2. Beleidsbegroting

2.1 Uiteenzetting van de externe en interne ontwikkelingen

Ontwikkelingen sinds vorig begrotingsjaar

Terug naar navigatie - Ontwikkelingen sinds vorig begrotingsjaar

In 2023 hebben de waterschapsverkiezingen plaatsgevonden. Daarna is er gewerkt aan het bestuursakkoord waarin ook de financiële uitgangspunten zijn opgenomen. In deze begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027 is er voor de externe kosten rekening gehouden met een stijging op basis van de CPI index van het Centraal Planbureau. Ook voor de personeelskosten is rekening gehouden met de prognoses van het Centraal Planbureau op basis van de loonsom-index. Een andere externe ontwikkeling is de stijging van de netwerkkosten voor energie in 2024 en het nieuwe leveringscontract voor energie vanaf 1-1-2025.

Vanaf 2025 krijgen we te maken met de nieuwe verantwoordingsvoorschriften voor de waterschappen in verband met de harmonisatie van de voorschriften met gemeenten en provincies. Deze begroting 2024 is al grotendeels ingedeeld op basis van deze nieuwe voorschriften. In de voorschriften is ook opgenomen dat onderhoudsmatige werkzaamheden in de exploitatie moeten worden verantwoord. De baggerwerkzaamheden van € 4,2 miljoen per jaar zijn om die reden vanaf 2025 opgenomen in de exploitatie, gebruikmakend van de overgangstermijn van 5 jaar. 

Voor de realisatie van de investeringen werd in de voorgaande periode gestuurd op het halen van een netto besteding per jaar. Vanaf 2024 zal de verantwoording plaatsvinden op bruto besteding wat een beter beeld geeft van de uitgevoerde investeringen. Ook zal de rapportage, gezien de omvang van de HWBP projecten, gesplitst worden in de HWBP projecten en overige projecten.

In deze begroting 2024 is gestart met het inzetten van een deel van het surplus aan reserve. Het surplus boven de gewenste reserve omvang. Ook de jaren daarna is een deel van dit surplus ingezet om de tarieven te matigen. Voor de jaren 2025-2027 is dit indicatief en zal dit afhankelijk zijn van meest actuele indexcijfers, energieprijzen en andere externe factoren die zich voordoen bij het opstellen van de betreffende begroting.

In 2021 is het Waterschapsbeheerprogramma (WBP) vastgesteld. Ontwikkelingen die hierin zijn opgenomen brengen extra kosten met zich mee. Vanaf 2024 was in het WBP en de vorige meerjarenraming een structurele stijging van de exploitatiekosten voorzien van € 4 miljoen per jaar.
In deze begroting 2024 en meerjarenraming is voor het WBP gekeken naar een realistische planning en de haalbaarheid. In totaal betekent dit dat financieel de helft van de extra kosten uit het WBP is opgenomen. De impact op financiën, de capaciteit van de organisatie en nieuwe inzichten vragen om een bijstelling van het WBP voor de komende periode.

De belangrijkste afwijkingen ten opzichte van de meerjarenraming

Terug naar navigatie - de belangrijkste afwijkingen ten opzichte van de meerjarenraming;

De uitgangspunten voor de externe kosten en personeelslasten zijn gebaseerd op de prognoses die het CPB afgeeft. Deze uitgangspunten en normen zijn opgenomen in hoofdstuk 3. Ten opzichte van de vorige begroting/meerjarenraming wijkt deze methodiek af. In de vorige meerjarenraming waren de percentages niet gekoppeld aan de CPB indexcijfers maar eigen inschattingen. Voor de inflatie was in de voorgaande meerjarenraming vanaf 2024 gerekend met 2% stijging, op basis van de CPB index is in deze begroting 2024 gerekend met 3,8% stijging, de jaren daarna met 2,4%. Voor de personeelslasten was in de vorige meerjarenraming vanaf 2024 gerekend met 3% tegenover een CBP index in de begroting 2024 van 5,6% en 4,1% in deze meerjarenraming 2025-2027.

2.2 Indeling Programmaplan

Terug naar navigatie - Programma / Resultaat

Het programmaplan bestaat uit 5 programma's en het hoofdstuk Belastingen en algemene opbrengsten, ook wel dekkingsmiddelen genoemd.  Op basis van de in dit hoofdstuk beschreven programma's stelt de algemene vergadering het beleid vast en verleent het autorisatie voor de bij de programma's opgenomen budgetten.

Terug naar navigatie - Programma's

Per programma zijn de prestaties, externe kosten en opbrengsten, personeelskosten en kapitaallasten (rente en afschrijving) opgenomen en toegelicht. De voorgenomen investeringen zijn opgenomen in hoofdstuk 3.

Programma Waterkeringen

Programma Waterkeringen Algemeen

Terug naar navigatie - Programma Waterkeringen Algemeen

Waterkeringen zijn beeldbepalend in het Zeeuwse landschap. Zij bieden kansen voor recreatie, natuur en economie. Dit mag niet ten koste gaan van waterveiligheid.

Veerse Meer
In 2023 is een akkoord bereikt met de partners voor een nieuw convenant Veerse Meer voor de periode 2024-2033. In het convenant zijn afspraken gemaakt omtrent het beheer en onderhoud van de voorzieningen in en rondom het Veerse Meer. Het nieuwe convenant is een voortzetting van de oorspronkelijke onderhoudsstrategie. Op een later moment zal in overleg met de convenantpartners worden bepaald of dit gehandhaafd blijft. Het waterschap draagt als convenantpartner ook bij in de exploitatie van het Veerse Meer. 

Voorzieningen recreatief medegebruik
Een deel van de voorzieningen voor recreatief medegebruik op of aan de waterkeringen heeft het waterschap zelf in beheer. Gezien de ontwikkelingen die de laatste jaren met name aan de kust hebben plaatsgevonden, neemt de noodzaak toe om met de gemeenten te komen tot herziening en actualisatie van de afspraken over het gewenste kwaliteitsniveau en de bijbehorende financieringsafspraken. Er wordt gewerkt aan een plan van aanpak.

Actualisatie legger waterkeringen
Voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het noodzakelijk om de legger waterkeringen te actualiseren, hier wordt in 2024 actief capaciteit op ingezet. De inwerkingtreding van de Omgevingswet is uitgesteld tot 1 januari 2024 om o.a. ook de waterschappen meer tijd te geven om de gegevens op orde te hebben voor het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).

HWBP Programmering
Het programmeren van de versterkingswerken en het aanleveren van de benodigde informatie voor het HWBP-programma is een jaarlijks terugkerende activiteit. Doorlopend verzorgt de afdeling Waterkeringen de startinformatie voor de aankomende HWBP-projecten en levert advies voor de lopende versterkingsprojecten. Bij afloop van een project toetst de afdeling de ontvangen informatie vanuit het project en zorgt dat deze op een goede manier geborgd wordt. Dit betreft voor 2024 de reeds lopende projecten Hansweert, Zak van Zuid-Beveland, Sloehaven-Buitenhaven, St. Annaland en de nog op te starten projecten Zuid Beveland-Oost Westerschelde en Tholen.

Zorgplicht
De implementatie van de zorgplicht vraagt om een planmatige aanpak. Voorgaande jaren zijn hierin al stappen gezet en de aanpak wordt in 2024 verder voortgezet. Risicogestuurd werken, werkwijze, assetmanagement (Strategisch Asset Management Plan = SAMP) en het opstellen en actualiseren van plannen voor inspectie, beheer en onderhoud zijn hier onderdeel van. Door uitgesteld onderhoud aan onze assets, wordt niet alleen de bedrijfszekerheid minder, maar zullen ook de kosten van het onderhoud toenemen (de kwaliteit van de assets neemt steeds verder af). Uiteindelijk kunnen hierdoor ook veiligheidsrisco's ontstaan.
Vanuit het oogpunt van waterveiligheid vindt ook technische advisering plaats op eigen plannen en projecten van het waterschap.

Beheerplan waterkeringen
In de jaren 2023-2025 werkt de afdeling Waterkeringen aan een Beheerplan Waterkeringen. Dit Beheerplan moet inzicht geven in hoe wij onze dijken, duinen, waterkerende kunstwerken en andere waterkerende constructies beheren en onderhouden om te zorgen dat ze voldoen aan de vanuit waterveiligheid gestelde eisen. We gebruiken hierbij als leidraad de Handreiking Risicogestuurd beheer en onderhoud van waterkeringen van STOWA en de NEN 2767 en halen ‘best practices’ op bij onze collega waterschappen. Het Beheerplan geeft hiermee ook helderheid over onderscheid tussen de minimale wettelijke basisinspanning ten behoeve van waterveiligheid en de extra kosten en personele inzet die voortkomen uit aanvullende of extra keuzes die wij als waterschap maken.

Plannen en onderzoeken van derden
Onder andere in het kader van het gebiedsoverleg Zuidwestelijke Delta, het uitvoeringsprogramma van de Klimaatadaptatiestrategie Zeeland en de realisatie van de Waterschaps Klimaatadaptatiestrategie zullen we deelnemen en participeren in onderzoeken. Ook zoeken we meer samenwerking met Stowa en zetten we de samenwerking met de hogeschool Zeeland (HZ) voort, onder andere op het thema waterveiligheid.

Plannen van en met derden voor waterkeringen
Op diverse plaatsen in Zeeland is sprake van gebiedsontwikkeling, dan wel initiatieven van derden, die een relatie hebben met de waterkeringen. Met initiatiefnemers vindt het nodige overleg plaats en moeten plannen beoordeeld worden. Te noemen zijn onder andere de Herijking Nationaal Deltaprogramma (o.a. ruimtelijke adaptatie, Gebiedsoverleg Zuidwestelijke Delta), Nationaal Programma Landelijk Gebied. Ook het beoordelen van vergunningsaanvragen valt hieronder. De randvoorwaarden zoals vastgelegd in het bestuursakkoord, het WBP en het vergunningenkader Waterkeringen zijn het kader voor onze opstelling in de genoemde planvorming en beoordeling van c.q. medewerking aan initiatieven. Vanuit het oogpunt van waterveiligheid vindt ook technische advisering plaats op plannen van derden.

Overzicht prestaties programma Waterkeringen

Terug naar navigatie - Overzicht prestaties programma Waterkeringen

waterveiligheid

  • We boeken jaarlijks vooruitgang op de prestatie-indicator inrichting- en uitvoeringseisen wettelijke zorgplicht primaire waterkeringen (wordt meetbaar gemaakt in de jaarlijkse waterveiligheidsrapportage).
  • We lopen op schema om de doelstelling van het HWBP voor 2050 te halen zodat alle waterkeringen en kunstwerken binnen het areaal aan de norm voldoen zoals gesteld in de Waterwet (meetbaar in jaarlijkse rapportage herijking programmering HWBP). 

Exploitatie

Terug naar navigatie - Exploitatie
Bedragen x € 1.000
meerjarenraming
Kosten- en opbrengstsoorten Begroting primair 2023 Begroting 2023, incl. begr.wijzigingen Begroting 2024 2025 2026 2027
Lasten:
Externe kosten 7.389 7.469 7.553 7.553 7.734 8.432
Personeelskosten 4.239 4.330 4.538 4.878 5.078 5.286
Rente en afschrijving 1.193 463 1.838 2.690 3.246 3.551
Totaal lasten € 12.821 € 12.262 € 13.929 € 15.121 16.058 17.269
Baten:
Externe opbrengsten -447 -447 -482 -482 -482 -482
Totaal baten -447 -447 -482 -482 -482 -482
Inzet reserves:
Toevoeging reserves 0 0 0 0 0 0
Onttrekking reserves 0 -80 0 0 0 0
Totaal reserves 0 -80 0 0 0 0
Netto kosten programma Waterkeringen 12.374 11.735 13.447 14.639 15.576 16.787

Externe kosten

Terug naar navigatie - Externe kosten

De externe kosten bij het programma Waterkeringen omvatten onder andere het beheer en onderhoud van de primaire en regionale waterkeringen. Naast de solidariteitsbijdrage aan het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) valt hier ook het onderhoud van duinen, dijken, strandhoofden, strekdammen en kunstwerken onder. Een ander deel van de externe kosten omvat onderzoekskosten die nodig zijn voor de veiligheidsbeoordeling van de primaire waterkeringen en onderzoeken/advisering gerelateerd aan beleidsontwikkeling, zorgplicht en crisisbeheersing.

De externe kosten zijn voor 2024 € 164.000,- hoger begroot dan vorig jaar. De belangrijkste oorzaak van deze stijging is de hogere solidariteitsbijdrage aan het HWBP. Daarnaast zijn er diverse verschuivingen binnen de posten voor beheer en onderhoud. Hieronder een opsomming van de belangrijkste wijzigingen.

+ € 460.000,- solidariteitsbijdrage HWBP en belastingen
+ € 26.000,- onderhoud glooiing en kreukelbermen
+ € 27.000,- diverse posten beheer en onderhoud werkgebieden

- € 189.000,- onderhoud kunstwerken primaire waterkeringen
- € 120.000,- veiligheidstoetsing
- € 42.000,- bijdragen aan plannen van derden

Vanaf 2024 zijn de kosten verhoogd op basis van het WBP met € 125.000,- voor kunstwerken en regionale waterkeringen.

Indien de uitvoerings- en materiaalkosten toekomstig verder toe zullen nemen en het financieringsniveau geen mogelijkheden biedt is het risico dat er in 2024 mogelijk keuzes gemaakt moeten worden, waarbij het risico bestaat dat het onderhoudsniveau terug zal lopen of het werk doorgeschoven moet worden naar het opvolgende jaar. 

Externe opbrengsten

Terug naar navigatie - Externe opbrengsten

De externe opbrengsten die in de begroting zijn opgenomen bestaan voornamelijk uit bijdragen van derden en vergoedingen voor werkzaamheden aan derden. Deze opbrengsten zijn voor het grootste deel gerelateerd aan het Veerse Meer en de Projectorganisatie Waterveiligheid. De verwachting is dat de bijdragen Veerse Meer als gevolg van indexering zullen stijgen en de werkzaamheden voor derden in 2024 zullen dalen. Per saldo verwachten we in 2024 € 35.000,- hogere opbrengsten.

Personeelskosten

Terug naar navigatie - Personeelskosten

Naast de stijging voor de nieuwe CAO en de sociale lasten is hieronder voor dit programma de formatiestijging toegelicht.
Vanaf 2024 is op basis van het WBP bij het programma waterkeringen een stijging opgenomen van 1 fte. Dit heeft betrekking op de inzet voor beleidsontwikkeling, toetsing en advisering rondom waterveiligheid, klimaatveranderingen en regionale waterkeringen.

Rente en afschrijving

Terug naar navigatie - Rente en afschrijving

Bij het programma waterkeringen stijgen de rente en afschrijvingen voornamelijk door de verwachte voorfinanciering van het project HWBP Hansweert. De projectkosten zijn subsidiabel maar ten tijde van het opstellen van de begroting 2024 / meerjarenraming 2025-2027 werd er rekening mee gehouden dat een groot deel van de subsidie pas in 2036 uitbetaald zou worden waardoor de uitgaven tot die tijd voorgefinancierd moeten worden. De rentelasten van deze voorfinanciering komen ten laste van het programma waterkeringen.

Rekening houdend met het uitbetalingsschema uit het HWBP Ontwerpprogramma 2025-2036 wat in november 2023 wordt vastgesteld en een aanvullend subsidievoorschot eind 2023 zal er in 2024 mogelijk sprake zijn van fors lagere voorfinancieringslasten dan begroot. De lagere voorfinancieringslasten kunnen in 2024 via een begrotingswijziging verwerkt worden en voor de daaropvolgende jaren in de volgende begroting/meerjarenraming.

Externe kosten meerjarenraming 2025-2027

Terug naar navigatie - Externe kosten meerjarenraming 2025-2027

Voor de externe kosten is in de meerjarenraming 2025-2027 rekening gehouden met een indexering voor inflatie van 2,4%. Daarnaast wordt er voor 2027 een grote stijging in de solidariteitsbijdrage HWBP verwacht.

Overige ontwikkelingen

Terug naar navigatie - Overige ontwikkelingen

Europese en landelijke ontwikkelingen op het gebied van klimaatverandering & waterveiligheid kunnen invloed hebben op de toekomstig benodigde budgetten voor veiligheidstoetsing. 

Programma Watersystemen

Programma Watersystemen Algemeen

Terug naar navigatie - Programma Watersystemen Algemeen

Voldoende Water en onderhoud van het watersysteem
Het waterschap spant zich in om het watersysteem op orde te brengen en te houden. Hierbij wordt het principe gehanteerd dat er bij extreme neerslag geen verwijtbare schade is door een overstroming vanuit de sloot. In lijn met de inundatienormen en de peilbesluiten zijn maatregelen bepaald, welke vervolgens verwerkt zijn in de meerjarenplanning. Om de bergings- en afvoercapaciteit van het watersysteem in stand te houden, voert het waterschap onderhoud uit. Het maaiseizoen start, afhankelijk van de weersomstandigheden, rond 15 augustus. En daarmee vindt het grootste deel van het reguliere, en zichtbare, onderhoud in de tweede helft van het jaar plaats.
Het duurzaam in stand houden van de schaarse zoetwatervoorraden is een opgave voor het waterschap. De wens is om de voorraad op peil te houden en waar mogelijk te vergroten. Dit vraagt om inzicht in de huidige toestand en het functioneren van ons grondwatersysteem. Hiervoor wordt, in samenwerking met de provincie, kennis ontwikkeld door middel van modellen en er wordt een fysieke grondwatermeetsysteem ingericht. 
Onze provincie is omgeven door zout water en lange periodes van droogte maken de beschikbaarheid van zoet water in Zeeland tot een knelpunt. Hoewel de beschikbaarheid van zoet water geen wettelijke kerntaak is van het waterschap, streven we naar vergroting van beschikbaarheid van zoet water. Om concrete initiatieven te faciliteren en te ondersteunen zorgen we ervoor dat we deze kennen en dat het helder wordt welke rol we als waterschap in deze initiatieven innemen.

Onderhoud van het watersysteem en bestrijding van muskusratten
In lijn met de gemaakte afspraken volgt het waterschap, om de staat van watersystemen en waterkeringen niet in gevaar te brengen, de landelijke strategie om muskusratten terug te dringen tot aan de landsgrenzen (2034). Naast gebruik van het regulier vangmateriaal, worden er ook innovatieve methoden verkend, zoals het opsporen van muskusratten door het detecteren van DNA wat ze achterlaten in het water. 

Gezond water in het watersysteem
Vanuit de Kader Richtlijn Water zijn we als waterschap gehouden aan een einddatum van 2027 om de afgesproken, en hiermee verplichte, maatregelen uit te voeren. Dit zijn de maatregelen voor het aanleggen van 38,2 km natuurvriendelijke oevers en de 6 vispassages die ervoor zorgen dat 60% van ons beheergebied bereikbaar is voor vis. Tegelijkertijd wordt de kennis over (delen van) dit onderwerp vergroot. Ook op onze rwzi’s zijn maatregelen van toepassing. Op de rwzi Kloosterzande en de rwzi Camperlandpolder zullen deze maatregelen nog toegepast worden.

Overzicht prestaties programma Watersystemen

Terug naar navigatie - Overzicht prestaties programma Watersystemen

Voldoende Water

  •  95% van de geplande en begrote onderhoudswerkzaamheden van maaien en baggeren in het watersysteem zijn jaarlijks uitgevoerd.
  • De vangstinspanning loopt gelijk op met de landelijke afspraken voor de muskus-rattenbestrijding, zowel in het midden Zeeland als in de grensregio.

Schoon water

  • In 2027 hebben we 38,2 kilometer natuurvriendelijke oevers aangelegd, waarmee voor 100% aan de KRW-opgave op dit punt is voldaan.
  • In 2027 hebben we zes vispassages aangelegd waarmee 60% van ons beheergebied bereikbaar is voor vis, waarmee voor 100% aan de KRW-opgave op dit punt is voldaan..

Exploitatie

Terug naar navigatie - Exploitatie
Bedragen x € 1000
meerjarenraming
Kosten- en opbrengstsoorten Begroting primair 2023 Begroting 2023, incl. begr.wijzigingen Begroting 2024 2025 2026 2027
Lasten:
Externe kosten 17.455 17.903 18.871 21.181 22.258 23.592
Personeelskosten 9.547 9.780 10.733 11.300 11.763 12.245
Rente en afschrijving 8.701 7.768 8.064 9.071 9.796 10.597
Totaal lasten 35.703 35.451 37.668 41.552 43817 46.434
Baten:
Externe opbrengsten -99 -99 -157 -157 -157 -157
Totaal baten -99 -99 -157 -157 -157 -157
Inzet reserves:
Toevoeging reserves 0 0 0 0 0 0
Onttrekking reserves -1.157 -1.605 -508 -414 -237 -123
Totaal reserves -1.157 -1.605 -508 -414 -237 -123
Netto kosten programma Watersystemen 34.447 33.747 37.003 40.981 43.423 46.154

Externe kosten

Terug naar navigatie - Externe kosten

De externe kosten binnen het programma watersystemen betreffen onder andere de kosten voor het bedienen en onderhouden van kunstwerken, het maaien en onderhouden van waterlopen, muskusratbestrijding, bagger- en grondbeheer, peilbeheer, het monitoren en onderzoeken van oppervlaktewater en waterbodems en het ontwikkelen van beleid en plannen. De externe kosten liggen € 1.416.000,- (8,1%) hoger ten opzichte van de primaire begroting in 2023 (€ 17.455.000,- ). De grootste afwijking hierin zijn de energiekosten (+ € 905.000,-). De verschillende onderdelen worden hieronder verder toegelicht:

1. Beleid, planontwikkeling en ondersteuning (+ € 33.000,-)

De bemensing van dit team is meer op orde gekomen, medewerkers worden ingewerkt en ingezet voor de opgave waar de afdeling voor staat. De afdeling is nog niet op het noodzakelijke formatieniveau, waarmee personeel een kwetsbare factor blijft voor het uitvoeren van de taken en het behalen van de doelen. Binnen dit budget is vanuit het Waterbeheerprogramma voor de periode 2024-2027 € 369.000,- gereserveerd voor o.a. het Zoetwater Delta programma en voor planvorming wateropgave. Daarnaast is er jaarlijks € 125.000,- voor ANLb bestemd. Wat betreft de renovatie van de cultuurhistorische duikers: 2 duikers zijn in 2023 gerenoveerd. Hieruit resteert naar verwachting een budget van € 200.000,- wat minder onttrokken wordt uit de bestemmingsreserve. In 2024 is er vooralsnog geen budget gereserveerd (- € 450.000 ten opzichte van 2023). Middels een separaat AV voorstel zal budget worden aangevraagd voor de 3 resterende cultuurhistorische duikers. 
De overige wijzigingen ad - € 11.000,- betreffen bijstellingen van de monitoringsbudgetten betreffende waterkwantiteit en waterkwaliteit. 

2. Beheer en onderhoud van de waterlopen in het buitengebied (+€ 335.000,-) 

De taken van beheer en onderhoud worden zichtbaar in het maaien, baggeren en het bijbehorende oeverherstel. Werkzaamheden die vooral in de tweede helft van het jaar worden uitgevoerd en erg concreet zijn te maken. Jaarlijks worden alle waterlopen gemaaid en baggeren wordt eens in de acht jaar uitgevoerd. Om dit als waterschap te kunnen doen is het nodig 2 jaar vooruit te plannen en hierover duidelijke te communiceren met betrokkenen. Dit budget is niet toereikend om in de delfgebieden 2024 alle oevers te herstellen, waardoor hier keuzes gemaakt worden op basis van prioritering. Voor het onderhoud van de natuurvriendelijke oevers is geen budget geraamd, dit vanwege het feit dat er nog geen onderhoudsbeleid voor vastgesteld is en omdat het vastgestelde kader voor 2024 hiervoor geen ruimte biedt. Er volgt een separaat voorstel in 2024.

Voor het baggergebied 2025 is een raming opgesteld voor de bemonsteringsanalyses. Het budget wordt op basis hiervan met - € 84.000,- bijgesteld. Ook proberen we de aanwezige baggerspecie op onze depots zoveel als mogelijk in onze eigen werken te gebruiken. Extra budget (+ € 23.000,-) is geraamd voor de specie die al in onze depots aanwezig is. Vanaf 2024 is een vervolg voorzien van eDNA onderzoek bij het speuren naar muskusratten (+ € 20.000,-). Daarnaast zijn er diverse posten bijgesteld op basis van de verwachte inflatie (+ € 7.000,-).

3. Technische onderhoud (+ € 70.000,-)

Het technisch onderhoud is op basis van historische gegevens realistischer geraamd.

4. Procesvoering gemalen en stuwen (+ € 978.000,-)

De grootste post hierin is de energierekening (+€ 905.000,-). Daarnaast zijn de kosten voor groenonderhoud rondom de gemalen en de inspectie/onderhoudskosten toegenomen (+73.000,-).  

Externe opbrengsten

Terug naar navigatie - Externe opbrengsten

De externe opbrengsten zijn met € 58.000,- verhoogd. Voor afname van baggerspecie is een bedrag van € 55.000,- opgenomen en voor bemonstering € 3.000,- In voorgaande jaren was dit niet geraamd.

