2. Jaarverslag

2.1 Indeling Programmaverantwoording

Programma / Resultaat

Terug naar navigatie - 2.1 Indeling Programmaverantwoording - Programma / Resultaat

De totale kosten zijn verdeeld over 6 programma's. In onderstaand overzicht zijn de netto kosten per programma, de inzet van de reserves en het bruto- en netto resultaat weergegeven. 

Bedragen x €1.000
Programma Realisatie 2024 Begroting 2025 incl wijzigingen Realisatie 2025
Lasten
Programma Waterkeringen 12.017 13.216 12.029
Programma Watersystemen 36.637 41.093 41.158
Programma Wegen 27.699 30.563 30.307
Programma Afvalwaterketen 30.771 35.819 33.917
Programma Bestuur&Organisatie 43.194 46.767 48.137
Belasting- en Algemene Opbrengsten -22 0 -15
Totaal Lasten 150.296 167.458 165.534
Baten
Programma Waterkeringen -666 -498 -511
Programma Watersystemen -175 -143 -713
Programma Wegen -20.068 -21.329 -21.457
Programma Afvalwaterketen -1.324 -1.218 -1.645
Programma Bestuur&Organisatie -4.960 -5.096 -5.684
Belasting- en Algemene Opbrengsten -130.406 -138.847 -138.884
Totaal Baten -157.598 -167.131 -168.894
Netto resultaat -7.302 327 -3.360
Stortingen
Programma Waterkeringen 1.604 206 206
Programma Watersystemen 930 1.180 1.180
Programma Wegen 5.363 461 461
Programma Afvalwaterketen 1.767 109 109
Programma Bestuur&Organisatie 474 381 381
Reserves 4.735 8.623 8.623
Totaal Stortingen 14.873 10.960 10.960
Onttrekkingen
Programma Waterkeringen -1.408 -358 -358
Programma Watersystemen -913 -1.390 -1.307
Programma Wegen -6.309 -2.560 -2.466
Programma Afvalwaterketen -756 -622 -549
Programma Bestuur&Organisatie -1.930 -1.843 -1.626
Reserves -4.430 -4.514 -4.514
Totaal Onttrekkingen -15.745 -11.287 -10.820
Saldo inzet reserves -873 -327 140

2.1.1 Programma Waterkeringen

Terug naar navigatie - 2.1.1 Programma Waterkeringen - Programma Waterkeringen algemeen

In Nederland bepaalt de Waterwet dat waterkeringen – dijken, dammen, stuwen en duinen – moeten voldoen aan strenge veiligheidsnormen. Deze wet is er sinds 2009 en zorgt ervoor dat we de waterveiligheid regelmatig toetsen en waar nodig verbeteren. Onder andere door toenemende dreiging van klimaatverandering, zijn in 2017 aangescherpte veiligheidseisen ingevoerd. Dit betekent dat waterschappen dijken moeten aanpassen om aan deze nieuwe eisen te voldoen en om te zorgen voor blijvende waterveiligheid voor onze inwoners. Waterschap Scheldestromen beheert en inspecteert dagelijks ruim 425 kilometer aan Zeeuwse dijken en duinen. Tot 2050 versterken we 114 kilometer aan Zeeuwse kustlijn binnen het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP).

Wat hebben we bereikt Programma Waterkeringen

Terug naar navigatie - 2.1.1 Programma Waterkeringen - Wat hebben we bereikt Programma Waterkeringen

In 2025 hebben we in brede zin voortgang geboekt op onze inzet voor waterveiligheid in Zeeland. Voor het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) is een belangrijk resultaat dat alle gewenste trajecten voor de middellange termijn zijn opgenomen in de landelijke programmering. Daarmee ligt waterschap Scheldestromen op koers voor de versterkingsopgave tot 2050. Daarnaast is gestart met de tweede landelijke beoordelingsronde (LBO-2) voor de primaire waterkeringen. Deze wettelijke beoordeling moet voor 1 januari 2035 zijn afgerond. Op het gebied van zorgplicht hebben we duidelijke stappen gezet in de verdere professionalisering van onze werkwijze. De jaarlijkse Waterveiligheidsrapportage is opgesteld en de nieuwe toezichtstrategie van ILT is toegepast. Risico gestuurd assetmanagement is in ontwikkeling, ondersteund door verbeteringen in onze informatievoorziening en gegevenskwaliteit. Het Beheerplan Waterkeringen is conform planning verder uitgewerkt en ligt op schema voor afronding eind 2026. Het plan geeft steeds scherper inzicht en kaders voor toekomstbestendige beheerafwegingen. Daarnaast hebben we actief deelgenomen aan regionale en landelijke initiatieven, waaronder het gebiedsoverleg Zuidwestelijke Delta en de Klimaatadaptatiestrategie Zeeland. Deze samenwerking versterkt onze kennis en draagt bij aan goed afgestemde keuzes in waterveiligheid en klimaatadaptatie. Ook hebben we veel plannen van derden beoordeeld en initiatiefnemers begeleid bij ontwikkelingen die raken aan onze waterkeringen. Hierbij zijn onze technische adviezen en beleidskaders richtinggevend geweest. Voor het Veerse Meer is uitvoering gegeven aan het convenant 2024–2033 en is gestart met het opstellen van het businessplan met alle convenantpartners. Op het gebied van recreatief medegebruik zijn stappen gezet richting het actualiseren van afspraken met gemeenten, waaronder de uitwerking van het plan van aanpak. Tot slot hebben we inspanningen geleverd om in te spelen op landelijke en Europese ontwikkelingen, en actief deelgenomen aan de ontwikkelingen rondom de herijking van het HWBP en de implementatie van de Europese Richtlijn Overstromingsrisico’s. Deze ontwikkelingen worden actief gevolgd en betrokken bij onze strategische planning. Eén onderdeel daarvan is de uitwerking van de waterveiligheidsfilosofie die in 2026 zal worden afgerond. 

Overzicht prestaties programma Waterkeringen

Terug naar navigatie - 2.1.1 Programma Waterkeringen - Overzicht prestaties programma Waterkeringen

Waterveiligheid

  • We boeken jaarlijks vooruitgang op de prestatie-indicator inrichting- en uitvoeringseisen wettelijke zorgplicht primaire waterkeringen (wordt meetbaar gemaakt in de jaarlijkse waterveiligheidsrapportage).
  • We lopen op schema om de doelstelling van het HWBP voor 2050 te halen zodat alle waterkeringen en kunstwerken binnen het areaal aan de norm voldoen zoals gesteld in de Waterwet (meetbaar in jaarlijkse rapportage herijking programmering HWBP). 

Toelichting prestaties programma Waterkeringen

Terug naar navigatie - 2.1.1 Programma Waterkeringen - Toelichting prestaties programma Waterkeringen
  • Jaarlijkse vooruitgang zorgplicht

    Samenvattend kan worden gesteld dat het waterschap de zorgplicht voor de waterkeringen op deskundige wijze uitvoert. De organisatie boekt aantoonbare vooruitgang in het realiseren van de ambities en blijft gericht werken aan verdere verbetering. Het jaar 2025 laat zien dat de organisatie zich verschuift van inrichting en voorbereiding naar concrete uitvoering en borging van juridisch beheer, informatiemanagement, assetmanagement, vergunningverlening, toezicht en handhaving en calamiteitenzorg, met een duidelijke focus op risicogericht werken en operationele effectiviteit.

  • Doelstelling HWBP 2050
    In 2025 zijn stappen gezet om de doelstelling van het HWBP voor 2050 te halen. Meerdere projecten zijn op het programma gekomen, waarbij voor alle fasen subsidie is voorzien. Landelijk wordt gewerkt aan een lange termijn planning om te zorgen dat we als alliantie de deadline halen. Binnen Scheldestromen lopen op dit moment meerdere projecten. Aandachtspunt blijft de personele capaciteit, al zijn ook daar de nodige stappen in gezet. 

Exploitatie

Terug naar navigatie - 2.1.1 Programma Waterkeringen - Exploitatie
Bedragen x €1.000
Beleidsproducten Realisatie 2024 Begroting 2025 incl wijzigingen Realisatie 2025
Lasten 12.017 13.216 12.029
Baten -666 -498 -511
Gerealiseerd saldo van baten en lasten 11.351 12.718 11.518
Stortingen 1.604 206 206
Onttrekkingen -1.408 -358 -358
Totaal reserves; 196 -152 -152

Toelichting afwijkingen exploitatie

Terug naar navigatie - 2.1.1 Programma Waterkeringen - Toelichting afwijkingen exploitatie

De netto kosten voor het programma Waterkeringen over 2025 zijn € 1.200.000,- lager ten opzichte van de begroting 2025 inclusief wijzigingen. Deze daling wordt veroorzaakt door lagere lasten van € 1.187.000,- en hogere baten van € 13.000,-. De belangrijkste wijzigingen betreffen:

Lasten:

De lasten binnen het programma Waterkeringen vallen ten opzichte van de begroting op totaalniveau € 1.187.000,- lager uit. Bij de externe kosten zijn de lasten € 482.000,- lager dan begroot,  de personeelslasten zijn € 414.000,- lager dan begroot en de kapitaallasten zijn € 291.000,- lager dan begroot. Hieronder een toelichting op de grootste afwijkingen.

  • € 250.000,- hogere lasten voor veiligheidstoetsing. Er zijn extra onderzoeken uitgevoerd als voorbereiding op de nog op te starten HWBP-projecten en er zijn kosten gemaakt voor het doorontwikkelen van het softwarepakket Zeekoe wat gebruikt wordt voor dieptemetingen.
  • € 116.000,- hogere lasten voor het maaien van waterkeringen. In 2025 is het raamcontract voor het maaien van waterkeringen en wegbermen opnieuw aanbesteed met hogere tarieven tot gevolg. Daarnaast is de onderhoudsmethode gewijzigd door de nieuwe gedragscode soortenbescherming, met meer extensief maaien en afvoeren van maaisel.
  • € 500.000,- lagere lasten voor onderhoud kunstwerken in primaire en regionale waterkeringen. Als gevolg van het tijdelijk vacant zijn van de functie maintenance engineer is er minder onderhoud uitgevoerd dan begroot was. 
  • € 285.000,- lagere lasten onderhoud waterkeringen. De lagere lasten hebben diverse oorzaken, werkzaamheden zijn efficiënter uitgevoerd, door het ontbreken van definitieve beleidskaders zijn werkzaamheden aan regionale waterkeringen doorgeschoven naar 2026 en na inspecties is gebleken dat er minder onderhoud en reparaties nodig waren aan de glooiingen.
  • € 65.000,- lagere lasten voor calamiteitenplannen. Er was in 2025 geen noodzaak voor externe adviezen of evaluaties waardoor het budget hiervoor niet is gebruikt. 
  • € 414.000,- lagere personeelslasten als gevolg van openstaande vacatures en een lagere urenverantwoording op het programma dan begroot door ondersteunende teams zoals de centrale werkplaats, vergunningverlening en het team calamiteitenzorg.
  • € 291.000,- lagere kapitaallasten door voornamelijk lagere rentelasten. Voor de voorfinanciering van project HWBP Hansweert waren ook rentelasten begroot maar deze zijn bij de 4e begrotingswijziging al naar beneden bijgesteld.

Baten:

De externe opbrengsten die in de begroting zijn opgenomen bestaan voornamelijk uit bijdragen van de convenantpartners voor de exploitatie Veerse Meer. De opbrengsten vallen in totaal € 13.000,- hoger uit dan begroot. 

Reserves:

Er waren in 2025 geen wijzigingen in de stortingen en onttrekkingen van de reserves ten opzichte van de begroting 2025 inclusief wijzigingen.

2.1.2 Programma Watersystemen

Terug naar navigatie - 2.1.2 Programma Watersystemen - Programma Watersystemen algemeen

Het programma Watersystemen omvat een breed pakket aan taken en verantwoordelijkheden voor beleid, beheer en onderhoud van oppervlakte- en grondwater en muskusrattenbestrijding. Onder invloed van Europese en landelijke wetgeving, klimaatverandering, opkomst van nieuwe stoffen, maar ook maatschappelijke thema’s als zoet water, werken we aan grote uitdagingen met als doel schoon en voldoende water. 

Wat hebben we bereikt Programma Watersystemen

Terug naar navigatie - 2.1.2 Programma Watersystemen - Wat hebben we bereikt Programma Watersystemen

De grote en verantwoordelijke rol die we als waterschap hebben in het beheer en onderhoud van het watersysteem in de provincie hebben we in 2025 ingevuld. Het uitgangspunt dat er bij extreme neerslag geen verwijtbare schade is door overstroming vanuit de sloot is in het droge jaar 2025 gerealiseerd. Het maaiseizoen dat dit jaar eerder dan de verwachte 15 augustus gestart is, is volledig benut. Er is gewerkt volgens de Gedragscode bestendig beheer en onderhoud, waarbij ook een tussenevaluatie is gedaan.

Gezond Water
Het meest zichtbare onderhoud zoals baggeren en onderhoud aan de waterlopen heeft vooral in de tweede helft van het jaar plaats gevonden. En de voorbereiding en uitvoering van werkzaamheden zoals afgesproken binnen de programmering voor de Kader Richtlijn Water (KRW) lopen naast elkaar. Er zijn Natuurvriendelijke oevers aangelegd en de voorbereiding voor de resterende kilometers wordt opgepakt. Ook is er een aanvullend maatregelenpakket opgesteld voor het SGBP3 (2022-2027) en is er een start gemaakt met het opstellen van het SGBP4 (2028-2033). Het terugdringen van Emissies en de maatregelen die hiervoor bedacht zijn, zijn geprogrammeerd binnen de waterschapsprojecten en worden zowel gestimuleerd binnen het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) als via het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW).

Voldoende water, passende peilen
De evaluatie van de huidige peilbesluiten wordt uitgevoerd, zodat we door de hele provincie een goed peilbeheer kunnen voeren. Cruciaal in het peilbeheer is goed onderhoud van onze stuwen en gemalen en afspraken over de betrouwbaarheid en beschikbaarheid hiervan. Assetmanagementbeleid is organisatiebreed opgepakt en vastgesteld en de onderhoudsplanningen worden meer toekomstgericht opgebouwd.

Het beheer en waar mogelijk vergroten van de zoetwatervoorraad is uitgevoerd. Onderzoek en meewerken aan pilots als bassins, zoet zoute stuwen, Interreg projecten in het gebied dragen hier aanzienlijk aan bij. De samenwerking met de provincie Zeeland en binnen de Zuid Westelijke Delta zijn hier helpend in.

Overzicht prestaties programma Watersystemen

Terug naar navigatie - 2.1.2 Programma Watersystemen - Overzicht prestaties programma Watersystemen

Voldoende Water

  • 95% van de geplande en begrote onderhoudswerkzaamheden van maaien en baggeren in het watersysteem zijn jaarlijks uitgevoerd.
  • De vangstinspanning loopt gelijk op met de landelijke afspraken voor de muskus-rattenbestrijding, zowel in het midden van Zeeland als in de grensregio.

Schoon water

  • In 2027 hebben we 38,2 kilometer natuurvriendelijke oevers aangelegd, waarmee voor 100% aan de KRW-opgave op dit punt is voldaan.
  • In 2027 hebben we zes vispassages aangelegd waarmee 60% van ons beheergebied bereikbaar is voor vis, waarmee voor 100% aan de KRW-opgave op dit punt is voldaan.

Toelichting prestaties programma Watersystemen

Terug naar navigatie - 2.1.2 Programma Watersystemen - Toelichting prestaties programma Watersystemen
  • Onderhoudswerkzaamheden van maaien en baggeren in het watersysteem:
    In 2025 zijn 95% van de maaiwerkzaamheden en 96% van de reguliere baggerwerkzaamheden uitgevoerd. Resterende werkzaamheden worden het eerste kwartaal van 2026 uitgevoerd, waardoor de prestatie-indicator van 95% ruim gehaald wordt. 

  • Vangstinspanning muskusratbestrijding:
    Zoals verwacht is de vangstinspanning is in 2025 met 25% gedaald. Het vangstresultaat is 2.976 vangsten in 2025 ten opzichte van 3.992 vangsten in 2024. Hiermee blijft de landelijke doelstelling 2034 van de nuloptie in Zeeland haalbaar.

  • Aanleg natuurvriendelijke oevers:
    Van de geplande 38,2 km aan natuurvriendelijke oevers (NVO's) is inmiddels 18,7 km gerealiseerd. Daarnaast bevindt 15,3 km zich in voorbereiding of uitvoering. Voor de resterende meters is er intensief overleg tussen SBB, provincie Zeeland en het waterschap, de verwachting is op korte termijn overeenstemming te hebben over de resterende opgave.

