemens verbonden partij De Unie van Waterschappen ondersteunt ook in 2022 de waterschappen waar mogelijk bij het realiseren van hun ambities, bijvoorbeeld door op politiek-bestuurlijk niveau afspraken te maken, zaken te agenderen, belemmeringen weg te nemen en samenwerkingen te initiëren.
In de begroting 2022 zijn de volgende speerpunten benoemd:
·        De uitrol van het klimaatakkoord;
·        De nationale omgevingsvisie (NOVI);
·        Klimaatadaptie;
·        Stikstofproblematiek;
·        De Omgevingswet;
·        Aanvullende afspraken Bestuursakkoord Water;
·        Vitale vereniging;
Dit alles kan alleen maar als er ook binnen de vereniging, met en tussen de 21 waterschappen, een goede onderlinge verbinding is. Door elkaar regelmatig te ontmoeten, onderwerpen zowel in formele als informele setting te bespreken en de verenigingsstructuur te gebruiken om breed gedragen standpunten en besluiten (in) te nemen. Juist dan kan de in de afgelopen jaren gegroeide positie van de waterschappen verder worden versterkt.
Beleidsvoornemens waterschap omtrent verbonden partij Waterschap Scheldestromen zal daar waar mogelijk een bijdrage leveren aan het zo optimaal mogelijk realiseren van de doelstellingen.
Risico’s -
Relatie met programma Programma: Bestuur en organisatie
Bestuurlijke vertegenwoordiger Mr. drs. A.J.G. Poppelaars

2.18 Openbaarheidsparagraaf

Terug naar navigatie - 2.18 Openbaarheidsparagraaf - 2.18 WOO

In deze paragraaf wordt de Wet open overheid (Woo) en de 10% projectgebonden eigen bijdrage van HWBP-projecten toegelicht.

Wet open overheid (Woo)
De Wet open overheid (Woo) is 1 mei 2022 in werking getreden. Op grond van de Woo verplichte openbaarheidsparagraaf wordt verantwoording afgelegd over de uitvoering van de Woo in het verslagjaar 2023. Daarbij wordt onderscheid gemaakt naar zeven thema’s.

1. De actieve openbaarmakingsplicht voor de elf verplichte categorieën documenten (artikel 3.3 Woo)
De Woo verplicht overheden om – gefaseerd - actief documenten uit elf informatie categorieën te publiceren. Verwachting was deze verplichting in 2023 zou ingaan. Gezien de vele verduidelijkingsvragen met betrekking tot de afbakening van verschillende informatie-categorieën is de verplichting gepauzeerd. Lopende 2023 en ook in 2024 blijft de projectgroep de publicatie toetsen aan de werkdefinities van de categorieën vanuit het ministerie Binnenlandse zaken. In de loop van 2024 maakt het ministerie van Binnenlandse zaken een nieuwe fasering bekend. We volgen de landelijke lijn rondom het gefaseerd implementeren van de informatie categorieën.

In onderstaande tabel wordt weergegeven welke documenten het waterschap al publiceerde in 2023 via de verschillende platforms en de landelijke Woo-index.

Nr. Art. Woo Naar verwachting verplicht per Omschrijving Platform
1 3.3, 1a, 1b en 1c - Wet- en regelgeving, overige besluiten algemene strekking en ontwerpen waarover extern advies is gevraagd. Landelijke voorziening Decentrale Regelgeving en Officiële Publicaties (DROP)
2 3.3, 1d en 1e - Inzicht in de organisatie/werkwijze, de bereikbaarheid, en de wijze waarop een informatieverzoek kan worden ingediend Dit is terug te vinden op www.scheldestromen.nl en linkt door naar www.overheid.nl
3 3.3, 2a en 2c - Vergaderstukken en verslagen van het algemeen bestuur en zijn commissies en de bij het algemeen bestuur ingekomen stukken Deze zijn terug te vinden op www.scheldestromen.nl
4 3.3, 2d - Agenda's en besluitenlijsten van het dagelijks bestuur -
5 3.3, 2e - Adviezen met betrekking tot de ontwerpen uit categorie 1 en adviezen van adviescommissies die niet zien op individuele zaken -
6 3.3, 2f - Convenanten -
7 3.3, 2g - Jaarplannen en jaarverslagen Deze zijn terug te vinden op www.scheldestromen.nl
8 3.3, 2i - Woo-verzoeken (incl. beslissing en verstrekte informatie) -
9 3.3, 2j - Onderzoeksrapporten -
10 3.3, 2k 3.3a - Beschikkingen Vergunningen zijn gepubliceerd op www.overheid.nl
11 3.3, 2l - Klachtoordelen -
Terug naar navigatie - 2.18 Openbaarheidsparagraaf - openbaarheidspargraaf

2. De inspanningsverplichting tot openbaarmaking voor andere documenten dan de elf vermelde categorieën (artikel 3.1 Woo)
In 2023 zijn geen documenten gepubliceerd op basis van de inspanningsverplichting.