Personeelskosten

Terug naar navigatie - Personeelskosten

De personeelskosten nemen toe (+ € 968.000,- ten opzichte van de begroting incl. begrotingswijzigingen 2023). Naast de CAO stijging en de sociale lasten zoals vermeld bij het programmaplan in hoofdstuk 2 zijn voor dit programma 2,5 extra formatieplaatsen (vanuit het WBP) opgenomen. De extra formatie wordt ingezet voor kennisontwikkeling op gebied van Kader Richtlijn Water (KRW), Gebiedsgerichte aanpak (GGA) en Planvorming wateropgave (PWO).

Rente en afschrijving

Terug naar navigatie - Rente en afschrijving

Voor de nieuwe investeringen is gerekend met een gemiddelde afschrijvingstermijn van 20 jaar. De kapitaallasten voor het jaar 2024 zijn mede gebaseerd op de in 2023 af te ronden investeringen.

Externe kosten meerjarenraming 2025-2027

Terug naar navigatie - Externe kosten meerjarenraming 2025-2027

De kostenbesparing die de aanschaf zonnepanelen vanaf 2022 tot gevolg heeft, is niet voldoende om de verwachte stijging van de energiekosten in de komende jaren te compenseren. In 2024 is de verwachting € 0,9 miljoen hoger uit te komen dan 2023 binnen het programma watersystemen. Vooral doordat de netwerkkosten fors zullen toenemen. Vanaf 2025 bestaat het risico dat de leveranciersprijzen zeer sterk zullen stijgen. In de meerjarenraming 2025-2027 is rekening gehouden met een stijging van 95% ten opzichte van 2024. Hierdoor is er een reële kans dat de totale energiekosten in 2025 zullen verdubbelen ten opzichte van 2024! De marktomstandigheden zijn op dit moment dermate extreem dat het ook niet mogelijk is om het leveringscontract tegen een acceptabele prijs te verlengen, zoals we dit normaal gesproken per 1 januari 2022 hadden gedaan. We kunnen dus voorlopig ook geen prijzen vastleggen vanaf 2025.

Vanaf 2025 zijn de nieuwe verantwoordingsvoorschriften voor de waterschappen van toepassing. Onderhoudsmatige werkzaamheden kunnen niet meer worden geactiveerd. Hierdoor vindt er een overheveling van baggerwerkzaamheden plaats van de investeringen naar de exploitatie voor in totaal € 4,2 miljoen. Met een overgangsregeling van 5 jaar (2025-2029) betekent dit € 0,84 miljoen per jaar. 

Daarnaast is er voor de periode 2025-2027 jaarlijks budget (€ 555.000,-) opgenomen vanuit het Waterbeheerprogramma voor het Zoetwater Delta programma € 255.000,-, voor planvorming wateropgave € 125.000,- ,  Agrarisch Natuur en Landschapsbeheer (ANLb) € 125.000,- en assetmanagement € 25.000,-. 

Overige ontwikkelingen

Terug naar navigatie - Overige ontwikkelingen

Alle mechanische en elektrotechnische assets van Watersystemen (poldergemalen, inlaten en stuwen) worden door de afdeling afvalwaterketen als serviceprovider onderhouden, zodanig dat de functie vanuit de zorgplicht wordt gewaarborgd. In het kader van assetmanagement is reeds jaren geleden het preventief onderhoud aan deze assets bepaald en ingericht. Zo zijn ook, op basis van assetmanagement, grote projecten voor ver- en nieuwbouw aan deze assets in de vorm van investeringsprojecten geprioriteerd en gepland. Door de enorme kostenstijging van de afgelopen jaren van het beheer, onderhoud en investeringsprojecten aan deze assets komt de zorgplicht onder druk te staan. De risico's tot uitval van bepaalde assets nemen toe. Beperkte beschikbaarheid van financiële middelen dwingt tot het maken van keuzes in relatie tot het beheer en onderhoud van onze assets. Voor de korte termijn betekent dit dat we bepaald onderhoud uitstellen. Dit kan betekenen dat we, om toch invulling te geven aan de zorgplicht, worden geconfronteerd met meer storingen en daarmee niet gepland onderhoud aan onze assets en/of investeringen. Dit heeft hogere kosten op gebied van exploitatie en/of investeringen tot gevolg. Het oplossen van storingen buiten de normale werktijden heeft een verhoging van personeelskosten tot gevolg. In dit kader is voor 2024 het onderhoud aan meerdere frequentieomvormers van pompen van poldergemalen uitgesteld. Van deze frequentieomvormers zijn geen of in beperkte mate onderdelen te verkrijgen en zal bij uitval hiervan worden overgeschakeld op een noodvoorziening. De frequentieomvormers worden op basis van urgentie in de komende jaren vervangen. Zie ook paragraaf 2.5 financiële positie, onderdeel risico's.

Programma Wegen

Programma Wegen Algemeen

Terug naar navigatie - Programma Wegen Algemeen

Weginspectie, bermen maaien, bomen snoeien, groot onderhoud: er is altijd veel werk aan de weg. De zorg voor veilige wegen in het buitengebied is een belangrijke taak van het waterschap. Met bijna 4.000 kilometer plattelandswegen is het waterschap daarmee een van de grootste wegbeheerders in Zeeland. Het uitgangspunt daarbij is dat de wegentaak voor het waterschap behouden moet blijven. Het is dan ook belangrijk om blijvend te investeren in het beheer van de wegbeplanting en onze wegen. Hiervoor maken de specialisten op kantoor plannen voor de verkeersveiligheid en ‘het groen’ langs de wegen. Onze buitendienst neemt vervolgens de dagelijkse zorg voor ‘het groen’ en ‘onze wegen’ op zich. Gezamenlijk dragen we daaromtrent zorg voor het behoud van een goed en veilig wegklimaat. 

De wegen en fietspaden van het waterschap liggen in het buitengebied en ontsluiten bedrijven, percelen en woningen. Tussen de woonkernen liggen wegen en fietspaden die opvolgend weer ontsluiting bieden naar de hoofdwegen. Onder onze wegen en fietspaden liggen bruggen en duikers (kunstwerken) en naast onze wegen en fietspaden hebben we beplanting, verkeersborden en openbare verlichting staan. De focus van het waterschap ligt op de instandhouding van dit gehele areaal. 

In het verlengde van het behoud en de zorg voor veilige wegen en fietspaden ligt het onderhoud van de wegbermen. Bij dit onderhoud staat de veiligheid van de weggebruikers centraal. We houden hierbij zoveel mogelijk rekening met de belangen van flora en fauna en houden ons aan de geldende wet- en regelgeving op dit gebied. Bij het beheren en onderhouden van wegbeplantingen ligt de nadruk op zorgplicht. Daarnaast hebben we bij vervanging van beplanting aandacht voor duurzaamheid en landschappelijke inpassingen door te kiezen voor meer variatie en inheemse soorten. Dit om ziektes en plagen tegen te gaan, de soortenrijkdom te bevorderen, zodat we het landschap een kwaliteitsstimulans kunnen geven. Vanuit dit gegeven zijn voor komende bestuursperiode onderstaande twee prestaties geformuleerd die komende begrotingsperiode zullen worden ingericht. Zie ook hieronder bij overzicht prestaties afdeling wegen.

Enerzijds dragen we vanuit de prestatie "De totale lengte van de wegbeplantingen langs onze wegen blijft minimaal gelijk aan 2023", bij aan de omgevingskwaliteit. Anderzijds dragen we vanuit deze prestatie (naast een goed maaibeleid, een goed wegklimaat en een goede bereikbaarheid van onze wegen) bij aan onze kerntaak omtrent de verkeersveiligheid. Zoals in het WBP staat omschreven blijft het totale oppervlak aan beplanting langs onze wegen ten minste gelijk aan voorgaande jaren (blz 103 WBP). De prestatie meet of de lengte van de wegbeplanting langs onze wegen minimaal gelijk blijft aan 2023. 

Vanuit de prestatie "inrichting van het hoofdwegennet komt overeen met de CROW richtlijnen en heeft een gemiddeld rapportcijfer van 6", dragen we strategisch bij aan: (1) Verkeersveilige wegen (WBP, blz. 98). De kans op letsel of schade bij weggebruikers is daarbij minimaal door de belangrijkste risico's in het verkeerssysteem pro actief op te pakken. Daarnaast dragen we hierin bij door te investeren in veilige fietsroutes. (2) Bereikbare wegen (WBP, blz. 101). Hieromtrent dragen we vanuit deze prestatie bij aan het feit dat gebruikers binnen acceptabele tijd op hun plaats van bestemming kunnen komen. De prestatie meet in hoeverre de inrichting van het hoofdwegennet overeenkomt met de CROW richtlijnen. 

Door omgevingsfactoren zoals vestiging van bedrijven en recreatievoorzieningen, aanscherping van richtlijnen en het veranderende klimaat blijft ons werkveld constant in beweging. Ons waterschap houdt gewijzigde omstandigheden omtrent de veiligheid en betaalbaarheid voor onze burgers in de gaten en past zich waar mogelijk aan. Tegelijkertijd zijn de kostenstijgingen niet onopgemerkt gebleven. Bij de instandhouding van het gehele areaal streven we daarom naar een eerlijke verdeling van de kosten met andere belanghebbenden. Ook werken we door de inzet van assetmanagement toe naar prioritering en een risico-gestuurde aanpak. Bij dit alles houden we zicht op de uitvoering van onze kerntaken en we streven naar een realistisch, haalbaar en betaalbaar beheer van ons wegennet.

Overzicht prestaties programma Wegen

Terug naar navigatie - Overzicht prestaties programma Wegen

Veilige wegen

  • De lengte van de wegbeplantingen langs onze wegen blijft minimaal gelijk aan 2023.
  • De inrichting van het hoofdwegennet komt overeen met de CROW richtlijnen en heeft een gemiddeld rapportcijfer van 6. (Op basis van de eerste onderzoeksuitkomsten zal een startcijfer worden bepaald).

Exploitatie

Terug naar navigatie - Exploitatie
Bedragen x € 1.000
meerjarenraming
Kosten- en opbrengstsoorten Begroting primair2023 Begroting 2023, incl. begr.wijzigingen Begroting 2024 2025 2026 2027
Lasten:
Externe kosten 17.802 23.339 18.497 18.992 19450 19.945
Personeelskosten 4.556 4.668 4.763 5.059 5267 5.483
Rente en afschrijving 2.834 2.703 2.799 3.057 3294 3.547
Totaal lasten 25.192 30.710 26.059 27.108 28011 28.975
Baten:
Externe opbrengsten -18.644 -18.644 -19.349 -19.812 -20286 -20.771
Totaal baten -18.644 -18.644 -19.349 -19.812 -20286 -20.771
Inzet reserves:
Toevoeging reserves 0 0 0 0 0 0
Onttrekking reserves -314 -5.189 -272 -257 -150 -149
Totaal reserves -314 -5.189 -272 -257 -150 -149
Netto kosten programma Wegen 6.234 6.877 6.438 7.039 7575 8.055

Externe kosten

Terug naar navigatie - Externe kosten

De externe kosten worden in 2024 € 695.000,- hoger geraamd dan de primaire begroting van 2023. Hieronder een opsomming van de belangrijkste wijzigingen in de budgetten:

De veroorzakende factor van een hogere raming is het gevolg van prijsstijgingen voor onder andere het onderhoud en de materialen. Denk hierbij ook aan prijsstijgingen voor het onderzoeken van bermgrond, toenemende kosten voor de verkeerstellingen en toenemende stort en verwerkingskosten van gevonden afvalmaterialen. Hieronder een specificatie daarop:

+ € 500.000,- Hogere kosten voor groot en klein onderhoud aan asfaltverhardingen
+ € 100.000,- Hogere kosten verkeerstellingen en wegmeubilair als gevolg van een hogere bijdrage aan de Nationale Bewegwijzeringsdienst (NBd)
+ € 85.000,- Hogere kosten voor groot en klein onderhoud aan beplantingen
+ € 70.000,- Hogere kosten voor openbare verlichting als gevolg van hogere energiekosten
+ € 50.000,- Hogere kosten Samenwerking gladheidbestrijding Zeeland (indexering)
- € 210.000,- Lagere kosten voor gewenningsbijdragen bij overdrachten van wegen aan het Rijk, de provincie en gemeenten

Het overgrote deel van de externe kosten wordt zoals benoemd besteed aan het onderhoud (en de verbetering) van onze wegen. Denk hierbij met name aan de verhardingen, de bermverstevigingen en de langs de weg aanwezige beplanting. Op basis van de uitkomsten van een intern ontwikkeltraject (Beheer Openbare Ruimte, data kunstwerken op orde) zal er vanaf 2024 eveneens een inhaalslag gemaakt worden omtrent de onderhoudswerkzaamheden aan de kunstwerken. Een andere belangrijke pijler is de verkeersveiligheid. Hier springen de uitvoeringskosten voor de gladheidbestrijding er het meeste uit. Verder worden er hierbij maatregelen uitgevoerd om knelpunten op te lossen en wordt onderhoud uitgevoerd aan wegmeubilair, verlichting en markeringen. 

Als gevolg van de klimaatverandering hebben we de kosten voor het herstel van de droogteschade aan wegen en fietspaden afgelopen jaren structureel zien stijgen. Indien de uitvoerings- en materiaalkosten toekomstig verder toe zullen nemen en het financieringsniveau onvoldoende mogelijkheden biedt om dit op te vangen is het risico dat er in 2024 mogelijk keuzes gemaakt moeten worden, waarbij het risico bestaat dat het onderhoudsniveau terug zal lopen of het werk doorgeschoven moet worden naar het opvolgende jaren. Ondanks de kostenstijgingen stond de totstandkoming van een realistische, haalbare en betaalbare begroting voor 2024 centraal. 

Externe opbrengsten

Terug naar navigatie - Externe opbrengsten

De opbrengsten worden in 2024 € 705.000,- hoger geraamd dan in 2023. Deze opbrengsten bestaan uit diverse verrichte werkzaamheden voor derden en voor het grootste deel uit de bijdragen van gemeenten in het kader van de Wet Herverdeling Wegenbeheer. Deze opbrengsten zijn net als de kosten geïndexeerd met 3,8%. Op basis van de septembercirculaire 2024 zal de definitieve indexering voor 2024 van het wegenfonds worden vastgesteld. Indien deze afwijkt van de 3,8% zal dit in 2024 in een begrotingswijziging worden opgenomen. De volledige bijdragen van de gemeenten voor de wegen wordt volledig ingezet voor de wegentaak.

Personeelskosten

Terug naar navigatie - Personeelskosten

De personeelskosten worden in 2024 € 209.000,- hoger geraamd dan de primaire begroting van 2023. Naast de stijging voor de nieuwe CAO en de sociale lasten zoals vermeld bij het programmaplan in hoofdstuk twee komt de stijging voort uit de formatiestijging die is opgenomen in het WBP en in 2024 zal worden gerealiseerd. Voor het programma wegen betrof dit 3 fte waarvan in de begroting 2024 1,5 fte is opgenomen. De inzet zal zich richten op de uitvoering van het Waterschapsbeheerprogramma. Hierbij valt onder andere te denken aan inzet voor kunstwerken en risico gestuurd en planmatig onderhoud. 

Rente en afschrijving

Terug naar navigatie - Rente en afschrijving

Voor de nieuwe investeringen is gerekend met een gemiddelde afschrijvingstermijn van 24 jaar. De kapitaallasten voor het jaar 2024 zijn mede gebaseerd op de in 2023 af te ronden investeringen.

Programma Afvalwaterketen

Programma Afvalwaterketen Algemeen

Terug naar navigatie - Programma Afvalwaterketen Algemeen

Soms is ons werk onzichtbaar en valt het pas op als we ons werk niet goed doen. Zo lijkt het de normaalste zaak van de wereld dat afvalwater ‘gewoon’ wegstroomt via het afvoerputje. Op onze 15 rioolwaterzuiveringen wordt 24 uur per dag het afvalwater gezuiverd. Met oog voor duurzaamheid, innovatie en energiebesparing.

Voldoende capaciteit
Rioolgemalen voldoen aan de afnameverplichting (%); onder verantwoordelijkheid van de gemeenten wordt stedelijk afvalwater in gemeentelijke rioleringen ingezameld en afgevoerd naar een overnamepunt. Vanaf de overnamepunten transporteren wij met transportleidingen en rioolgemalen het afvalwater naar een van onze rioolwaterzuiveringen. Met de gemeenten hebben we afspraken gemaakt over hoeveel water ons systeem kan transporteren. Deze afspraken hebben we vastgelegd in een afnameverplichting.

Lozingen per jaar via overstorten door falen van het afvalwatersysteem; naast het op orde hebben en houden van de capaciteit van ons systeem, is het ook belangrijk dat het systeem goed functioneert. Ons beheer en onderhoud is er op gericht dat zich geen situaties voordoen waarbij we ongezuiverd afvalwater moeten lozen door het falen van ons systeem.

Zuiveren van afvalwater
Zuiveringen voldoen aan de lozingseisen (%); water dat in onze rioolwaterzuiveringen gezuiverd is, lozen we op het oppervlaktewater. Daar kan het een invloed hebben op onze doelen voor een goede waterkwaliteit (zie programma Watersystemen). Voor elke rioolwaterzuivering zijn in een vergunning lozingseisen vastgelegd. Dit betreft individuele eisen per rioolwaterzuivering en eisen voor de verwijdering van fosfaat en stikstof voor het hele waterschap. Wij streven ernaar om volledig aan de lozingseisen te blijven voldoen. Om dat te realiseren besteden we onder andere veel aandacht aan het risico gestuurd beheren en onderhouden van onze installaties (assetmanagement).

Verwerken van reststromen
Na het zuiveren van afvalwater blijven enkele reststromen over, zoals zuiveringsslib. Waar doelmatig, benutten we deze reststromen voor het opwekken van energie of het terugwinnen van grondstoffen. We zorgen voor een duurzame verwerking van al het zuiveringsslib. Hiervoor hebben we een deelneming in de Slibverwerking Noord-Brabant (SNB). Deze deelneming zetten we voort. Een gedeelte van het zuiveringsslib, afkomstig van rwzi Sint Maartensdijk en Tholen, wordt tijdelijk verwerkt op de rwzi Bath. Een samenwerking met waterschap Brabantse Delta.

Overzicht prestaties programma Afvalwaterketen

Terug naar navigatie - Overzicht prestaties programma Afvalwaterketen

Schoon water

  • De installaties voor het zuiveren van afvalwater functioneren naar behoren. We zorgen ervoor dat de totale zuiveringsprestatie (het rendement waarmee nutriënten en stoffen worden verwijderd op de zuivering) minimaal 80% is.
  • We voldoen aan de nalevingsverplichting zoals opgenomen in de lozingsvergunningen voor het lozen van gezuiverd afvalwater. We streven een nalevingsverplichting van 98% na.
  • We hebben een goed functionerend transportsysteem voor het transporteren van afvalwater vanaf het overnamepunt tot aan de zuiveringen. Nooduitlaten door het technisch falen van het systeem mogen niet voorkomen.

Exploitatie

Terug naar navigatie - Exploitatie
Bedragen x € 1.000
meerjarenraming
Kosten- en opbrengstsoorten Begroting primair 2023 Begroting 2023, incl. begr.wijzigingen Begroting 2024 2025 2026 2027
Lasten:
Externe kosten 13.300 13.370 14.365 16.022 16.541 16.994
Personeelskosten 6.801 6.975 6.988 7.305 7.604 7.916
Rente en afschrijving 10.329 10.090 11.788 12.043 12.610 13.430
Totaal lasten 30.430 30.435 33.141 35.370 36.755 38.340
Baten:
Externe opbrengsten -1.316 -1.316 -1.106 -1.106 -1.106 -1.106
Totaal baten -1.316 -1.316 -1.106 -1.106 -1.106 -1.106
Inzet reserves:
Toevoeging reserves 0 0 0 0 0 0
Onttrekking reserves -95 -165 -95 -95 -15 -2
Totaal reserves -95 -165 -95 -95 -15 -2
Netto kosten programma Afvalwaterketen 29.019 28.954 31.940 34.169 35.634 37.232

Externe kosten

Terug naar navigatie - Externe kosten

Het grootste deel van de externe kosten omvat het beheer en onderhoud van de transportstelsels, rioolwaterzuiveringsinstallaties en slibverwerkingsinstallaties. De andere component betreft het transporteren en verwerken van slib en overige restproducten. Een relatief gering deel van de kosten wordt gebruikt voor onderzoek en advisering gerelateerd aan beleidsontwikkeling. De externe kosten zijn € 1.065.000,- hoger, de grootste afwijkingen worden hieronder beschreven. 

+ € 865.000,- Hogere elektriciteit op de zuiveringen en rioolgemalen vooral door de te verwachten forse stijging van de netwerkkosten
- € 295.000,- Lagere bemonsteringskosten door minder bemonsteringen per week vanaf 2024 (-€ 325.000,-) maar hogere eigen kosten door inflatie (+€30.000,-)
- € 242.000,- Lagere Afzet slib/restproducten SNB/BD op basis prognoses 1e begroting 2024 SNB door toetreding nieuwe deelnemers aan N.V. Slibverwerking Noord-Brabant (SNB) 
+€ 253.000,- Hogere onderhoudskosten zuiveringen door o.a. inflatie en onderhoud op niveau werkelijkheid 2023 brengen
+€ 164.000,- Hogere onderhoudskosten installaties door o.a. inflatie en onderhoud op niveau werkelijkheid 2023 brengen
+€ 145.000,- Stijging kosten voor chemicaliën op basis van prijzen en hoeveelheden 2023
+€ 278.000,- Hogere onderhoudskosten technisch onderhoud door o.a. inflatie en op niveau werkelijkheid 3 jarig gemiddelde brengen
-€ 103.000,-  per saldo kleinere posten

Externe opbrengsten

Terug naar navigatie - Externe opbrengsten

De externe opbrengsten die in de begroting zijn opgenomen, zijn bijdragen en vergoedingen in het kader van samenwerking in de afvalwaterketen en/of werkzaamheden voor derden. De externe opbrengsten zijn € 210.000,- lager ten opzichte van de primaire begroting 2023, de grootste afwijkingen worden hieronder beschreven. 

- € 325.000,- Minder vergoeding Rijk voor Bemonstering Covid vanaf 2024 omdat minder bemonsteringen per week nodig zijn (Dit zijn landelijke afspraken)
+ € 105.000,- hogere opbrengsten gemeente Middelburg door inhuur personeel door krappe arbeidsmarkt
+ € 27.000,-  hogere bijdragen SAZ+ te verwachten op basis verwachte begroting SAZ+ 2024
- € 17.000,-  per saldo diverse kleinere posten

Personeelskosten

Terug naar navigatie - Personeelskosten

De personeelskosten zijn € 187.000,- hoger door de loonontwikkeling conform de CAO en de sociale lasten zoals vermeld in paragraaf 2.1. De formatiedaling van 0,4 fte is tot stand gekomen door een stijging van 0,6 fte om te starten met het op orde brengen van gegevensbeheer (WBP) en een daling van 1 fte omdat deze in 2024 voorlopig wordt ingehuurd (Samenwerking gemaalbeheer Middelburg).
Voor het op orde brengen in 2024 is 0,6 fte in de personeelsbegroting opgenomen, komende periode zal worden bepaald of dit nog kan uitgroeien naar 1,2 fte om de gewenste doelen voor de afvalwaterketen uit in het WBP te realiseren.

Rente en afschrijving

Terug naar navigatie - Rente en afschrijving

Voor de nieuwe investeringen is gerekend met een gemiddelde afschrijvingstermijn van 20 jaar. De lasten van rente en afschrijving zijn € 1.459.000,- hoger dan de primaire begroting 2023. De kapitaallasten voor het jaar 2024 zijn mede gebaseerd op de in 2023 af te ronden investeringen. 

Externe kosten meerjarenraming 2025-2027

Terug naar navigatie - Externe kosten meerjarenraming 2025-2027

De kostenbesparing die de aanschaf zonnepanelen vanaf 2022 tot gevolg heeft, is niet voldoende om de verwachte stijging van de energiekosten in de komende jaren te compenseren. In 2024 is de verwachting € 1,9 miljoen hoger uit te komen dan 2023 vooral doordat de netwerkkosten fors zullen toenemen. Vanaf 2025 bestaat het risico dat de leveranciersprijzen zeer sterk zullen stijgen. In de meerjarenraming 2025/2026 is rekening gehouden met een stijging van 95% ten opzichte van 2024. Hierdoor is er een reële kans dat de totale energiekosten in 2025 zullen verdubbelen ten opzichte van 2024! De marktomstandigheden zijn op dit moment dermate extreem dat het ook niet mogelijk is om het leveringscontract tegen een acceptabele prijs te verlengen, zoals we dit normaal gesproken per 1 januari 2022 hadden gedaan. We kunnen dus voorlopig ook geen prijzen vastleggen vanaf 2025.

Overige ontwikkelingen

Terug naar navigatie - Overige ontwikkelingen

Naar verwachting komt Europa in 2023 met een voorstel voor vernieuwing van de Richtlijn Stedelijk Afvalwater. Hierin komen mogelijk aanvullende lozingseisen te staan die betrekking hebben op microverontreinigingen zoals medicijnresten. Nederland heeft locaties aangewezen waar het verwijderen hiervan het meest urgent is, vanwege de invloed op de waterkwaliteit en drinkwatervoorziening. Geen van die locaties ligt in Zeeland. We volgen de landelijke ontwikkelingen voor kansrijke en betaalbare oplossingen.