  • Aanleg vispassages:

    Tot en met 2027 is de realisatie van zes vispassages voorzien. Met de aanleg van deze voorzieningen wordt volledig invulling gegeven aan de opgave vanuit de Kaderrichtlijn Water (KRW) op dit onderdeel. De uitvoering verloopt conform planning. De vispassages maken onderdeel uit van de KRW-maatregelen zoals opgenomen in het Waterkwaliteitportaal. Voor deze maatregelen geldt een resultaatverplichting richting de provincie Zeeland en het Rijk.

    Van de zes geplande vispassages zijn inmiddels drie projecten succesvol opgeleverd, te weten de vispassage De Poel en Lovenpolder in 2024 en de vispassage bij Stuw Dreefken in 2025. Voor de resterende drie locaties — Borssele, De Luyster en Nieuwesluis — zijn de voorbereidende werkzaamheden gestart, waarbij deze volgens afspraak voor eind 2027 worden opgeleverd.

Exploitatie

Terug naar navigatie - 2.1.2 Programma Watersystemen - Exploitatie
Bedragen x €1.000
Beleidsproducten Realisatie 2024 Begroting 2025 incl wijzigingen Realisatie 2025
Lasten 36.637 41.093 41.158
Baten -175 -143 -713
Gerealiseerd saldo van baten en lasten 36.463 40.950 40.445
Stortingen 930 1.180 1.180
Onttrekkingen -913 -1.390 -1.307
Totaal reserves; 17 -210 -127

Toelichting afwijkingen exploitatie

Terug naar navigatie - 2.1.2 Programma Watersystemen - Toelichting afwijkingen exploitatie

De netto kosten voor het programma Watersystemen over 2025 zijn € 422.000,- lager ten opzichte van de begroting 2025 inclusief wijzigingen. Deze daling wordt veroorzaakt door hogere lasten van € 65.000,-, hogere baten van € 570.000,- en een lagere onttrekking uit de reserve van € 83.000,- ter dekking van de incidentele kosten. De belangrijkste wijzigingen betreffen:

Lasten: 

De lasten voor het programma overschrijden de begroting in totaal met € 65.000,- (0,2%). Hieronder een specificatie van de belangrijkste verschillen:

  • € 1.136.000,- lagere lasten voor elektriciteit. Door de droogte is er minder uitgegeven aan elektriciteit.
  • € 801.000,- hogere lasten voor het maaibestek. Het maaibestek is duurder geworden door de nieuwe aanbesteding van het nieuwe maaibestek 2025-2028. Ondanks de verandering van maaimethode boven de Westerschelde is dankzij het droge najaar meer werk uitgevoerd dan verwacht.
  • € 378.000,- hogere baten voor BOB gefactureerde werkzaamheden gemeenten. Per 2025 worden de BOB werkzaamheden niet meer op basis van gemene rekening verrekend met de gemeenten maar op basis van facturatie. In de begroting 2025 zijn deze opbrengsten opgenomen in de lasten maar in de realisatie zijn de opbrengsten conform regelgeving opgenomen onder de baten. Hierdoor vindt er een verschuiving plaats tussen lasten en baten.
  • € 180.000,- hogere kosten voor monitoring waterkwaliteit. De oorzaak zijn de hogere kosten van bemonsteringanalyses wegens het moeten voldoen aan KRW verplichtingen en de daarbij behorende strikte EU-biotanormen, wat inzet van externe expertise vereist.
  • € 171.000,- lagere kosten voor het onderhoudsbestek. Ondanks het nauwkeurig begroten van werkzaamheden in de 9 werkgebieden gebeuren er altijd onverwachte zaken die acuut aandacht vragen of zorgen dat het beschikbare geld niet volledig wordt ingezet. Dit middelt zich uit over de werkgebieden.

Baten: 

De werkelijke baten overschrijden de begroting in totaal met € 570.000,-. Hieronder een specificatie van de belangrijkste verschillen:

  • € 378.000,- hogere baten voor BOB gefactureerde werkzaamheden gemeenten. Per 2025 worden de BOB werkzaamheden niet meer op basis van gemene rekening verrekend met de gemeenten maar op basis van facturatie. In de begroting 2025 zijn deze opbrengsten opgenomen in de lasten maar in de realisatie zijn de opbrengsten conform regelgeving opgenomen onder de baten. Hierdoor vindt er een verschuiving plaats tussen lasten en baten.
  • € 124.000,- hogere baten voor uitgevoerde werken voor derden. Op basis van de bestuursovereenkomst kunnen wij op verzoek werkzaamheden uitvoeren voor Rijkswaterstaat. Dit jaar zijn er werken uitgevoerd langs de A58, N57 en N59. Deze kosten zijn doorbelast aan Rijkswaterstaat.
  • € 62.000,- hogere baten voor aanvoer afdeklaag Oostkade Sluiskil.

Reserves:

De onttrekking reserves is € 83.000,- lager dan begroot.

2.1.3 Programma Wegen

Terug naar navigatie - 2.1.3 Programma Wegen - Programma Wegen algemeen

Met circa 4.000 kilometer aan wegen, waaronder 3.453 kilometer aan 60-kilometerwegen, 125 kilometer aan 80-kilometerwegen, 362 kilometer fietspaden en bijna 5.000 kunstwerken, waaronder 100 bruggen en 4.850 duikers, is waterschap Scheldestromen één van de grootste wegbeheerders van Zeeland. Ook openbare verlichting, circa 125.000 bomen en 413 kilometer singelbeplanting maken integraal onderdeel uit van onze omvangrijke beheertaak. De zorgplicht voor dit areaal is wettelijk verankerd in de Wegenwet en het Burgerlijk Wetboek en is voor zowel de inrichting als het beheer en onderhoud nader uitgewerkt in geldende CROW-richtlijnen. In lijn met het Waterschapsbeheerprogramma en het Bestuursakkoord is de wegentaak een blijvende kernverantwoordelijkheid. Daarbij lag de focus afgelopen jaar op de doorontwikkeling van assetmanagement en de instandhouding van het bestaande areaal.

Wat hebben we bereikt Programma Wegen

Terug naar navigatie - 2.1.3 Programma Wegen - Wat hebben we bereikt Programma Wegen

Assetmanagement
In 2025 is gestart met de doorontwikkeling van assetmanagement. Om volgens de principes van assetmanagement te kunnen werken, is betrouwbare en actuele assetdata een randvoorwaarde. Afgelopen jaar hebben we de data van onze bruggen op orde gebracht. Hierdoor is beter inzicht ontstaan in de technische staat, restlevensduur en vervangingsopgave. Daarnaast is er gestart met de implementatie van beheermodules voor kunstwerken en groen. Bij verhardingen is het beheerprogramma geactualiseerd. Ook is er in oktober een maintenance engineer aangetreden. Door deze inzet is een stevige basis gelegd voor de verdere doorontwikkeling van ons assetmanagement. 

Beheer en onderhoud wegverhardingen
Het beheer en onderhoud van het Zeeuwse wegennet staat toenemend onder druk als gevolg van klimaatontwikkelingen (langdurige hitte en droogte), een stijgende verkeersintensiteit en zwaarder wordende verkeersbelasting. De instandhoudingsopgave voor het beheer en onderhoud wordt daardoor structureel omvangrijker. Met het in 2025 beschikbaar gestelde budget zijn op 63 locaties oppervlaktebehandelingen, op 33 locaties deklagen en op 2 locaties reconstructies (Annavosdijk & Fietspad Rijksweg) uitgevoerd. In totaal goed voor zo’n 104 km aan onderhoudsmaatregelen. Om meerjarig inzicht te krijgen in de toekomstige beheer en onderhoudsopgave voor het Zeeuwse wegennet, heeft Sweco, een beheerplan opgesteld. Dit plan is eind 2025 afgerond en biedt inzicht in de staat van ons areaal, de benodigde instandhoudingsmaatregelen en de bijbehorende financiële consequenties. De uitkomsten worden in 2026 aan het bestuur voorgelegd.

Verkeersveilige inrichting van wegen
De inrichting van onze wegen wordt stapsgewijs aangepast aan de geldende CROW-richtlijnen, de uitgangspunten zoals benoemd in het Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030 en de Mobiliteitsvisie Zeeland. Uit recente vormtoetsen blijkt dat met name de 80 km-wegen grotendeels nog niet voldoen aan de landelijke inrichtingseisen. Daarmee ligt er een substantiële opgave om de weginrichting op orde te brengen. Om hier binnen de beschikbare mogelijkheden op te sturen zijn herinrichtingsmaatregelen afgelopen jaar, waar mogelijk, gecombineerd met gepland onderhoud. Zo zijn er bijvoorbeeld bij de Annavosdijk en Oudelandsedijk op vijf locaties kruispunt- en wegvakplateaus gerealiseerd. Om te komen tot een robuuste meerjarenvisie en op langere termijn de juiste afwegingen te kunnen maken is er behoefte aan een eenduidig toekomstbeeld voor het gehele Zeeuwse wegennet. In dat kader is in 2025 een doorstart gemaakt met de herziening van de wegencategorisering. Deze actualisatie moet leiden tot heldere keuzes qua inrichting van onze wegen. Het streven is om de herijkte categorisering in 2026 bestuurlijk voor te leggen. De verdere prioritering van de opgave en knelpunten (voorkomend uit het kwaliteitsnetwerk landbouwverkeer) zal na de besluitvorming worden uitgewerkt.

Fiets
Het Zeeuws Toekomstbeeld Fiets (ZTF) vormt als strategische visie een richtinggevend kader voor prioritering en meerjarige programmering van het fietsnetwerk. Binnen deze kaders is in 2025 onder meer groot onderhoud uitgevoerd aan het fietspad langs de Wilgenhoekweg bij Sint-Laurens en zijn de fietspaden langs de Rijksweg bij Sint Philipsland en de Ringdijk Noord bij Cadzand verbreed. Ook is gestart met de verbreding van de fietspaden langs de Werendijkseweg en de Klaassesweg bij Zoutelande, waarvan de afronding in 2026 wordt voorzien. Waar mogelijk worden meekoppelkansen benut, zoals bij de verbreding van het Spoorpad bij Kapelle. Daarnaast is in 2025 bijgedragen aan verkenningen en studies, waaronder de opwaardering van de (door)fietsroute Heinkenszand–Goes.

Kunstwerken 
Waterschap Scheldestromen beheert een omvangrijk areaal aan kunstwerken. Het beheer en onderhoud is gericht op het waarborgen van veiligheid, functionaliteit en levensduur. In 2025 is de raamovereenkomst ten behoeve van de inspecties van bruggen afgesloten, waarna er 20 bruggen zijn geïnspecteerd. Ook zijn er aanvullende onderzoeken uitgevoerd naar de bruggen aan de Mariekerkseweg en de Dijckmeesterweg. Door toepassing van inspecties wordt stapsgewijs inzicht verkregen in de technische staat en onderhoudsopgave van ons bruggenareaal. Binnen het duikerprogramma is de vervanging van de duiker aan de Driesprongweg succesvol afgerond. Ook de aanpak van de voetgangersbrug bij Slijkplaat is in 2025 gerealiseerd.

Openbare verlichting
In samenwerking met de Zeeuwse gemeenten neemt het waterschap gefaseerd lichtmasten (eigendom en beheer en onderhoud) over van de gemeenten. In 2025 zijn er circa 650 lichtmasten overgenomen van de gemeenten Hulst, Kapelle en Sluis. In 2026 zijn we voornemens om de overdrachten met de resterende gemeenten af te ronden. Verder is er in 2025 een nieuwe samenwerkingsovereenkomst met Bureau Openbare Verlichting Zeeland (BOVZ) afgesloten. Opvolgend is een nieuw onderhoudsbestek door de BOVZ op de markt gezet.

Groenareaal
Het waterschap geeft invulling aan de wettelijke zorgplicht voor bomen en wegbeplanting. Hiervoor is in 2025 de voorbereiding gestart voor de toepassing van een nieuwe risicogestuurde beheer- en onderhoudssystematiek. De nadruk licht hierbij op veiligheid, instandhouding en behoud van het totale beplantingsareaal. Daarnaast is er ingezet op slimme compensatieoplossingen waarbij er in Zeeuws-Vlaanderen extra bomen zijn aangeplant. Verder is de implementatie van de gedragscode en het opstellen van de ecologische werkprotocollen gestart. Door de invoering van de nieuwe Gedragscode en stijgende onderhoudscontractkosten zijn de uitgaven toegenomen, maar deze hebben we in 2025 grotendeels binnen de begroting op kunnen vangen. Voor een structureel sluitende exploitatie zijn de budgetten vanaf 2026 bijgesteld.

Gladheidbestrijding 
Het waterschap is partner in het samenwerkingsverband voor de gladheidbestrijding in Zeeland en draagt bij in de voor de acties ter voorkoming en bestrijding van de gladheid op ons wegenareaal. Uit de eindafrekening van het winterseizoen 2024/2025 blijkt dat de kosten, door een relatief zachte winter, in lijn lagen met de begroting. Mede door de koude periode begin januari 2026 wordt voor het seizoen 2025/2026 rekening gehouden met een mogelijke overschrijding van het budget.

Toelichting prestaties programma Wegen

Terug naar navigatie - 2.1.3 Programma Wegen - Toelichting prestaties programma Wegen
  • De lengte van de wegbeplantingen langs onze wegen blijft minimaal gelijk aan 2023
    In het seizoen 2025-2026 is er verdeeld over 19 locaties in totaal 1.800 meter aan beplanting bijgekomen. Onder andere door de extra aanplant van bomen in Oost-Zeeuws Vlaanderen. Deze aanplant draagt tegelijkertijd bij aan de versterking van leefgebieden voor vleermuizen. De doelstoelstelling is daarmee behaald.

  • De inrichting van het hoofdwegennet komt overeen met de CROW richtlijnen en heeft een gemiddeld rapportcijfer van 6
    Door adviesbureau Antea Group is een vormtoets uitgevoerd om te bepalen of onze gebiedsontsluitingswegen en erftoegangswegen type I aan de CROW-richtlijnen voldoen. Daarbij is in 2025 een uitvraag gedaan om de wegvakken te combineren tot gehele wegen (inclusief weglengte). Uitgaande van de nieuwe data scoren de gebiedsontsluitingswegen een 2,1 en de erftoegangswegen type I scoren een 5,9. Het gemiddelde totaal cijfer over beide type wegen bedraagt dan een 5,4. Toekomstig streven we naar de realisatie van deze PI.

Exploitatie

Terug naar navigatie - 2.1.3 Programma Wegen - Exploitatie
Bedragen x €1.000
Beleidsproducten Realisatie 2024 Begroting 2025 incl wijzigingen Realisatie 2025
Lasten 27.699 30.563 30.307
Baten -20.068 -21.329 -21.457
Gerealiseerd saldo van baten en lasten 7.631 9.234 8.850
Stortingen 5.363 461 461
Onttrekkingen -6.309 -2.560 -2.466
Totaal reserves; -946 -2.099 -2.005

Toelichting afwijkingen exploitatie

Terug naar navigatie - 2.1.3 Programma Wegen - Toelichting afwijkingen exploitatie

De netto kosten voor het programma Wegen over 2025 zijn € 290.000,- lager ten opzichte van de begroting 2025 inclusief wijzigingen. Deze daling wordt veroorzaakt door lagere lasten van € 256.000,-, hogere baten van € 128.000,- en € 94.000,- lagere onttrekking uit de reserves.

Lasten: 

De lasten binnen het programma Wegen vallen ten opzichte van de begroting op totaalniveau € 256.000,- lager uit. De oorzaak ligt voornamelijk in werkzaamheden die door slechte weersomstandigheden eind 2025 en/of capaciteit bij contractaannemers doorgeschoven zijn naar 2026. De personeels- en kapitaallasten zijn hoger dan begroot. Hieronder een toelichting op de grootste afwijkingen.

  • € 220.000,- lagere lasten onderhoud kunstwerken. Inspectieuitkomsten waren niet tijdig beschikbaar om in 2025 omgezet te worden in concrete onderhoudsacties. Hierdoor zijn een deel van de werkzaamheden doorgeschoven naar 2026.
  • € 150.000,- lagere lasten verhardingen. Een deel van de geplande werkzaamheden zoals onderhoud aan de Oude Schroeweg/Kalverdijk zijn doorgeschoven naar 2026.
  • € 80.000,- lagere lasten onderhoud beplantingen. Een klein deel van de werkzaamheden zoals het knotten van bomen is doorgeschoven naar 2026
  • € 50.000,- lagere lasten voor beheersinstrumenten wegen. Er is eind 2025 een opdracht verstrekt voor beheersinstrumenten van het groen areaal. De werkzaamheden worden in 2026 uitgevoerd.
  • € 165.000,- hogere personeelslasten. Er is vanwege vacatureruimte extra ingehuurd om de werkzaamheden uit te voeren. Hiertegenover staat een besparing aan eigen personeel.
  • € 58.000,- hogere kapitaallasten. Door een hogere rente zijn de totale kosten van rente en afschrijvingen voor het programma iets hoger dan geraamd.