3. De passieve openbaarmaking (openbaarmaking op verzoek; hoofdstuk 4 Woo)
In 2023 zijn 16 Woo- verzoeken gedaan.

4. De informatiehuishouding
In 2023 is een start gemaakt met de inrichting van Sharepoint, als centrale opslaglocatie voor informatie. De verdere implementatie van de Woo wordt door een interdisciplinaire projectgroep uitgevoerd onder leiding van de hiervoor nieuw aangestelde projectleider.

5. De aanstelling en het in dienst hebben van een Woo-contactpersoon
Het waterschap beschikte heel 2023 over een Woo-contactpersoon.

6. Eventuele andere activiteiten om de Woo te implementeren
In 2023 is het management meegenomen in de ontwikkelingen omtrent de Woo.
Ten behoeve van de implementatie van de Woo is actief kennis gedeeld met andere waterschappen en collega-overheden. Hieruit zijn lokale en landelijke werkgroepen ontstaan, die op specifieke onderwerpen samenkomen. Vanuit het waterschap werkten we mee aan de verduidelijking van de werkdefinities voor de informatiecategorieën in het BZK-Programma Open Overheid.

7. Besteding incidentele en structurele subsidie
De rijksoverheid stelt incidentele middelen beschikbaar om de Woo te implementeren. Het waterschap heeft voor € 160.568,- (2023) aan incidentele en structurele middelen ontvangen om de implementatie en uitvoeringskosten te dekken.

De toegezegde bijdragen / kosten zijn in onderstaande tabel opgenomen:
 

Bedragen x € 1,-
Bijdrage / kosten Woo gerealiseerd toegezegde bijdrage
2022 2023 2024 2025 2026 2027
bijdrage via Unie
incidenteel 42.126 42.126 42.126 75.087 42.126 -
structureel 118.442 118.442 139.392 139.392 139.392
totaal bijdrage 42.126 160.568 160.568 214.479 181.518 139.392
werkelijke kosten
interne uren - 24.636
totaal werkelijke kosten - 24.636 - - - -
Terug naar navigatie - 2.18 Openbaarheidsparagraaf - HWBP 10% projectgebonden eigen bijdrage

Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) 10% projectgebonden eigen bijdrage

Op grond van afspraken in het Bestuursakkoord Water van 2011 en de formele vastlegging daarvan in de Waterwet is een belangrijk onderdeel van de financiering van het HWBP dat de projectwaterschappen op basis van voorcalculatie 90% subsidie (50% Rijk, 40% solidariteitsbijdrage van alle waterschappen) ontvangen en zelf een Projectgebonden Eigen Bijdrage (PGEB) van 10% van de subsidiabele uitgaven dragen. Een onderzoek in 2022 wees uit dat de PGEB van de toen afgeronde projectfasen gemiddeld circa 1% was. De onderzoeksresultaten betekenen dat er in de onderzochte periode niet volledig is voldaan aan de in de Waterwet vastgelegde verhouding in de financiering van het HWBP van 50:40:10. Op grond van het voorgaande heeft het Programmabestuur in september 2022 uitgesproken dat de werkelijke PGEB bezien over het gehele programma tot en met 2050 uiteindelijk moet aansluiten bij de beoogde 10% PGEB. 

Om hieraan te voldoen is door de Ledenvergadering Unie van Waterschappen en het Programmabestuur HWBP in december 2023 besloten dat:

  • Na afronding van de HWBP projecten in de periode tot en met 2050 de 10% PGEB zoveel als mogelijk wordt gerealiseerd conform de in de Waterwet beoogde verhouding van 50:40:10
  • Vanaf 2023 de overschotten of tekorten per projectfase ten opzichte van de 10% PGEB geoormerkt blijven voor de bestemming waarvoor deze waren bedoeld, namelijk subsidiabele kosten van (nieuwe) HWBP-projectfasen.
  • In het jaarverslag 2023 de verschillen tussen de daadwerkelijke PGEB en een PGEB van 10% van afgeronde projectfasen in de periode 2014 tot en met 2022 inzichtelijk worden gemaakt. Dit is bedoeld om transparant te zijn over de stand van de projectresultaten, richting het eigen bestuur en de andere partners in de alliantie.