Veel van het water (effluent) dat uit onze zuiveringen komt wordt nu vrijwel direct afgevoerd naar grote wateren zoals de Ooster- en Westerschelde. Dit zoetwater kan mogelijk ook nuttig worden toegepast in bijvoorbeeld de landbouw. In het WBP is opgenomen dat de komende planperiode nieuw beleid voor hergebruik effluent uitgewerkt zal worden. Onderdeel van de uitwerking van die nieuwe beleid is een gebiedsonderzoek naar de mogelijkheden voor effluent, met subsidie uit het deltafonds. Voor hergebruik moet water van voldoende kwaliteit zijn, dit zijn aanvullende eisen ten opzichte van de lozingseisen, wat vraagt om extra investeringen. We onderzoeken de mogelijkheden en benodigde maatregelen en maken vervolgens een afweging op basis van kosten en baten.
In dat onderzoek kijken we ook of we dit kunnen koppelen aan andere opgaven (zoals verwijdering van microverontreinigingen) en een verbetering van de waterkwaliteit. In enkele van onze watersystemen is namelijk sprake van te hoge stikstofconcentraties, die voor een aanzienlijk deel toe te schrijven zijn aan het effluent dat uit onze zuiveringen komt. In 2024 worden hiervoor systeemkeuzes uitgevoerd voor de rwzi’s Camperlandpolder om nader te bepalen welke stikstof beperkende maatregelen moeten worden genomen om de stikstofbelasting op het watersysteem te verminderen.

Het onderzoek naar verwijdering van microverontreinigingen maakt deel uit van het project Belissima, een project dat gedeeltelijk vanuit Topsector Kennis Instituut (TKI) Watertechnologie wordt gefinancierd. Daarnaast neemt het waterschap ook deel in het project EffluentFit4Food waarbij de effecten van de toepassing van effluent op gewassen wordt onderzocht. Het project wordt mede gefinancierd door de TKI Agri & Food. In beide projecten nemen meerdere partners deel waaronder andere waterschappen, bedrijven, HZ en universiteiten. In 2024 worden deze projecten afgerond en wordt hierover gerapporteerd naar de overheden.
Tenslotte neemt het waterschap ook deel aan het NWO project AquaConnect, waarbij onderzoek gedaan zal worden naar watervraag en aanbod (o.a. effluent) in Zeeuws-Vlaanderen. Dit sluit aan bij de voornemens van het waterschap voor een gebiedsonderzoek.

Voor het efficiënt zuiveren van afvalwater is het ook belangrijk dat het afvalwater zo min mogelijk wordt verdund met schoon water. We streven er naar om verdunning met regenwater zoveel mogelijk te beperken. We stimuleren het afkoppelen van regenwater van daken en verhardingen van het afvalwaterriool. Daarnaast zetten we in op het verminderen van andere schone waterstromen (rioolvreemd water), zoals grondwater en oppervlaktewater. Dat doen we samen met de Zeeuwse gemeenten en Evides in de Samenwerking Afvalwaterketen Zeeland (SAZ+). In het kader van de SAZ+ wordt tezamen met de Zeeuwse gemeenten verder invulling gegeven aan de planvorming Stedelijke Wateropgave (SWO – zie Programma Watersystemen). Daarnaast worden in SAZ+ -verband activiteiten voortgezet die de operationele samenwerking tussen de verschillende partners verder uitbouwen.

Daarnaast gaan we verder om de situatie rondom de verwerking van industrieel afvalwater in de Kanaalzone in beeld te brengen. We zijn in overleg met North Seaports, Evides Industriewater bv en bedrijven in het havengebied om nader te bepalen op welke wijze het industrieel afvalwater in de toekomst verwerkt kan worden.

Op de rwzi Terneuzen wordt door Evides een membraanbioreactor beheerd voor de verwerking van een deel van het afvalwater. Het permeaat (water uit de MBR) wordt door Evides via een bewerkingsstap geleverd aan DOW Chemical BV als proceswater. Zowel Evides als het waterschap willen deze duurzame manier van samenwerking, dat een voorbeeld is van een circulaire economie, continueren. Onderhandelingen over de continuering van deze samenwerking vinden plaats. Bepalend voor de rwzi Terneuzen is het realiseren van een deelstroombehandeling of het in bedrijf houden van de MBR om te kunnen blijven voldoen aan de in de vergunning gestelde normen voor stikstof.

Met Ziekenhuis ZorgSaam Terneuzen zijn besprekingen gevoerd over een aan te leggen leiding om lozing vanuit het Pharmafilter op oppervlaktewater mogelijk te maken. Najaar 2023 bestuurlijk worden voorgelegd. Daarin zal een bijdrage in de kosten worden gevraagd van circa € 73.000,-. De leiding wordt eigendom van de gemeente en zij zullen ook het toekomstig onderhoud doen, circa € 15.000,- per jaar. 

In 2024 wordt het convenant OAS Westerschouwen uit 2015 geactualiseerd op verzoek van de gemeente Schouwen-Duiveland. Voorstel zal zijn het moment van afrekening over uitgevoerde projecten van achteraf in 2028 te veranderen naar jaarlijks in verband met de fiscale eisen. In het najaar 2023 worden de financiële consequenties hiervan in beeld gebracht waarna eind 2023/begin 2024 dit bestuurlijk voorgelegd wordt. In 2024 wordt convenant uit 2015 geactualiseerd op verzoek gemeente Schouwen. Najaar 2023 worden de financiële consequenties in beeld gebracht.

Alle assets van de afvalwaterketen: transportleidingen, rioolgemalen en zuiveringen, moeten worden onderhouden, zodanig dat de functie vanuit de zorgplicht wordt gewaarborgd. In het kader van assetmanagement is reeds jaren geleden het preventief onderhoud aan onze assets bepaald en ingericht. Zo zijn ook op basis van assetmanagement grote projecten voor ver- en nieuwbouw aan deze assets in de vorm van investeringsprojecten geprioriteerd en gepland. Door de enorme kostenstijging van de afgelopen jaren van het beheer en onderhoud en investeringsprojecten in de afvalwaterketen komt echter de zorgplicht onderdruk te staan. We blijven zoeken naar de balans tussen de risico's tot uitval en het prioriteren van investeringsprojecten zodanig dat we kostenstijging beheersbaar houden. Zie ook paragraaf 2.5 financiële positie, onderdeel risico's.

Programma Bestuur en Organisatie

Programma Bestuur en Organisatie Algemeen

Terug naar navigatie - Programma Bestuur en Organisatie Algemeen

De Bedrijfsvoering draagt er aan bij dat het waterschap goed kan functioneren en een betrouwbare overheid is. Daarvoor ondersteunt ze centraal het werk van het waterschap en zorgt ervoor dat de medewerkers van het waterschap hun werk goed, veilig en met plezier kunnen uitvoeren. Met advies, ondersteuning, informatie en (digitale) faciliteiten worden zowel het reguliere werk als de projecten van het waterschap ondersteund: Van de medewerker die bezoekers welkom heet bij de receptie, tot de aankoop van grond voor projecten. De Bedrijfsvoering draagt er verder aan bij dat communicatie richting inwoners en bedrijven duidelijk is, dat de organisatie rechtmatig handelt en dat het democratisch gekozen bestuur haar rol goed kan vervullen.

Nieuwe ontwikkelingen bij de primaire waterschapstaken en maatschappelijke ontwikkelingen vragen vaak aanpassing van onze bedrijfsvoering. De bedrijfsvoering is daarom continu in ontwikkeling om te zorgen dat onze medewerkers, processen en bedrijfsmiddelen gesteld blijven staan voor het belangrijke werk van het waterschap. Belangrijke thema’s voor 2024 zijn grip op de financiën, werven en behouden van goed personeel, keuzes maken op basis van betrouwbare data en het zijn van een transparante overheid. 

Nieuwe Europese en nationale wetgeving stelt steeds meer eisen aan de manier waarop het waterschap daar invulling aan geeft. De implementatie en toepassing van nieuwe wetgeving vragen vaak extra inzet. Voorbeelden voor 2024 zijn:

  • de rechtmatigheidsverklaring die vanaf het verslagjaar 2025 door het dagelijks bestuur moet worden afgegeven en waarvoor de organisatie dus eind 2024 gesteld moet staan;
  • uitvoering van de Wet Open Overheid (vervanger van de WOB), waarvan de implementatie tenminste loopt tot en met 2026;
  • uitvoering van de Omgevingswet die per 1 januari 2024 in werking treedt;
  • richtlijnen en wetgeving (oa NIS2) op het gebied van informatieveiligheid, waarvan de implementatie doorloopt tot en met 2027;
  • invoering van de onafhankelijke rekenkamer voor de waterschappen per 1 januari 2024.

Het bovenstaande brengt grote opgaven met zich mee. De combinatie met de krappe Zeeuwse arbeidsmarkt, het relatief kleine aantal Zeeuwen dat de kosten moet dragen en veel reguliere kostenstijgingen die hoger zijn dan de CPI-index voor inflatie, vraagt om realisme in de planning. Bij de ontwikkelingen wordt voorrang gegeven aan zaken die wettelijk verplicht zijn, of een groot risico hebben. Indien beschikbaar worden landelijke standaarden en best practices toegepast.

*Deze wetgeving is onderdeel van de landelijke Baseline Informatiebeveiliging overheden die Scheldestromen implementeert. 

Overzicht prestaties programma Bestuur en Organisatie

Terug naar navigatie - Overzicht prestaties programma Bestuur en Organisatie

Bedrijfsvoering

  • Van de aangevraagde vergunningen wordt tenminste 95% binnen vastgestelde termijn behandeld.
  • Het waterschap voldoet in 2027 voor 90% aan de Baseline informatiebeveiliging overheid.
  • De streefwaarde van het weerstandsvermogen is niveau B (1,4 - 2,0).

Exploitatie

Terug naar navigatie - Exploitatie
Bedragen x € 1.000
meerjarenraming
Kosten- en opbrengstsoorten Begroting primair 2023 Begroting 2023, incl. begr.wijzigingen Begroting 2024 2025 2026 2027
Lasten:
Externe kosten 17.882 17.968 18.692 18.909 19.160 19.546
Personeelskosten 18.485 18.878 20.894 22.025 22.929 23.869
Rente en afschrijving 3.580 3.016 2.940 2.872 3.178 3.307
Totaal lasten 39.947 39.862 42.526 43.806 45.267 46.722
Baten:
Externe opbrengsten -4.469 -3.944 -4.066 -3.909 -3.878 -3.772
Totaal baten -4.469 -3.944 -4.066 -3.909 -3.878 -3.772
Inzet reserves:
Toevoeging reserves 0 0 0 0 0 0
Onttrekking reserves -331 -417 -783 -468 -226 0
Totaal reserves -331 -417 -783 -468 -226 0
Netto kosten programma Bestuur en Organisatie 35.147 35.501 37.677 39.429 41.163 42.950

Externe kosten

Terug naar navigatie - Externe kosten

Bestuursadvisering en -ondersteuning (€ 80.000,- lager):
Per 2025 moet het dagelijks bestuur zelf een rechtmatigheidsverklaring afgeven. De implementatie en structurele uitvoering daarvan vraagt met name ureninzet, waarvoor extra formatie in de personeelsbegroting is opgenomen. Eenmalige extra kosten voor het inkopen van advies op dit onderwerp zijn in de exploitatie opgenomen. Daarnaast neemt de bijdrage aan de Unie van Waterschappen meer toe dan de inflatie (+ € 60.000,-). Tegelijkertijd is het budget voor bestuursadvisering als geheel verlaagd vanwege vervallen lidmaatschappen en contributies en omdat de afgelopen jaren minder wordt uitgegeven aan representatiekosten.

Scheldestromen wil een transparante overheid zijn. Aanvullend op de uitvoering van de Wet Open Overheid, wordt onderzocht of de vergaderingen van de AV’s en commissies live kunnen worden uitgezonden met beeld en geluid. Momenteel zijn deze pas de volgende dag terug te luisteren. Naast extra structurele kosten ten laste van de begroting voor bestuursondersteuning, zal waarschijnlijk een eenmalige investering in faciliteiten en automatiseringsmiddelen nodig zijn. Om niet vooruit te lopen op keuzes, zijn deze kosten nog niet begroot.

Voor de voorbereiding van de af te geven rechtmatigheidsverklaring vanaf verslagjaar 2025, is in de begroting rekening gehouden met maximaal € 75.000 ,- aan eenmalige implementatiekosten (naast extra personeelskosten, die verderop zijn toegelicht). In 2024 wordt op basis van dezelfde wetgeving ook de onafhankelijke rekenkamer voor de waterschappen ingevoerd. Het doel en de opzet van de rekenkamer bij Scheldestromen worden eind 2023 in de algemene vergadering vastgesteld. Daaruit volgt ook welke financiële middelen benodigd zijn. Om niet vooruit te lopen op besluitvorming, is hiervoor in de begroting een PM-post opgenomen.

Communicatie (€ 348.000,- lager)
De communicatiebudgetten worden uitgegeven aan interne en externe communicatie. Extern om te communiceren over werkzaamheden en projecten van het waterschap, voor het vergroten van waterbewustzijn en creëren van begrip voor het waterschapswerk en -belasting. De interne communicatie is er onder meer op gericht dat medewerkers goed geïnformeerd en betrokken zijn. Communicatiemiddelen zijn onder meer het personeelsblad WIJ en de digitale versie WIJ Extra en het externe blad Scheldestromen. De begroting voor externe communicatie is lager, met name omdat deze is gecorrigeerd voor de eenmalige kosten die in 2023 zijn gemaakt voor de open dag, ontwikkeling van een nieuwe website en communicatiecampagne rondom de verkiezingen (- € 316.000,-). Wel wordt gestreefd naar de organisatie van 2 publieksbijeenkomsten in 2024. De komende jaren zal daarnaast veel communicatie plaatsvinden rondom de HWBP-projecten, de kosten daarvan zijn onderdeel van de betreffende investeringsprojecten. De inzet die hierop wordt gepleegd, betekent tegelijkertijd dat wat minder inzet mogelijk is op de overige communicatie, de budgetten zijn daarop aangepast (- € 36.000,-).

Kwaliteitszorg en Arbo (€ 92.000,- hoger) 
Het dagelijks bestuur heeft in 2023 een nieuw Arbobeleid vastgesteld, met als doel het veilig werken bij het waterschap te faciliteren en te borgen. De uitvoering vindt plaats tot en met 2027. In 2024 zijn extra middelen begroot voor het verbeteren van valveiligheid (bijv. bij pompen en gemalen), veilig werken op opslagzolders en veilig alleen werken (bijv. in besloten ruimtes van gemalen). Deze extra middelen worden voor € 203.000,- betaald uit de daarvoor gevormde bestemmingsreserve.

Personeel en organisatie (€ 195.000,- hoger) 
De budgetten van het team Personeel en Organisatie worden onder meer ingezet voor werving en selectie van nieuwe medewerkers (van arbeidsmarktcommunicatie tot assessments voor kandidaten), de Haagse lobbyist, arbeidsrechtelijk advies, organisatieontwikkeling in brede zin, personele verzekeringen en beheer van het personeelsmanagementsysteem.
Organisatieontwikkeling: Kosten van het leiderschapsprogramma zijn aan de budgetten toegevoegd (+ € 72.000,-), maar worden grotendeels gecompenseerd door lagere kosten voor organisatieadvies en organisatieontwikkeling (- € 53.000,-). Toegevoegd is een bedrag van € 150.000,- voor opleidingen in het kader van organisatieontwikkeling, deze worden gedekt uit de bestemmingsreserve.
Het is de verwachting dat verzekeringspremies zullen stijgen voor onder andere aansprakelijkheid, ongevallen, eigen risicodrager WGA (werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten) en rechtsbijstand (+ € 40.000,-). De hogere instroom van zieke medewerkers naar de WIA van de afgelopen jaren is daar debet aan. Tegelijkertijd dalen de kosten van werving en selectie licht omdat digitale werving (inmiddels de standaard) goedkoper is dan de 'oude' schriftelijke advertenties in kranten en bladen. 

Financiën (€ 174.000.- hoger)
De bijdrage aan Sabewa Zeeland is € 169.000,- hoger op basis van de ontwerpbegroting en de verwachte kosten voor de accountant zijn verhoogd met € 5.000,-.

Juridische zaken (€ 12.000,- lager)
De budgetten van juridische zaken worden met name uitgegeven aan (complexe) juridische advisering, inkoopadvisering en kosten die worden gemaakt voor grondverwerving, grondverkoop en het in gebruik geven van gronden. Tegenover dat laatste staan substantiële inkomsten.
Per 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet inwerking. De komende jaren leidt het implementeren en uitvoeren van nieuwe werkwijzen en processen nog tot kosten (die reeds voorzien waren in de meerjarenraming 2023-2026), de verwachting is dat de implementatiekosten vanaf 2024 wel geleidelijk afnemen.
Voor de Wet Open Overheid waren de kosten al opgenomen in de meerjarenbegroting, deels incidenteel en deels structureel aangezien de wetgeving ook op termijn extra inzet blijft vragen. Bijvoorbeeld voor de actieve openbaarmaking van documenten en het beantwoorden van verzoeken. Tegenover de hogere kosten staan (gedeeltelijk) subsidies vanuit het Rijk.
Tot en met 2023 was voor de afvalwaterketen een anti-afhaakregeling voor bedrijven van kracht, die per 2024 niet wordt verlengd. Het vervallen van de regeling leidt tot een besparing van € 70.000,-.
Voor taxaties van in erfpacht uitgegeven gronden is in 2024 eenmalig € 60.000,- extra begroot. Diverse andere kosten zijn naar beneden bijgesteld op basis van de ervaringscijfers van de afgelopen jaren.

Informatisering & gegevensbeheer (€ 12.000,- hoger)
Dit omvat de kosten van archieven (in samenwerking met Zeeuws Archief), fysieke post en het inwinnen en verwerken van geo-informatie. De kosten voor hydrografie, dat wil zeggen de metingen door de peilboot, stijgen (+ € 36.000,-). De kosten voor brandstofverbruik van de peilboot vallen hoger uit, enerzijds doordat de nieuwe peilboot zwaarder is en daardoor meer brandstof verbruikt en anderzijds door toegenomen brandstofprijzen. Ook de kosten van stroom in de havens zijn hoger. De kosten voor landmeten dalen (- € 12.000,-), in lijn met de trend van de afgelopen jaren wordt minder behoefte aan landmetingen verwacht en wordt meer geactiveerd op de investeringsprojecten.
                                     
Automatisering (€ 318.000,- hoger)
De automatisering zorgt voor de software en hardware om het waterschapswerk te kunnen uitvoeren. Veel structurele kosten bestaan uit licenties voor softwarepakketten. Deze worden steeds vaker gezamenlijk ingekocht met andere waterschappen (zoals het personeelssysteem en de Microsoftproducten).  Ook de bijdrage aan de gemeenschappelijke regeling Het Waterschapshuis valt onder de kosten voor automatisering.

Ten behoeve van de ontwikkeling van informatieveiligheid is in het reguliere budget circa € 200.000,- beschikbaar, daarnaast wordt € 430.000,- uit de bestemmingsreserve informatieveiligheid benut. De landelijke Baseline Informatieveiligheid Overheden (BIO) is daarvoor de norm. Met de implementatie van een servicedesk voor -in eerste instantie- automatisering, wordt een flinke stap voorwaarts gezet om aan de landelijke normen voor informatieveiligheid en privacy te voldoen. In 2024 wordt de ontwikkeling van het elektronisch archief (e-depot) bij het Zeeuws Archief voortgezet. Verder wordt ingezet op het verbeteren van de 'logische toegangsbeveiliging', kortweg waar iemand in de digitale systemen toegang toe heeft. Het verder verbeteren van de fysieke toegangsbeveiliging, kortweg hoe de toegang tot gebouwen geregeld is, wordt vanaf 2025 opgepakt middels een investeringsproject.

Op basis van de ontwerpbegroting 2024 stijgt de jaarlijks bijdrage aan Het Waterschapshuis met € 180.000,-. Verder is er een toename van de licentiekosten van € 100.000,- voorzien, als gevolg van het toepassen van Microsoftpakketten met betere beveiliging en de aanschaf van diverse nieuwe software. Verder is er sprake van een structurele verlaging kosten telefonie- en internet met € 150.000,- op basis van de ervaring uit voorgaande jaren.

Facilitaire dienst (€ 447.000,- hoger)
De facilitaire dienst zorgt voor het beheer en onderhoud van de gebouwen en het wagenpark, evenals diensten op het gebied van facilitair en catering in brede zin. Hiertegenover staan opbrengsten uit de verhuur van kantoorruimten en daaraan gekoppelde dienstverleningsovereenkomsten.
Hoewel het waterschapsbrede contract voor elektriciteit nog vaste prijzen kent in 2024, stijgen de kosten van vastrecht wel (+ € 100.000,-). Daarnaast zijn in 2023 wel prijsstijgingen opgetreden voor gas en de warmte/koudevoorziening in kantoor Middelburg (+ € 154.000,-). Onder meer door sterk gestegen loonkosten in die sector, zijn de kosten van schoonmaak en glasbewassing op de waterschapslocaties aanzienlijk harder gestegen dan de inflatie (+ € 61.000,-). Voor het onderhoud van de kantoren en steunpunten wordt gewerkt met een meerjarenonderhoudsplan. Per saldo dalen de exploitatiekosten op basis van dat plan met € 11.000,- een saldo van hogere kosten voor de hoofdkantoren en lagere kosten voor de overige locaties. Daar tegenover staan extra investeringen in het kader van groot onderhoud (zie paragraaf investeringen).
Na de verkoop van steunpunt Grijpskerke aan de gemeente Veere in 2014, is afgesproken dat het waterschap nog 10 jaar kosteloos gebruik kon maken van deze locatie. Die termijn loopt in de loop van 2024 af. Als gevolg hiervan moet een nieuwe huurovereenkomst worden gesloten. Voor de periode april-december is daarom rekening gehouden met huurkosten. 
Wetgeving vereist dat energiemaatregelen die zich binnen 5 jaar terugverdienen door het waterschap worden uitgevoerd. Gezien de vele energiebesparende maatregelen die de afgelopen jaren al zijn genomen, zijn voor de kantoren en overige gebouwen nog geen nieuwe maatregelen in beeld. Daarom zijn hiervoor nog geen kosten opgenomen in de begroting.
De kosten van het wagenpark stijgen (+ € 53.000,-), onder meer door prijsstijgingen van het onderhoud aan auto’s die nog in bezit van het waterschap zijn en de huur van auto’s voor tijdelijke medewerkers. Voorts nemen door de toename van het aantal medewerkers ook de kosten voor diverse voorzieningen toe, zoals werk- en veiligheidskleding en kantoorartikelen (+ € 25.000,-),

Tractie buitendienst (€ 5.000,- hoger)
De tractie bestaat onder meer uit de tractoren, vrachtwagen en boot voor de buitendienst. Inclusief alle toebehoren. De aanschaf gebeurt voor het grote materieel via investeringen. Het beheer en onderhoud inclusief 'klein' toebehoren wordt uit de exploitatiebudgetten betaald. De tractie is uitgebreid met twee extra tractoren die in gebieden worden ingezet waar geen eigen tractor meer was. Dat resulteert in extra kosten voor gebruik en onderhoud (+ € 35.000,-), eventuele lagere kosten door het minder uitbesteden van werk zijn verwerkt in verschillende begrotingsposten van de andere afdelingen. Groot onderhoud aan boot De Lemmer was aanvankelijk voor 2024 gepland, maar is in 2023 al uitgevoerd (- € 30.000,-). 

Vergunningverlening, toezicht en handhaving -VTH (€ 1.000,- hoger)
Het in werking treden van de omgevingswet per 1 januari 2024 heeft veel invloed op de werkwijzen op het gebied van VTH. Naast allerlei aanpassingen in verordeningen , werkprocessen, automatisering en werkwijzen (grotendeels gereed in 2023) zijn er in 2024 de nodige structurele effecten. Zo is de verwachting dat meer toezicht nodig is, de begroting voor bemonsteringsanalyses is daarom verhoogd (+ € 20.000,-). In verband met het uittreden uit de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Zeeland per 1 januari 2024, is de begroting voor bijdrage aan de RUD verlaagd (- € 40.000,-), voor een beperkt bedrag zal Scheldestromen als klant nog wel diensten afnemen. Overige kleine ontwikkelingen zorgen voor onder aan de streep voor een begroting voor VTH die (los van de inflatie) vrijwel gelijk is aan 2023. Verder worden de laboratoriumwerkzaamheden in 2024 opnieuw aanbesteed, wat mogelijk tot veranderingen in de kosten zal leiden vanaf 2025.

Externe opbrengsten

Terug naar navigatie - Externe opbrengsten

Financiën 
De opbrengst voor de invorderingskosten voor 2023 (€ 525.000,-) wordt door Sabewa Zeeland niet meer in de begroting/rekening opgenomen maar rechtstreeks toegerekend aan de deelnemers. De opbrengst is hier niet meer verantwoord maar opgenomen onder algemene dekkingsmiddelen. Voor 2023 is dit aangepast in de begrotingswijziging 2023. 

Juridische zaken
Ten behoeve van de implementatie van de Wet Open Overheid (WOO) wordt een subsidie van het Rijk verwacht van € 118.000,-. Daarmee kan een deel van de structurele en incidentele kosten worden gedekt. Zie verder de openbaarheidsparagraaf in deze begroting.