Baten:  

Een groot deel van de hogere opbrengsten zoals de bijdrage in het kader van de Wet herverdeling wegenbeheer en subsidiebijdragen vanuit het Strategisch Plan Verkeersveiligheid voor aanleg van bermverhardingen en verkeersveiligheids-maatregelen zijn reeds verwerkt in de 4e begrotingswijzing. Per saldo zijn de opbrengsten € 128.000,- hoger dan de begroting inclusief wijzigingen. 

  • € 62.000,- hogere opbrengst overdracht lichtmasten. Eind 2025 is er van een gemeente nog een gewenningsbijdrage ontvangen in het kader van de overdracht van lichtmasten. Deze wordt via de bestemming van het jaarresultaat toegevoegd aan de reserve Lichtmasten. 
  • € 35.000,- hogere opbrengst bijdrage Zwerfafval. Vanuit het Rijk is een bijdrage ontvangen in het kader van de Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV) Zwerfafval over de jaren 2023 en 2024 waarvan € 35.000,- aan het programma Wegen is toegerekend. Deze bijdrage was niet voorzien in de begroting.  
  • € 30.000,- hogere opbrengst diversen. Zoals elk jaar zijn er diverse kleinere bijdragen voor werkzaamheden/diensten aan derden en vergoedingen voor schades ontvangen. Deze incidentele opbrengsten worden niet begroot.

Reserves:

Impuls Verkeersveiligheid 

In 2024 is een extra budget van € 4,5 miljoen beschikbaar gesteld in de vorm van een bestemmingsreserve om de verkeersveiligheid een impuls te geven gedurende de bestuursperiode 2024-2027. In de begroting 2025 was een bedrag van € 1.254.000, - toegevoegd aan de budgetten van het programma Wegen. De onderstaande werkzaamheden zijn in 2025 gerealiseerd waarvoor in totaal een bedrag van € 1.172.000, - uit de reserve wordt onttrokken. 

  • Onderhoud fietspad Ringdijk Noord bij Cadzand en onderhoud Langeweg te Hoek
  • Vervangen van een deel van doorgroeistenen door asfalt aan de Baaiweg bij Zoutelande
  • Aanleg van ongeveer 15 kilometer doorgroeistenen 
  • Extra verkeersveiligheidsmaatregelen  
  • Inhuur/Onderzoek 

Lichtmasten 

In 2025 is bij de 4e begrotingswijziging een nieuwe bestemmingsreserve Lichtmasten gevormd van € 449.000,- voor toekomstig beheer en onderhoud van de door gemeenten aan het waterschap overgedragen lichtmasten. 

2.1.4 Programma Afvalwaterketen

Terug naar navigatie - 2.1.4 Programma Afvalwaterketen - Programma Afvalwaterketen algemeen

Onder het programma Afvalwaterketen vallen alle technische installaties die nodig zijn voor het afvoeren en zuiveren van afvalwater. Rioolwaterzuiveringsinstallaties, persleidingen, rioolgemalen maar ook data en (digitale)systemen om gegevens te verzamelen en deze installaties automatisch te kunnen besturen. Dit gebeurt volgens geldende wet- en regelgeving en is een dankbaar vakgebied voor nieuwe ontwikkelingen, innovaties en (circulair) (her)gebruik. Investeringen en onderhoud zijn noodzakelijk om deze installaties goed te laten functioneren.

Wat hebben we bereikt Programma Afvalwaterketen

Terug naar navigatie - 2.1.4 Programma Afvalwaterketen - Wat hebben we bereikt Programma Afvalwaterketen

Binnen het programma Afvalwaterketen is in 2025 blijvend gewerkt aan een robuust en toekomstbestendig systeem voor het transporteren, zuiveren en verwerken van afvalwater. De capaciteit van het systeem is op peil gehouden, waardoor ongeveer 52 miljoen m³ afvalwater verantwoord is afgevoerd en gezuiverd. Alle rioolwaterzuiveringen hebben het aangeboden afvalwater verwerkt en afgevoerd, waarbij aandacht is besteed aan risico gestuurd beheer en onderhoud. Op het gebied van zuivering is uitvoering gegeven aan de opgaven voor stikstof- en fosfaatverwijdering en is geanticipeerd op de vernieuwde Richtlijn Stedelijk Afvalwater. Er is deelgenomen aan landelijke onderzoeken, reststromen zijn doelmatig verwerkt, waaronder 24.500 ton slib via SNB, en er zijn stappen gezet richting circulariteit en grondstofterugwinning. Voor de reductie van lachgasemissies wordt deelgenomen aan het landelijke versnellingsprogramma, waarmee inzicht wordt verkregen in emissies en mogelijke reductiemaatregelen op onze zuiveringen. Hiermee wordt invulling gegeven aan de ambities rondom CO2-footprint verlaging. Op het gebied van ZZS en PFAS is onderzoek uitgevoerd in lijn met de landelijke aanpak. In overleg met de RUD wordt brononderzoek verkend om vervuiling bij de bron tegen te gaan. De samenwerking binnen SAZ+ met gemeenten en Evides is versterkt, gericht op een toekomstbestendige waterketen. De actualisatie van de Nota Rioleringen is in gang gezet, waarmee nieuwe kaders voor afstemming met gemeenten worden voorbereid. Ook zijn concrete projectstappen gezet, zoals de voorbereiding van de fosfaatrecyclingfabriek bij SNB (beoogde ingebruikname 2028) en de aansluitwerkzaamheden voor gemaal Waterzande op zuivering Kloosterzande. Ondanks het extreem droge jaar (508 mm neerslag t.o.v. gemiddeld 800 mm) is de continuïteit van transport en zuivering geborgd gebleven.

Overzicht prestaties programma Afvalwaterketen

Terug naar navigatie - 2.1.4 Programma Afvalwaterketen - Overzicht prestaties programma Afvalwaterketen

Schoon water

  • De installaties voor het zuiveren van afvalwater functioneren naar behoren. We zorgen ervoor dat de totale zuiveringsprestatie (het rendement waarmee nutriënten en stoffen worden verwijderd op de zuivering) minimaal 80% is.
  • We voldoen aan de nalevingsverplichting zoals opgenomen in de lozingsvergunningen voor het lozen van gezuiverd afvalwater. We streven een nalevingsverplichting van 98% na.
  • We hebben een goed functionerend transportsysteem voor het transporteren van afvalwater vanaf het overnamepunt tot aan de zuiveringen. Nooduitlaten door het technisch falen van het systeem mogen niet voorkomen.

Toelichting prestaties programma Afvalwaterketen

Terug naar navigatie - 2.1.4 Programma Afvalwaterketen - Toelichting prestaties programma Afvalwaterketen

De afvalwaterketen is in verandering. De context van afvalwaterketen is in de afgelopen jaren sterk veranderd door veranderende wet- en regelgeving, technologische en maatschappelijke ontwikkelingen. Deze ontwikkelingen zullen zich de komende jaren voortzetten als gevolg van Europees en Nederlands beleid. Dit alles heeft geleid tot een toename van het takenpakket voor de medewerkers werkzaam in de afvalwaterketen, en zal leiden tot verdere toename in de komende jaren. Voorbeelden hiervan zijn de invloed van het effluent op oppervlaktewater en daarmee onderhoud aan andersoortige en complexere installaties, toename in objecten, meer omgevingsgericht werken en ad hoc werkzaamheden zoals PFAS- en ZZS-bemonsteringen.
De haalbaarheid van de prestaties van afvalwaterketen staat als gevolg van deze ontwikkelingen onder druk. Hiervoor zijn en worden plannen opgesteld om de afdeling toekomstbestendig te maken: hierin wordt aangegeven waaraan gewerkt moet worden om te voldoen aan de prestatie-eisen en de risico's te verlagen. 
De rollen en verantwoordelijkheden vanuit de afdelingen Afvalwaterketen en Projecten bij investeringsprojecten worden verder uitgewerkt. Het tijdig realiseren van renovatie- en nieuwbouwprojecten is belangrijk vanwege de impact die dit heeft op het uitvoeren van de beheers- en onderhoudswerkzaamheden aan deze assets. Gerealiseerde projecten hebben namelijk direct effect op de staat van de assets.
Om de ambities en prestaties van onze zuiveringstaken zoveel als mogelijk te kunnen realiseren vindt inhuur van personeel plaats. De procesoperators worden hierdoor ontlast. Op die manier worden in ieder geval de wettelijke zuiveringstaken uitgevoerd. Het onderhoud aan de gemalen van de gemeente Middelburg, in het kader van de samenwerkingsovereenkomst, vindt plaats door inhuur van capaciteit. Deze kosten worden in het geheel doorbelast naar de gemeente Middelburg. 
Met name uit het afgelopen jaar blijkt dat binnen afvalwaterketen in de toekomst rekening gehouden moet worden met: schaarste van grondstoffen, levertijden van materialen, inflatie, stijging van loonkosten en prijzen, capaciteitsproblemen en toekomstige ontwikkelingen als gevolg van veranderende wet- en regelgeving zoals Natuurherstelwet, klimaatakkoord, Kader Richtlijn Water en de richtlijn stedelijk afvalwater.

Prestatie-indicatoren
De zuiveringsprestatie is een jaardoelstelling van 80% en is een samengestelde prestatie-indicator van rendementen voor chemisch zuurstofverbruik, fosfaat en stikstof over het gehele gebied. De in 2025 gerapporteerde zuiveringsprestatie is 82,9% en daarmee is de jaardoelstelling behaald. 

De nalevingsverplichting heeft betrekking op de lozingsvergunningen van alle zuiveringen. Een toetsing vindt plaats op de normen van de vergunningen voor de parameters chemisch zuurstof en biologisch zuurstofverbruik, stikstof, fosfaat en onopgeloste bestanddelen. Elke overschrijding van één van deze parameters van de lozingsvergunning wordt meegenomen in de berekening van deze prestatie-indicator. Een overtreding van de vergunning per individuele parameter vindt plaats als het voortschrijdend gemiddelde over 365 dagen boven de norm ligt. Dat betekent dat een slecht resultaat van een jaar geleden meetelt in deze berekening.
In 2025 is gebleken dat de meerdere zuiveringen niet aan bepaalde lozingseisen kunnen voldoen bij regenweeraanvoer voorafgaand door een lange periode van droogte. De aangevoerde vracht aan afvalstoffen kan dan oplopen tot tweemaal de ontwerpcapaciteit.
Overschrijdingen van de normen voor stikstof en fosfaat komen in beperkte mate voor op meerdere zuiveringen. Algemene oorzaken hiervoor zijn hoge aanvoer onder regenweeromstandigheden, lage temperatuur, procesverstoringen, toxische lozingen en het falen van chemicaliëndosering.
Op zuivering Breskens is het voortschrijdend gemiddelde voor fosfaat boven de norm van 2 mg/l uitgekomen. Dit is een gevolg van een tweetal oorzaken. Extreem hoge aanvoer tijdens regenweeromstandigheden en door een defecte slibaflaat. Het defect was in eerste instantie niet duidelijk, omdat de slibaflaat niet direct zichtbaar is. Door de defecte slibaflaat is de korrelvorming van het actiefslib verslechterd en daardoor trad slibuitspoeling op. Aangezien slib hoge fosfaatgehalten bevat, leidde dit direct tot normoverschrijdingen. Het defect is hersteld en ook in de tweede beluchtingstank is de slibaflaat gecontroleerd. Om herhaling te voorkomen wordt de slibaflaat periodiek geïnspecteerd.
Op zuivering Oostburg en zuivering Walcheren is als gevolg van extreem hoge aanvoer tijdens regenweeromstandigheden na een lange droge periode de norm voor fosfaat overschreden.
Op zuivering Terneuzen is het voortschrijdend gemiddelde voor stikstof en fosfaat meerdere keren overschreden. In 2025 deden zich op deze zuivering vrijwel alle hierboven genoemde oorzaken van procesverstoringen voor. De stikstofverwijdering verliep onvoldoende. Hiervoor zijn meerdere oorzaken vastgesteld: het uitblijven van het gewenste effect van de nieuwe koolstofbron, een lekkend verdeelwerk, een verstopte selector en een niet functionerende dosering van de koolstofbron. Voor deze zuivering is een plan van aanpak opgesteld om de achterliggende oorzaken nader te onderzoeken en de procesvoering te verbeteren en te optimaliseren.
Op zuivering Willem-Annapolder is het voortschrijdend gemiddelde voor stikstof en fosfaat meerdere keren overschreden. De normoverschrijding voor stikstof ligt net boven de lozingseis van 10,0 mg N/l. Doordat deze zuivering zwaar wordt belast ligt het effluentgehalte normaal maar net onder de lozingsnorm. Een kleine verstoring leidt tot een langdurige normoverschrijding. Onder andere hiervoor was in het meerjarenprogramma een grote renovatie gepland op deze zuivering. Na renovatie worden betere prestaties verwacht. In de tussentijd worden in 2026 maatregelen getroffen om eenvoudig realiseerbare optimalisaties alvast door te voeren.
De extreme regenbuien in 2025 laten zien dat de huidige zuiveringen niet ontworpen zijn om dergelijke piekbelastingen volledig te verwerken. De STOWA is daarom gestart met een landelijke werkgroep die onderzoekt hoe extreme weersomstandigheden zich verhouden tot zuiveringsprestaties, in het bijzonder de stikstofverwijdering. Het waterschap volgt deze ontwikkelingen actief.
Hiermee komt het nalevingspercentage over 2025 uit op 89,3%. 

Bij het niet technisch functioneren van de rioolgemalen kan een nooduitlaat plaatsvinden. Een nooduitlaat kan negatieve effecten hebben op het oppervlaktewater. Elke individuele nooduitlaat wordt geregistreerd. Het inwerking treden van een nooduitlaat is een start van de storingsanalyse. De storingsanalyse wordt uitgevoerd om de oorzaak in beeld te brengen. Een storingsanalyse kan aanleiding zijn om modificaties uit te voeren om een dergelijk voorval in de toekomst te voorkomen.
In 2025 zijn in totaal zes nooduitlaten in werking getreden. Eén nooduitlaat was het gevolg van een storing aan de tijdelijke pompinstallatie, waardoor gedurende een volledige dag onverdund afvalwater is geloosd. Dit heeft geleid tot verontreiniging van het oppervlaktewater en de waterbodem, evenals geconstateerde stankoverlast. De aannemer heeft alle vervuiling in zowel het water als de waterbodem volledig verwijderd. Een tweede nooduitlaat werd veroorzaakt naar aanleiding van een leidingbreuk, waarbij gedurende twee uur onverdund afvalwater is geloosd. De overige vier nooduitlaten hadden geen invloed op de milieukwaliteit, aangezien deze slechts enkele minuten actief zijn geweest.

Exploitatie

Terug naar navigatie - 2.1.4 Programma Afvalwaterketen - Exploitatie
Bedragen x €1.000
Beleidsproducten Realisatie 2024 Begroting 2025 incl wijzigingen Realisatie 2025
Lasten 30.771 35.819 33.917
Baten -1.324 -1.218 -1.645
Gerealiseerd saldo van baten en lasten 29.447 34.601 32.272
Stortingen 1.767 109 109
Onttrekkingen -756 -622 -549
Totaal reserves; 1.011 -513 -440

Toelichting afwijkingen exploitatie

Terug naar navigatie - 2.1.4 Programma Afvalwaterketen - Toelichting afwijkingen exploitatie

De netto kosten voor het programma Afvalwaterketen over 2025 zijn € 2.256.000,-  lager ten opzichte van de begroting 2025 inclusief wijzigingen. Dit verschil bestaat uit € 1.902.000,- lagere lasten, € 427.000,-  hogere opbrengsten en een lagere onttrekking uit de reserve van € 73.000,- ter dekking van de incidentele kosten. De belangrijkste wijzigingen betreffen:

Lasten: 

De lasten onderschrijden de begroting in totaal met € 1.902.000,- (5,3%). Hieronder een specificatie van de belangrijkste verschillen:

  • € 1.793.006,- lagere personeelslasten doordat in de begroting 2025 rekening is gehouden met hogere doorberekeningen aan het programma Afvalwaterketen dan werkelijk gerealiseerd. Daarnaast zijn de vacatures en externe inhuur in 2025 nog steeds lastig in te vullen. Hiervoor is bij de 3e monitor reeds een begrotingswijziging van € 1.301.000,- verwerkt.
  • € 273.000,- lagere elektriciteitskosten rioolgemalen/zuiveringen. Door de droge weersomstandigheden zijn de verbruiken bij vooral de rioolgemalen fors lager.
  • €  97.000,- hogere beheerskosten zuiveringen door de indexatie van de nieuwe overeenkomst voor de Membraambioreactor installatie.