In onderstaande tabellen zijn de verschillen van alle afgeronde projectfasen in de periode 2014 tot en met 2023 inzichtelijk gemaakt. De verschillen van de periode 2014tot en met 2022 zijn ter informatie en worden niet meer verrekend met nieuwe projecten. Op basis van de vastgestelde subsidiebeschikkingen voor de periode 2014 tot en met 2022 ( € 11.646.166,-) zou de 10% PGEB € 1.164.617,- bedragen. De werkelijke eigen bijdrage bedraagt € 171.449,-.  Dit is € 993.168,- minder ten opzichte van de 10% PGEB op basis van de  toegekende beschikkingen.

Het jaar 2023 geeft een ander beeld te zien. Het afgelopen jaar zijn de planuitwerkingsfases van de projecten Hansweert en Sint Annaland afgerond. Met name de kosten voor de planuitwerkingsfase Hansweert zijn met een bedrag van € 9.119.986,- fors hoger dan het beschikte bedrag van € 6.918.150,-. De 10% PGEB wordt voor deze fase van het project met € 1.433.153,- overschreden. Doordat de kosten van de planuitwerkingsfase Sint Annaland lager uitvielen ten opzichte van de vastgestelde beschikking, bedraagt het totaal van de overschrijding van de 10% PGEB voor de projecten in 2023 € 1.213.304,-.  

De overschotten en/of tekorten vanaf het jaar 2023 blijven beschikbaar voor de opvolgende HWBP-projectfasen. Het verschil van de planuitwerking Sint Annaland blijft op de balans staan onder "Vooruitontvangen bedragen van het Rijk" en blijft beschikbaar voor een mogelijk tekort bij de realisatiefase van dit project. 

Bedragen x € 1,-
Periode 2014-2022
Projectnaam Jaar en Fase 100% vaststelling Ontvangen subsidie Werkelijke kosten 10% Eigen bijdrage Werkelijke eigen bijdrage Verschil
Emanuelpolder 2014 Verkenning 27.115 24.404 27.115 2.712 2.712 -
Emanuelpolder 2014 Planuitwerking 27.115 24.404 27.115 2.712 2.712 -
Burgsluis-Schelphoek 2018 Verkenning 45.157 40.641 40.040 4.516 -601 5.117
Burgsluis-Schelphoek 2018 Planuitwerking 129.252 116.327 122.581 12.925 6.254 6.671
Burgsluis-Schelphoek 2018 Realisatie 1.300.194 1.170.175 1.256.829 130.019 86.654 43.365
Flaauwershaven-Borendamme 2018 Verkenning 36.190 32.571 26.877 3.619 -5.694 9.313
Flaauwershaven-Borendamme 2018 Planuitwerking 133.409 120.068 126.556 13.341 6.488 6.853
Flaauwershaven-Borendamme 2018 Realisatie 1.469.053 1.322.148 1.480.946 146.905 158.798 -11.893
Zierikzee-Bruinisse 2018 Verkenning 48.874 43.987 47.837 4.887 3.850 1.037
Zierikzee-Bruinisse 2018 Planuitwerking 103.309 92.978 94.881 10.331 1.903 8.428
Zierikzee-Bruinisse 2018 Realisatie 844.480 760.032 759.908 84.448 -124 84.572
Hansweert 2019 Verkenning 3.640.441 3.276.397 3.298.442 364.044 22.045 341.999
Emanuelpolder 2022 Realisatie 3.136.167 2.822.550 2.646.460 313.617 -176.090 489.707
Sint Annaland 2022 Verkenning 705.410 634.869 697.411 70.541 62.542 7.999
Totaal 11.646.166 10.481.549 10.652.998 1.164.617 171.449 993.168
Bedragen x € 1,-
Jaar 2023
Projectnaam Jaar en Fase 100% vaststelling Ontvangen subsidie Werkelijke kosten 10% Eigen bijdrage Werkelijke eigen bijdrage Verschil
Hansweert 2023 Planuitwerking 7.686.833 6.918.150 9.119.986 768.683 2.201.836 -1.433.153
Sint Annaland 2023 Planuitwerking 720.781 648.703 500.932 72.078 -147.771 219.849
Totaal 8.407.614 7.566.853 9.620.918 840.761 2.054.065 -1.213.304