Grondzaken 
Verkoop van gronden is geen doel op zich, maar kan aan de orde zijn als (een deel van) een perceel in eigendom van het waterschap niet meer nodig is voor het waterschapswerk of als ruilgrond. Daarmee is onzeker wat de daadwerkelijke opbrengsten in 2024 zullen zijn. Op basis van de realisatie van voorgaande jaren wordt de opbrengst begroot op € 400.000,-, gelijk aan de begroting 2023.

Gronden die in eigendom van het waterschap zijn worden waar mogelijk in beheer uitgegeven aan derden (in de vorm van huur, pacht, etc.). De begrote opbrengsten daarvan zijn in 2024 circa € 2,3 miljoen. Door waardeontwikkeling van de gronden is dat € 267.000,- hoger begroot dan voorheen.

Informatisering en gegevensbeheer
In de doorrekening van de begroting is rekening houden met € 30.000,- lagere opbrengsten voor peildiensten voor Rijkswaterstaat. De begroting is er wel op gebaseerd dat ook in 2024 diensten van de peilboot aan RWS worden geleverd. Door Europese aanbestedingsregels was lange tijd onzeker of RWS ook in 2024 de opdracht daarvoor rechtstreeks aan het waterschap mag gunnen. Nadat de begroting was doorgerekend is duidelijk geworden dat de overeenkomst door RWS is opgezegd. De daling van de opbrengsten (€ 70.000,- ten opzichte van de - al verlaagde- begroting) kon in de cijfers van de voorliggende begroting niet meer worden verwerkt.

Facilitaire zaken
Voor hoofdkantoor Terneuzen is voor € 112.000,- minder huurinkomsten begroot in verband met het aflopen van huurcontracten (door Rijkswaterstaat en de Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie) en afname van het huuroppervlak voor Sabewa Zeeland. Voor kantoor Middelburg zijn de huurinkomsten € 9.000,- lager begroot, als gevolg van diverse (kleine) wijzigingen in contracten.

Personeelskosten

Terug naar navigatie - Personeelskosten

In de personeelsbegroting is geanticipeerd op de ontwikkeling dat het dagelijks bestuur vanaf 2025 zelf een rechtmatigheidsverklaring moet afgeven. Hier moet in eerste instantie de organisatie op worden ingericht en door de verschuiving van werkzaamheden van de accountant naar de eigen organisatie, is blijvend extra formatie nodig om te borgen dat de organisatie aantoonbaar in control is en daar zelf verantwoording over kan afleggen aan de AV. Naar voorbeeld van andere waterschappen is de benodigde formatie ingeschat op +2,5 fte. Deze wordt gedekt uit de formatieruimte voor overhead in het WBP.

Al jaren wordt structureel ingehuurd op inkoopadvisering. Vanuit het CAO-uitgangspunt dat structureel werk met vaste medewerkers wordt uitgevoerd, én vanuit kostenoverwegingen, wordt de formatie met 2 fte uitgebreid zodat de structurele inhuur kan vervallen (in 2022 en 2023 circa € 300.000,- per jaar). In het verlengde daarvan is 1 fte uitbreiding op contractmanagement voorzien vanuit de formatieruimte voor overhead in het WBP. Een groot deel van de externe kosten van Scheldestromen wordt via contracten met leveranciers en aannemers uitgegeven. Goed beheer op die contracten, een gezonde zakelijke relatie met de externe partij en verbeteringen doorvoeren bij nieuwe aanbestedingen/contractverlengingen dragen er aan bij dat het waterschap - en daarmee de belastingbetaler- waar krijgt voor haar geld. 

Naast de stijging van personeelskosten door de nieuwe CAO en de sociale lasten zoals vermeld bij het programmaplan in hoofdstuk twee komt de stijging voort uit de formatiestijging die voor de afdeling VTH is opgenomen in het WBP en in 2024 zal worden gerealiseerd. Voor de afdeling VTH betrof dit 1 fte waarvan 0,5 fte in de begroting 2024 is opgenomen. De inzet zal zich richten op de uitvoering van het Waterschapsbeheerprogramma en de uitvoering van de KPI’s. Hierbij valt te denken aan de inzet van een administratieve kracht die zich onder andere richt op het sturen van ontvangstbevestigingen en het publiceren van de vergunningaanvragen en het besluit. 

Rente en afschrijving

Terug naar navigatie - Rente en afschrijving

Voor de nieuwe investeringen is gerekend met een gemiddelde afschrijvingstermijn van 10 jaar. 
De kapitaallasten voor het jaar 2024 zijn mede gebaseerd op de in 2023 af te ronden investeringen

Externe kosten meerjarenraming 2025-2027

Terug naar navigatie - Externe kosten meerjarenraming 2025-2027

Voor de externe kosten is in de meerjarenraming 2025-2027 rekening gehouden met een indexering voor inflatie van 2,4%. Voor informatieveiligheid en de uitvoering van de Arbo maatregelen vinden in 2025 en 2026 onttrekkingen uit de betreffende bestemmingsreserve plaats om de extra kosten te dekken.

Overige ontwikkelingen

Terug naar navigatie - Overige ontwikkelingen

Implementatie Omgevingswet 
De oorspronkelijk beoogde datum van inwerkingtreding van Omgevingswet, 1 januari 2021, is uitgesteld tot 1 januari 2024. Met de inwerkingtreding van de wet zal het waterschap de implementatie van de werkzaamheden in 2024 vervolledigen en afronden. Voorheen heeft de rijksoverheid het Besluit Activiteiten Leefomgeving (BAL) en de ‘Bruidsschat’ landelijk beschikbaar gesteld. Op 1 januari 2024 heeft het waterschap Scheldestromen een waterschapsverordening waarin zowel deze rijksregels als de ‘Keur Wegen’ en de ‘Keur Watersystemen’ zijn opgenomen. Na in werking treden van de Omgevingswet zal in 2024 tevens een nieuwe versie van de waterschapsverordening worden ontwikkeld en ter vaststelling worden voorgelegd. Daarnaast dienen we eveneens een onderhoudsverordening te realiseren. Ook de software zal naar aanleiding van de wijzigingen worden geactualiseerd. 
Voor de implementatie van de Omgevingswet is in de begroting 2019 netto € 1,0 miljoen beschikbaar gesteld als investeringskrediet voor de extra kosten die de implementatie met zich mee zou brengen. Aangezien het om niet activeerbare kosten bleek te gaan, verloopt de uitvoering en verantwoording hiervan sinds 2019 via de exploitatie. De komende jaren leidt het implementeren en uitvoeren van nieuwe werkwijzen en processen echter nog tot kosten (bij de reguliere exploitatiebudgetten begroot op €168.000,-. Dit was reeds voorzien was in de meerjarenraming 2023-2026). Denk hierbij naast de softwarekosten ook aan personeelskosten voor bijvoorbeeld een regelanalist. De verwachting is dat de implementatiekosten vanaf 2024 geleidelijk afnemen.

Klimaat, duurzame energie en circulaire economie
Het waterschap investeert de komende jaren in het verder verduurzamen van de bedrijfsvoering en de uitvoering van de primaire taken. Hierbij moet onder andere worden gedacht aan het doorvoeren van energiebesparende maatregelen, het opwekken van energie voor eigen gebruik en het circulair maken van grondstofstromen. We hanteren daarbij de zienswijze dat deze investeringen kostenefficiënt zijn. Het waterschap heeft zich in het verleden gecommitteerd aan een aantal landelijke doelstellingen op het gebied van klimaat en duurzaamheid. Zo hebben we in navolging van het Klimaatakkoord van Parijs de ambitie om in 2025 te beschikken over een energieneutrale bedrijfsvoering. Door tussentijdse aanpassing van deze doelstellingen is het lastig om deze in 2025 te realiseren. Door het formuleren en uitvoeren van aanvullend beleid streeft het waterschap ernaar om alsnog zo snel mogelijk te voldoen aan de doelstelling om energieneutraal te zijn. Het ontwikkelen van dit beleid staat gepland voor 2024. We participeren in de Zeeuwse Regionale Energie Strategie (RES) en we dragen bij aan de regionale doelen voor Zeeland. Op het gebied van initiatieven zoals Aquathermie, energie in de afvalwaterketen en zonne-energie levert het waterschap een concrete bijdrage met gebiedskennis en het beschikbaar stellen van onze assets. In 2022 hebben de waterschappen tevens uitgesproken te streven naar volledige klimaatneutraliteit in 2035. De nadruk wordt gelegd op broeikasgassen die het waterschap zelf, of partijen die voor het waterschap werken, veroorzaken. Bijvoorbeeld lachgas en methaan op de rwzi’s.  

Biodiversiteit
Samen met medeoverheden draagt het waterschap zorg voor de kwaliteit van de leefomgeving. Biodiversiteit is daarvan een onderdeel. Het waterschap koppelt biodiversiteit waar mogelijk mee in de taakuitvoering en levert een bijdrage binnen de primaire taken. Waar dat functioneel is, werkt het waterschap samen met de Provincie, gemeenten en belangenorganisaties. Biodiversiteit raakt het waterschapswerk op verschillende manieren. De zorg voor voldoende en schoon water en het beheer van het groen langs onze wegen zijn hier voorbeelden van. Het waterschap handelt hierbij conform de in 2018 vastgestelde Visie Biodiversiteit en de geldende landelijke wet- en regelgeving, alsmede de met samenwerkingspartners gemaakte afspraken. Dit gebeurt zowel bij werkzaamheden op het gebied van beheer en onderhoud van de percelen die het waterschap in beheer heeft, als bij de voorbereiding en uitvoering van nieuwe werken. Ook voert het waterschap een pilot uit waarbij in drie proefgebieden ter verbetering van de biodiversiteit op een andere wijze wordt gemaaid. Ervaringen opgedaan binnen de pilotgebieden vormen de basis voor het toekomstig maaibeleid. Ook wordt er langs wegbermen, waar dat kan in verband met de verkeersveiligheid minder breed gemaaid, zodat er meer ruimte is voor flora en fauna om zich te ontwikkelen. Beschermde plantensoorten in de berm worden ontzien. Het waterschap kijkt samen met terreinbeheerders wat het beste waterpeil is voor hun gebied, afhankelijk van de functie. Invasieve exoten (soorten die van nature niet thuis horen in een gebied) worden waar nodig bestreden.

Belastingen en algemene opbrengsten

Exploitatie

Terug naar navigatie - Exploitatie

In dit programma worden de belastingopbrengsten en overige algemene opbrengsten (dekkingmiddelen) opgenomen die de kosten van het waterschap dekken.

Bedragen x € 1.000
meerjarenraming
Kosten- en opbrengstsoorten Begroting primair 2023 Begroting 2023, incl. begr.wijzigingen Begroting 2024 2025 2026 2027
Lasten:
Externe kosten 0 0 0 0 0 0
Personeelskosten 0 0 0 0 0 0
Totaal lasten 0 0 0 0 0 0
Baten:
Externe opbrengsten -630 -630 -630 -630 -630 -630
Dividendopbrengst -3.000 -4.600 -3.000 -3.000 -3.000 -3.000
Belastingopbrengst (inclusief oninbaar/kwijtschelding) -113.591 -115.180 -121.265 -130.787 -138.481 -146.647
Totaal baten -117.221 -120.410 -124.895 -134.417 -142.111 -150.277
Netto kosten programma Belastingen en algemene opbrengsten -117.221 -120.410 -124.895 -134.417 -142.111 -150.277

Dividend

Terug naar navigatie - Dividend

In de begroting 2024 is rekening gehouden met een dividendopbrengst van de aandelen Nederlandse Waterschapsbank (NWB) van € 3 miljoen. De besluitvorming over de hoogte van de uitkering vindt jaarlijks plaats door de NWB. bij de besluitvorming over het jaarrekeningresultaat. Als er sprake is van een hogere uitkering zal dit via een begrotingswijziging worden toegevoegd aan de algemene reserve watersysteembeheer.

2.3 Berekening van de belastingopbrengsten

Belastingheffing

Terug naar navigatie - Belastingheffing

De (netto)kosten worden gedekt door drie heffingen:
-    Watersysteemheffing;
-    Zuiveringsheffing;
-    Verontreinigingsheffing.

Watersysteemheffing
De watersysteemheffing betreft de kosten van het watersysteembeheer met inbegrip van de zorg voor de waterkeringen, de directe lozingen op oppervlaktewater, het wegenbeheer en het passief deel van het zuiveringsbeheer. 

Zuiveringsheffing
De zuiveringsheffing dekt de kosten van het transporteren en het zuiveren van afvalwater op rwzi’s en de kosten van slibverwerking. De kosten van het passief gedeelte van het waterkwaliteitsbeheer (gedeelte van planvorming, beheersing van lozingen e.d.) zijn bij het watersysteembeheer ondergebracht. 

Verontreinigingsheffing
De verontreinigingsheffing wordt geheven van degenen die direct lozen op het oppervlaktewater (iba’s, septictanks). De opbrengst komt ten goede aan het watersysteembeheer.  

Begroting naar kostendragers Watersysteembeheer en Zuiveringsbeheer

Terug naar navigatie - Begroting naar kostendragers Watersysteembeheer en Zuiveringsbeheer

De kosten en opbrengsten van de programma's zijn hieronder weergegeven. In de nota “kostentoerekening en onderbouwing tarieven 2011” is de methodiek van de doorberekening van personeelslasten, kapitaallasten en ondersteunende kosten naar de primaire taken vastgelegd. Dit resulteert in een bedrag aan netto kosten per taak en uiteindelijk in de te realiseren opbrengsten voor de watersysteemheffing en zuiveringsheffing. In onderstaande tabel zijn de kosten en opbrengsten voor watersysteembeheer en zuiveringsbeheer (kostendragers) opgenomen. 

Bedragen x € 1.000
Programma Rekening 2022 Begroting 2023 na 3e wijz Begroting 2024 2025 2026 2027
Totaal Water-systeem-beheer Zuive-rings-beheer Totaal Water-systeem-beheer Zuive-rings-beheer Totaal Water-systeem-beheer Zuive-rings-beheer Totaal Water-systeem-beheer Zuive-rings-beheer Totaal Water-systeem-beheer Zuive-rings-beheer Totaal Water-systeem-beheer Zuive-rings-beheer
Waterkeringen 10.890 10.890 11.815 11.815 0 13.447 13.447 14.639 14.639 15.576 15.576 16.787 16.787
Watersystemen 31.648 31.411 237 35.352 35.352 0 37.003 37.003 40.981 40.981 43.423 43.423 46.154 46.154
Wegen 1.387 1.387 12.066 12.066 0 6.438 6.438 7.039 7.039 7.575 7.575 8.055 8.055
Afvalwaterketen 27.509 27.509 29.119 0 29.119 31.940 31.940 34.169 34.169 35.634 35.634 37.232 37.232
Bestuur en organisatie 27.896 19.533 8.363 32.792 23.685 9.107 34.463 24.680 9.783 36.215 26.007 10.208 37.949 27.336 10.613 39.735 28.705 11.030
Totale netto kosten 99.330 63.221 36.109 121.144 82.918 38.226 123.291 81.568 41.723 133.043 88.666 44.377 140.157 93.910 46.247 147.963 99.701 48.262
Dekking kosten:
Overige retributies 285 285 330 330 0 330 330 330 330 330 330 330 330
Precario 6 6 0 0 0
Opbrengst leges 310 310 300 300 0 300 300 300 300 300 300 300 300
Rente/Vpb -33 -17 -17 0 0 0
Dividend 3.837 3.837 4.600 4.600 0 3.000 3.000 3.000 3.000 3.000 3.000 3.000 3.000
Inzet algemene reserve -2.374 -1.661 -713 1.897 1.596 301 610 610 840 840 460 460 0 201 201 0
reserves begr wijziging 3.027 3.074 -47
Totaal dekking 2.031 2.760 -730 10.154 9.900 254 4.240 4.240 0 4.470 4.470 0 4.090 4.090 0 3.831 3.831 0
Totaal 97.299 60.461 36.839 110.990 73.018 37.972 119.051 77.328 41.723 128.573 84.196 44.377 136.067 89.820 46.247 144.132 95.870 48.262
Categoriekosten
Kwijtschelding 1.733 860 872 1.816 908 908 2.036 1.018 1.018 2.200 1.100 1.100 2.332 1.166 1.166 2.472 1.236 1.236
Oninbaar -97 -103 6 300 129 171 300 129 171 324 139 185 343 148 195 364 157 207
Bijdrage 33 17 16 200 179 21 525 339 186 394 256 138 263 171 92 131 85 46
Verkiezingen 98 98 96 96 0 22 22 22 22 22 22 22 22
Coronacompensatie 845 291 554 0 0 0
Categ.kn. Heff 2.625 1.591 1.034 2.505 1.542 963 3.192 1.769 1.423 3.192 1.770 1.422 3.192 1.772 1.420 3.192 1.771 1.421
Totaal cat. kn 1.763 2.104 -342 5.581 2.693 2.888 4.025 1.599 2.426 4.344 1.775 2.569 4.826 2.137 2.689 5.219 2.401 2.818
Te dekken door heff 99.062 62.565 36.497 116.571 75.711 40.860 123.076 78.927 44.149 132.917 85.971 46.946 140.893 91.957 48.936 149.351 98.271 51.080
Totaal zuiv.heff 38.358 38.358 40.860 40.860 44.149 44.149 46.946 46.946 48.936 48.936 51.080 51.080
Totaal watersyst.hef 69.887 69.887 75.711 75.711 78.927 78.927 85.971 85.971 91.957 91.957 98.271 98.271
Resultaat -9.183 0 0 0 0 0
In rood zijn de kosten opgenomen, in zwart zijn de opbrengsten opgenomen

Begroting naar belastingcategorieën

Terug naar navigatie - Begroting naar belastingcategorieën

In onderstaande tabel zijn de kosten op basis van de “nota kostentoerekening en onderbouwing tarieven” verdeeld naar de taken en categorieën. Ook de verdeling naar de categorieën op basis van de kostentoedelingsverordening is opgenomen.

Het onvoorzien is opgenomen in de kosten van de programma's voor € 20.000,- per programma.

De algemene- en tariefsegalisatie reserves zijn in onderstaande tabel opgenomen. De bestemmingsreserves hebben een relatie naar de kosten van een betreffend programma en zijn om die reden bij de programma's opgenomen. In totaal gaat dit om een onttrekking uit de bestemmingsreserves van € 1.658.000,- verdeeld over de programma's.

Als de totale benodigde opbrengst zuiveringsheffing is bepaald wordt op basis van het aantal vervuilingseenheden het tarief voor de zuiveringsheffing berekend.
De benodigde opbrengst voor het watersysteembeheer wordt op basis van de Kostentoedelingsverordening 2021 toegerekend aan de belanghebbende categorieën. In de kostentoedelingsverordening zijn voor het watersysteembeheer per categorie de volgende kostenaandelen vastgelegd:
Ingezetenen 30,00%
Gebouwd 51,42%
Ongebouwd 18,19%
Natuurterreinen 0,39%
De tarieven kunnen vervolgens bepaald worden op grond van de heffingseenheden.

In het hierna volgende schema is de kostentoedeling voor het watersysteemheffing voor de verschillende categorieën weergegeven:

Bedragen x € 1.000
Begroting 2024 Totaal Taken categorieën watersysteem VH ZH
Programma's Watersysteem beheer Zuiverings beheer Inge- zetenen Gebouwd Onge- bouwd Natuur
nota kostentoerekening Kostentoedeling
30,00% 51,42% 18,19% 0,39%
Waterkeringen 13.447 13.447 0 4.034 6.914 2.446 52
Watersystemen 37.003 37.003 0 11.101 19.027 6.731 144
Wegen 6.438 6.438 0 1.931 3.310 1.171 25
Afvalwaterketen 31.940 0 31.940 0 0 0 0 31.940
Bestuur en organisatie 34.463 24.680 9.783 7.404 12.690 4.489 96 9.783
Totale netto kosten programma's 123.291 81.568 41.723 24.470 41.942 14.837 318 0 41.723
Dekking kosten (overige opbrengsten):
Overige retributies 330 330 0 99 170 60 1
Precario 0 0 0 0 0 0 0
Opbrengst leges 300 300 0 90 154 55 1
Dividend 3.000 3.000 0 900 1.543 546 12
Inzet algemene reserves 610 610 0 183 314 111 2
Totaal dekking 4.240 4.240 0 1.272 2.180 771 17 0 0
Totaal kosten programma's - overige opbrengsten 119.051 77.328 41.723 23.198 39.762 14.066 302 0 41.723
Opbrengst VH tgv watersysteem 244 419 148 3 814
Totale kosten per categorie (excl categoriekosten) 22.954 39.343 13.918 298 41.723
Categoriekosten
Kwijtschelding (voor ingezetenen en ZH) 2.036 1.018 1.018 1.018 1.018
Oninbaar 300 129 171 90 27 12 171
Bijdrage 525 339 186 105 173 61 186
Verkiezingen 22 22 0 22
Kosten heffen en innen 3.192 1.769 1.423 617 984 169 1.423
Van categ.kn Heff ongebouwd gaat 17% naar natuur 20 20
Inzet egalisatiereserves 1.000 1.000 0 100 900
Totaal categoriekosten 4.025 1.599 2.426 1.542 -62 100 20 0 2.426
Te dekken door heffingen 123.076 78.927 44.149 24.496 39.281 14.018 318 814 44.149
Totaal zuiveringsheffing 44.149 44.149
Totaal watersysteemheffing 78.927 78.927
Resultaat 0
In rood zijn de kosten opgenomen, in zwart zijn de opbrengsten opgenomen

2.4 Raming en toelichting van belastingopbrengsten

Geraamde belastingopbrengsten

Terug naar navigatie - Geraamde belastingopbrengsten

In hoofdstuk 2.3 zijn de kosten doorberekend naar de verschillende belastingcategorieën. Op deze manier is de benodigde belastingopbrengst berekend die is opgenomen in onderstaande tabel. In de tabel is eveneens de lastendruk opgenomen. De lastendruk is de stijging van de totale belastingopbrengst van het waterschap ten opzichte van die van het voorgaande jaar. De lastendruk voor de periode 2024-2027 is 6% per jaar. Dit met uitzondering van 2025 waarin de lastendruk 8% bedraagt door een stijging van de energiekosten (nieuw leveringscontract per 1-1-2025) en de overheveling van baggerwerkzaamheden naar de exploitatie (nieuwe verantwoordingsvoorschriften).

Hieronder zijn de waterschapsbelastingen per belastingsoort opgenomen.

Waterschapsbelasting Bedragen x € 1.000
Rekening 2022 Begroting Meerjarenraming
prim 2023 na wijz 2023 2024 2025 2026 2027
Watersysteemheffing ingezetenen 21.274 23.213 23.319 24.496 26.558 28.432 30.339
Watersysteemheffing gebouwd 35.340 38.057 38.127 39.281 42.931 45.953 49.189
Watersysteemheffing ongebouwd 12.247 13.289 13.201 14.018 15.270 16.300 17.407
Watersysteemheffing natuurterreinen 297 310 320 318 348 373 399
Zuiveringsheffing 38.358 40.487 40.859 44.149 46.946 48.936 51.081
Verontreinigingsheffing 728 757 745 814 864 899 937
Totaal belastingopbrengst 108.244 116.113 116.571 123.076 132.917 140.893 149.352
Kwijtschelding -1.733 -1.922 -1.816 -2.036 -2.200 -2.332 -2.472
Oninbaar 98 -600 -300 -300 -324 -343 -364
Opbrengst invorderingskosten 0 725 525 394 263 131
Totaal netto 106.609 113.591 115.180 121.265 130.787 138.481 146.647
Lastendruk (totaal belastingopbrengst) 6,00% 8,00% 6,00% 6,00%

Heffingsgrondslag (belastingeenheden) 2024-2027

Terug naar navigatie - Heffingsgrondslag (belastingeenheden) 2024-2027

De heffingsgrondslagen voor de diverse heffingen zijn gebaseerd op gerealiseerde opbrengsten in voorgaande jaren op basis van de aanslagoplegging 2023 en prognoses 2024 door Sabewa Zeeland.

Woonruimten (basis voor de watersysteemheffing ingezetenen):
Voor het aantal woonruimten wordt voor 2024 een stijging verwacht van 1.000 eenheden. Ook in de jaren 2025-2027 is gerekend met een stijging van 1.000 eenheden per jaar.

WOZ waarde (basis voor de watersysteemheffing gebouwd):
De WOZ waarde is 6,7% hoger dan de WOZ waarde uit de begroting 2023. Vanaf 2025 is gerekend met een waardestijging van 4% per jaar voor waarde- en areaalontwikkeling.

Hectares ongebouwd (basis voor de watersysteemheffing ongebouwd):
Voor 2024 is sprake van een daling van 1.200 hectare ten opzichte van de begroting 2023. Voor de jaren 2025-2027 is gerekend met een jaarlijkse daling van 300 hectare.

Hectares natuur (basis voor de watersysteemheffing natuur):
Voor 2024 is er een stijging van 1.000 hectare ten opzichte van de begroting 2023. Voor de jaren 2025-2027 is gerekend met een jaarlijkse stijging van 200 hectare.

Vervuilingseenheden (basis voor de zuiveringsheffing):
De prognoses voor het aantal vervuilingseenheden verhoogd met 2.300 ten opzichte van de begroting 2023. Voor de jaren 2025-2027 is gerekend met een stijging van 1.000 vervuilingseenheden per jaar.