Baten:

De werkelijke baten zijn in 2025 €427.000,- hoger dan begroot. Hieronder een specificatie van de belangrijkste verschillen:

  • € 195.000,- Hogere doorrekening energie MBR € 195.000,- als gevolg van meer verbruik in 2025 .
  • € 158.000,-ontvangen SDU subsidie op de zonnepanelen geïnstalleerd bij de zuiveringen. 

Reserves:

De onttrekking reserves is € 73.000,- lager dan begroot. In 2025 was gepland onderzoek effluent € 62.000,- en assetmanagement € 96.000,- te onttrekken. Het onderzoek effluent is door vertrek personeel verschoven naar 2026 en de onttrekking assetmanagement was iets lager dan voorzien.

2.1.5 Programma Bestuur en Organisatie

Terug naar navigatie - 2.1.5 Programma Bestuur en Organisatie - Programma Bestuur en Organisatie algemeen

Het programma Bestuur en Organisatie ondersteunt het dagelijks werk en de projecten van het waterschap. Het zorgt dat het waterschapswerk veilig, efficiënt en rechtmatig kan worden uitgevoerd. Voor de uitvoering van het waterschapswerk wordt goede digitale informatie steeds belangrijker, evenals de beveiliging daarvan. Verder hebben wettelijke ontwikkelingen, landelijke bijdragen en de groei van de waterschapsorganisatie impact op de kosten. Ook verwacht de maatschappij steeds meer van ons op het gebied van communicatie en participatie.

Wat hebben we bereikt Programma Bestuur en Organisatie

Terug naar navigatie - 2.1.5 Programma Bestuur en Organisatie - Wat hebben we bereikt Programma Bestuur en Organisatie

In 2025 is veel aandacht uitgegaan naar de de werving en selectie van nieuwe medewerkers, om de doelstellingen van de organisatie te kunnen realiseren. Ruim 90 vacatures werden succesvol ingevuld, waarvan driekwart met een externe kandidaat. Uitstroom van medewerkers betrof met name pensionering. De totale personeelsformatie van het waterschap groeide in 2025 met ruim 30 fte naar 510 fte. Ondertussen werd volop geïnvesteerd in het bestaande personeel, met onder meer een nieuwe gesprekscyclus, trainingen en een strategische personeelsplanning. Samen met Rijkswaterstaat en de provincie Zeeland is een traineeprogramma Water opgezet. Begin 2025 ging de organisatie live met een nieuw personeelssysteem. De uitvoering van de wet DBA (die gaat over schijnzelfstandigheid van inhuurkrachten) heeft in 2025 veel inspanning gekost, evenals omstandigheden waardoor eind 2025 de overstap moest worden gemaakt naar een nieuwe broker voor de inhuur van personeel. 

Ondertussen is gewerkt aan het inrichten en testen van een nieuw financieel systeem. Er is veel inspanning geleverd om de interne beheersing verder op orde te krijgen conform de aanbevelingen in de boardletter van de account en de voorbereidingen zijn getroffen voor de eerste door het dagelijks bestuur af te geven rechtmatigheidsverantwoording. Verder is alles voorbereid om per 1 januari 2026 belastingen te kunnen heffen op basis van het nieuwe belastingstelsel. Daarbij hebben in het kader van dit belastingstelsel succesvolle draagvlakpeilingen plaatsgevonden voor plusvoorzieningen voor de aanvoer van zoetwater. Diverse financiële verordeningen zijn geactualiseerd en door de algemene vergadering vastgesteld en de midterm review van het bestuursakkoord is uitgevoerd. 

Op basis van een uitgebreid onderzoek heeft de algemene vergadering besloten tot de verkoop van kantoor Terneuzen, waarna gestart is met de uitvoering van dit besluit. Ondertussen is veel grond verworven en geruild voor toekomstige projecten. Terwijl de implementatie van de Wet Open Overheid (WOO) door is gegaan op basis van de landelijke planning, is de impact van grote WOO-verzoeken en complexe juridische procedures op de organisatie toegenomen.

Op informatiseringsgebied neemt de invloed van kunstmatige intelligentie (AI) toe, welke in samenwerking met Het Waterschapshuis nauwlettend is gevolgd. De algemene voortgang op het gebied van informatisering werd in 2025 geremd door de nodige openstaande vacatures op dat vakgebied. Om het bewustzijn op informatieveiligheid en privacy te vergroten en op die manier risico's te verminderen, is gestart met uitgebreide online trainingen voor medewerkers.

Toelichting prestaties programma Bestuur en Organisatie

Terug naar navigatie - 2.1.5 Programma Bestuur en Organisatie - Toelichting prestaties programma Bestuur en Organisatie

Het waterschap voldoet in 2027 voor 90% aan de Baseline Informatiebeveiliging Overheid.

In 2025 is gestart met een verplichte online training voor medewerkers op het gebied van informatieveiligheid en privacy, bedoeld om kennis en bewustzijn op deze onderwerpen te vergroten. Tevens zijn stappen gezet om de beveiliging op onder meer laptops te verbeteren. Niet op alle fronten kon de benodigde voortgang worden geboekt. Op een aantal projecten werd niet de beoogde voortgang geboekt. Zo is de start van de realisatie van het project fysieke toegangsbeveiliging (PRJ1544) uitgesteld naar 2026 bij gebrek aan voldoende personele capaciteit voor de projectleiding en uitvoering.  

In 2025 is een nieuwe versie van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid vastgesteld (BIO2) met aangepaste eisen. Op basis daarvan zal in 2026 een herijking plaatsvinden van de gestelde eisen, de voortgang op de prestatie-indicator en de planning van de realisatie. Het tijdig halen van het doel blijft onverminderd de ambitie.

Van de aangevraagde vergunningen wordt tenminste 95% binnen de vastgestelde termijn behandeld. 

In 2025 is 84 % van de aangevraagde vergunningen binnen de wettelijke termijn afgehandeld. Dat is minder dan het gestelde doel. Oorzaak was onder meer dat er vanwege personeelsverloop een groot deel van 2025 nog openstaande vacatures waren die moesten worden ingevuld. Er was daardoor een periode minder personele capaciteit beschikbaar om de aanvragen af te handelen. De vacatures zijn inmiddels ingevuld. Daarnaast steeg het aantal aanvragen met bijna honderd ten opzichte van 2024 waardoor de afwikkeling in bepaalde gevallen langer duurde. 

De streefwaarde van het weerstandsvermogen is niveau B (1,4 - 2,0).

We streven op basis van de in de algemene vergadering van 4 april 2024 vastgestelde "nota Weerstandsvermogen, risicomanagement, reserves en voorzieningen" naar een weerstandsvermogen dat ruim voldoende is (waardering B). Dat betekent dat we genoeg algemene reserves hebben om risico’s te kunnen opvangen. Eind 2025 is er sprake van een “A” waardering (Uitstekend). Dit betekent dat er sprake is van een surplus aan weerstandsvermogen. Dit surplus kan, conform de vastgesteld nota worden ingezet bij de begroting en meerjarenraming. Bij de begroting 2026 en meerjarenraming is hiermee ook rekening gehouden waardoor er op termijn sprake zal zijn van een ratio "B".

Exploitatie

Terug naar navigatie - 2.1.5 Programma Bestuur en Organisatie - Exploitatie
Bedragen x €1.000
Beleidsproducten Realisatie 2024 Begroting 2025 incl wijzigingen Realisatie 2025
Lasten 43.194 46.767 48.137
Baten -4.960 -5.096 -5.684
Gerealiseerd saldo van baten en lasten 38.234 41.671 42.454
Stortingen 474 381 381
Onttrekkingen -1.930 -1.843 -1.626
Totaal reserves; -1.456 -1.462 -1.245

Toelichting afwijkingen exploitatie

Terug naar navigatie - 2.1.5 Programma Bestuur en Organisatie - Toelichting afwijkingen exploitatie

Lasten: 

Het resultaat van het programma Bestuur en Organisatie over 2025 is € 1.000.000,- negatief. Het negatieve resultaat wordt hoofdzakelijk verklaard door twee factoren:

  • € 917.000,- hogere bijdrage pensioen ABP bij overdracht pensioenwaarde politieke ambtsdragers 

    De Wet toekomst pensioenen introduceert een nieuw pensioenstelsel. Vanaf 1 januari 2028 worden de pensioenen, die momenteel onder de Appa (Arbeidsvoorwaardenregeling politieke ambtsdragers) vallen, ondergebracht bij pensioenfonds ABP. De overgang is wettelijk geregeld en niet vrijwillig; politieke ambtsdragers vallen dan wettelijk onder de verplichtstelling van het ABP. Om de bestaande pensioenen te kunnen overzetten, is eenmalig een collectieve waardeoverdracht uitgevoerd. De overdracht is zo ingericht dat er geen nadelige gevolgen zijn voor de pensioenaanspraken van de ambtsdragers, noch voor de andere pensioendeelnemers van ABP. Voor de overdrachtswaarde is op de balans van het waterschap een voorziening opgenomen op basis van een externe contante waarde berekening. Gezien de in de loop van 2025 opgelopen dekkingsgraad van het ABP was een toevoeging aan deze voorziening eind 2025 nodig. Deze kosten waren niet te voorzien bij het opstellen van de begroting 2025, maar zijn in december 2025 reeds bestuurlijk gemeld.

  • € 1.183.000,- hogere personeelslasten, met name door minder activering
    In de vierde begrotingswijziging van 2025 zijn de personeelskosten voor het programma Bestuur en Organisatie naar beneden bijgesteld. Daarbij is toen een risico gemeld, dat zich deels heeft voorgedaan: van de toerekening van personeelslasten aan de investeringen wordt vooraf een inschatting gemaakt. Uit de werkelijk geschreven uren blijkt dat een groter deel dan voorzien niet rechtstreeks aan een project kan worden toegerekend en daardoor ten laste van de exploitatie komt. Dit leidt tot een overschrijding ten opzichte van de gewijzigde begroting.

Daarnaast zijn er diverse andere afwijkingen die gezamenlijk leiden tot het genoemde resultaat:

  • Facilitair € 160.000,- lager: Bij de gebouwen vielen de huurkosten en stookkosten lager uit dan voorzien. Daar tegenover staan hogere kosten door cao-stijgingen bij de schoonmaak en beveiliging en hogere kosten voor onderhoud van het kantoor en overige gebouwen. Naarmate de gebouwen ouder worden, neemt het onvoorzien onderhoud net als in het voorgaande jaar toe. Door de uitgevoerde investering in nieuw meubilair waren de reparatiekosten voor meubilair aanzienlijk lager dan voorgaande jaren.
  • Automatisering € 267.000,- lager: Telefoon- en internetkosten zijn lager uitgevallen als gevolg van optimalisaties en een eenmalige teruggave vanwege lager gebruik in een eerdere jaren. In de begroting 2026 zijn de verwachte kosten al naar beneden bijgesteld.
  • Personeel en organisatie € 160.000,- lager: De beoogde activiteiten rondom het onderzoek naar het werkgeversmerk en de bijbehorende arbeidsmarktstrategie en -communicatie hebben gedeeltelijk in 2025 plaats gevonden. De meeste kosten hiervoor worden echter pas in 2026 gemaakt. Er is sprake van een stijging van de kosten van dienstreizen, onder andere door personeelsuitbreiding. Als gevolg van de gestegen loonsom en instroom in de WIA is er ook een hogere verzekeringspremie. Er zijn minder kosten gemaakt voor diensten ten behoefte van personeel & organisatie. De kosten voor salarisstroken zijn aanzienlijk lager bij de nieuwe e-HRM leverancier ten opzichte van de vorige.   
  • Kwaliteitszorg en Arbo: € 53.000,- lager: Kosten van acties in het kader van de risico inventarisatie en evaluatie zijn meegevallen en de werkzaamheden zijn verspreid over een langere periode (deels na 2025).
  • Financiën en comptabiliteit € 389.000,- hoger: De eerste en tweede begrotingswijzigingen van Sabewa zorgen voor een verhoogde deelnemersbijdrage van € 187.000,-. Het overige deel wordt verklaard doordat bij de implementatie en grondig testen van het nieuwe financieel systeem meer ondersteuning nodig was dan aanvankelijk begroot. 
  • Bestuurlijke handhaving € 106.000,- lager: Door uitzonderlijk droge weersomstandigheden zijn aanzienlijk minder bemonsteringen uitgevoerd dan voorzien.
  • Juridische ondersteuning € 182.000,- lager: Aanvankelijk was de begroting voor juridische ondersteuning via een begrotingswijziging verhoogd vanwege een toename van het aantal en complexiteit van bezwaren, WOO-verzoeken en juridische procedures. Deze ontwikkeling doet zich ook daadwerkelijk voor. Een aantal juridische procedures is echter -zoals in de monitor van september 2025 reeds was voorzien- niet afgerond en loopt nog door in 2026, bijvoorbeeld omdat de zittingsdatum later of  nog niet gepland is. Deze kosten zullen in 2026 alsnog worden gemaakt.
  • Inkoopcoördinatie € 31.000,- lager: Doordat de marktdag in het voorjaar van 2026 zal plaatsvinden en er minder is uitgegeven aan externe ondersteuning voor aanbestedingen. Een deel van deze kosten zal in 2026 alsnog worden gemaakt. 
  • Grond aan- en verkoop € 58.000,- hogere kosten: Er hebben meer grondtransacties plaatsgevonden voor het aankopen of ruilen van gronden voor projecten. Dit leidt onder meer tot meer kosten voor taxaties.
  • Educatie € 41.000,- lager: Scholen doen minder vaak een beroep op ons aanbod voor educatie, er wordt gekeken naar alternatieven om deze doelgroep te bereiken.

Baten: 

  • Bestuurlijke dwangsommen € 43.000,- hogere opbrengsten: Opbrengsten uit bestuurlijke dwangsommen waren niet begroot. Hier staan in de primaire afdelingen ook kosten tegenover. 
  • Gebouwen € 504.000,- hogere opbrengsten: Als gevolg van verhuur en dienstverlening aan huurders. In kantoor Terneuzen zijn enkele huurders langer gebleven dan in de oorspronkelijke begroting was voorzien. Nieuw af te sluiten overeenkomsten waren in de begroting voorzichtig geraamd. Ook zijn er meer diensten aan huurders geleverd (catering, automatisering e.d.), waar deels hogere kosten tegenover staan.
  • Wagenpark € 71.000,- hogere opbrengsten: Door inruil van personenauto's. Daartegenover staat een hogere afschrijving doordat auto's eerder zijn ingeruild.
  • Grond aan- en verkopen: De opbrengst door aan- en verkoop van onroerende zaken is ruim € 400.000,- hoger dan oorspronkelijk begroot, maar dit is reeds meegenomen in een tussentijdse begrotingswijziging en komt daarom niet meer tot uiting in het resultaat.

Reserves:

Bestemmingsreserve Arbo € 45.000,- lagere onttrekking
In 2025 zijn er leidingmarkeringen aangebracht bij een aantal rwzi's. Bij de resterende rwzi's worden de markeringen in 2026 aangebracht zodat deze veiligheidsmaatregel op alle locaties doorgevoerd is.

Bestemmingsreserve Informatieveiligheid € 172.000,- lagere onttrekking
In 2025 is minder uitgegeven aan informatieveiligheid doordat geplande maatregelen geïntegreerd konden worden in reguliere projecten. Deels kon gebruik gemaakt worden van financiering vanuit de Zeeuwse norm Weerbare Overheid. Daarnaast zijn, gezien de aankomende Cyberbeveiligingswet en de vaststelling van BIO2, enkele investeringen bewust gefaseerd om desinvesteringen te voorkomen en aansluiting bij het nieuwe normenkader te waarborgen. Tegelijkertijd is bij een aantal lopende projecten sprake geweest van lagere voortgang door capaciteitsdruk.

 

2.1.6 Dekkingsmiddelen

Exploitatie

Terug naar navigatie - 2.1.6 Dekkingsmiddelen - Exploitatie

De "Belastingen en algemene opbrengsten" heten vanaf  2025 "dekkingsmiddelen". Hierop zijn o.a. de belastingopbrengsten, dividendopbrengsten, retributies en leges verantwoord.

Bedragen x €1.000
Beleidsproducten Realisatie 2024 Begroting 2025 incl wijzigingen Realisatie 2025
Lasten -22 0 -15
Baten -130.406 -138.847 -138.884
Gerealiseerd saldo van baten en lasten -130.427 -138.847 -138.899
Stortingen 4.735 8.623 8.623
Onttrekkingen -4.430 -4.514 -4.514
Totaal reserves; 305 4.109 4.109

Toelichting afwijkingen exploitatie

Terug naar navigatie - 2.1.6 Dekkingsmiddelen - Toelichting afwijkingen exploitatie

Lasten: 
Dit betreffen de VPB en BTW aangiften.

Baten: 
Aan waterschapsbelastingen is in 2025 een bedrag van € 94.000,- minder ontvangen dan begroot. Totaal is er een bedrag aan belastingen verantwoord van € 134.288.000,-. Begroot, na begrotingswijziging, een bedrag van € 134.382.000,-.
Over het boekjaar 2024 is in 2025  € 3.836.000,- aan dividend ontvangen van de Nederlandse Waterschapsbank, begroot na begrotingswijziging € 3.835.000,-. 
Aan retributies en leges is een bedrag van € 760.000,- ontvangen (begroot € 630.000,-).

Reserves:
Hier zijn de reservemutaties uit de algemene- en egalisatiereserves opgenomen die niet direct bij een programma zijn verantwoord. Deze toevoegingen en onttrekking zijn conform de begroting (av besluitvorming).

2.2 Realisatie en toelichting belastingopbrengsten

Gerealiseerd resultaat per taak / belastingcategorie

Terug naar navigatie - 2.2 Realisatie en toelichting belastingopbrengsten - Gerealiseerd resultaat per taak / belastingcategorie

Omschrijving (toelichting)

In de nota Kostentoerekening en onderbouwing tarieven is vastgelegd op welke wijze de kosten van primaire producten worden toegerekend aan taken (kostendragers) en categorieën.

In het volgende overzicht is de verdeling naar de taken en categorieën opgenomen.

Excel-tabel

Bedragen x € 1.000
Taken Categoriekosten
Programma Begroting 2025 Begroting incl. wijz Jaarrek. 2025 Water- systeem beheer Zuiverings- beheer Ingeze- tenen Gebouwd On- gebouwd Natuur Zuiverings- beheer
Waterkeringen 12.616 12.566 11.366 11.366
Watersystemen 40.261 40.740 40.318 39.628 690
Wegen 7.172 7.135 6.845 6.845
Afvalwaterketen 35.389 34.088 31.832 31.832
Bestuur & organisatie (excl kst heffing/verkiezing) 39.634 36.871 37.658 26.088 11.570
Totale kosten 135.072 131.400 128.019 83.927 44.092 0 0 0 0 0
Dekking kosten:
Overige retributies -330 -330 -289 -289
Opbrengst leges -300 -300 -470 -470
Onvoorzien (per programma opgenomen) 0
Rente/vpb -19 -10 -9
Dividend -3.000 -3.835 -3.837 -3.837
algemene- en bestemmingsreserves -2.240 2.267 2.267 213 2.054
Totaal dekking -5.870 -2.198 -2.348 -4.393 2.045 0 0 0 0 0
Totaal netto kosten 129.202 129.202 125.671 79.534 46.137 0 0 0 0 0
Categoriekosten:
Kwijtschelding 2.199 1.950 1.955 928 1027
Oninbaar 324 324 836 148 179 126 59 324
Opbrengst invorderingskosten -530 -530 -670 -134 -220 -77 -239
Verkiezingen 22 22 72 72
Categoriekosten heffingen 3.316 3.316 3.479 644 1075 155 32 1573
Tariefsegalisatiereserve -1.000 1.842 1.842 206 -146 173 -27 1.636
Totaal categoriekosten 4.331 6.924 7.514 148 0 1.895 835 310 4 4.321
Te dekken door belastingen: 133.536 136.126 133.185 79.682 46.137 1.895 835 310 4 4.321
Totaal opbrengst watersysteemheffing -82.865 -83.945 -84.066 -884 -25.960 -42.054 -14.860 -308
Totaal opbrengst zuiveringsheffing -50.671 -52.181 -52.339 -52.339
Totaal opbrengst belastingen -133.536 -136.126 -136.405 -884 0 -25.960 -42.054 -14.860 -308 -52.339
Jaarrekening totaal taak/categorie 78.798 46.137 -24.065 -41.219 -14.550 -304 -48.018
Begroting totaal taak/categorie 80.187 48.087 -24.056 -41.232 -14.586 -313 -48.087
Resultaat per taak/categorie 0 0 3.220 1.388 1.950 9 -13 -36 -9 -69
voordeel voordeel voordeel voordeel voordeel nadeel nadeel voordeel
met + zijn de kosten / -/- de opbrengsten

Toelichting toerekening kosten

Terug naar navigatie - 2.2 Realisatie en toelichting belastingopbrengsten - Toelichting toerekening kosten

Welke kosten zijn toegerekend aan de taken watersysteembeheer en zuiveringsbeheer:

De hieronder genoemde kosten en opbrengsten worden toegerekend aan de taken watersysteembeheer en zuiveringsbeheer. Het verschil per taak met de begrote kosten komt ten gunste/laste van de algemene reserves. Het betreft de volgende kosten:

  • De kosten van de programma’s Waterkeringen, Watersystemen en Wegen gaan in zijn geheel naar watersysteembeheer, op de kosten van rioleringsplannen na, die naar zuiveringsbeheer gaan. De kosten van afvalwaterketen gaan volledig naar zuiveringsbeheer;
  • De kosten van het programma Bestuur en Organisatie gaan voor een groot deel naar watersysteembeheer. Met name de kosten van beheer keur, vergunningen & meldingen gaan voor het grootste gedeelte naar watersysteembeheer;
  • De kosten van vergunningen & meldingen afvalwaterketen, Wabo adviezen, toezicht afvalwaterketen en een percentage van toezicht (25%)/handhaving algemeen (10%) gaan naar zuiveringsbeheer;
  • De kosten van bestuur en communicatie gaan voor 50% naar watersysteembeheer en voor 50% naar zuiveringsbeheer. De opbrengsten van beheer niet reglementaire taken komen alleen ten goede van watersysteembeheer;
  • De opbrengsten van de dekkingsmiddelen precario, leges en retributies komen ten goede aan het watersysteembeheer;
  • De mutaties in het boekjaar in de algemene reserve en de overige bestemmingsreserves (afhankelijk van het doel waartoe ze gevormd zijn) worden toegerekend aan de taken watersysteembeheer en zuiveringsbeheer. 

Welke kosten worden toegerekend aan de belastingcategorieën:

De hieronder genoemde kosten en opbrengsten worden toegerekend aan de belastingcategorieën. Het verschil met de begrote categoriekosten komt ten gunste/laste van de betreffende egalisatiereserve. De categoriekosten bestaan uit:

  • De kosten van belastingheffing en invordering. Deze worden direct aan de betreffende categorieën toegerekend;
  • De kosten van verkiezingen. Deze worden rechtstreeks aan de categorie ingezetenen toegerekend evenals de kosten van kwijtschelding en oninbaar;
  • De belastingopbrengsten komen rechtstreeks ten gunste van de categorieën, de opbrengst verontreinigingsheffing komt ten gunste van het watersysteembeheer;
  • De mutaties in de tariefegalisatiereserves worden aan de categorieën toegerekend.

Voor een toelichting op het verschil tussen de begroting inclusief wijzigingen en de jaarrekening wordt voor de programma’s Waterkeringen, Watersystemen, Wegen, Afvalwaterketen en Bestuur en Organisatie verwezen naar de toelichtingen op de programma’s in hoofdstuk 2.1.

Belastingopbrengst

Terug naar navigatie - 2.2 Realisatie en toelichting belastingopbrengsten - Belastingopbrengst

Hieronder zijn de totale belastingopbrengsten inclusief invorderingskosten en de kwijtschelding en oninbaar opgenomen, een lagere opbrengst ten opzichte van de begroting (na wijziging) van ruim € 0,94 miljoen. In het onderdeel 'Analyse resultaat belastingopbrengsten' worden de oorzaken toegelicht. De algemene vergadering is periodiek geïnformeerd over de belastingopbrengsten door middel van de bestuursmonitors. In de laatste monitor was al sprake van een geprognosticeerde  meeropbrengst, dit resultaat is opgenomen in de 4e begrotingswijziging 2025. Na begrotingswijziging is het gerealiseerde resultaat van de belastingopbrengsten € 0,94 miljoen negatief.
Hieronder wordt per belastingsoort een toelichting gegeven op de verschillen.

De bruto opbrengsten van de waterschapsbelasting zijn per categorie als volgt:
Bedragen x € 1.000,-
Waterschapsbelasting primaire begroting Begroting na wijziging Jaarrekening verschil
Watersysteemheffing ingezetenen 25.711 26.002 26.094 92
Watersysteemheffing gebouwd 41.480 42.152 42.274 122
Watersysteemheffing ongebouwd 14.753 14.932 14.937 5
Watersysteemheffing natuurterreinen 334 308 308
Zuiveringsheffing 50.857 52.367 52.578 211
Verontreinigingsheffing 928 895 884 -11
Kwijtschelding / oninbaar -2.523 -2.274 -2.787 -513
Totaal 131.543 134.382 134.288 -94
De opbrengsten (belastingjaar) zijn gebaseerd op onderstaande eenheden:
Belastingeenheden Eenheden primaire begroting Eenheden begroting na wijzigingen Eenheden jaarrekening
Woonruimten 175.000 176.128 176.227
WOZ-waarden in € 1 miljoen 78.893 80.101 80.251
Hectares ongebouwd 143.000 144.470 144.389
Hectares natuurterreinen 30.200 27.758 27.738
Vervuilingseenheden Zuiveringsheffing 568.000 579.318 578.361
Vervuilingseenheden Verontreinigingsheffing 10.400 10.400 10.575

Ingezetenen

Terug naar navigatie - 2.2 Realisatie en toelichting belastingopbrengsten - Ingezetenen

De belastingopbrengst voor watersysteemheffing ingezetenen valt € 0,09 miljoen hoger uit. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door een meeropbrengst uit voorgaande jaren en hogere invorderingsopbrengsten.

Ingezetenen Bedragen x € 1.000
meer opbrengst 2025 14
meer opbrengst nog opgelegd voorgaande jaren 48
hogere invorderingsopbrengsten 29
Totaal meer opbrengst Ingezetenen 92

Gebouwd

Terug naar navigatie - 2.2 Realisatie en toelichting belastingopbrengsten - Gebouwd

De belastingopbrengst voor de watersysteemheffing gebouwd valt € 0,122 miljoen hoger uit. Er is sprake van een beperkte meeropbrengst over 2025 en hogere invorderingsopbrengsten.

Gebouwd Bedragen x € 1.000
meer opbrengst 2025 79
minder opbrengst nog opgelegd voorgaande jaren -1
hogere invorderingsopbrengsten 45
Totaal meer opbrengst Gebouwd 122

Heffingseenheden Ongebouwd en Natuur

Terug naar navigatie - 2.2 Realisatie en toelichting belastingopbrengsten - Heffingseenheden Ongebouwd en Natuur

In het volgende overzicht is de ontwikkeling van het aantal heffingseenheden ongebouwd en natuur weergegeven.               

Watersysteemheffing ongebouwd ha. Totaal belaste ha. Ongebouwd Totaal belaste ha. Natuur Totaal belast ha. Watersysteem- heffing
jaar vol tarief wegen totaal ongebouwd
2022 136.000 4.563 140.563 145.126 28.578 173.704
2023 134.908 4.556 139.464 144.019 29.309 173.328
2024 134.704 4.684 139.388 144.073 30.389 174.462
2025 134.921 4.734 139.655 144.389 27.738 172.127

Zuiveringsheffing

Terug naar navigatie - 2.2 Realisatie en toelichting belastingopbrengsten - Zuiveringsheffing

Bij de zuiveringsheffing is sprake van een hogere opbrengst van € 0,211 miljoen. Ten opzichte van de totale opbrengst zuiveringsheffing is de afwijking marginaal. In totaal een saldo van een hogere opbrengst zuiveringsheffing huishoudens en een lagere opbrengst zuiveringsheffing bedrijven.

Zuiveringsheffing Bedragen x € 1.000
Huishoudens: 333
meer opbrengst 2025 119
meer opbrengst nog opgelegd voorgaande jaren 175
hogere invorderingsopbrengsten 39
Bedrijven: -122
minder opbrengst 2025 -204
meer opbrengst nog opgelegd voorgaande jaren 68
hogere invorderingsopbrengsten 14
Totaal meer opbrengst Zuiveringsheffing 211

Aantal vervuilingseenheden huishoudens

Terug naar navigatie - 2.2 Realisatie en toelichting belastingopbrengsten - Aantal vervuilingseenheden huishoudens

In onderstaand overzicht is de ontwikkeling van het aantal ve's weergegeven voor zowel de zuiveringsheffing huishoudens als bedrijven.                      

Zuiverings heffing Huishoudens Bedrijven Totaal
jaar eenheden eenheden eenheden
2022 424.951 145.277 570.228
2023 427.977 148.283 576.260
2024 434.919 141.177 576.096
2025 437.361 141.000 578.361
eenheden deels nog op basis van voorlopige aanslagen

Aantal vervuilingseenheden bedrijven

Terug naar navigatie - 2.2 Realisatie en toelichting belastingopbrengsten - Aantal vervuilingseenheden bedrijven

In de volgende tabel is de ontwikkeling van het aantal vervuilingseenheden (v.e.'s) weergegeven voor de zuiveringsheffing bedrijven, gespecificeerd naar de meetbedrijven (incl. contract- en tabelbedrijven op basis van bemonstering) en de overige bedrijven (tabel op basis bijlage II klasse indeling en forfaitaire bedrijven).

jaar meet- & tabelbedrijven overige bedrijven totaal
2022 30.642 114.634 145.276
2023 31.166 117.117 148.283
2024 26.074 115.103 141.177
2025 24.039 116.961 141.000
eenheden deels nog op basis van voorlopige aanslagen

Verontreinigingsheffing

Terug naar navigatie - 2.2 Realisatie en toelichting belastingopbrengsten - Verontreinigingsheffing

De opbrengsten verontreinigingsheffing liggen in lijn met de begroting.

Verontreinigingsheffing Bedragen x € 1.000,-
Huishoudens: 3
meer opbrengst 2025 3
meer opbrengst nog opgelegd voorgaande jaren 1
Bedrijven: -15
minder opbrengst 2025 -8
minder opbrengst nog opgelegd voorgaande jaren -6
Totaal meer opbrengst Verontreinigingsheffing -11
* afwijking ivm afronding op duizendtallen

Kwijtschelding

Terug naar navigatie - 2.2 Realisatie en toelichting belastingopbrengsten - Kwijtschelding

Hieronder zijn de verschillen in kwijtschelding voor ingezetenen en zuiveringsheffing weergegeven. Totaal ligt dit in lijn met de begroting.

 

Kwijtschelding Bedragen x € 1.000
Ingezetenen: -47
minder kwijtschelding 2025 -43
minder kwijtschelding voorgaande jaren -4
Zuiveringsheffing: 52
meer kwijtschelding 2024 44
meer kwijtschelding voorgaande jaren 8
Totaal meer verleende Kwijtschelding 5

Verleende Kwijtscheldingen

Terug naar navigatie - 2.2 Realisatie en toelichting belastingopbrengsten - Verleende Kwijtscheldingen

In de volgende tabellen is een overzicht opgenomen over de werkelijk verleende kwijtscheldingen. Een toelichting is opgenomen in dit hoofdstuk onder Kwijtscheldingsbeleid.

Overzicht verleende kwijtschelding per boekjaar Bedragen x € 1,-
Verleende kwijtschelding
Ingezetenen Zuiveringsheffing Subtotaal Totaal
jaar dienstjaar voorgaand jaar dienstjaar voorgaand jaar dienstjaar voorgaand jaar jaar
2022 850.000 34.572 850.000 46.667 1.700.000 81.239 1.781.239
2023 939.479 38.058 901.025 49.989 1.840.504 88.047 1.928.551
2024 956.265 51.351 943.735 65.064 1.900.000 116.415 2.016.415
2025 948.632 -20.595 1.036.368 -9.249 1.985.000 -29.844 1.955.156

Oninbaar

Terug naar navigatie - 2.2 Realisatie en toelichting belastingopbrengsten - Oninbaar

In de begroting 2025 was voor oninbaar (toevoeging aan de voorziening) een bedrag van € 0,324 miljoen opgenomen. In werkelijkheid is dit € 0,513 miljoen hoger. De hoogte van de voorziening wordt berekend door Sabewa Zeeland op basis van de openstaande belastingdebiteuren eind 2025.  De hogere toevoeging heeft te maken met de hogere debiteurenstand eind 2025.