Vervuilingseenheden (basis voor de verontreinigingsheffing):
De prognose voor 2024 is 500 vervuilingseenheden lager dan in 2023 begroot. Voor 2025-2027 is de prognose van het aantal vervuilingseenheden gelijk aan 2024.

In onderstaande tabel zijn de vervuilingseenheden weergegeven:

Belastingeenheden 2023 2024 2025 2026 2027
Woonruimten 172.000 173.000 174.000 175.000 176.000
WOZ-waarden in € 1.000,- 70.179.000 74.879.000 77.874.000 80.989.000 84.229.000
Hectares ongebouwd 145.200 144.000 143.700 143.400 143.100
Hectares natuurterreinen 28.500 29.500 29.700 29.900 30.100
Vervuilingseenheden Zuiveringsheffing 561.700 564.000 565.000 566.000 567.000
Veruilingseenheden Verontreinigingsheffing 10.500 10.400 10.400 10.400 10.400

Hieronder is een verdeling opgenomen van de vervuilingseenheden naar huishoudens en bedrijven.

Specificatie eenheden zuiveringsheffing
specificatie zuiveringsheffing 2024
Huishoudens 425.000
Bedrijven 139.000
meetbedrijven 31.000
tabelbedrijven 89.000
forfaitairebedrijven 19.000
Totaal 564.000

Tarieven heffingen

Terug naar navigatie - Tarieven heffingen

De tarieven voor het betrokken begrotingsjaar worden opgenomen in de vast te stellen wijzigingen van de belastingverordeningen. De belastingopbrengsten zijn berekend aan de hand van deze tarieven en de geraamde belastingeenheden (zie vorige tabel). De lastendrukstijging voor 2024 van 6% is doorgerekend naar tarieven per belastingcategorie.
Per belastingcategorie is er sprake van een verschillende tariefontwikkeling. De oorzaken voor de verschillende tariefstijgingen per belastingcategorie zijn het verschil in kostenontwikkeling bij het zuiveringsbeheer en het watersysteembeheer, de inzet van de algemene reserve watersysteembeheer, de inzet van de tariefegalisatiereserves ingezetenen/gebouwd en de ontwikkeling van het aantal heffingseenheden.

Bedragen x € 1,-
Begroting Meerjarenraming
Belastingtarieven 2022 2023 2024 stijgings- percentage 2024 2025 2026 2027
Watersysteemheffing:
Ingezetenen per woonruimte 122,83 134,96 141,60 4,92% 152,63 162,47 172,38
Gebouwd % van de WOZ-waarde 0,05677% 0,05423% 0,05246% -3,26% 0,05513% 0,05674% 0,05840%
Ongebouwd per hectare 83,29 91,52 97,35 6,37% 106,26 113,67 121,64
Natuurterreinen per hectare 10,25 10,88 10,78 -0,92% 11,72 12,47 13,26
Zuiveringsheffing per vervuilingseenheid 67,82 72,08 78,28 8,60% 83,09 86,46 90,09
Verontreiningsheffing per vervuilingseenheid 67,82 72,08 78,28 8,60% 83,09 86,46 90,09

Lastendruk huishoudens en bedrijven

Terug naar navigatie - Lastendruk huishoudens en bedrijven

Onderstaand is voor een aantal profielen de lastendruk voor 2024 aangegeven en de verwachting voor de jaren 2025 tot en met 2027. Voor 2024 is tevens de procentuele stijging ten opzichte van 2023 opgenomen.

Voor de WOZ waarde is in 2024 voor de woningen gerekend met een WOZ waarde van € 282.000,- (bron CBS: gemiddelde WOZ waarde woning Zeeland per 1-1-2023). In 2023 was deze waarde € 242.000,- (WOZ waarde per 1-1-2022).  Voor de WOZ van niet-woningen is geen stijging opgenomen in de lastendrukpercentage.

Lastendruk profielen
Belastingeenheid (grondslag) Belasting x € 1,-
Begroting Meerjarenraming
Woon- ruimte WOZ-waarde x € 1.000,- Ha. V.E. 2023 2024 stijgings in % t.o.v. 2023 2025 2026 2027
2023 2024
Huishouden (meerpersoons huurder) 1 3 351,20 376,44 7,19% 402 422 443
Huishouden (meerpersoons eigenaar) 1 248 282 3 485,69 524,38 7,97% 557 582 607
Huishouden (alleenstaand huurder) 1 1 207,04 219,88 6,20% 236 249 262
Huishouden (alleenstaand eigenar) 1 248 282 1 341,53 367,82 7,70% 391 409 427
Agrarisch bedrijf 1 246 246 25 3 2.772,61 2.939,24 6,01% 3.194 3.403 3.627
Agrarisch bedrijf 1 409 409 75 3 7.437,00 7.892,25 6,12% 8.597 9.179 9.805
Groothandel 2.456 2.456 10 2.052,69 2.071,22 0,90% 2.185 2.258 2.335
Metaalbedrijf 12.280 12.280 450 39.095,44 41.668,09 6,58% 44.160 45.875 47.712

Kostendekkendheid

Terug naar navigatie - Kostendekkendheid

De netto-kosten zijn toegerekend aan de belastingcategorieën en worden gedekt door de waterschapsbelastingen. Uit de algemene reserve watersysteembeheer vindt een onttrekking plaats van € 610.000,-. Uit de bestemmingsreserves vindt een inzet plaats van € 1.658.000,- voor dekking van incidentele kosten (watersysteemheffing € 1.359.000,- en zuiveringsheffing € 299.000,-). De inzet uit de egalisatiereserves bedraagt voor ingezetenen € 100.000,- en gebouwd € 900.000,-. Aan de egalisatiereserve zuiveringsheffing wordt € 2.000.000,- onttrokken en toegevoegd aan de algemene reserve zuiveringsbeheer. Dit is per saldo niet van invloed op de kostendekkendheid van het tarief Zuiveringsheffing.
De opbouw van de verschillende belastingtarieven kan als volgt worden weergegeven. Om het dekkingspercentage te berekenen worden de kosten per eenheid tarief gedeeld door het tarief.

Bedragen x € 1,-
Inzet reserves Watersysteemheffing zuiveringsheffing
ingezetenen gebouwd (%) ongebouwd natuurtereinen
Tarief exclusief inzet reserves 145,59 0,05501% 99,83 11,04 78,81
af: inzet reserves
algemene reserve 1,06 0,00042% 0,77 0,08 -3,55
Bestemmingsreserve 2,35 0,00093% 1,71 0,18 0,53
tariefegalisatiereserve 0,58 0,00120% - - 3,55
sub-totaal 3,99 0,00255% 2,48 0,26 0,53
Tarief 141,60 0,05246% 97,35 10,78 78,28
dekkingspercentage tarieven 2024 97,26% 95,36% 97,52% 97,64% 99,33%
dekkingspercentage tarieven 2023 97,77% 97,40% 98,45% 98,27% 100,07%
dekkingspercentage tarieven 2022 97,23% 97,69% 97,64% 97,91% 99,11%

Beschrijving kwijtscheldingsbeleid

Terug naar navigatie - Beschrijving kwijtscheldingsbeleid

Het kwijtscheldingsbeleid wordt door Sabewa Zeeland uitgevoerd aan de hand van de door de AV vastgestelde kwijtscheldingsnormen. Deze is vastgesteld op 100%. Dat wil zeggen dat in de regel kwijtschelding wordt verleend aan belastingschuldigen met een inkomen op of onder bijstandsniveau. In beginsel is deze norm 90% maar het waterschap Scheldestromen kent een ruimhartiger kwijtscheldingsbeleid door de norm te stellen op 100%. Alle gemeenten in Zeeland hanteren dezelfde norm. Sabewa Zeeland voert ook voor de niet aangesloten gemeenten het kwijtscheldingsbeleid uit. Door samen te werken wordt bereikt dat het indienen en afhandelen van verzoeken om kwijtschelding eenvoudiger is. De belastingschuldige hoeft maar één aanvraagformulier (met bijlagen) voor kwijtschelding van gemeentelijke - en waterschapsbelastingen in te dienen.

De AV heeft op 13 november 2013 besloten om met ingang van 2014 de kwijtscheldingsnormen te verruimen voor ondernemers (eenmansbedrijven) voor belastingschulden met betrekking tot de privéhuishouding, met de netto-kosten van kinderopvang en voor personen van 65 jaar en ouder de kwijtscheldingsnorm te verhogen tot 100% van de van toepassing zijnde netto AOW-bedragen. 

In 2016/2017 heeft een werkgroep de Leidraad kwijtschelding beoordeeld. Dit met het doel deze zo mogelijk te verduidelijken en/of te vereenvoudigen. De aangepaste Leidraad kwijtschelding is op 27 januari 2017 door het dagelijks bestuur van Sabewa Zeeland vastgesteld. 

In 2019 is de Leidraad opnieuw door SaBeWa Zeeland beoordeeld en waar nodig aangepast. Hierbij is ook vooral gekeken naar de juistheid van de informatie in de Leidraad en de leesbaarheid. Ook zijn in deze aanpassingen in de bepalingen omtrent het autobezit aangepast.

Het recht op kwijtschelding wordt aan het begin van het belastingjaar beoordeeld door toezending van persoonsgegevens van die belastingplichtigen die het voorgaande jaar kwijtschelding hebben ontvangen aan de Stichting Inlichtingenbureau. Deze Stichting is een onderdeel van het ministerie van Sociale zaken en werkgelegenheid en toetst aangeleverde gegevens aan de wettelijke normen voor inkomen, vermogen en voertuigbezit, een en ander volgens de daarvoor geldende landelijke regeling.

De kwijtscheldingsregelgeving is met ingang van 2023 gewijzigd ten aanzien van de vermogensnormen. Sabewa Zeeland heeft hiervoor een voorstel ter vaststelling toegestuurd aan de deelnemers. Dit om eenduidigheid in de regelgeving te bewerkstelligen met ingang van 2023. Op 14 december 2022 is de verordening Kwijtschelding waterschapsbelasting vastgesteld, waarin naast de bestaande regelingen / normen de wijziging van de vermogensnormen met ingang van 1-1-2023 is opgenomen.   

Kwijtschelding wordt alleen verleend voor de watersysteemheffing ingezetenen en zuiveringsheffing – en verontreinigingsheffing huishoudens. 

Nieuw belastingstelsel

Terug naar navigatie - Nieuw belastingstelsel

Eind 2020 heeft de Ledenvergadering van de Unie een aantal besluiten genomen over de toekomst van het belastingstelsel van de waterschappen. Het ging daarbij met name over een pakket aan voorstellen om daarmee een aantal knelpunten op te lossen en het meenemen van vier zogenaamde meekoppelkansen. In 2021 hebben de Unie van Waterschappen en het Ministerie van I&W hebben veel energie gestopt in het overleg met VNO-NCW over de tariefdifferentiatie gebouwd. Tariefdifferentiatie gebouwd maakt het mogelijk om binnen de tariefstelling gebouwd onderscheid te maken tussen tarieven voor woningen en niet-woningen. Dit op basis van mogelijke verschillen in waardeontwikkeling. De waterschappen hebben daarbij gepleit voor een zogenaamde “kan-bepaling” waarbij ieder waterschap zelf kan bepalen al dan niet van de mogelijkheid tot tariefdifferentiatie gebruik te maken. 
In augustus 2022 is het conceptwetsvoorstel in de formele consultatie gegaan. De Unie heeft op 27 september 2022 heeft een reactie ingediend bij de minister van I&W. In algemene zin heeft de Unie instemmend gereageerd op het conceptwetsvoorstel en commentaar geleverd op een aantal onderdelen. 
Het belangrijkste commentaar had betrekking op het inperken van de ruimte die waterschappen krijgen om de watersysteemheffing af te kunnen te stemmen op de specifieke kenmerken van het gebied en de taakuitoefening. In het conceptwetsvoorstel is een nieuw model voor de kostentoedeling opgenomen, het Verbeterd Combimodel.
De huidige kostentoedelingssystematiek heeft als kernmerk dat er weinig te sturen valt in de tarieven en de kostenaandelen voor de watersysteemheffing. Die sturingsmogelijkheden kent het Verbeterd Combimodel wel. Dit door de Unie van Waterschappen opgezette model legt voor de kostenaandelen ongebouwd de relatie tussen het aantal hectares ongebouwd en bevolkingsdichtheid (aantal ha. ongebouwd per 1.000 inwoners). Voor natuur wordt uitgegaan van de natuurdichtheid ( aantal ha. natuur per 1.000 inwoners). 
Het voorstel van de Unie kende voor ongebouwd en natuur bandbreedtes van + en – 30% van de berekende kostenaandelen. Hiermee kunnen de waterschappen de kostenaandelen van de verschillende categorieën zodanig inregelen dat de nieuwe kostentoedelingssystematiek niet hoeft te leiden tot gedwongen ongewenste lastenverschuivingen. In het conceptwetsvoorstel waren de bandbreedtes beperkt tot + en - 25% van de berekende uitkomst. Het gevolg is dan dat voor enkele waterschappen de huidige tarieven niet meer binnen de bandbreedtes passen en dat zij bij de invoering van het nieuwe stelsel wel direct ongewenste lastenverschuivingen moeten doorvoeren. De Unie heeft daarom verzocht voor de kostenaandelen ongebouwd en natuur bandbreedtes van + en – 30% op te nemen.  
Het conceptwetsvoorstel voorziet ook in de mogelijkheid om een tariefdifferentiatie van maximaal 100% in te voeren voor zogenaamde plusvoorzieningen waar geen concreet verzoek aan ten grondslag ligt. Dit ziet op onze situaties voor Tholen en de Reigersbergsche polder waar we met wateraanvoerprojecten extra’s doen ten opzichte van andere gebieden. In de informatieve AV van 21 september 2022 is ingestemd met het voorstel van het DB om in de Uniereactie duidelijker tot uitdrukking te brengen dat binnen 1 voorziening meerdere tariefdifferentiaties kunnen gelden, waarbij één draagvlakmeting volstaat. Onze inbreng bij de Unie in de Commissie Bestuurszaken, Communicatie en Financiën (CBCF) van 23 september 2022 heeft er toe geleid dat de formele Uniereactie op dit punt is aangepast. 
Op 31 maart 2023 heeft de Ministerraad het wetsvoorstel besproken, waarna het voor advies is voorgelegd aan de Raad van State. Daarmee is de volgende openbare versie van het wetsvoorstel beschikbaar gekomen en is duidelijk geworden welke wijzigingen door de minister van I & W zijn aangebracht ten opzichte van de versie die in augustus 2022 in consultatie is gebracht. Daaruit is gebleken dat volgende wijzigingen zijn aangebracht in het concept wetsvoorstel:

  1. De bandbreedtes voor ongebouwd en natuur in het nieuwe kostentoedelingsmodel geven voor de eerste twee jaar meer ruimte (+ en –/- 30%) voor de waterschappen, maar dalen vervolgens na 2 jaar weer naar + en -/- 25%. 
  2. De tariefdifferentiatie gebouwd gaat van een kan-bepaling naar een verplichting.
  3. De bekostiging van aparte afvalwaterstromen die niet uit huishoudelijk afvalwater bestaan, kunnen alleen nog via de privaatrechtelijke weg bekostigd worden. 

Op 3 juli 2023 is het advies van de Raad van State op het wetsvoorstel verschenen. De Raad van State adviseert om het wetsvoorstel en de toelichting op een aantal onderdelen aan te passen of aan te vullen.
Het commentaar van de Raad van State betreft in de eerste plaats de tariefdifferentiatie gebouwd. Het wetsvoorstel gaat als peiljaar voor de waardeontwikkeling uit van 1 januari van het jaar voorafgaand aan de inwerkingtreding van het wetsvoorstel, terwijl de scheefgroei in waarde ontwikkeling tussen woningen en niet woningen in de jaren voorafgaand aan de voorgestelde peildatum als uitgangspunt is genomen voor de berekening van de toekomstige heffingen. De Raad van State adviseert de toelichting op dit punt aan te vullen. 
De tweede opmerking heeft betrekking op de draagvlakmeting bij wateraanvoerprojecten. In het wetsvoorstel wordt voor de wateraanvoerprojecten uitgegaan van een vrij lichte procedure voor de draagvlakmeting. De potentieel belastingplichtigen zouden moeten worden aangeschreven. Voor het kunnen invoeren van de plusvoorziening zou het voldoende zijn dat een meerderheid van de ingekomen reacties zich positief uitspreekt over de zoetwatervoorziening. Eisen ten aanzien van het aantal ingekomen reacties zijn niet gesteld. 
De Raad van State concludeert dat met een dergelijke procedure niet verzekerd is dat de uitkomst van de draagvlakmeting representatief is. De Raad van State verwijst in haar advies naar een soortgelijke procedure voor gemeenten in het kader van de Wet op de Bedrijveninvesteringszones (Wet BIZ). Deze wet maakt het voor gemeenten mogelijk extra belasting te heffen. Voor de Wet BIZ wordt uitgegaan van een minimale respons van 50% en 2/3 aan positieve reacties. De Raad van State adviseert om een dergelijke draagvlakmeting ook voor de plusvoorziening te hanteren. 
Tot slot adviseert de Raad van State om in de toelichting ten aanzien van alle economische activiteiten een paragraaf op te nemen over de (Europese) staatssteun - en mededingingsregels. Als economische activiteit in het wetsontwerp kan genoemd worden de mogelijkheid om het surplus aan duurzame energie ten opzichte van de eigen energiebehoefte te leveren aan derden. Een ander voorbeeld is het kunnen afsluiten van privaatrechtelijke overeenkomsten met bedrijven voor de zuivering van afvalwater dat niet onder de wettelijke taak valt.  
Het was de planning dat het wetsvoorstel in 2025 in werking zou treden. Als gevolg van de kabinetscrisis en de te houden verkiezingen staat de haalbaarheid van 2025 onder druk. Na verwerking van het advies van de Raad van State is het wetsvoorstel op 7 september 2023 ingediend bij de Tweede Kamer. In het lobbytraject zal de Unie zich blijven inzetten voor de 30%-bandbreedte voor de kostenaandelen ongebouwd en natuur alsook voor de kan-bepaling voor de tariefdifferentiatie gebouwd. Op 11 oktober 2023 heeft de Tweede Kamer haar schriftelijk verslag uitgebracht met vooral veel vragen. Het ministerie van I&W streeft er naar om de reactie van de regering medio november 2023 bij de Tweede Kamer neer te leggen. Naar verwachting zal de Tweede Kamer in de nieuwe samenstelling zich in december 2023 zich uitspreken over het vervolgtraject, zodat er binnen afzienbare tijd zicht is op de haalbaarheid van de inwerkingtreding van het wetsvoorstel in 2025 gelet op de benodigde voorbereidingstijd van de waterschappen.
Als de wetgeving in 2025 in werking treedt zal er volgend jaar veel energie gestopt moeten worden in verschillende onderwerpen. Het gaat daarbij om:

  • het opstellen van een nieuwe kostentoedelingsverordening, waarbij de kostenaandelen voor de verschillende belastingcategorieën binnen de bandbreedtes moeten worden bepaald;
  • het uitvoeren van draagvlakmetingen voor de zoetwatervoorzieningen Tholen en de Reigersbergsche polder. Bij positieve uitkomsten zal de uitwerking moeten plaatsvinden in nieuw op te stellen verordeningen. Tariefdifferentiaties voor de zoetwatervoorzieningen zijn mogelijk voor de extra kosten die het waterschap maakt tot maximaal 100% van het tarief ongebouwd; 
  • het maken van prijsafspraken op privaatrechtelijke basis voor lozingen van aparte/separate afvalwaterstromen van bedrijfsafvalwater. De wettelijke zorgplicht van de waterschappen wordt beperkt tot stedelijk afvalwater ( huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater). Voor bedrijfsafvalwater mag dan geen zuiveringsheffing meer worden opgelegd, maar moet op privaatrechtelijke basis een prijs worden vastgelegd;
    Daarnaast zal aanpassing van de verordeningen op de watersysteemheffing, zuiveringsheffing en verontreinigingsheffing aan de orde zijn.

2.5 Indeling paragrafen

Financiële positie

Financiering

Terug naar navigatie - Financiering

Het waterschap is verplicht op grond van de “Wet Financiering decentrale overheden” (Wet Fido) een treasuryparagraaf op te nemen in de programmabegroting. Doel is het bevorderen en transparant maken van het financierings- en treasurybeleid, het verbeteren van de besluitvorming daarover en het beter mogelijk maken van een goede beoordeling daarvan door de toezichthouder.
De belangrijkste doelstellingen van de Wet Fido zijn het bevorderen van een solide financiering en kredietwaardigheid van de decentrale overheden, het beheersen van renterisico’s en het vergroten van transparantie.
In de volgende hoofdstukken wordt ingegaan op de vermogensbehoefte, de te verwachten renteontwikkeling en het risicobeheer.
De vermogensbehoefte voor de volgende jaren kan bepaald worden door het verschil tussen herkomst en bestedingen van middelen.

bedragen x € 1.000,-
Vermogensmutaties 2024 2025 2026 2027
Herkomst
Vaste activa: Afschrijvingen 21.049 21.786 22.767 23.993
subsidies/bijdragen van derden 43.130 28.018 pm pm
Verkopen en fin. Activa
Eigen vermogen: Toevoegingen 2.000 - - -
Voorzieningen: Toevoegingen 393 400 400 400
Lang lopende schulden: Stortingen
Totaal herkomst (-) 66.572 50.204 23.167 24.393
Besteding
vaste activa: Bruto uitgaven 94.583 73.985 45.000 45.000
Eigen vermogen: Ontttrekkingen 5.268 3.074 1.888 1.175
Voorzieningen: Besteding (incl. vrijval) 503 500 500 500
Lang lopende schulden: Aflossingen 10.000 10.000 15.000 15.000
Totaal besteding (+) 110.354 87.559 62.388 61.675
Afgesloten meerjarige financiering 2021-2024 (-) 18.000
Vermogensbehoefte 25.782 37.355 39.221 37.282
Terug naar navigatie - financiering en renteontwikkeling

Voor de “besteding vaste activa” en "subsidie vaste activa"" is voor 2024 en 2025 het investeringsvolume uit het hoofdstuk "3 voorgenomen investeringen" aangehouden. Voor de jaren 2026-2027 is gerekend met een netto bedrag van € 45 miljoen aan bestedingen. Over de omvang hiervan zal in de toekomst besluitvorming plaatsvinden. Bovenstaande vermogensbehoefte is exclusief de de eventuele voorfinanciering van later te ontvangen subsidie van HWBP-projecten. 

Renteschema

Terug naar navigatie - Renteschema

Renteontwikkeling
Bij deze programmabegroting wordt uitgegaan van 3,5% voor de financieringsbehoefte 2024- 2027. Voor de financiering op korte termijn wordt voor rekening-courant krediet en voor kasgeldleningen 4% geraamd.

Renteschema Begroting 2024
1 De externe rentelasten over de korte en lange financiering + 6.549.000
2 De externe rentebaten (idem) -/- 169.000
saldo rentelasten en rentebaten 6.380.000
3 rentelasten die specifiek moeten worden toegerekend -/- 1.159.000
4 rentebaten die specifiek worden toegerekend + 0
aan de taken toe te rekenen externe rente via rente omslag 5.221.000
aan de taken toegerekende rente (rente omslag)
watersysteem- en zuiveringsbeheer -/- 5.221.000
5 Renteresultaat € -
Taken boekwaarde %
watersysteem- en zuiveringsbeheer 331.588.742 1,575%

De berekening van de omslagrente vindt plaats over de boekwaarde per 1 januari. Dividendopbrengsten, winstuitkeringen, koers- en waardeverschillen maken geen deel uit van de renteomslag. De rentelast die specifiek wordt toegerekend betreft de rente voorfinanciering HWBP-Hansweert. Deze komt ten laste van het programma waterkeringen.

Renterisiconorm

Terug naar navigatie - Renterisiconorm

Om de risico’s te beperken is het treasurybeleid defensief en risicomijdend. Het beleid zal er op gericht zijn toekomstige risico’s inzichtelijk te maken, te beheersen, te verminderen of te verschuiven. Het risicobeheer bestaat uit o.a. renterisico, kredietrisico en liquiditeitsrisico, waarbij voor het waterschap het renterisico het belangrijkste is.

De uitvoering van de treasurytaak mag in ieder geval niet leiden tot een vergroting van de risico’s voor de organisatie. Hierbij geldt dat het niveau van renterisico’s in de komende jaren de wettelijke normen (de kasgeldlimiet en de renterisiconorm), zoals vastgelegd in de Wet Fido, niet overschrijdt.

Renterisiconorm
De renterisiconorm beoogt een zodanige opbouw van de leningenportefeuille dat het risico uit hoofde van renteaanpassing en herfinanciering van leningen beperkt blijft. De renterisiconorm is voor de waterschappen vastgesteld op 30% van het begrotingstotaal bij aanvang van het betreffende jaar. Het waterschap heeft geen leningen met een renteherziening. 

Bedragen x € 1.000,-
Renterisiconorm 2024 2025 2026 2027
1 Totale lasten programmabegroting 153.323 162.957 169.908 177.740
2 Vastgesteld percentage 30%
3 Renterisiconorm (30% van 1) 45.997 48.887 50.972 53.322
4 Betaalde aflossingen 10.000 10.000 15.000 15.000
Ruimte (3-4) 35.997 38.887 35.972 38.322

Kasgeldlimiet

Terug naar navigatie - Kasgeldlimiet

Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet is het maximum dat gesteld is aan de mate waarin van korte financiering (looptijd maximaal één jaar) gebruik mag worden gemaakt. In de ‘Uitvoeringsregeling Fido' is dit maximum voor de waterschappen vastgesteld op 23% van het begrotingstotaal. Voor het waterschap betekent dit voor 2024 € 35,2 miljoen. 