Oninbaar Bedragen x € 1.000
Ingezetenen 82
Gebouwd 97
Ongebouwd 46
Verontreinigingsheffing 148
ZH-huishoudens 93
ZH-bedrijven 46
Totaal meer (+) / minder (-) Oninbaar 513

Mutatie Voorziening Oninbaar

Terug naar navigatie - 2.2 Realisatie en toelichting belastingopbrengsten - Mutatie Voorziening Oninbaar
Bedragen x € 1,-
Voorziening oninbaar Belastingen Debiteuren-
Jaar Stand per 1-1 afgeboekt toegevoegd Stand per 31-12 stand per 31-12
2022 2.038.817 174.628 -97.694 1.766.495 4.579.753
2023 1.766.495 129.437 - 1.637.058 4.701.637
2024 1.637.058 478.167 - 1.158.891 5.188.857
2025 1.158.891 232.053 844.145 1.770.983 6.955.871
Voorziening oninbaar Invorderingsopbrengsten Debiteuren-
Jaar Stand per 1-1 afgeboekt toegevoegd Stand per 31-12 stand per 31-12
2022 - - 446.563 446.563 890.339
2023 446.563 50.406 - 396.157 861.210
2024 396.157 91.398 61.400 366.158 840.619
2025 366.158 5.781 -7.499 352.878 817.308

In de tabel is te zien dat de benodigde omvang van de voorziening voor 2025 hoger uitvalt dan het jaar daarvoor. Dit heeft te maken met het hogere debiteurensaldo eind 2025.
De berekening van de benodigde omvang van de voorziening is vanaf boekjaar 2024 belegd bij Sabewa Zeeland aangezien Sabewa Zeeland beter inzicht heeft in het debiteurenbestand. De gehanteerde berekeningssystematiek voor het bepalen van de omvang van de voorziening is zowel met de accountant van Sabewa Zeeland afgestemd als met de accountant van het waterschap. 

Waterschapsbelastingen - Beschrijving kwijtscheldingsbeleid

Terug naar navigatie - 2.2 Realisatie en toelichting belastingopbrengsten - Waterschapsbelastingen - Beschrijving kwijtscheldingsbeleid

Het kwijtscheldingsbeleid wordt door Sabewa Zeeland uitgevoerd aan de hand van de door de algemene vergadering vastgestelde kwijtscheldingsnormen. Deze is vastgesteld op 100%. Dat wil zeggen dat in de regel kwijtschelding wordt verleend aan belastingschuldigen met een inkomen op of onder bijstandsniveau. In beginsel is deze norm 90% maar het waterschap Scheldestromen kent een ruimhartiger kwijtscheldingsbeleid door de norm te stellen op 100%. Alle gemeenten in Zeeland hanteren dezelfde norm. Sabewa Zeeland voert ook voor de niet aangesloten gemeenten het kwijtscheldingsbeleid uit. Door samen te werken wordt bereikt dat het indienen en afhandelen van verzoeken om kwijtschelding eenvoudiger is. De belastingschuldige hoeft maar één aanvraagformulier (met bijlagen) voor kwijtschelding van gemeentelijke - en waterschapsbelastingen in te dienen.

De algemene vergadering heeft op 13 november 2013 besloten om met ingang van 2014 de kwijtscheldingsnormen te verruimen voor ondernemers (eenmansbedrijven) voor belastingschulden met betrekking tot de privéhuishouding, met de netto-kosten van kinderopvang en voor personen van 65 jaar en ouder de kwijtscheldingsnorm te verhogen tot 100% van de van toepassing zijnde netto AOW-bedragen. 

In 2016/2017 heeft een werkgroep de Leidraad kwijtschelding beoordeeld. Dit met het doel deze zo mogelijk te verduidelijken en/of te vereenvoudigen. De aangepaste Leidraad kwijtschelding is op 27 januari 2017 door het dagelijks bestuur van Sabewa Zeeland vastgesteld. 

In 2019 is de Leidraad opnieuw door Sabewa Zeeland beoordeeld en waar nodig aangepast. Hierbij is ook vooral gekeken naar de juistheid van de informatie in de Leidraad en de leesbaarheid. Ook zijn in deze aanpassingen in de bepalingen omtrent het autobezit aangepast.

Het recht op kwijtschelding wordt aan het begin van het belastingjaar beoordeeld door toezending van persoonsgegevens van die belastingplichtigen die het voorgaande jaar kwijtschelding hebben ontvangen aan de Stichting Inlichtingenbureau. Deze Stichting is een onderdeel van het ministerie van Sociale zaken en werkgelegenheid en toetst aangeleverde gegevens aan de wettelijke normen voor inkomen, vermogen en voertuigbezit, een en ander volgens de daarvoor geldende landelijke regeling.

Kwijtschelding wordt alleen verleend voor de watersysteemheffing ingezetenen en zuiveringsheffing – en verontreinigingsheffing huishoudens. 

Waterschapsbelastingen - Kostendekkendheid

Terug naar navigatie - 2.2 Realisatie en toelichting belastingopbrengsten - Waterschapsbelastingen - Kostendekkendheid

De netto kosten zijn toegerekend aan de belastingcategorieën en worden grotendeels gedekt door de waterschapsbelastingen. De opbouw van de verschillende belastingtarieven kan als volgt worden weergegeven. Om het dekkingspercentage te berekenen worden de kosten per eenheid tarief gedeeld door het tarief.

Alle onttrekkingen uit de reserves hebben conform de besluitvorming plaatsgevonden. Voor een specificatie van de inzet van de investeringen wordt verwezen naar hoofdstuk 2.4.1.4 weerstandcapaciteit, risico's en weerstandsratio of hoofdstuk 3.5 balans.

Bedragen x € 1
Inzet reserves: Watersysteemheffing zuiverings- heffing
ingezetenen gebouwd (%) ongebouwd natuur- terreinen
Tarief exclusief inzet reserves: € 150,20 0,06365% € 105,27 € 12,34 € 84,13
Inzet reserves:
Algemene reserve € 1,61 0,00061% € 1,20 € 0,12 € -2,85
Bestemmingsreserves € 3,45 0,01049% € 2,56 € 0,26 € 0,64
Tariefegalisatiereserve € -1,18 0,00019% € -1,21 € 0,89 € -2,88
Subtotaal € 3,88 0,01129% € 2,55 € 1,28 € -5,08
Tarief € 146,32 0,05236% € 102,72 € 11,06 € 89,21
Dekkingspercentage tarieven rekening 2025 97,41% 82,26% 97,58% 89,66% 106,04%
Dekkingspercentage tarieven begroting 2025 94,00% 92,70% 94,40% 94,80% 98,50%

Waterschapsbelastingen - Tarieven en tariefontwikkeling

Terug naar navigatie - 2.2 Realisatie en toelichting belastingopbrengsten - Waterschapsbelastingen - Tarieven en tariefontwikkeling

In onderstaande tabel is de tariefontwikkeling over de afgelopen jaren weergegeven voor de verschillende belastingsoorten. 

Bedragen x € 1.000
Belastingtarieven Begroot 2021 Begroot 2022 Begroot 2023 Begroot 2024 Begroot 2025
Watersysteemheffing ingezetenen per woonruimte € 115,00 € 122,83 € 134,96 € 141,60 € 146,32
Watersysteemheffing gebouwd % van de WOZ-waarde 0,05745% 0,05677% 0,05708% 0,05246% 0,05236%
Watersysteemheffing ongebouwd per hectare € 77,68 € 83,29 € 91,52 € 97,35 € 102,72
Watersysteemheffing natuurterreinen per ha. € 9,50 € 10,25 € 10,88 € 10,78 € 11,06
Zuiveringsheffing per vervuilingseenheid € 64,89 € 67,82 € 72,08 € 78,28 € 89,21
Verontreinigingsheffing per vervuilingseenheid € 64,89 € 67,82 € 72,08 € 78,28 € 89,21

Kwijtschelding publieke schulden in het kader van hersteloperatie kinderopvangtoeslag

Terug naar navigatie - 2.2 Realisatie en toelichting belastingopbrengsten - Kwijtschelding publieke schulden in het kader van hersteloperatie kinderopvangtoeslag

In 2025 zijn er in het kader van de hersteloperatie kinderopvangtoeslag geen kwijtscheldingen geweest. 

bedragen x €1
Jaar aantal gedupeerden waterschap (paragraaf 3.3 uitkeringsregeling) berekend bedrag uitvoeringskosten (gedupeerden*€ 100,-) (paragraaf 3.3 uitkeringsregeling) kwijtgescholden bedragen (paragraaf 3.2 uitkeringsregeling)
2021 161 16.100 -
2022 30 3.000 14.386
2023 - - -
2024 - - -
2025 - - -

2.3 Gerealiseerd Resultaat

2.3.1 Resultaatbestemming

Terug naar navigatie - 2.3.1 Resultaatbestemming - Tekstveld 3

Hierna is het voorstel tot de bestemming van het positieve exploitatieresultaat van € 3,220 miljoen opgenomen. 

Bedragen x € 1.000
Taak / categorie Bestemming resultaat 2025
Algemene Reserves
- Watersysteembeheer (toevoeging) 1.326
- Zuiveringsbeheer (toevoeging) 1.950
Egalisatiereserves
- Ingezetenen (toevoeging) 9
- Gebouwd (onttrekking) -13
- Ongebouwd (onttrekking) -36
- Natuur (onttrekking) -9
- Zuiveringsheffing (onttrekking) -69
Egalisatiereserves (onttrekking) -118
Bestemmingsreserve
- Lichtmasten (toevoeging afkoopsom) 62
Totaal resultaat 2025 3.220

2.4 Indeling paragrafen

2.4.1 Financiële positie

2.4.1.1 Financiering

Terug naar navigatie - 2.4.1.1 Financiering - Financiering

Het doel van de paragraaf Financiering, rente en schuldpositie is het bevorderen en transparant maken van het financierings- en treasurybeleid, het verbeteren van de besluitvorming daarover en het beter mogelijk maken van een goede beoordeling daarvan door de toezichthouder. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de vermogensbehoefte, de renteontwikkeling en het risicobeheer.

De vermogenstoename of -afname in het afgelopen jaar kan bepaald worden door het verschil tussen herkomst en bestedingen van middelen.

In 2025 is voor € 10.000.000,- afgelost en zijn geen vaste financieringsmiddelen aangetrokken gezien de geldlening van € 165.000.000,- die in 2023 is afgesloten voor meerdere jaren. 

bedragen x € 1.000
Vermogensmutaties Herkomst Besteding Mutaties
Vaste activa: Afschrijvingen 20.384
Subsidies/bijdragen van derden 26.700
Verkopen en fin. Activa 189
Bruto uitgaven 68.270
Eigen vermogen: Toevoegingen 10.820
Onttrekkingen 10.960
Voorzieningen: Toevoegingen 1.380
Besteding (incl. vrijval) -743
Lang lopende schulden: Stortingen -
Aflossingen 10.000
Totaal 67.350 80.610
Vermogensmutatie -13.261

2.4.1.2 Renteschema, renterisiconorm en kasgeldlimiet

Terug naar navigatie - 2.4.1.2 Renteschema, renterisiconorm en kasgeldlimiet - Renteschema

Renteschema
In onderstaand schema zijn conform de Notitie rente de rentelasten en rentebaten in beeld gebracht. Het rente saldo wordt op basis van de berekende omslagrente toegerekend aan de investeringen binnen de betreffende taakvelden.  
De berekening van de omslagrente vindt plaats over de boekwaarde per 1 januari .

Renteschema Rekening 2025 Primaire begroting 2025
Rente lang geld 9.292.720 8.892.000
Rente lang geld (voorgenomen financiering HWBP) 3.173 730.000
Rente kort geld 105.208
1 De externe rentelasten over de korte en lange financiering + 9.401.101 9.622.000
2 De externe rentebaten (idem) -/- 4.356.500 4.003.000
saldo rentelasten en rentebaten 5.044.601 5.619.000
3 rentelasten die specifiek moeten worden toegerekend -/- 105.168 730.000
4 rentebaten die specifiek worden toegerekend + 0 0
aan de taken toe te rekenen externe rente via rente omslag 4.939.433 4.889.000
aan de taken toegerekende rente (rente omslag)
watersysteem- en zuiveringsbeheer -/- 4.939.433 4.889.000
5 Renteresultaat 0 0
Taken Boekwaarde % Boekwaarde %
watersysteem- en zuiveringsbeheer 327.365.052 1,509% 338.170.778 1,446%

De totale omslagrente die wordt berekend over de boekwaarde per 1-1-2025 valt 0,063% hoger uit dan begroot in 2025.
De netto
rentekosten die worden meegenomen in de renteomslag vallen € 0,05 miljoen hoger uit, daarnaast is er sprake van een lagere boekwaarde per 1-1-2025.

In de netto rentekosten zijn ook de renteopbrengsten verdisconteerd. In 2023 is een geldlening van € 165 miljoen afgesloten bedoeld voor meerjarige financiering en een eventuele voorfinanciering van HWBP. Door deze lening is er een overschot aan liquide middelen. Als decentrale overheid is het waterschap verplicht voor de niet ingezette liquide middelen deel te nemen aan het schatkistbankieren (SKB). De ontvangen rente van het schatkistbankieren valt in 2025 € 0,35 miljoen hoger uit dan begroot. 

De rentekosten voor de voorfinanciering van HWBP projecten wordt niet meegenomen in de renteomslag maar direct toegerekend aan het programma Waterkeringen. De voorfinancieringskosten vallen € 0,6 miljoen lager uit dan opgenomen in de primaire begroting 2025. Dit is in de loop van 2025 gemeld in de bestuursmonitor en verwerkt in een begrotingswijziging 2025.

Terug naar navigatie - 2.4.1.2 Renteschema, renterisiconorm en kasgeldlimiet - Renterisiconorm

Renterisiconorm
Om de risico’s te beperken is het treasurybeleid defensief en risicomijdend. Het beleid is er op gericht om toekomstige risico’s inzichtelijk te maken, te beheersen, te verminderen of te verschuiven. Het risicobeheer bestaat uit o.a. renterisico, kredietrisico en liquiditeitsrisico, waarbij voor het waterschap het renterisico het belangrijkste is.
De uitvoering van de treasurytaak mag in ieder geval niet leiden tot een vergroting van de risico’s voor de organisatie. Hierbij geldt dat het niveau van renterisico’s in de komende jaren de wettelijke normen (de kasgeldlimiet en de renterisiconorm), zoals vastgelegd in de Wet Fido, niet overschrijdt.

De renterisiconorm beoogt een zodanige opbouw van de leningenportefeuille dat het risico uit hoofde van renteaanpassing en herfinanciering van leningen beperkt blijft. De renterisiconorm is voor de waterschappen vastgesteld op 30% van het begrotingstotaal bij aanvang van het betreffende jaar. Het waterschap heeft geen leningen met een renteherziening. 

Renterisiconorm Norm 2025
1 Totale lasten programmabegroting 168.903
2 Renterisiconorm (30% van 1) 30% 50.671
3 Betaalde aflossingen 10.000
Ruimte (2-3) 40.671
Terug naar navigatie - 2.4.1.2 Renteschema, renterisiconorm en kasgeldlimiet - Kasgeldlimiet

Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet is het maximum dat gesteld is aan de mate waarin van korte financiering (looptijd maximaal één jaar) gebruik mag worden gemaakt. In de ‘Uitvoeringsregeling Fido' is dit maximum voor de waterschappen vastgesteld op 23% van het begrotingstotaal. Voor het waterschap betekent dit voor 2025 € 38,8 miljoen. In 2025 is het waterschap binnen de kader van de kasgeldlimiet gebleven.

bedragen x € 1.000
periode (eind van het) Vlottende schuld (-/-) middelen Kasgeldlimiet Ruimte onder kasgeldlimiet
Begrotingstotaal 2025 168.903
Norm kasgeldlimiet 23%
1e kwartaal 176.396 -38.848 -215.244
2e kwartaal 194.731 -38.848 -233.579
3e kwartaal 208.214 -38.848 -247.061
4e kwartaal 202.081 -38.848 -240.928

2.4.1.3 Reserves en voorzieningen

Terug naar navigatie - 2.4.1.3 Reserves en voorzieningen - Reserves en voorzieningen

De omvang en mutaties van de algemene reserves, bestemmingsreserves en voorzieningen in de rekening 2025 zijn in de volgende tabellen weergegeven. De toelichtingen hierop zijn opgenomen in paragraaf 3.5 'Balans met toelichtingen'.