Reserves en voorzieningen

Terug naar navigatie - Reserves en voorzieningen

De omvang en mutaties van de algemene reserves, bestemmingsreserves en voorzieningen in de begroting 2024 en de jaren 2025-2027 zijn in de volgende tabellen weergegeven.

Bedragen x € 1.000,-
Meerjarenraming
Algemene reserves en bestemmingsreserves Saldo 31-12-23 Mutaties 2024 Saldo 31-12-24 Mutaties 2025 Mutaties 2026 Mutaties 2027 Saldo 31-12-27
Algemene reserves
watersysteembeheer 16.085 -610 15.475 -840 -460 -201 13.974
zuiveringsbeheer 348 2.000 2.348 2.348
Totaal algemene reserves 16.432 1.390 17.822 -840 -460 -201 16.321
Bestemmingsreserves
Tariefegalisatiereserves
watersysteemheffing ingezetenen 1.348 -100 1.248 -200 -100 -100 848
watersysteemheffing ongebouwd 167 0 167 167
watersysteemheffing gebouwd 3.992 -900 3.092 -800 -700 -600 992
watersysteemheffing natuurterreinen 88 0 88 88
zuiveringsheffing 2.418 -2.000 418 418
Totaal tariefegalisatiereserves 8.013 -3.000 5.013 -1.000 -800 -700 2.513
Overige bestemmingsreserves
kapitaallasten fietspaden Zeeuws-Vl. 4.129 -131 3.998 -129 -128 -127 3.614
kapitaallasten extra afslag A58 Goes 427 -23 404 -23 -22 -22 337
damaanzetten O'sch.kering&kanaal Zuid-B. 167 0 167 167
peilbesluit Veerse Meer, steigers 169 0 169 169
zandsuppletie Sophiastrand 417 0 417 417
groot onderhoud waterkeringen 165 0 165 165
overname waterkeringen Rijkswaterstaat 204 0 204 204
zichtbaarheid 0 0 0 0
innovatie 55 0 55 55
Veerse Meer 65 0 65 65
te verstrekken subsidies (Leader) 120 0 120 120
KRW 216 -100 116 116
GGA wegen 13 -13 0 0
effluent - onderzoek ind afvalw 47 -15 32 -15 -15 -2 0
informatieveiligheid 1.085 -430 655 -340 -220 95
Assetmanagement 1.242 -290 952 -290 662
Cultuurhistorie 282 0 282 282
Muskusrattenbestrijding 976 -303 673 -309 -237 -123 4
Arbo maatregelen 2024-2026 337 -203 134 -128 -6 0
opleidingen /organisatieontwikkeling 150 -150 0 0
Totaal overige bestemmingsreserves 10.265 -1.658 8.607 -1.234 -628 -274 6.471
Totaal bestemmingsreserves 18.278 -4.658 13.620 -2.234 -1.428 -974 8.984
Totaal reserves 34.710 -3.268 31.442 -3.074 -1.888 -1.175 25.305
Bedragen x € 1.000,-
Meerjarenraming
Voorzieningen Saldo 31-12-23 afname 2024 storting 2024 Saldo 31-12-24 Mutaties 2025 Mutaties 2026 Mutaties 2027 Saldo 31-12-27
Personele voorzieningen 4.064 -503 393 3.954 -100 -100 -100 3.654
Totaal voorzieningen 4.064 -503 393 3.954 -100 -100 -100 3.654

Weerstandsvermogen, -capaciteit en risico’s

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen, -capaciteit en risico’s

Bij de taakuitoefening en in de bedrijfsvoering loopt het waterschap risico’s van uiteenlopende aard. Tegen een deel van deze risico’s kan een waterschap zich verzekeren, of moeten er voorzieningen worden gevormd, of kunnen anderszins worden opgevangen. Voor een deel van de risico’s is dit echter niet het geval. Daarnaast wordt er soms voor gekozen om voor bepaalde verzekerbare risico’s eigen risicodrager te worden door zich bewust niet voor deze risico’s te verzekeren. De niet verzekerde risico’s kunnen, als ze zich voordoen, (grote) financiële consequenties hebben. Het is dus zaak voor het waterschap, dat ze zich bewust is van de risico’s die ze loopt en ze beheerst. Het uitsluiten van risico’s is echter niet mogelijk. Niet verzekerde risico’s die zich voordoen, moet het waterschap opvangen met het eigen vermogen (reserves), door belastingverhoging of door ombuigingen binnen de begroting. 

Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen:

  • de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover het waterschap beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken;
  • alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.

De weerstandscapaciteit is dus te omschrijven als de omvang van de direct beschikbare financiële middelen om onverwachte financiële tegenvallers op te vangen. Het is als het ware een buffer om ervoor te zorgen dat bestaand beleid en voorzieningen niet in gevaar komen als risico’s werkelijkheid worden.

Binnen de organisatie zijn er assetmanagementadviseurs die zorgen voor de ontwikkeling van het assetmanagement. Met assetmanagement maken we keuzes over te nemen maatregelen, die keuzes dragen bij aan het verbeteren van de risicopositie. Met risicomanagement trachten we inzicht te verkrijgen in de risicopositie om vervolgens passende maatregelen te nemen. Om dit te kunnen doen voeren we risicoanalyses uit. Met deze risicoanalyses krijgen we input voor het nemen van beheersmaatregelen. 

In het Waterschapsbeheerprogramma is als doelstelling opgenomen om in 2027 ISO 55001 (assetmanagement) gecertificeerd te zijn. Met assetmanagement zorgen we voor een optimale balans tussen behalen van prestaties, de kosten die daar mee gemoeid zijn en het beheersen van risico’s.

In de AV van 6 oktober 2011 is de Nota weerstandsvermogen, risicomanagement, reserves en voorzieningen vastgesteld. Met deze beleidsnota is in de onderstaande berekening van het weerstandsvermogen rekening gehouden.

Berekening weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - Berekening weerstandscapaciteit

In de weerstandscapaciteit worden alleen die middelen opgenomen die in een begrotingsjaar en de daarop volgende begrotingsjaren vrij aanwendbaar zijn zonder dat dit effect heeft op de gewenste kernactiviteiten van het waterschap en de gewenste ontwikkeling van de lastendruk. Dit geldt voor de algemene reserve en het niet bestemde deel van de tariefegalisatiereserves. De aanwezige overige bestemmingsreserves maken geen deel uit van de weerstandscapaciteit. Deze worden ingezet voor het doel waarvoor deze gevormd zijn. Er is een mogelijkheid om de belastingcapaciteit in te zetten en daarmee de weerstandscapaciteit te vergroten, hiervoor is in de begroting 2023 niets opgenomen.

De totale weerstandscapaciteit per ultimo van het jaar kan dan als volgt bepaald worden:

Bedragen x € 1.000,-
Beschikbaar 2024 2025 2026 2027
Stille reserve p.m. p.m. p.m. p.m.
belastingcapaciteit p.m. p.m. p.m. p.m.
Onvoorzien 100 100 100 100
Algemene reserves 17.822 16.982 16.522 16.321
Tariefsegalisatiereserves 5.013 4.013 3.213 2.513
Totaal 22.935 21.095 19.835 18.934

Strategische risico’s & ontwikkelingen

Terug naar navigatie - Strategische risico’s & ontwikkelingen

Strategische risico’s zijn het gevolg van de gekozen strategische koers van de organisatie of het gevolg van gemaakte keuzes die leiden tot een strategische koerswijziging. Ze hebben impact op de strategische doelstelling van een organisatie. Vaak zijn de kans van optreden en de impact van deze risico’s niet goed (financieel) te kwantificeren en niet direct te managen. Hierna wordt nader ingegaan op de strategische risico’s en een relevante aantal ontwikkelingen.

Onvolledig beeld omvang benodigd onderhoud
De staat van de assets (waaronder duikers, damwanden, wegen, transportstelsels, polder- en rioolgemalen en zuiveringen) van het waterschap en het benodigd onderhoud zijn niet altijd goed in beeld. Aan dit risico kunnen verschillende oorzaken ten grondslag liggen. Voorbeelden hiervan zijn inspectieopgaven die nog niet volledig zijn uitgevoerd, preventief onderhoud dat niet (volledig) uitgevoerd is, het verlies van kennis door medewerkers die met pensioen gaan en het ontbreken van niet goed of volledig ingerichte databeheersystemen. Data speelt daarbij een belangrijke rol. Deze ontwikkeling kan tot gevolg hebben dat de in kaart gebrachte onderhoudsopgave groter blijkt te zijn dan in eerste instantie gedacht (en is begroot) op basis van historische data en visuele inspecties. Dit kan financiële gevolgen hebben in de vorm van hogere onderhoudskosten en/of schadeclaims. Er zouden ook gevolgen kunnen zijn voor het veilig en naar behoren functioneren van assets voor de omgeving van het waterschap. Wel kunnen we concluderen dat de afgelopen jaren is gebleken dat de assets van het waterschap goed hebben gefunctioneerd. Hierdoor kunnen we onze taken op een adequate wijze uitvoeren.
Een verdere professionalisering van het onderhoud en de vervanging van onze assets willen we bereiken met assetmanagement. Dit is nodig gezien het grote aantal bij het waterschap in beheer en onderhoud zijnde objecten. Het gaat hierbij om een methode voor het optimale beheer van onze ‘assets’ zodat we in de toekomst nog beter keuzes kunnen maken die gebaseerd zijn op de optimale balans tussen prestaties, risico’s en kosten, gedurende de gehele levenscyclus van een asset. Binnen de afdeling wegen is in 2023 een project gerealiseerd om in beeld te brengen wat er nodig is om volgens de principes van assetmanagement te kunnen werken. Binnen dit project is specifiek aandacht besteed aan het op orde brengen van de benodigde data m.b.t. bruggen en duikers onder wegen. In 2024 zal dit project worden voortgezet. 

Uitvoering projecten en regulier werk onder druk door capaciteitsproblemen
Bij de programmering en voorgenomen realisatie van projecten wordt als uitgangspunt de beschikbare capaciteit en het financieel kader gehanteerd. In 2023 is vooruitgang geboekt in de invulling van openstaande vacatures. Niettemin moeten er nog meerdere vacatures worden ingevuld en is de inzet om vacatures die ontstaan vanwege de pensionering van medewerkers tijdig in te vullen. We hebben nog steeds te maken met krapte op de arbeidsmarkt en risico's met betrekking tot de voortgang in de uitvoering van (nieuwe) projecten en de continuïteit van reguliere werkzaamheden. Dit risico is actueel bij meerdere kerntaken. 
Beheersing van het risico vindt o.a. plaats door op cruciale openstaande posities inhuurkrachten in te zetten. Voor de HWBP opgave is de keuze om, gezien de omvang van de projecten, naast een basisbezetting op de personele capaciteit de benodigde capaciteit vooral ook op projectniveau te organiseren met inzet van inhuurkrachten en samenwerking met marktpartijen en/of uitzetten van opdrachten bij ingenieursbureaus. Ook daarin speelt echter de krapte op de arbeidsmarkt en is er sprake van risico’s.
De voorbereiding en uitvoering van projecten betekenen ook een (toenemende) belasting voor de beheer- en onderhoudsmedewerkers die aan deze projecten een bijdrage moeten leveren. Dat betekent in de praktijk dat we prioriteren in werkzaamheden omdat de belasting bij de beheer- en onderhoud-medewerkers anders te hoog wordt. Het onderhoud vanuit het team Technisch Onderhoud (TO) met een shared service functie kan niet langer op een zorgvuldige wijze gegarandeerd worden.
Voor de komende jaren is er sprake van een oplopend investeringsniveau. Bovendien willen we ook verkennen welke aanvullende doelstellingen op het gebied van duurzaamheid zoals emissiearm en circulair bouwen we kunnen implementeren. Dit tezamen met een complexe omgeving en veranderende regelgeving, o.a. op het gebied van stikstof en de implementatie van de Omgevingswet.

KRW doelen
Het jaar 2027 is in de wetgeving opgenomen als deadline voor de KRW, op dat moment moeten er verschillende maatregelen gerealiseerd zijn en doelen behaald worden. Voorbereiding, uitvoering en oplevering van de maatregelen zal in deze ‘begrotingsperiode’ moeten plaatsvinden. Bij prioritering van inzet en middelen is hier zoveel als mogelijk rekening mee gehouden, bij afwegingen komende jaren is het zaak de KRW maatregelen prioriteit te blijven geven. Bij het niet nakomen van de gemaakte afspraken voldoet het waterschap niet aan de afspraken met de andere overheden en kan het waterschap boetes uit Brussel opgelegd krijgen. 

Participatiewet en Wet banenafspraak
Met de Participatiewet en de Wet banenafspraak ligt er voor werkgevers een verplichting om extra banen te realiseren voor mensen met een beperking. Werkgevers uit de sector Overheid doen dit voor 25.000 mensen met een beperking. Dit heet de banenafspraak. Met de banenafspraak wordt de Participatiewet ondersteund. Omdat de overheid de beoogde doelstelling in 2016 niet heeft gehaald, is besloten om voor de sector overheid de Quotumwet in werking te stellen per 1 januari 2018. Voor elke niet ingevulde baan wordt er een ‘boete’ opgelegd van € 5.000,-. Deze ‘boetes’ worden op dit moment (nog) niet opgelegd. Waterschap Scheldestromen heeft de verplichting (indicatief) om in 2024 in totaal 21,3 banen van 25,5 uur te realiseren. Het aantal gerealiseerde banen bedraagt bij het opstellen van de begroting 4,24.

Omgevingswet
De implementatie van de Omgevingswet (in werking treding definitief 1 januari 2024) ontmoet vele obstakels. Ontbrekende functionaliteiten van ondersteunende programma's en inzet toepasbare regels en daarvoor opnieuw aanpassing Waterschapsverordening zijn er enkele. Deze obstakels hebben in 2023 een beroep op extra budget gedaan. De verwachting is gerechtvaardigd dat in 2024 eveneens extra kosten voor de inbedding van de Omgevingswet worden gemaakt.
Daarnaast is er het risico van het niet tegelijkertijd aan kunnen van / raadplegen door een grote aantal gebruikers van het DSO vanaf de inwerkingtreding. Op dit moment is er geen zekerheid over de werkbaarheid, betrouwbaarheid en stabiliteit daarvan.  

Stijgende kosten kust- en dijkversterkingen
Als gevolg van de uitkomsten van de wettelijke beoordeling van de primaire waterkeringen aan de hand van de nieuwe waterveiligheidsnormen en de effecten van klimaatverandering en zeespiegelstijging neemt de opgave van de benodigde dijkversterkingen toe. We zijn alert op de toekomstige kosten van de waterveiligheidsopgave. Deze mogen niet leiden tot een onevenredige lastenverzwaring voor de Zeeuwse burger. Een evaluatie van de huidige financieringsregeling is voorzien in 2024. De (landelijke) spanning op het HWBP-programma zorgt voor onzekerheid op het tijdstip van de verstrekking van de subsidie voor de projecten van Scheldestromen. Bij de uitvoering van kust- en dijkversterking onderzoeken we verschillende scenario’s om de meest haalbare en betaalbare oplossing te bepalen. De wettelijke beoordeling van de primaire waterkeringen is afgerond en toont aan dat ruim 25% van de Zeeuwse primaire waterkeringen niet voldoet aan de ondergrens van de huidige wettelijke veiligheidsnorm. Er is naar schatting minimaal € 1,5 miljard (waarvan 10% voor rekening van het waterschap) nodig tot 2050 om de afgekeurde dijkvlakken te versterken zodat ze voldoen aan de norm. Er is hierbij ook sprake van een capaciteitsrisico om het beoogde doel te kunnen realiseren.

Baseline Basis op orde
De Baseline Basis op orde is het minimale ambitieniveau waaraan het waterschap Scheldestromen wil voldoen op het gebied van digitalisering. Digitalisering verandert onze maatschappij ingrijpend en is tegelijkertijd essentieel om de maatschappij draaiende te houden. De huidige technologische ontwikkelingen zorgen voor een digitale transformatie waarin alle 21 waterschappen kansen moeten grijpen die de informatiesamenleving hen biedt. Dit willen zij doen op een verantwoorde, veilige en mensgerichte manier. Daarvoor is het van belang dat de digitale basis op orde is. In deze baseline (niet te verwarren met de data op orde, dit is slechts een onderdeel van de baseline) wordt invulling gegeven aan de doelen vanuit nieuwe wetgeving en EU- of overheidsrichtlijnen. Het risico wat we kunnen lopen, is dat we niet rechtmatig handelen. De aanpak hiervan is risico-gestuurd. Hiermee borgen we dat de focus vooral ligt op de zaken die vanuit wetgeving met een harde deadline worden opgevolgd (Wet Open Overheid, Omgevingswet, EU-Single digital gateway).

Schade als gevolg van cyber-aanvallen op de digitale infrastructuur
Toenemende georganiseerde cybercriminaliteit en de veranderde geopolitieke verhoudingen zorgen voor reële cyberdreigingen. Het waterschap treft uitgebreide maatregelen om zich te beschermen tegen kwaadwillende. Middels technologische maatregelen zijn cyberaanvallen op het waterschap netwerk en geautomatiseerde assets zoals stuwen, poldergemalen en zuiveringen beheersbaar. De “mens“ en hoe die omgaat met systemen en informatie is een blijvend risico. Zaken als ransomware, ceo-fraude en andere phishing activiteiten beginnen doorgaans bij de onoplettendheid van de medewerker. De cybersecurity weerbaarheidstrainingen die doorlopend aan medewerkers wordt aangeboden dient de awareness op dit vlak te borgen.
Gevolgschade is hierbij moeilijk aan te geven. Bij recente ransomware incidenten zijn bedragen bekend van € 5 miljoen voor het afkopen van de cryptosleutel en tientallen miljoenen voor het opnieuw opbouwen van een datacenter na een cyberaanval met als doel organisatie onderuit te halen. Als door de huidige geopolitieke verhoudingen aanvallen geavanceerder worden dan vraagt het afschermen van cruciale informatie, assets en leverancier afhankelijkheden steeds meer aandacht. Waar criminelen zich focussen op inkomsten richten niet-bondgenoten zich op de ontwrichting van de samenleving.

Prijsstijging na afloop energiecontract 2025
De marktomstandigheden zijn op dit moment onzeker zodat na afloop van het energiecontract per 1 januari 2025 sprake is van een prijsstijging. In de meerjarenraming zijn in 2025 de energiekosten verhoogd van € 5,6 miljoen in 2024 naar € 7,6 miljoen in 2025 (stijging van 35% ten opzichte van de begroting 2024). De marktomstandigheden zijn op dit moment nog steeds dermate extreem dat het ook niet mogelijk is om het leveringscontract tegen acceptabele voorwaarden te verlengen, zoals we normaal gesproken per 1 januari 2022 hadden gedaan. We kunnen dus voorlopig ook geen prijzen vastleggen voor 2025, zelfs als we dat zouden willen. Ook een nieuwe aanbesteding voor het kalenderjaar 2026 en verder wordt voorlopig niet gestart.

Niet voldoen aan wet- en regelgeving
Beoordeling RichtLijn (BRL) wetgeving: Op de RWZI Terneuzen zijn diverse opslagtanks van chemicaliën aanwezig die niet meer voldoen aan de huidige BRL wet- en regelgeving. Een eerste verkennend onderzoek heeft aangegeven dat € 500.000,- nodig is voor vervanging. Echter een uiteindelijk onderzoek kan aantonen dat complete vervanging nodig is en de kosten daardoor een veelvoud kunnen worden. Daarbij is op dit moment niet duidelijk in welke mate deze afwijking ook op andere objecten van het waterschap van toepassing is. 
Onderzoeksplicht energiebesparing: Op het ogenblik worden alle technische installaties nader onderzocht op energiebesparende maatregelen. Dit zijn circa 200 objecten met een bepaald energieverbruik. Wanneer energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar mogelijk zijn dan moeten deze ook daadwerkelijk genomen worden. Het is momenteel niet duidelijk welke impact dit heeft op de investeringen  in de komende jaren. 

Operationele risico's

Terug naar navigatie - Operationele risico's

De benodigde weerstandscapaciteit. Operationele risico’s kunnen optreden bij de uitvoering van de bedrijfsfuncties van de organisatie als gevolg van ontoereikende of niet succesvolle interne processen, mensen en systemen, of externe gebeurtenissen. Nu heeft een gekwantificeerde analyse van de operationele risico’s plaatsgevonden. Voor deze analyse zijn de volgende typen risico’s buiten beschouwing gelaten:

  • projectrisico’s waarvoor binnen het project al een voorziening is getroffen;
  • strategische risico’s die niet goed (financieel) te kwantificeren zijn.

Het waterschap werkt er aan om de risico’s bij de uitvoering van de kerntaken op een meer systematische eenduidige wijze te gaan beheersen. Als start hiervan is in 2020 de bedrijfswaardenmatrix opgesteld waarmee het risiconiveau van een gebeurtenis kan worden vastgesteld. Risico’s worden uitgedrukt als kans x effect. Door de kans van voorkomen van een ongewenste gebeurtenis en het bijbehorende gevolg (effect) tegen elkaar af te zetten in de matrix, wordt het risiconiveau bepaald. Het risiconiveau geeft aan of het waterschap een risico acceptabel vindt of niet. Op basis daarvan kunnen vervolgens maatregelen ontworpen worden om risico’s te verkleinen door de kans van optreden of het effect te verkleinen. Voor de restrisico’s die dan nog resteren en waarbij sprake kan zijn van financiële tegenvallers, is er een bepaalde weerstandscapaciteit nodig. Als die risico’s zich vervolgens manifesteren kan de weerstandscapaciteit worden aangewend.

In het hierna opgenomen geconsolideerde risico-overzicht is de benodigde weerstandscapaciteit opgenomen. Daarvoor zijn eerst de belangrijkste operationele risico’s binnen de vijf programma’s geïnventariseerd. Er is gekeken naar de restrisico’s - na beheersing - met een maximaal financieel gevolg van meer dan € 100.000.-. Vervolgens zijn de risico’s gekwantificeerd in ‘kans van optreden’ en het ‘maximale financiële gevolg’. De financiële impact van het risico is bepaald door deze twee waarden met elkaar te vermenigvuldigen. Deze exercitie leidt tot de volgende tabel met gekwantificeerde operationele risico’s, waarmee de benodigde weerstandscapaciteit is bepaald. De operationele risico’s zullen in de toekomst periodiek worden geëvalueerd.

Bedragen x € 1.000,-
Operationeel risico Programma Kans van optreden[1] Impact in € [2]
1. Personeelskosten: extra kosten inhuur doordat vacatures niet kunnen worden ingevuld Alle Groot 1.245
2. Kostenstijgingen en marktontwikkeling bij aanbestedingen Alle Groot 996
3. Mogelijke uitval of onderbreking van ICT middelen en processen Alle Klein 850
4. Schade aan waterkeringen door extreme omstandigheden Waterkeringen Klein 510
5. Extra energiekosten riool- en polder gemalen door extreme neerslag Afvalwaterketen / Watersystemen Midden 483
6. Mogelijke Btw-plichtigheid SNB Afvalwaterketen Midden 320
7. Calamiteiten door uitstel projecten rioolgemalen, poldergemalen en zuiveringen Afvalwaterketen Groot 249
8. Zomerschade aan Wegen Wegen Groot 166
9. Schending van de AVG Privacywet Bestuur & Organisatie Klein 71
10. Extra kosten gladheidbestrijding bij extreem winterweer Wegen Klein 51
Totaal top 10 4.941
  1. De kans van optreden kan worden gekwantificeerd als: klein (impact-17%), midden (impact-50%) en groot gevolg (impact-83%).
  2. Impact = kans x financieel gevolg in €

Gekwantificeerde operationele risico's

Terug naar navigatie - Gekwantificeerde operationele risico's

De gekwantificeerde operationele risico’s worden hieronder verder toegelicht.

1. Onzekerheid loonontwikkeling en krapte arbeidsmarkt
Voor de loonontwikkeling is in de begroting 2024 uitgegaan van de loonindex die het CPB in augustus bekend heeft gemaakt, dit is 5,6%. Momenteel is er onzekerheid over de loonontwikkeling in 2024. Dit wordt mede veroorzaakt door koopkrachtcompensatie en looneisen. Als gevolg hiervan kan er in 2024 een tekort op de begroting ontstaan. De loonontwikkeling voor de sector overheid is volgens het CPB 6,5%. 
Daarnaast is er een krapte op de arbeidsmarkt. Het waterschap heeft momenteel te maken met diverse openstaande vacatures. Daarnaast zullen er op korte termijn in 2024 nog meer vacatures bijkomen mede als gevolg van medewerkers die met pensioen gaan. Door de huidige krapte op de arbeidsmarkt in Nederland bestaat de kans dat niet alle vacatures kunnen worden ingevuld. Om toch het werk te kunnen verrichten zal er voor cruciale functies personeel moeten worden ingehuurd. De omvang van de onzekerheid loonontwikkeling en de krapte op de arbeidsmarkt is ingeschat op € 1.500.000,-. De kans van optreden is als “groot” gerubriceerd.

2. Kostenstijgingen en marktontwikkelingen bij aanbestedingen
Ook het waterschap heeft door de grote vraag naar grondstoffen en inflatie te maken met stijgingen van materiaalkosten. Voor aanbestedingen vanuit exploitatiebudgetten kunnen deze kostenstijgingen en marktontwikkelingen directe gevolgen hebben, waarbij het resultaat van de aanbestedingen hoger uitvalt. Voor lopende overeenkomsten, veelal gebaseerd op een indexstijging (CPI of GWW-index) is voor 2024 een reële inschatting gemaakt op basis van de cijfers van het CPB (CPI index). Voor 2024 is uitgegaan van een stijging van ca. 3,8%. op basis van de CPB cijfers van augustus. De daarna in oktober uitgebroken oorlog in het Midden-Oosten kan van invloed zijn op de inflatie. De totale externe kosten bedragen voor het waterschap ca. € 78.000.000,-. De mogelijke gevolgen van een hogere kostenstijging in 2024 zijn ingeschat op € 1.200.000,- met een kans van optreden is als "groot" is gerubriceerd.

3. Mogelijke uitval of onderbreking van ICT middelen en processen
Voor het dagelijkse werk van het waterschap wordt veelvuldig gebruik gemaakt van ICT middelen en geautomatiseerde processen. Het gebruik hiervan gaat gepaard met een risico dat grote nadelige gevolgen kan hebben. Daarbij moet worden gedacht aan het niet kunnen bedienen of uitvallen van kunstwerken en installaties met (milieu)schade tot gevolg. Het stil komen te liggen van werk en het verlies van data (cybersecurity). Verschillende oorzaken kunnen hieraan ten grondslag liggen, zoals uitval van systemen, cyberaanvallen, het niet voldoen aan de Baseline Informatieveiligheid Overheden (BIO), maar ook een toenemende belasting van computersystemen als gevolg van meer medewerkers die gelijktijdig thuiswerken. De extra onvoorziene kosten kunnen bijvoorbeeld zitten in externe inhuur, hogere exploitatiekosten, het eisen van losgeld (bij cyberaanvallen) en extra heffingskosten wanneer er noodgedwongen ongezuiverd afvalwater moet worden geloosd op Rijkswateren. De omvang van deze onvoorziene kosten wordt geschat op € 5.000.000,-, de kans van optreden is als klein gerubriceerd.

4. Schade aan waterkeringen door extreme omstandigheden
Het waterschap heeft meerdere keren per jaar te maken met stormen variërend van licht tot zeer zwaar. Daarbij kan de periode tussen meerdere stormen in kort zijn. De soms (grote) schade die een storm tot gevolg kan hebben betreft voornamelijk de waterkeringen assets. Er moet worden gedacht aan schade aan duinen, glooiingen, steenzettingen en kreukelbermen. Indien er sprake is van schade moeten er acute herstelwerkzaamheden worden gepleegd. Daarnaast kan ook extreem laag water zorgen voor schade aan waterkeringen en vooroevers. Dit zorgt voor onvoorziene kosten in het begrotingsjaar. Dit risico, waarvan wordt ingeschat dat de kans van optreden klein is, wordt geschat op € 3.000.000.-.

5. Extra energiekosten riool- en poldergemalen door extreme neerslag
Een risico dat samenhangt met de klimaatverandering is de kans op hogere energiekosten door extreme neerslag. Extreme neerslag heeft dan vooral invloed op de energiekosten van riool- en poldergemalen. Voor de begroting 2024 is uitgegaan van ca. € 3,9 mln. aan electriciteitskosten voor de riool- en poldergemalen. Op basis van historische feiten kan er bij dit risico een maximale afwijking van 25% optreden in het geval het waterschap te maken krijgt met extreme neerslag. Dit leidt dan tot een financieel gevolg c.q. hogere energiekosten van € 966.000,-. De kans van optreden is gerubriceerd in de categorie “midden”.

6. Mogelijke Btw-plichtigheid SNB
De rijksoverheid zet fiscale maatregelen, zoals CO2-heffing, kilometerheffing en afvalstoffenbelasting, steeds meer in om de (afval)sector(en) te verduurzamen. Vooralsnog is SNB vrijgesteld van bovengenoemde heffingen en belasting. SNB is voor de activiteiten ten behoeve van haar aandeelhouders tevens vrijgesteld van BTW en VPB. Afspraken hierover met de Belastingdienst, wetgeving en jurisprudentie kunnen wijzigen, waardoor deze vrijstellingen in de toekomst mogelijk kunnen vervallen. SNB lobbyt via belangenorganisaties voor passende fiscale maatregelen. Daarnaast is SNB proactief in het verder verduurzamen van de bedrijfsvoering om mogelijke heffingen/belastingen op dit gebied te vermijden. SNB bewaakt de naleving van de afspraken omtrent de VPB vrijstellingen en voorwaarden om gebruik te kunnen maken van de BTW-koepelvrijstelling intensief. Ten aanzien van de BTW-koepelvrijstelling heeft de Belastingdienst de eerder afgesloten vaststellingsovereenkomst tussen SNB en de Belastingdienst opgezegd per 1 januari 2021. Met de Belastingdienst is overleg gevoerd over de voorzetting van de BTW-koepelvrijstelling na 1 januari 2021. Vanaf 2021 hanteert SNB een nieuwe systematiek. De Belastingdienst kiest er voor om op basis van nieuw beleid een en ander niet meer vast te leggen in een vaststellingsovereenkomst. Inmiddels is 2021 afgewikkeld met de Belastingdienst. Hieruit maakt SNB op dat de Belastingdienst de nieuwe systematiek van SNB volgt al blijft er een mate van onzekerheid dat de Belastingdienst op een later tijdstip een andere zienswijze heeft op welke wijze de BTW verwerkt zou moeten worden. In de begroting 2024 is nog uitgegaan van de verrekening met SNB met gebruik making van de BTW-koepelvrijstelling. Er is een risico dat de Belastingdienst een andere zienswijze hanteert inzake het toepassen van de koepelvrijstelling die vanaf 2021 leidt tot een nabetaling van BTW. Het eventueel vervallen van deze koepelvrijstelling zal leiden tot een BTW heffing over de volledige prestaties die door SNB aan ons waterschap zijn geleverd, waarbij nu sprake is van een vrijstelling. Het risico voor Scheldestromen is berekend op € 160.000,- per jaar. De uitkomst van het overleg met de Belastingdienst is nog onzeker, het risico is voor de periode 2021-2024, met een kans van optreden "midden", opgenomen in deze risicoparagraaf voor totaal € 320.000,-.

7. Calamiteiten/extra (exploitatie) kosten door uitstel projecten rioolgemalen, poldergemalen en zuiveringen/niet uitgevoerd (preventief onderhoud
Calamiteiten/extra (exploitatie)kosten door
a.    uitstel projecten polder- en rioolgemalen en zuiveringen
b.    niet uitgevoerd (preventief) onderhoud

7a. uitstel projecten van polder- en rioolgemalen en zuivering
De afgelopen jaren is veelvuldig geschoven met projecten aan polder- en rioolgemalen. Dit zorgt voor een langer in stand houden van de installaties wat vaak verhoogde kosten met zich meebrengt. Daarnaast is de investeringsplanning aangepast op beschikbare capaciteit voor voorbereiding en uitvoering van projecten. Dit kan gevolgen hebben voor de exploitatiekosten. Door het uitstel wordt de kans op uitval steeds groter. Totdat de renovaties zijn gerealiseerd, blijft deze kans bestaan. Indien dit optreedt worden de financiële gevolgen ingeschat op € 100.000,-. De kans van optreden is gerubriceerd in de categorie "groot". Op dit moment wordt werk aan een gedeelte van de rwzi Willem Annapolder niet uitgevoerd in 2023 maar pas in 2024. Bij storingen op dit moment kunnen onderdelen niet meer vervangen worden omdat deze niet meer beschikbaar zijn. Dat kan leiden tot gedeeltelijk uitschakelen van de zuivering. Verder wordt de rwzi Hulst pas gerenoveerd in 2026-tot 2028 in plaats van in 2025-2026. Dit kan leiden tot verhoogde onderhoudskosten van onderdelen in de komende jaren.

7b. niet uitgevoerd (preventief ) onderhoud
Frequentie Omvormers (FO’s) van poldergemalen zijn niet tijdig vervangen. Deze zijn heden ‘end of life’ en onderdelen zijn niet meer verkrijgbaar. Bij storing of uitval van deze FO’s zal een nood FO opgesteld moeten worden welke beschikbaar is voor 1 gemaal. De komende 4 jaar zal er totaal € 600.000,- geïnvesteerd worden om technisch weer op peil te zijn. De verwachting is dat dit dan voor een periode van circa 10 jaar actueel is. Poldergemaal Cadzand is voor een bedrag van € 325.000,- aanvullend op bovenstaande geprogrammeerd in 2024. Gezien de staat van onderhoud en de leeftijd dienen de voortstuwers van de zuiveringen te worden vervangen. Om de komende jaren de inzet van deze cruciale onderdelen te garanderen, zal de komende 4 jaar € 380.000,- geïnvesteerd moeten worden om voor zeven zuiveringen een gedeeltelijke vervanging te realiseren. De zuivering te Hulst is hierop een uitzondering omdat er projectmatig een voorziening is getroffen voor 2024. De krooshekwerken op poldergemalen dienen voorzien te worden van nieuwe coating of opnieuw worden voorzien van een galvanische conservering. Door het ontbreken van voldoende budget afgelopen jaren is reparatie en eventuele vervanging noodzakelijk. De komende 4 jaar zal circa € 100.000,- per jaar nodig zijn om de functie van de krooshekken in de poldergemalen veilig te stellen. De gasmotoren van de zuivering Walcheren dienen vervangen te worden. De huidige motoren leveren een ongewenst aantal kostbare storingen op. Omdat er onvoldoende budget is om 2 motoren te vervangen per 2024 is de vervanging van 1 motor uitgesteld naar 2025. Dit kan leiden tot storingen en uitval van een gedeelte van deze energieopwekking. Het beheer van het noodmaterieel is op dit moment niet georganiseerd. Daardoor is geen aandacht voor het vervangen van materieel wat ‘end of life’ is en waarvoor de onderdelen niet meer beschikbaar zijn. Op relatief korte termijn dient er materieel zoals een aggregaat en pompen vervangen te worden ten bedrage van ongeveer € 900.000,-. De persleiding van rioolgemaal Wemeldinge geeft regelmatig problemen door scheurvorming wat waarschijnlijk door ondeugdelijk materiaal veroorzaakt wordt. Getracht wordt de vervanging mee te laten lopen met een project van de afdeling wegen in 2028. Echter kan in de nabije toekomst blijken dat vervanging eerder plaats moet vinden terwijl er geen financiële middelen voor beschikbaar zijn.
Door bovengenoemde zaken wordt de kans op uitval / calamiteiten steeds groter totdat deze zaken zijn gerealiseerd, blijft deze kans bestaan. Indien dit optreedt worden de financiële gevolgen ingeschat op € 200.000,-. De kans van optreden is gerubriceerd in de categorie "groot".

8. Zomerschade aan Wegen
Als gevolg van langdurige periodes van droogte en hitte kan er schade ontstaan aan wegen. Dit vraagt om herstelwerkzaamheden: van het vervangen van betonplaten en zout strooien op slijtlagen (hitteschade), scheuren vullen tot frezen en inleggen. Schade aan de fundering die zou kunnen ontstaan is echter minder goed zichtbaar. Momenteel is er niet voldoende inzicht in hoe groot deze schade is (met name bij veenachtige ondergronden), vandaar dat er sprake is van een risico op een onverwachts grotere onderhoudsopgave. Op basis van een eerdere schade inventarisatie wordt bij het optreden van het risico uitgegaan van een schadebedrag tot € 200.000,- . De kans van optreden wordt als groot gezien.

9. Schending van de AVG Privacywet
Uit de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) vloeien plichten voort voor elke organisatie, dus ook voor waterschap Scheldestromen. Het niet voldoen aan deze plichten kan leiden tot boetes van de toezichthouder Autoriteit Persoonsgegevens (AP) en tot claims op schadevergoeding door betrokkenen (zoals burgers of medewerkers). De kans op deze risico's is erg moeilijk in te schatten. Dit wordt bepaald door de mate waarin het waterschap aan de wet voldoet, de zwaarte van eventuele overtredingen, de medewerking tijdens eventuele onderzoeken en de vraag of klachten worden ingediend door betrokkenen, waarnaar eventueel onderzoek zou worden ingesteld. De maximale boetebedragen onder de AVG kunnen voor diverse categorieën van overtredingen oplopen tot € 20 miljoen. Dergelijke bedragen zullen alleen bij buitensporig zware overtredingen worden opgelegd. De AP heeft in haar boetebeleidsregels vier categorieën van basisboetes vastgesteld, variërend van € 100.000,- tot € 725.000,-. Deze basisboetes kunnen, naargelang de aard van de overtreding en andere omstandigheden, worden verlaagd of verhoogd. Schadevergoedingen voor betrokkenen kunnen worden toegekend op grond van materiële of immateriële schade. Materiële schade ontstaat in veel gevallen niet naar aanleiding van een schending van de persoonlijke levenssfeer. Immateriële schade, zoals reputatieschade of psychisch lijden, is waarschijnlijker, maar tegelijk moeilijk te bewijzen en te kwantificeren. In het algemeen is tot nu toe uit rechtspraak in Nederland gebleken dat schadebedragen tussen de € 250,- en € 2.500,- per betrokkene liggen, afhankelijk van de zwaarte van de inbreuk. In potentie kan dat, bij een grote groep getroffenen, tot een grote schadepost leiden. Van dergelijke claims is echter slechts sporadisch sprake, bijvoorbeeld in het kader van grote social mediabedrijven. Voor de berekening de van de benodigde weerstandscapaciteit is het financieel risico ingeschat op € 415.000,- met een kleine kans van optreden.

10.  Extra inzet gladheidbestrijding als gevolg van extreem winterweer
Ondanks de klimaatverandering en stijgende temperaturen, is er altijd nog kans op extreem winterweer. Dit kan er toe leiden dat extra inzet in het kader van de gladheidbestrijding nodig is om de veiligheid van de wegen van het waterschap te waarborgen. Gemiddeld wordt voor een strooiseizoen in de begroting rekening gehouden met 26 preventieve acties, 10 bruggenacties en 5 curatieve acties. 
De totale kosten voor gladheidbestrijding is in de begroting opgenomen voor € 1,75 miljoen. De financiële gevolgen bij extreem winterweer zijn ingeschat op € 300.000,- hogere kosten. De kans van optreden wordt als klein gezien.

Overige operationele risico’s (niet kwantificeerbaar)

Terug naar navigatie - Overige operationele risico’s (niet kwantificeerbaar)

Waterkeringen

  • Schade aan waterkeringen door droogte.
    Door droge periodes is er schade ontstaan aan waterkeringen. Het is nog niet duidelijk hoe groot de schade is, maar er zijn wel maatregelen nodig.
  • Er is nog geen beleid voor recreatief medegebruik en cultuurhistorie dat is gekoppeld aan de assets van het waterschap, waardoor gemaakte kosten voor onderhoud voor het waterschap zijn.
  • Bij projecten en werkzaamheden dient grond dat PFAS bevat nauwkeurig te worden afgevoerd. Door het ontbreken van een Bodem Kwaliteits Kaart (BKK) op een groot deel van de dijktrajecten, ontstaat er mogelijk vertraging en zijn extra maatregelen nodig. 
  • Verschillende personen binnen de dijkwacht bekleden dubbele rollen.
  • Verouderde techniek bij kunstwerken vereist dat er veel menskracht nodig is, met het gevolg dat er niet tijdig zou kunnen worden gehandeld bij calamiteiten.
  • Incomplete legger waterkeringen. 
    De legger waterkeringen is nog niet compleet, hetgeen noodzakelijk is wanneer de Omgevingswet in werking treedt.
  • Beoordeling regionale en primaire waterkeringen (LBO-2) en zorgplicht onder druk.
    De oorzaak  van deze risico’s komt door capaciteitsgebrek. Hierdoor kan het werk niet worden opgestart en stagneert de voortgang met betrekking tot voldoen aan de zorgplicht.
  • Minder inkomsten van stakeholders voor onderhoud Veerse Meer (convenant).
    Het Convenant Veerse Meer voor onderhoudswerkzaamheden is geactualiseerd en afgestemd met de convenantpartners provincie Zeeland, gemeenten Noord/Beveland, Veere, Middelburg en Goes, Staatsbosbeheer en Rijkswaterstaat. Echter, het traject voor bestuurlijke vaststelling en ondertekening door de convenantpartners loopt momenteel nog. Tevens vindt er een discussie plaats rondom de bereidheid van stakeholders (watersportverenigingen en commerciële jachthavens) om aan de onderhoudskosten te willen bijdragen. Dit kan betekenen dat er komende jaren in potentie inkomsten door het waterschap worden misgelopen. Indien dit aan de orde is zal er worden ingezet op een aanpassing van de financieringssystematiek, waartoe momenteel ook al een onderzoek loopt in opdracht van de Provincie Zeeland. Daarnaast loopt een onderzoek naar subsidiemogelijkheden in het kader van de Gebiedsinvesteringen door het ministerie van Economische Zaken. 

Watersystemen

  • Schade in waterlopen door extremere weersomstandigheden, en daarmee hogere kosten voor beheer en onderhoud, de omvang zal duidelijk worden uit de inventarisaties voor het reguliere onderhoud.
  • Personeelstekort & (brandstof)kostenstijging, met als risico uitval van onze onderaannemers. Risico is dat het onderhoud van de sloten en watergangen niet op het afgesproken niveau (of zelfs helemaal niet) uitgevoerd wordt. Gevolg is dan een slechter werkend watersysteem, doorschuiven en stapeling van werk en zekerheid over toename van kosten.

Afvalwaterketen

  • Projecten die door derden worden aangedragen. Er komen regelmatig projecten op de organisatie af die aangedragen of opgelegd worden door derden.  Voorbeeld hiervan is een nieuw te bouwen rioolgemaal te Perkpolder voor het vakantiepark Waterzande in 2023/2024. In de ontwikkeling van het park Waterzande wordt voorzien in de realisatie van woningen en overige voorzieningen zoals een restaurant enz. Hierdoor neemt het aanbod aan afvalwater toe, dat naar de rwzi Kloosterzande wordt getransporteerd. Hiervoor wordt een rioolgemaal gebouwd en een persleiding gelegd door de projectontwikkelaar. Een overeenkomst moet voorzien in de aanleg van dit transportsysteem op kosten van de projectontwikkelaar. Afspraken uit het verleden zijn onduidelijk en realisatie door het ontbreken van een projectleider is onzeker. Externe ondersteuning zal nodig zijn om onze eisen aan dit transportsysteem te regelen. Aanpassing van de rwzi Kloosterzande is reeds voorzien in de meerjarenraming. Het waterschap zal externe deskundigen moeten inhuren voor projectleiding en toezicht omdat deze capaciteit niet voorhanden is binnen het waterschap.
  • Onderhoudskosten nemen toe door leeftijd assets zoals bijvoorbeeld de IBA's (Industriële Behandeling Afvalwater). Gemeenten gaan de komende jaren investeren in nieuwe IBA's, maar dit proces is traag en kosten nemen vanaf 2023  fors toe. Er zullen onderhandelingen met gemeenten opgestart moeten worden om kosten te herverdelen.
  • Onderhoudsbudgetten zijn in het verleden onvoldoende meegegroeid met de uitbreiding van de assets én de stijging van de prijzen voor bijvoorbeeld materiaal, grondstoffen en chemicaliën; dit betekent dus minder onderhoud voor hetzelfde bedrag.
  • De haalbaarheid van de prestaties van afvalwaterketen staat onder druk vanwege problemen met betrekking tot personele capaciteit. Hierin spelen niet-ingevulde vacatures een rol en ook de benodigde inzet voor de afdeling projecten. Door de afdeling projecten wordt nog een stevig beroep gedaan op medewerkers van de afvalwaterketen. In het kader van het doorontwikkelen van de organisatie, het uniformeren van de werkwijze projectrealisatie, en het realiseren van een personele bezetting die past bij de opgave wordt, indien mogelijk, een beroep gedaan op inhuur om de ambities en prestaties van onze zuiveringstaken toch zoveel als mogelijk te kunnen realiseren. 

Wegen

  • Gebiedsgerichte aanpak (GGA) in samenwerking met gemeenten en Provincie
    De gebiedsgerichte aanpak (GGA) in samenwerking met gemeenten en Provincie heeft nog onvoldoende planning en structuur vanuit het waterschap. De kans bestaat hierdoor dat het waterschap pas laat betrokken wordt bij gebiedsplannen en zo minder invloed kan uitoefenen. Met weer als gevolg dat zo door derden kosten kunnen worden opgelegd aan het waterschap, in het geval van wegenschade in het gebied.
    In 2024 zal de ambtelijke werkgroep ‘optimalisatie wegbeheer’ dit onderwerp bespreken en een voorstel doen om te borgen dat het waterschap tijdig wordt betrokken bij gebiedsontwikkelingen. In dit voorstel zal ook het kostenveroorzakersprincipe worden meegenomen. 

Berekening waardering weerstandsvermogen

Terug naar navigatie - Berekening waardering weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit. In de nota weerstandsvermogen, risicomanagement, reserves en voorzieningen is bepaald dat het weerstandsvermogen van waterschap Scheldestromen moet voldoen aan de waardering B, ruim voldoende.

Bij beoordelen van het weerstandsvermogen wordt gebruik gemaakt van onderstaande tabel. 

Waardering Verhouding Betekenis
A >2,0 Uitstekend
B 1,4 - 2,0 Ruim voldoende
C 1,0 - 1,4 Voldoende
D 0,8 - 1,0 Matig
E 0,6 - 0,8 Onvoldoende
F < 0,6 Ruim onvoldoende

Classificering

Terug naar navigatie - Classificering

Op basis van deze indeling kan het weerstandsvermogen als volgt worden geclassificeerd.

Bedragen x € 1.000,-
2024 2025 2026 2027
Risico's 4.941
Weerstandscapaciteit 22.935 21.095 19.835 18.934
Weerstandsvermogen 3,5 3,2 3,1 2,9
Waardering A A A A

Schuldpositie

Terug naar navigatie - Schuldpositie

Schuldpositie
De netto schuld als aandeel van de inkomsten (netto schuldquote) geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie en de hoogte van de investeringen uit het nabije verleden. Anders gezegd: kan het waterschap zijn schulden wel dragen? 
In de beoordeling van de schuldpositie dient de taakuitoefening uitdrukkelijk betrokken te worden. Het waterschap moet in het beheersgebied investeren om een goede uitvoering van de waterschapstaken te garanderen. Deze netto schuldquote geeft, naast andere kengetallen, aan dat veel vreemd vermogen van het waterschap vast zit in met name de materiële vaste activa.  

De netto schuldquote voor waterschap Scheldestromen bedraagt 212% gebaseerd op de uitkomsten van de jaarrekening 2022. De berekening is gebaseerd op de besluitvorming in de algemene vergadering van 30 mei 2018, waarbij rekening is gehouden met structurele opbrengsten uit belastingen, uitkering gemeentefonds en dividend. De doelstelling in het beleid is een schuldquote die kleiner is dan 250%.
In onderstaande tabel is de indicatie van de schuldquote weergegeven voor deze begroting en meerjarenraming. Ter vergelijking zijn de realisatiecijfers 2018-2022 opgenomen. In deze schuldquote is voor 2024 en 2025 gerekend met de netto investeringsbesteding uit deze begroting en meerjarenraming. Voor de jaren 2026 en 2027 is rekening gehouden met een investeringsbesteding van € 45 miljoen, voor deze periode zal, op basis van capaciteit een realistische planning worden opgesteld. Over het ambitieniveau en de daarbij behorende hoogte van de bestedingen vanaf 2025 zal nog besluitvorming plaatsvinden bij het vaststellen van de betreffende begroting van dat jaar.