Bedragen x € 1.000,-
Algemene reserves en bestemmingsreserves Saldo 31-12-2024 voor resultaat- bestemming Onttrekking resultaat 2024 Toevoeging resultaat 2024 Saldo 31-12-24 na resultaat- bestemming Onttrekking 2025 Toevoeging 2025 Saldo 31-12-2025 Voorstel bestemming resultaat 2025 Saldo 31-12-2025 na resultaat- bestemming
Algemene reserves
watersysteembeheer 22.287 1.528 23.816 -4.439 3.498 22.874 1.326 24.200
zuiveringsbeheer 3.233 1.682 4.915 -452 2.069 6.532 1.950 8.482
Totaal algemene reserves 25.520 - 3.211 28.731 -4.891 5.567 29.407 3.276 32.683
Bestemmingsreserves
Tariefegalisatiereserves
watersysteemheffing ingezetenen 907 679 1.586 -200 406 1.792 9 1.801
watersysteemheffing ongebouwd 145 -14 132 - 448 580 -36 544
watersysteemheffing gebouwd 2.974 841 3.815 -800 379 3.394 -13 3.381
watersysteemheffing natuurterreinen 83 -6 76 - -27 49 -9 40
zuiveringsheffing 671 2.133 2.804 - 1.636 4.440 -69 4.371
Totaal tariefegalisatiereserves 4.780 -20 3.653 8.413 -1.000 2.842 10.255 -118 10.137
Overige bestemmingsreserves
Impuls verkeersveiligheid 3.071 3.071 -1.172 - 1.899 1.899
cultuurhistorische duikers en sluizen 323 323 - - 323 323
Innovatie 15 15 - - 15 15
Veerse Meer 275 275 -12 28 291 291
te verstrekken subsidies (Leader) 195 195 -25 - 170 170
Kader Richtlijn Water (KRW) 247 247 -131 - 116 116
GGA wegen 9 9 - - 9 9
effluent - onderzoek industrieel afvalw. 62 62 - - 62 62
informatieveiligheid 793 793 -168 - 625 625
Assetmanagement 1.199 1.199 -373 - 826 826
Muskusrattenbestrijding 803 803 -311 - 492 492
Arbo maatregelen 2024-2026 273 273 -83 - 190 190
Kennis en ontwikkeling medewerkers 2024 150 150 -150 - - -
Baggeren Grote Wateren - - - 700 700 700
Bestemmingsreserve lichtmasten - - - 449 449 62 511
Bestemmingsreserve Participatie en Trainees - - - 500 500 500
Uitgestelde werken en diensten 1.173 1.331 2.504 -2.504 874 874 874
Totaal overige bestemmingsreserves 8.588 - 1.331 9.919 -4.929 2.551 7.541 62 7.603
Totaal bestemmingsreserves 13.368 -20 4.984 18.332 -5.929 5.393 17.796 -56 17.740
Totaal reserves 38.888 -20 8.195 47.063 -10.820 10.960 47.203 3.220 50.423

De omvang en mutaties van de voorzieningen in de rekening 2025 zijn in onderstaande tabel weergegeven. De toelichtingen hierop zijn opgenomen in paragraaf 3.5 'Balans met toelichtingen'.

bedragen x € 1.000
Voorzieningen Saldo 1-1-2025 Interne vermin- deringen Externe vermin- deringen Interne vermeer- deringen Externe vermee- rderingen Saldo 31-12-2025
Personele voorzieningen 4.855 -230 -513 1.222 158 5.492
Totaal 4.855 -230 -513 1.222 158 5.492

2.4.1.4 Weerstandscapaciteit, risico's en weerstandsratio

Terug naar navigatie - 2.4.1.4 Weerstandscapaciteit, risico's en weerstandsratio - Weerstandsvermogen, -capaciteit en risico’s

Bij de taakuitoefening en in de bedrijfsvoering loopt het waterschap risico’s van uiteenlopende aard. Tegen een deel van deze risico’s kan een waterschap zich verzekeren, of moeten er voorzieningen worden gevormd, of kunnen anderszins worden opgevangen. Voor een deel van de risico’s is dit echter niet het geval. Daarnaast wordt er soms voor gekozen om voor bepaalde verzekerbare risico’s eigen risicodrager te worden door zich bewust niet voor deze risico’s te verzekeren. De niet verzekerde risico’s kunnen, als ze zich voordoen, (grote) financiële consequenties hebben. Het is dus zaak voor het waterschap, dat ze zich bewust is van de risico’s die ze loopt en ze beheerst. Het uitsluiten van risico’s is echter niet mogelijk. Niet verzekerde risico’s die zich voordoen, moet het waterschap opvangen met het eigen vermogen (reserves), door belastingverhoging of door ombuigingen binnen de begroting. 

Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen:

  • de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover het waterschap beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken;
  • alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.

De weerstandscapaciteit is te omschrijven als de omvang van de direct beschikbare financiële middelen om onverwachte financiële tegenvallers op te vangen. Het is als het ware een buffer om ervoor te zorgen dat bestaand beleid en voorzieningen niet in gevaar komen als risico’s werkelijkheid worden.
Binnen de organisatie zijn er assetmanagementadviseurs die zorgen voor de ontwikkeling van het assetmanagement. Met assetmanagement maken we keuzes over te nemen maatregelen, die keuzes dragen bij aan het verbeteren van de risicopositie. Met risicomanagement trachten we inzicht te verkrijgen in de risicopositie om vervolgens passende maatregelen te nemen. Om dit te kunnen doen voeren we risicoanalyses uit. Met deze risicoanalyses krijgen we input voor het nemen van beheersmaatregelen.
Met assetmanagement zorgen we voor een optimale balans tussen behalen van prestaties, de kosten die daar mee gemoeid zijn en het beheersen van risico’s.

In de AV van 4 april 2024 is de Nota weerstandsvermogen, risicomanagement, reserves en voorzieningen vastgesteld. Met deze beleidsnota is in de onderstaande berekening van het weerstandsvermogen rekening gehouden.

Berekening weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - 2.4.1.4 Weerstandscapaciteit, risico's en weerstandsratio - Berekening weerstandscapaciteit

In de weerstandscapaciteit worden alleen die middelen opgenomen die in een begrotingsjaar en de daaropvolgende begrotingsjaren vrij aanwendbaar zijn zonder dat dit effect heeft op de gewenste kernactiviteiten van het waterschap en de gewenste ontwikkeling van de lastendruk. Dit geldt voor de algemene reserve en het niet bestemde deel van de tariefegalisatiereserves. De aanwezige overige bestemmingsreserves maken geen deel uit van de weerstandscapaciteit. Deze worden ingezet voor het doel waarvoor deze gevormd zijn. Er is een mogelijkheid om de belastingcapaciteit in te zetten en daarmee de weerstandscapaciteit te vergroten. In het jaar 2024 was dit niet het geval en is hier niets opgenomen.
De totale weerstandscapaciteit per ultimo van het jaar is als volgt bepaald:

Bedragen x € 1.000,-
Beschikbaar begroot rekening
Stille reserve p.m. p.m.
Belastingcapaciteit p.m. p.m.
Onvoorzien 100 100
Algemene reserves 17.778 29.407
Tariefsegalisatiereserves 4.654 10.255
Totaal 22.532 39.762

Strategische risico’s & ontwikkelingen

Terug naar navigatie - 2.4.1.4 Weerstandscapaciteit, risico's en weerstandsratio - Strategische risico’s & ontwikkelingen

Strategische risico’s zijn het gevolg van de gekozen strategische koers van de organisatie of het gevolg van gemaakte keuzes die leiden tot een strategische koerswijziging. Ze hebben impact op de strategische doelstelling van een organisatie. Vaak zijn de kans van optreden en de impact van deze risico’s niet goed (financieel) te kwantificeren en niet direct te managen. Hierna wordt nader ingegaan op de strategische risico’s en een aantal relevante ontwikkelingen.

Onvolledig beeld omvang benodigd onderhoud van assets 
In 2025 is gestart met de doorontwikkeling van assetmanagement (AM). Hierin werken we toe naar het in beeld brengen van de meerjarenopgave en gebruiken we een integrale prioritering in de balans tussen prestaties, risico’s en kosten. Afgelopen jaar hebben we gewerkt aan heldere kaders en doelstellingen. Hieromtrent is het AM-beleid opgesteld en vastgesteld. Verder werkten we aan het strategisch assetmanagementplan (SAMP), het vormgeven van de AM-organisatie, integrale formats voor de assetmanagementplannen (AMP’s) en Lange Termijn Assetplannen (LTAP’s) en de structurering van de daarvoor benodigde data. Deze producten worden in de loop van 2026 opgeleverd. Door de implementatie van de doorontwikkeling van ons assetmanagement werken we stapsgewijs toe naar de concretisering van onze meerjaren beheer- en onderhouds- en investeringsopgave en een integrale prioritering daarvan. Tot de afronding van de volledige implementatie bestaan er risico's doordat de data nog niet op orde is en de status van de assets nog niet volledig in beeld is gebracht, waardoor kans op uitval en schade aanwezig is en meerjarenopgave en meerjareninvesteringen nog in de uitvoering kunnen variëren. Vanuit de bovengenoemde hoofdlijn is hieronder per kerntaak een verdieping op het resultaat alsmede de risico’s omschreven. 

Afvalwaterketen
Jaarlijks worden alle assets, zoals rioolgemalen, zuiveringen en poldergemalen, bezocht. Het bezoek is nodig voor het uitvoeren van inspecties, het uitvoeren van preventief onderhoud, het uitvoeren van correctief onderhoud bij geconstateerde gebreken. Kan een gebrek niet direct worden opgelost dan wordt een werkorder aangemaakt. Deze werkorder wordt geprioriteerd en afhankelijk van deze urgentie ingepland. Belangrijkste risico is dat In sommige gevallen op korte termijn een renovatie moet worden uitgevoerd in de vorm van een investeringsproject. Bij het op orde krijgen van de onderhoudstoestand in het onderhoudsbeheerssysteem kan een dergelijk onverwacht investeringsproject mogelijk worden voorkomen. Op korte termijn wordt ingezet op het op orde brengen van de data in het onderhoudsbeheersysteem. Ook worden de preventieve onderhoudsactiviteiten nader beoordeeld en waar nodig aangescherpt. Als deze punten onvoldoende worden geborgd, kan dit leiden tot uitval of functieverlies van de betreffende assets.

Watersystemen
In 2024 is de toestand van de circa 600 stuwen in beeld gebracht door onze kantonniers. Op basis hiervan is de vervangingsopgave en een eerste LTAP vastgesteld. Met het toegekende extra budget wordt op basis van een op risico’s gebaseerde programmering de vervanging of het herstel van de stuwen uitgevoerd. Een groot risico voor watersystemen is het niet goed in beeld hebben van de gemalen. Daarom zijn in 2025 gehele toestandsinspecties uitgevoerd op een aantal gemalen. De resultaten daarvan gebruiken we om van te leren en zullen in 2026 gebruikt worden voor het opstellen van de eerste LTAP-gemalen.

Wegen
In 2025 is de raamovereenkomst voor de inspectiecyclus voor de bruggen tot en met 2029 aanbesteed. Naast deze inspectie is er ook een jaarlijkse schouw ingevoerd waarmee een belangrijke stap gezet is naar een meer systematische en planmatige werkwijze. Daarnaast is gestart met het verder vormgeven en structureren van de werkwijze voor de duikers, zodat ook hiervoor een eenduidige en toekomstbestendige beheer- en onderhoudsaanpak wordt ingericht. Door toenemend inzicht in de kwaliteit van de assets binnen wegen is duidelijk geworden dat op termijn extra budget en capaciteit nodig zijn om het gewenste kwaliteitsniveau te realiseren. Het tijdig beschikbaar stellen van deze middelen is essentieel om uitval en risico’s in het areaal te voorkomen.

Waterkeringen
In 2025 zijn opnieuw uitgebreide inspecties uitgevoerd op dijken, duinen, waterkerende kunstwerken en vooroevers. De meeste waarnemingen betroffen reguliere schadebeelden die geen direct waterveiligheidsrisico vormen. Op basis van de resultaten zijn herstelmaatregelen doorgevoerd en waar nodig opgenomen in het Maatregelenplan Hoogwater en de meerjaren- onderhoudsplanning. Ook zijn diverse proefsluitingen van kunstwerken succesvol uitgevoerd om de inzetbaarheid tijdens hoogwater te borgen. Hoewel het areaal van de waterkeringen overwegend in goede staat verkeert, blijven er risico’s bestaan zolang gegevens nog niet volledig actueel zijn, enkele inspectieopgaven nog lopen en bepaalde beheerprocessen nog niet volledig zijn gestandaardiseerd of risicogestuurd ingericht.  We werken daarom stapsgewijs toe naar volledig inzicht in de status van het areaal en naar een integrale, datagestuurde meerjarenopgave. Daarmee vergroten we onze voorspelbaarheid, beperken we risico’s en versterken we de waterveiligheid voor de toekomst.

Uitvoering projecten
Bij de programmering en voorgenomen realisatie van projecten wordt als uitgangspunt de beschikbare personele capaciteit en het financieel kader gehanteerd. In 2025 is evenals in 2024 vooruitgang geboekt in de invulling van openstaande vacatures. Tevens is er veel aandacht geweest voor het realistisch programmeren in het Meerjaren Investerings Programma en het maken van keuzes hierin. De doorontwikkeling van assetmanagement ondersteunt ons bij het organisatiebreed onderbouwen van keuzes in de meerjarenplanningen, op basis van risicogestuurd werken en implementatie-eisen vanuit wet- en regelgeving. Vanwege de toenemende investeringsopgave is in de begroting 2026 voorzien in het uitbreiden van de personele capaciteit. In 2026 wordt dit verder uitgewerkt in een planmatige werving, 'onboarding' en opleiding van nieuwe medewerkers. Zowel voor de projecten voor de kerntaken op het gebied van afvalwaterketen, waterbeheer, wegen en waterkeringen, als ook voor de HWBP-projecten. We hebben daarbij nog steeds te maken met krapte op de arbeidsmarkt. De voorbereiding van projecten vraagt steeds meer tijd. Strengere en veranderende wet- en regelgeving zoals stikstof, de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging, zorgen voor langere doorlooptijden bij het verleggen van kabels en leidingen en de gevolgen van netcongestie bij het aanvragen of verzwaren van elektriciteitsaansluitingen zorgen voor extra tijdsbeslag en vertraging in de uitvoering. Deze risico’s zijn actueel en spelen binnen meerdere kerntaken. De beheersing van het risico van krapte in de personele capaciteit vindt onder andere plaats door op cruciale openstaande posities inhuurkrachten in te zetten. Het door de overheid actief invulling geven van de wet DBA om schijnzelfstandigheid te voorkomen maakt dat hier ook beperkingen op zijn en het waterschap rekening moet houden met de wettelijke kaders. Voor de HWBP-opgave is de keuze om, gezien de omvang van de projecten, naast een basisbezetting, personele capaciteit vooral ook op projectniveau te organiseren met inzet van inhuurkrachten en samenwerking met marktpartijen en het uitzetten van opdrachten bij ingenieursbureaus. Een beheersmaatregel ten aanzien van de langere doorlooptijden om een project voor te bereiden is het nog eerder kunnen beschikken over de projectscope en het startdocument zodat voorbereiding tijdig kan starten. Er wordt nu twee tot tweeëneenhalf jaar gehanteerd. Gezien de ontwikkelingen moet er rekening worden gehouden met minimaal drie jaar. Dit leidt tot extra benodigde personele capaciteit en een overgangsperiode om dit mogelijk te maken. 

Kaderrichtlijn Water (KRW doelen) worden niet tijdig behaald 
Het jaar 2027 is in de wetgeving opgenomen als deadline voor de KRW. Op dat moment moeten er verschillende maatregelen gerealiseerd zijn en doelen behaald worden. Voorbereiding, uitvoering en oplevering van de maatregelen zal in deze begrotingsperiode moeten plaatsvinden. Bij prioritering van inzet en middelen is hier zoveel als mogelijk rekening mee gehouden, bij afwegingen komende jaren is het zaak de KRW maatregelen prioriteit te blijven geven. 

Onvoldoende mensen met een beperking in dienst 
De Wet Banenafspraak verplicht werkgevers voldoende banen te scheppen voor mensen met een arbeidsbeperking. Werkgevers uit de sector Overheid zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het realiseren van banen. Momenteel ligt er een wetsvoorstel met als doel de Wet Banenafspraak te vereenvoudigen. Als werkgevers de afgesproken aantallen van de banenafspraak niet halen komt er een quotumregeling. Het kabinet wil af van de heffing bij de quotumregeling. In plaats daarvan komt er de inclusiviteitsopslag. Deze opslag wordt geheven via een bestaande premie. Het kabinet houdt nu al rekening met dit nieuwe systeem. Daarom wordt de quotumheffing voorlopig niet doorgevoerd.

Stijgende kosten kust- en dijkversterkingen
Als gevolg van de uitkomsten van de wettelijke beoordeling van de primaire waterkeringen aan de hand van de nieuwe waterveiligheidsnormen en de effecten van klimaatverandering en zeespiegelstijging neemt de opgave van de benodigde dijkversterkingen toe. We zijn alert op de toekomstige kosten van de waterveiligheidsopgave. Deze mogen niet leiden tot een onevenredige lastenverzwaring voor de Zeeuwse burger. In december 2025 is door het Rijk en de Unie van Waterschappen ingestemd met een set bestuurlijke afspraken voor de herijking van het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Belangrijk onderdeel daarvan was het beschikbaar stellen van extra financiële middelen (totaal 2,25 miljard euro) voor de periode 2030-2036. Verder zijn er afspraken gemaakt over de effectuering van de 10 procent eigen bijdrage per waterschap aan de hand van de realisatiekosten van dijkversterkingsprojecten en meer stabiliteit in de jaarlijkse solidariteitsbijdrage die de waterschappen bijdragen in het HWBP. Bij de uitvoering van kust- en dijkversterking onderzoeken we verschillende scenario’s om de meest haalbare en betaalbare oplossing te bepalen. De eerste ronde van de wettelijke beoordeling van de primaire waterkeringen is afgerond en toont aan dat ruim 25% van de Zeeuwse primaire waterkeringen niet voldoet aan de ondergrens van de huidige wettelijke veiligheidsnorm. Er is naar schatting minimaal € 1,5 miljard (waarvan 10 % voor rekening van het waterschap) nodig tot 2050 om de afgekeurde dijkvlakken te versterken zodat ze voldoen aan de norm.