Bedragen x € 1,- mln.
jaar investerings- volume (netto) afschrij- ving overig financiering *1 vaste schulden- last overige schulden (-vorderingen) *2 totaal saldo schulden belasting- wegen, precario, dividend *3a netto- schuld- quote *3b
2016 Rek 17,2 18,3 10,4 240,5 -3,2 237,3 101,1 235%
2017 Rek 21,9 18,5 -5,7 238,2 2,3 240,5 103,3 233%
2018 Rek 33,6 18,6 2,7 255,9 2,2 258,1 106,4 243%
2019 Rek 27,0 19,7 -24,6 238,6 27,6 266,2 110,8 240%
2020 Rek 25,9 20,4 17,3 261,4 6,7 268,1 116,3 231%
2021 Rek 29,0 21,3 40,6 309,7 -33,4 276,3 121,4 228%
2022 Rek 26,2 21,7 -5,6 308,6 -37,1 271,5 128,3 212%
2023 Begr 46,0 20,9 -7,2 326,4 -9,7 316,7 137,7 230%
2024 Begr 51,5 21,0 -15,6 341,3 12,4 353,7 145,4 243%
2025 Mjr 46,0 21,8 1,6 367,1 12,4 379,5 155,6 244%
2026 Mjr 45,0 22,8 1,7 391,0 12,4 403,4 164,1 246%
2027 Mjr 45,0 24,0 2,3 414,3 12,4 426,7 173,1 247%

*1    overige financiering: voorfinanciering, teruggave beleggingsproduct, reserves
*2    overige schulden (- vorderingen): kortlopende schulden, overlopende passiva/activa, vorderingen, liquide middelen
*3a  belastingopbrengsten incl. uitkering wegen/dividend (beleid waterschap Scheldestromen AV 30-5-2018)
*3b  berekende schuldquote op basis van (3a) het vastgestelde beleid waterschap Scheldestromen

EMU-saldo

Terug naar navigatie - EMU-saldo

In het kader van een verantwoorde ontwikkeling van de economie in het monetaire stelsel binnen de landen die deelnemen aan de Economisch Monetaire Unie, is in het Verdrag van Maastricht een aantal afspraken gemaakt over gezonde overheidsfinanciën. Een belangrijke afspraak is dat het EMU-tekort van een lidstaat niet meer mag bedragen dat 3% van het BBP (Bruto Binnenlands Product). Voor de bepaling van het tekort tellen ook de uitgaven van de lagere overheden (provincies, gemeenten en waterschappen) mee.
Op grond van de Wet hof (houdbare overheidsfinanciën) moeten de vier overheden samen invulling geven aan de eisen die vanuit de Europese Unie ten aanzien van met name het EMU-saldo en de EMU-schuld worden gesteld. Om de voor hun kerntaken noodzakelijke investeringen uit te kunnen voeren, hebben de lagere overheden een zekere ruimte in het Nederlandse EMU-saldo nodig. De Wet hof kent als systematiek dat een kabinet aan het begin van zijn regeerperiode afspraken met IPO, VNG en Unie maakt over de ruimte voor de decentrale overheden in het EMU-tekort gedurende de gehele regeerperiode.  Bij het opstellen van deze begroting is er nog geen bestuurlijk akkoord afgesloten tussen het (demissionair) kabinet en de koepels van de decentrale overheden bereikt over de gezamenlijke EMU-ruimte van de gemeenten, provincies en waterschappen in de jaren 2024 t/m 2026.

De Unie van Waterschappen heeft indicatieve referentiewaarden berekend op basis van het volgende:

  1. In het Bestuurlijk Overleg Financiële Verhoudingen van dit najaar wordt het ambtelijk onderhandelingsresultaat voor de EMU-ruimte van de decentrale overheden vastgesteld. Dit onderhandelingsresultaat geeft aan dat de decentrale overheden voor de periode 2024 t/m 2026 een ruimte van 0,5% BBP hebben en waarbij er voor de waterschappen een ruimte van 0,06% BBP is;
  2. De waterschappen behouden deze ruimte in de jaren 2027 en 2028;
  3. Wat betreft de omvang van het BBP wordt de raming van september 2023 van het Centraal Planbureau (CBP) gehanteerd en wat betreft de ontwikkeling van het BBP in de periode 2024-2028 de raming van augustus 2023 van het CBP.

Het EMU-saldo is als volgt opgebouwd:

Bedragen x € 1.000,-
Omschrijving begroting Meerjarenraming
2024 2025 2026 2027
1 EMU exploitatiesaldo - - - -
(saldo exploitatiebegroting kosten/opbrengstensoorten
+ Dotaties aan reserves 2.000 - - -
-/- Onttrekkingen aan reserves -5.268 -3.074 -1.888 -1.175
Totaal EMU exploitatiesaldo -3.268 -3.074 -1.888 -1.175
2 Invloed investeringen
-/- Bruto investeringsuitgave (incl. geactiveerde lasten) -94.583 -73.985 -45.000 -45.000
+ Investeringssubsidies en –bijdragen 43.130 28.018 p.m. p.m.
+ Verkoop van vaste activa -
+ Afschrijvingen 21.049 21.786 22.767 23.993
Totaal invloed investeringen -30.404 -24.181 -22.233 -21.007
3 Invloed voorzieningen
+ Toevoeging aan voorzieningen 393 400 400 400
-/- Onttrekkingen aan voorzieningen (vrijval) - - - -
-/- Onttrekkingen rechtstreeks uit voorzieningen -503 -500 -500 -500
Totaal invloed voorzieningen -110 -100 -100 -100
4 Deelnemingen en aandelen
-/- Boekwinst - - - -
+ Boekverlies - - - -
Totaal invloed deelnemingen en aandelen - - - -
Geraamd EMU-saldo -33.782 -27.355 -24.221 -22.282
Maximaal EMU-tekort o.b.v. macroreferentiewaarde -21.500 -21.800 -22.000 -22.300
Verschil + = ruimte: - = tekort) -12.282 -5.555 -2.221 18

Bedrijfsvoering

Terug naar navigatie - Bedrijfsvoering

De bedrijfsvoering kenmerkt zich door kosteneffectiviteit en een sturingsprincipe waaraan continue verbetering inherent is. In Het bestuursakoord 2023-2027 zijn de doelstellingen vertaald in prestatie-indicatoren. Dit is financieel vertaald in de begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027.

Er is de afgelopen jaren hard gewerkt aan de professionalisering van de organisatie. De wijze van besturing van de ambtelijke organisatie is in 2022 vastgelegd in een besturingsfilosofie. De organisatiestructuur zelf is in 2022 ook grotendeels opnieuw neergezet. Met daarbij ook de invulling van veel van de nieuwe leidinggevende functies. Het accent is verschoven van de structuur naar de organisatiecultuur: hoe gaan we binnen onze organisatie met elkaar om en hoe kunnen we de onderlinge samenwerking nog verder verbeteren. Hiertoe zijn een leiderschaps- en een medewerkersprofiel opgesteld. In 2023 is op basis hiervan onder meer gestart met een leiderschapsprogramma.  

Ondertussen was er onverminderd aandacht voor procesmatig-, omgevingsgericht- en risico gestuurd werken om de dienstverlening voor de Zeeuwse burgers, recreanten en bedrijven te optimaliseren. Procesmatig werken geeft conform de besturingsfilosofie duidelijkheid over rollen en verantwoordelijkheden, wat er van medewerkers wordt verwacht en hoe dat bijdraagt aan de doelen van de organisatie. Op basis van de PDCA-keten richten we ons werk in. Een gezamenlijk beeld van de doelen en aanpak (Plan), uitvoering van het werk op basis van het proces en ieders vakbekwaamheid (Do) en geleerde lessen benoemen en toepassen (Check-Act) zijn voor alle werkzaamheden het uitgangspunt.

In alle processen wordt daarbij continu gezocht naar mogelijkheden om ze beter en efficiënter uit te voeren. Wat inhoudt dat zowel bij plannen, uitvoering als bijsturing keuzes gemaakt worden op basis van het te verwachten en gerealiseerd effect. Hiervoor is digitaal een monitor beschikbaar die een integraal beeld geeft van de prestatiedoelstellingen, investeringen, exploitatie en bijbehorende risico’s. Hierover wordt de algemene vergadering tweemaal tussentijds geïnformeerd. Deze informatie vormt de basis voor de (bij)sturing binnen de organisatie. In de jaarrekening vindt de eindverantwoording plaats.

Verbonden partijen

Terug naar navigatie - verbonden partijen

Deze paragraaf gaat in op de doelstellingen, activiteiten en de mate van de financiële betrokkenheid van de samenwerkingsverbanden waarin het waterschap participeert en waarin het tevens een bepaalde bestuurlijke invloed kan uitoefenen. Het gaat hierbij om banden met derde partijen, waarbij realiseren van een publiek belang centraal staat.
Per partij is sprake van een financieel en bestuurlijk belang. Onder een bestuurlijk belang wordt verstaan: vertegenwoordiging in het bestuur van een verbonden partij of het hebben van stemrecht. Met financieel belang wordt bedoeld: een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is als de verbonden partij failliet gaat, dan wel het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat, indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt.
De onderstaande verbonden partijen zijn van toepassing:

1.    Nederlandse Waterschapsbank N.V. 
2.    N.V. Slibverwerking Noord-Brabant
3.    Gemeenschappelijke regeling Het Waterschapshuis (HWH)
4.    Gemeenschappelijke regeling SaBeWa Zeeland
5.    Gemeenschappelijke regeling RUD-Zeeland 
6.    Unie van Waterschappen

Nederlandse Waterschapsbank N.V. (NWB)
Vestigingsplaats Den Haag
Rechtsvorm Naamloze Vennootschap
Ingangsdatum 1954
Participanten Aandeelhouders: Staat der Nederlanden, 9 provincies en alle waterschappen.
Publiek belang Als huisbankier van de waterschappen levert de NWB diensten op het gebied van betalingsverkeer, electronic banking en consultancy. Doelstelling van de bank is het zo gunstig mogelijk en exact op maat aanbieden van de gewenste financieringen.
Bestuurlijk belang Het waterschap is vertegenwoordigd in de algemene vergadering van aandeelhouders (AVA), naar rato van het aantal aandelen heeft het waterschap hierin stemrecht (6%). Ieder aandeel A heeft recht op 1 stem en ieder aandeel B geeft recht op 4 stemmen.
Financieel belang Het waterschap is aandeelhouder van 6,0% van het nominale aandelenkapitaal (4.380 aandelen A en 166 aandelen B). Op basis van het gestort aandelenkapitaal is er een financieel belang van 7,67%.
De AVA heeft besloten vanaf 2019 , over het boekjaar 2018, weer dividend uit te keren (vanaf 2012 gestopt om te voldoen aan kapitaaleisen Basel III). Over het boekjaar 2022 is in 2023 €4.604.095,- ontvangen aan dividend.
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
(jaarrekening 2022) 01-01 € 1.902,- mln. € 93.791,- mln.
31-12 € 1.995,- mln. € 70.964,- mln.
Gerealiseerd resultaat (na belastingen) 2022 € 143,0 mln. (2021 € 121,- mln.)
Beleidsvoornemens verbonden partij Maatschappelijke relevantie (lagere lasten voor de burger en verduurzaming), hoge kwaliteit, een sterke financiële positie en integriteit zijn de hoekstenen van het beleid van de bank.
Beleidsvoornemens waterschap omtrent verbonden partij Geen
Risico’s Volgens de verwachtingen zijn de economische ontwikkelingen in Nederland positief. Internationaal blijven de onzekerheden bestaan die de Nederlandse en Europese economie raken.
Relatie met programma Belasting- en algemene opbrengsten
Bestuurlijke vertegenwoordiger Ir. C.J.C. Michielsen
N.V. Slibverwerking Noord-Brabant (SNB)
Vestigingsplaats Moerdijk
Rechtsvorm Naamloze Vennootschap
Ingangsdatum 2010
Participanten De waterschappen Aa en Maas, De Dommel, Brabantse Delta, Vechtstromen, Scheldestromen.
Publiek belang Duurzame oplossing op het gebied van het verwerken van zuiveringsslib tegen zo laag mogelijke kosten.
Missie van SNB luidt: een voorbeeldfunctie bij de verwerking van zuiveringsslib. Zij garandeert continuïteit in slibverbranding met maximaal respect voor mens en milieu tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten.
Bestuurlijk belang Het waterschap is vertegenwoordigd in de Raad van commissarissen en de aandeelhoudersvergadering.
Financieel belang Waterschap Scheldestromen heeft met ingang van 2018 een aandeel van 7,97% in SNB. De waarde van de aandelen bedraagt € 354.014,-.
Ter financiering is in de vorm van een storting in de agioreserve een totaal bedrag van ruim € 7,9 miljoen (7,97%) ingebracht door waterschap Scheldestromen. Binnen de bedrijfseconomische resterende levensduur wordt de agioreserve terugbetaald. De agio bedraagt eind 2022 € 1,556 miljoen.
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
(jaarrekening 2022) 01-01 € 18,0 mln. € 26,9 mln.
31-12 € 15,2 mln. € 30,0 mln.
Resultaat (na belastingen) 2022 -€ 1,858 mln. (2021 -€ 0,9 mln.)
Beleidsvoornemens verbonden partij In de AVA van 17 december 2020 is het Ondernemingsplan SNB 2021 -2026 vastgesteld. In het ondernemingsplan wordt invulling gegeven aan de uitgangspunten vergroten van de ondernemingswaarde, het verder verduurzamen van de slibketen en het verder optimaliseren en intensiveren van de samenwerking met de waterschappen. SNB wil dit realiseren langs de sporen van “excellente dienstverlener”,  “duurzame ketenbouwer” en “innovatieve scout”.
Beleidsvoornemens waterschap omtrent verbonden partij Waterschap Scheldestromen zal daar waar mogelijk een bijdrage leveren aan het zo optimaal mogelijk realiseren van de doelstellingen zoals o.a. de bezettingsgraad van de installatie.
Risico’s Onderbezetting van de installaties, BTW risico
Relatie met programma Programma: Afvalwaterketen
Bestuurlijke vertegenwoordiger Vertegenwoordiger aandeelhoudersvergadering: ing. M.J. Poissonier-Dekker
Gemeenschappelijke regeling Het Waterschapshuis (HWH)
Vestigingsplaats Amersfoort
Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling
Ingangsdatum 2012 (Stichting 2005)
Participanten De waterschappen
Publiek belang HWH is de regie- en uitvoeringsorganisatie voor de 21 waterschappen op het gebied van Informatie en Communicatie Technologie. HWH heeft als doel het bevorderen van samenwerking op het gebied van ICT tussen de waterschappen en de andere overheden die actief zijn in de natte sector. Onder begeleiding van HWH spannen de waterschappen zich gezamenlijk in om de kwaliteit van de digitale dienstverlening naar burgers en bedrijven te verbeteren. Daarnaast is het streven gericht op een aanzienlijke kostenbesparing op alle ICT-uitgaven.
Bestuurlijk belang Van elk deelnemend waterschap is één dagelijks bestuurslid afgevaardigd in het algemeen bestuur van HWH. Deze leden kiezen uit hun midden de voorzitter en de andere vier leden van het dagelijks bestuur.
Financieel belang De financiële bijdrage van waterschap Scheldestromen bedraagt in 2024 € 1.099.922,-.
Vermogen Eigen vermogen Vaste passiva
(jaarrekening 2022) 01-01 € - mln. € 8,3 mln.
31-12 € - mln. € 10,2 mln.
Gerealiseerd resultaat 2022 vóór bestemming € 4,4 mln. (2021 € 3,3 mln.)
Beleidsvoornemens verbonden partij Meer concreet heeft HWH, als gezamenlijke ICT-dienst van de waterschappen tot doel om de kwaliteit van de bedrijfsvoering van de waterschappen te verbeteren, de ICT-processen efficiënter te maken en kosten te besparen, de innovatieve slagkracht te vergroten, het imago van de waterschappen als professionele moderne overheid te versterken en bredere facilitaire samenwerking van de waterschappen te stimuleren. Hiertoe zal HWH 2.0 verder uitgewerkt worden, met als doel het verminderen van de bijdragen van de deelnemers.
Beleidsvoornemens waterschap omtrent verbonden partij Waterschap Scheldestromen gaat, evenals voorgaande jaren, alle HWH-programma’s kritisch bekijken en bezien op nut en noodzaak.
Risico’s -
Relatie met programma Paragraaf: Bestuur en organisatie
Bestuurlijke vertegenwoordiger Mr. drs. A.J.G. Poppelaars
Gemeenschappelijke regeling SaBeWa Zeeland
Vestigingsplaats Terneuzen
Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling
Ingangsdatum 1-10-2012
Participanten De gemeenten Borsele, Goes, Kapelle, Tholen, Reimerswaal, Sluis, Terneuzen en Hulst en waterschap Scheldestromen.
Publiek belang SaBeWa staat voor Samenwerking Belastingen en Waardebepaling en verzorgt de heffing en invordering van de gemeentelijke en waterschapsbelastingen en de uitvoering van de Wet WOZ.
Bestuurlijk belang Van elke deelnemer is één dagelijks bestuurslid afgevaardigd in het algemeen bestuur van SaBeWa Zeeland. Het dagelijks bestuur bestaat uit 1 lid namens het waterschap en 2 leden namens de gemeenten. Deze 3 leden worden gekozen uit het algemeen bestuur.
Financieel belang De kostenverdeelsleutels voor de deelnemers zijn:
- uitvoering Wet onroerende zaken: aantal WOZ-objecten
- onderdeel Heffen : het aantal aanslagregels
- onderdeel Innen : het aantal aanslagregels
De financiële bijdrage 2024 bedraagt € 2.502.472,-
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
(jaarrekening 2022) 01-01 € 0,33 mln. € 8,6 mln.
31-12 € 0,23 mln. € 7,6 mln.
Gerealiseerd resultaat 2022 € 0,1 mln. (2021 € 0,2 mln.)
Beleidsvoornemens verbonden partij Optimaliseren van de organisatie en processen.
Beleidsvoornemens waterschap omtrent verbonden partij Het waterschap zal daar waar mogelijk een bijdrage leveren aan het zo optimaal mogelijk realiseren van de doelstellingen.
Risico’s -
Relatie met programma Programma: Bestuur en organisatie
Bestuurlijke vertegenwoordiger Mr. drs. A.J.G. Poppelaars
Unie van Waterschappen (UvW)
Vestigingsplaats Den Haag
Rechtsvorm Vereniging
Ingangsdatum 1927
Participanten De waterschappen
Publiek belang De vereniging heeft tot doel de leden individueel en collectief bij te staan bij de vervulling van hun bestuurstaken. De Unie treedt namens de waterschappen op als vertegenwoordiger naar het parlement, de Rijksoverheid, IPO, VNG en Europa.
Bestuurlijk belang Het waterschap heeft zitting in de ledenvergadering (voorzitters van alle waterschappen).
Financieel belang Voor 2024 is een contributie van € 509.972,- (2023 +4,8% + 10%), daarnaast € 125.000,- bijdrage voor de bestrijding bever- en muskusratten en € 5.000,- voor de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB) en een bijdrage van € 6.667,- voor Het Waterschap.
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
(jaarrekening 2022) 01-01 € 3,1 mln. € 23,5 mln.
31-12 € 2,7 mln. € 22,2 mln.
Gerealiseerd resultaat 2022 -€ 0,4 mln. (2021 € 1,1 mln.)
Beleidsvoornemens verbonden partij De Unie van Waterschappen ondersteunt ook in 2022 de waterschappen waar mogelijk bij het realiseren van hun ambities, bijvoorbeeld door op politiek-bestuurlijk niveau afspraken te maken, zaken te agenderen, belemmeringen weg te nemen en samenwerkingen te initiëren.
In de begroting 2022 zijn de volgende speerpunten benoemd:
·        De uitrol van het klimaatakkoord;
·        De nationale omgevingsvisie (NOVI);
·        Klimaatadaptie;
·        Stikstofproblematiek;
·        De Omgevingswet;
·        Aanvullende afspraken Bestuursakkoord Water;
·        Vitale vereniging;
Dit alles kan alleen maar als er ook binnen de vereniging, met en tussen de 21 waterschappen, een goede onderlinge verbinding is. Door elkaar regelmatig te ontmoeten, onderwerpen zowel in formele als informele setting te bespreken en de verenigingsstructuur te gebruiken om breed gedragen standpunten en besluiten (in) te nemen. Juist dan kan de in de afgelopen jaren gegroeide positie van de waterschappen verder worden versterkt.
Beleidsvoornemens waterschap omtrent verbonden partij Waterschap Scheldestromen zal daar waar mogelijk een bijdrage leveren aan het zo optimaal mogelijk realiseren van de doelstellingen.
Risico’s -
Relatie met programma Programma: Bestuur en organisatie
Bestuurlijke vertegenwoordiger Mr. drs. A.J.G. Poppelaars

Openbaarheidsparagraaf

Terug naar navigatie - openbaarheidspargraaf

De Wet open overheid (Woo) is op 1 mei 2022 in werking getreden en verplicht een bestuursorgaan tot actieve openbaarmaking van informatie. Op grond van artikel 3.5 van de Woo is een bestuursorgaan verplicht om jaarlijks in de begroting en de verantwoording aandacht te besteden aan de beleidsvoornemens en uitvoering van de Woo. In deze paragraaf wordt op hoofdlijnen een kwalitatieve beschrijving gegeven van de activiteiten die worden uitgevoerd in 2024 op de thema’s actieve en passieve openbaarmaking en verbetering van de informatiehuishouding.
 
1) Actieve openbaarmaking voor de verplichte categorieën documenten (artikel 3.3 Woo)
Onder actieve openbaarmaking verstaan we de activiteiten die vanuit het waterschap worden ondernomen om informatie op eigen initiatief openbaar te maken voor de samenleving. In artikel 3.3. Woo staat omschreven welke categorieën informatie verplicht openbaar dienen te worden gemaakt. Niet alle categorieën hoeven in één keer actief openbaar te worden gemaakt. De verplichting tot actieve openbaarmaking is namelijk niet direct in werking getreden, maar treedt pas op een later moment gefaseerd in werking (artikel 10.3 Woo). Over de definities van de verschillende categorieën en de definitieve fasering en planning van de openbaarmaking is nog geen besluit genomen.

In 2024 zal waterschap Scheldestromen in ieder geval de volgende categorieën informatie openbaar maken:

  • Convenanten;
  • Woo-verzoeken, inclusief de schriftelijke beslissingen op die verzoeken en de daarbij verstrekte informatie. 

Daarna zullen, afhankelijk van de landelijke ontwikkelingen, de onderstaande categorieën volgen:

  • Bestuursstukken: agenda’s, besluiten en besluitenlijsten van vergaderingen van het dagelijks bestuur;
  • Onderzoeken: op verzoek van een bestuursorgaan ambtelijk of extern opgestelde onderzoeksrapporten;
  • Klachten: schriftelijke oordelen in klachtprocedures zoals bedoeld is in titel 9.1 Awb.

2) De inspanningsverplichting tot openbaarmaking voor andere documenten dan de verplichte categorieën (artikel 3.1 Woo)
Openbaarmaking zou in eerste instantie centraal plaatsvinden via het landelijke Platform Open OverheidsInformatie (PLOOI), een door het ministerie van BZK ontwikkeld platform voor centrale actieve openbaarmaking van overheidsinformatie. Dit is technisch onmogelijk gebleken en er wordt nu gewerkt aan decentrale openbaarmaking via een specifiek daarvoor opgezette zoekmachine: de Woo-index. Ten aanzien van de aansluiting op de Woo-index volgen we de landelijke ontwikkelingen en de lijn van de Unie van Waterschappen. De verwachting is dat dat het systeem in 2024 operationeel is.
  
3) Passieve openbaarmaking (openbaarmaking op verzoek; hoofdstuk 4 Woo)
Onder passieve openbaarmaking verstaan we het openbaar maken van informatie naar aanleiding van een verzoek uit de samenleving, zoals bijvoorbeeld Woo-verzoeken. We houden daarmee rekening met het anonimiseren van persoonsgegevens. Er zal, rekening houdend met de wettelijke vereisten in de Woo, een beleidslijn en ambitieniveau worden opgesteld.
 
4) De informatiehuishouding (Hoofdstuk 6 Woo)
Voor de verbetering van de informatiehuishouding worden in 2024 de volgende activiteiten gerealiseerd:

  • Communicatie, begeleiding medewerkers: In 2024 worden een aantal voorlichtingssessies georganiseerd om medewerkers bewust te maken van de Woo, hun rol hierin en welke ondersteuning ze kunnen verwachten. 
  • Documentverwerking en archivering: Het goed opslaan van verschillende vormen van informatie is essentieel voor openbaarmaking van informatie. Daarom worden er in 2024 verdere stappen genomen in het optimaliseren en het voorlichten, opleiden en begeleiden van medewerkers. 

Systemen en procedures: Ook in 2024 zal gewerkt worden aan verdere optimalisatie van systemen en procedures. Verwerkingssystemen, beleid en werkafspraken op het gebied van de datavoorziening, informatiehuishouding en informatievoorziening worden geactualiseerd, geoptimaliseerd en indien noodzakelijk uitgebreid. 
  
5) Het in dienst hebben van een Woo-contactpersoon (artikel 4.7 Woo)
De Woo schrijft voor dat ieder bestuursorgaan één of meer contactpersonen heeft om vragen van burgers te beantwoorden over de beschikbaarheid van publieke informatie. Voor 2024 is in de begroting 0,5 fte voor de Woo-contactfunctionaris voorzien.
 
6) Eventuele activiteiten om de Woo te implementeren:
-    Programmaplan, inclusief middelen vaststellen en uitvoeren;
-    Bestuurlijk ambitieniveau openbaarheid van informatie vaststellen; 
-    Beleidslijn passieve openbaarmaking vaststellen;
-    Beleidslijn actieve openbaarmaking vaststellen;
-    Werkproces actieve openbaarmaking vaststellen;
-    Internetsite voor actieve openbaarmaking WS opzetten;
-    Bewustzijn campagne organisatiebreed uitvoeren.
 

De toegezegde bijdragen / kosten zijn in onderstaande tabel opgenomen: 

Bedragen x € 1,-
Begroting 2024 / Meerjarenraming 2025-2027
Bijdrage / kosten Woo 2024 2025 2026 2027
bijdrage via Unie
incidenteel 42.126 75.087 42.126 0
structureel 118.442 139.392 139.392 139.392
totaal bijdrage 160.568 214.479 181.518 139.392
opgenomen in begroting
incidenteel 42.126 75.087 42.126 0
structureel 118.442 139.392 139.392 139.392
totaal* 160.568 214.479 181.518 139.392
*De totale kosten zullen naar verwachting hoger zijn omdat op de bijdragen via de Unie geen indexatie plaatsvindt.