Baseline Basis op orde
De Baseline Basis op orde is het minimale ambitieniveau waaraan het waterschap Scheldestromen wil voldoen op het gebied van digitalisering. Digitalisering verandert onze maatschappij ingrijpend en is tegelijkertijd essentieel om de maatschappij draaiende te houden. De huidige technologische ontwikkelingen zorgen voor een digitale transformatie waarin alle 21 waterschappen kansen moeten grijpen die de informatiesamenleving hen biedt. Dit willen zij doen op een verantwoorde, veilige en mensgerichte manier. Daarvoor is het van belang dat de digitale basis op orde is. In deze baseline wordt invulling gegeven aan de doelen vanuit nieuwe wetgeving en EU- of overheidsrichtlijnen. Het risico wat we kunnen lopen, is dat we niet rechtmatig handelen. De aanpak hiervan is risico gestuurd. Hiermee borgen we dat de focus vooral ligt op de zaken die vanuit wetgeving met een harde deadline worden opgevolgd, zoals de Wet Open Overheid, Omgevingswet en de EU-Single digital gateway. In 2025 is hieraan uitvoering gegeven middels het project implementatie Wet Open Overheid op basis van de planning van de Rijksoverheid, en het project voor het door ontwikkelen van onze SharePoint omgeving zodat deze voldoet aan wet- en regelgeving en dienstdoet als toekomstbestendig dynamisch archief en semi-statisch archief.

Landelijk is de aangepaste Nederlandse Digitaliseringsstrategie opgesteld. Binnen lopende initiatieven wordt gestuurd op aansluiting bij deze koers, waarbij we samen met andere overheden werken aan versterking van onze strategische digitale autonomie om risico's door afhankelijkheid van andere landen te beperken. Hierdoor blijven we wendbaar en voorbereid op de eisen die de komende jaren aan publieke digitale dienstverlening worden gesteld.

Schade als gevolg van cyber-aanvallen op de digitale infrastructuur
In 2025 is het waterschap geconfronteerd met een toenemende dreiging van cybercriminaliteit, mede als gevolg van toenemende georganiseerde cyberaanvallen en veranderende geopolitieke verhoudingen. Door de inzet van samenhangende technologische en organisatorische maatregelen zijn cyberdreigingen beheerst. De digitale infrastructuur, waaronder netwerken en geautomatiseerde assets zoals stuwen, poldergemalen en zuiveringen, is gedurende het jaar operationeel en stabiel gebleven.
De bewustwording van medewerkers op het gebied van cybersecurity blijft een belangrijk aandachtspunt binnen de verdere versterking van de digitale weerbaarheid. De menselijke factor vraagt blijvend aandacht binnen het geheel van preventieve en detectieve maatregelen. Gedurende 2025 hebben zich geen verstoringen van primaire processen voorgedaan als gevolg van cyberaanvallen. Hierdoor zijn er geen directe financiële schadeposten ontstaan die samenhangen met uitval of verstoring door cyberincidenten.
Met de aankomende Wet weerbaarheid kritieke entiteiten wordt een verdere aanscherping van eisen aan digitale en operationele weerbaarheid voorzien. Dit kan op middellange termijn leiden tot extra investeringsdruk, met name op het gebied van beveiligingsmaatregelen, governance en compliance.

Instandhoudingsprojecten kunnen niet tijdig geprogrammeerd worden
Vanuit het uitgangspunt van beschikbare capaciteit zijn er keuzes gemaakt bij het programmeren van de totale investeringsopgave. Deze keuzes worden ook op basis van risicoprofielen gemaakt. 
Het niet tijdig uit kunnen voeren van projecten op de RWZI’s heeft als risico dat niet kan worden voldaan aan wet- en regelgeving. De lozingsnormen kunnen dan mogelijk worden overschreden. Bij de zuivering Willem Annapolder neemt het risico toe. Maatregelen worden onderzocht om op korte termijn toch te gaan voldoen aan de lozingsnormen. Daarnaast kunnen door het niet tijdig kunnen programmeren van projecten procesonderdelen gaan falen wat financiële gevolgen kan hebben. 

Operationele risico's

Terug naar navigatie - 2.4.1.4 Weerstandscapaciteit, risico's en weerstandsratio - Operationele risico's

Operationele risico’s kunnen optreden bij de uitvoering van de bedrijfsfuncties van de organisatie als gevolg van ontoereikende of niet succesvolle interne processen, mensen en systemen, of externe gebeurtenissen. Er heeft een gekwantificeerde analyse van de operationele risico’s plaatsgevonden. Voor deze analyse zijn de volgende typen risico’s buiten beschouwing gelaten:

  • projectrisico’s waarvoor binnen het project al een voorziening is getroffen;
  • strategische risico’s die niet goed (financieel) te kwantificeren zijn.

Het waterschap werkt er aan om de risico’s bij de uitvoering van de kerntaken op een meer systematische eenduidige wijze te gaan beheersen. Als start hiervan is in 2020 de bedrijfswaardenmatrix opgesteld waarmee het risiconiveau van een gebeurtenis kan worden vastgesteld. Risico’s worden uitgedrukt als kans x effect. Door de kans van voorkomen van een ongewenste gebeurtenis en het bijbehorende gevolg (effect) tegen elkaar af te zetten in de matrix, wordt het risiconiveau bepaald. Het risiconiveau geeft aan of het waterschap een risico acceptabel vindt of niet. Op basis daarvan kunnen vervolgens maatregelen ontworpen worden om risico’s te verkleinen door de kans van optreden of het effect te verkleinen. Voor de restrisico’s die dan nog resteren en waarbij sprake kan zijn van financiële tegenvallers, is er een bepaalde weerstandscapaciteit nodig. Als die risico’s zich vervolgens manifesteren kan de weerstandscapaciteit worden aangewend.

In het hierna opgenomen geconsolideerde risico-overzicht is de benodigde weerstandscapaciteit opgenomen. Daarvoor zijn eerst de belangrijkste operationele risico’s binnen de vijf programma’s geïnventariseerd. Er is gekeken naar de restrisico’s - na beheersing - met een maximaal financieel gevolg van meer dan € 100.000.-. Vervolgens zijn de risico’s gekwantificeerd in ‘kans van optreden’ en het ‘maximale financiële gevolg’. De financiële impact van het risico is bepaald door deze twee waarden met elkaar te vermenigvuldigen. Deze exercitie leidt tot de volgende tabel met gekwantificeerde operationele risico’s, waarmee de benodigde weerstandscapaciteit is bepaald. De operationele risico’s zullen in de toekomst periodiek worden geëvalueerd.

Bedragen x € 1.000,-
Risico overzicht: Begroting 2025 Actualisatie 2025
begroot 2025 rekening 2025 Operationeel risico Programma Kans van optreden [1] Impact x € 1.000,- [2] Kans van optreden [1] Impact x € 1.000,- [2]
nieuw 1. Gevolgen oorlog Iran op brandstofprijzen Alle Midden 2.000
2. 2. Personeelskosten: salarisverhoging (CAO) en extra kosten inhuur doordat vacatures niet kunnen worden ingevuld Alle Midden 1.500 Midden 1.000
1. 3. Renterisico Schatkistbankieren Alle Midden 2.250 Midden 1.000
3. 4. Mogelijke uitval of onderbreking van ICT middelen en processen Alle Klein 850 Klein 850
5. Hoger uitvallen van aanbestedingen (hoger dan begroot) Alle Midden 750
4. 6. Extra energiekosten riool- en polder gemalen door extreme neerslag Afvalwaterketen/ Watersystemen Midden 600 Midden 600
5. 7. Schade aan waterkeringen door extreme omstandigheden Waterkeringen Klein 510 Klein 510
8. BTW over pensioenpremie Alle Klein Klein 340
10. 9. Extra kosten gladheidbestrijding bij buitengewoon winterweer Wegen Klein 50 Midden 250
6. 10. Calamiteiten door uitstel projecten rioolgemalen, poldergemalen en zuiveringen Afvalwaterketen/ watersystemen Groot 249 Groot 249
7. valt buiten top 10 Hitteschade aan Wegen Wegen Groot 166 0
8. Schending van de AVG Privacywet Bestuur & Organisatie Klein 71 0
9. vervallen Aanbesteden waterlopen valt mogelijk hoger uit Watersystemen Midden 56 0
TOTAAL TOP 10 6.302 7.549
[1] De kans van optreden kan worden gekwantificeerd als: klein (impact-17%), midden (impact-50%) en groot gevolg (impact-83%).
[2] Impact = kans x financieel gevolg in €.

Gekwantificeerde operationele risico's

Terug naar navigatie - 2.4.1.4 Weerstandscapaciteit, risico's en weerstandsratio - Gekwantificeerde operationele risico's

De gekwantificeerde operationele risico’s worden hieronder verder toegelicht. Hierbij is de volgorde van de geactualiseerde risico's (rekening 2025) aangehouden.

1. Gevolgen oorlog Iran op brandstofprijzen
De oorlog in Iran leidt tot hogere energie- en brandstofprijzen, wat direct doorwerkt in de kosten van ons waterschap. Volgens ramingen van het CPB zorgen de stijgende olie- en gasprijzen voor circa 0,6 procent extra inflatie. Dit vertaalt zich in zichtbaar hogere externe kosten. Bij een uitgavenniveau van € 65 miljoen aan goederen en diensten betekent dit een potentiële meerlast van ongeveer € 3,9 miljoen. Hoewel niet alle kosten direct energieafhankelijk zijn, werken prijsstijgingen in brandstoffen door in contractindexeringen en in essentiële werkzaamheden zoals transport, maaien, baggeren en het gebruik van chemicaliën. Daarnaast bestaat het risico op schaarste aan brandstoffen, wat de uitvoeringszekerheid van onze primaire taken verder onder druk kan zetten. De kans van optreden is als 'midden' gerubriceerd (50% = € 2.000.000,-).

2. Onzekerheid loonontwikkeling en krapte arbeidsmarkt 
De werkelijke CAO-stijgingen van 2025 en 2026 passen binnen de begrotingscijfers. Hierdoor is er geen sprake meer van een risico op de loonontwikkeling voor deze jaren. Een aantal vacatures is gedurende het jaar intern of extern succesvol ingevuld. Op een deel van de openstaande vacatures is ingehuurd. Hiervoor is een contract met een broker om maximaal bereik te hebben in de huidige schaarse arbeidsmarkt en spoedig en rechtmatig in te huren om de continuïteit van het werk te waarborgen. De inhuurkosten konden in 2025 zijn opgevangen binnen de financiële ruimte die ontstond door openstaande vacatures. 
Ook zijn er in 2026 nog vele vacatures in te vullen, door de krappe arbeidsmarkt is er naar verwachting extra inhuur noodzakelijk voor cruciale functies. De omvang van de onzekerheid loonontwikkeling en de krapte op de arbeidsmarkt is ingeschat op € 2.000.000,-. De kans van optreden is als 'midden' gerubriceerd (50%  = € 1.000.000,-).

3. Renterisico schatkistbankieren 
Eind 2023 zijn langjarige leningen afgesloten om de investeringsportefeuille voor de periode tot en met 2027 te financieren. Dat geld is in één keer ontvangen, maar wordt de komende jaren geleidelijk uitgegeven. De liquide middelen die op enig moment nog niet nodig zijn voor de financiering van investeringen moeten we uitzetten bij het schatkistbankieren van de Rijksoverheid. De vergoeding op het schatkistbankieren is in 2025 hoger gebleken dan waarmee in de begroting rekening gehouden was. Een negatief renterisico heeft zich dus niet voorgedaan. 
In de begroting 2026 is de aanname gedaan dat de rentebaten op het schatkistbankieren 2% bedragen. Ten tijde van het opstellen van de begroting was de rente dalende ( begin 2026 1,93%). Afhankelijk van de renteontwikkelingen op het schatkistbankieren kan dit tot een nadeel (als de rente gemiddeld lager is dan 2%) leiden. De impact wordt gekwantificeerd op € 2.000.000,- (geen renteopbrengst), waarbij de kans van optreden wordt ingeschat op 'midden'  (50%  = € 1.000.000,-). 

4. Mogelijke uitval of onderbreking van ICT middelen en processen 
Voor de uitvoering van de taken is het waterschap in hoge mate afhankelijk van ICT middelen en geautomatiseerde processen. Deze digitalisering brengt risico’s met zich mee, zoals uitval of verstoring van systemen door technische storingen, cyberaanvallen, complexiteit van de ICT-infrastructuur of afhankelijkheden van leverancier. Dergelijke incidenten kunnen leiden tot het stilvallen van werkprocessen, verlies van gegevens of beperkingen in het bedienen van installaties. In 2025 hebben zich dergelijke incidenten niet voorgedaan.
Het voldoen aan de eisen uit de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO/BIO2) blijft daarbij een belangrijk aandachtspunt. Daarnaast is het waterschap voorbereid op de aankomende Cyberbeveiligingswet, die strengere eisen stelt aan cyberweerbaarheid en incidentafhandeling. Waar nodig worden mitigerende maatregelen genomen om risico’s te beperken en de continuïteit van de bedrijfsvoering te waarborgen. Niet naleving kan leiden tot handhavend optreden en bestuurlijke boetes tot € 10 miljoen. De omvang van dit risico wordt indicatief geraamd op € 5.000.000. De kans van optreden wordt als 'klein' ingeschat  (17%  = € 850.000,-).

5. Hoger uitvallen aanbestedingen dan begroot
In 2025 is duidelijk geworden dat aanbestedingen aanzienlijk hoger kunnen uitvallen dan vooraf begroot. Dit bleek onder meer uit het maaibestek, waar de kosten € 1,4 miljoen hoger uitvielen dan voorzien. Deze meerkosten zijn verwerkt in de begrotingswijziging 2025 en vanaf 2026 meegenomen in de begroting en het meerjarenraming. De marktontwikkelingen blijven echter ongunstig: prijsstijgingen, capaciteitskrapte en strengere eisen leiden tot structureel hogere inschrijvingen. Hierdoor blijft het risico bestaan dat toekomstige aanbestedingen wederom boven de raming uitkomen, ondanks reeds doorgevoerde ophogingen. De omvang van dit risico wordt geschat op € 1.500.000,-; de kans van optreden is als ‘midden’ gerubriceerd (50% = € 750.000,-).

6. Extra energiekosten riool- en poldergemalen door extreme neerslag 
Een risico dat samenhangt met de klimaatverandering is de kans op hogere energiekosten door extreme neerslag. Extreme neerslag heeft dan vooral invloed op de energiekosten van riool- en poldergemalen. Voor de begroting 2026 is uitgegaan van ca. € 4,8 miljoen aan elektriciteitskosten voor de riool- en poldergemalen. Op basis van historische feiten kan er bij dit risico een maximale afwijking van 25% optreden in het geval het waterschap te maken krijgt met extreme neerslag. Dit leidt dan tot een financieel gevolg c.q. hogere energiekosten van € 1.200.000,-. De kans van optreden is gerubriceerd in de categorie 'midden' (50%  = € 600.000,-).

7. Schade aan waterkeringen door extreme omstandigheden  
Het waterschap heeft meerdere keren per jaar te maken met stormen variërend van licht tot zeer zwaar. Daarbij kan de periode tussen meerdere stormen kort zijn. Deze stormen komen ook steeds frequenter voor buiten het stormseizoen. De (grote) schade die een storm tot gevolg kan hebben betreft voornamelijk de waterkeringen assets. Er moet worden gedacht aan schade aan duinen, glooiingen, steenzettingen en kreukelbermen. Indien er sprake is van schade moeten er acute herstelwerkzaamheden worden gepleegd. Daarnaast kan ook extreem laag water zorgen voor schade aan waterkeringen en vooroevers. Dit zorgt voor onvoorziene kosten in het begrotingsjaar. De impact van dit risico wordt gechat op € 3.000.000,- waarbij de kans wordt gerubriceerd in de categorie 'klein' (17%  = € 510.000,-).

8. BTW op pensioenpremie medewerkers 
Op 30 september 2025 heeft het Hof Arnhem-Leeuwarden twee uitspraken gedaan met betrekking tot pensioenuitvoering en BTW. In deze uitspraken heeft het Hof - kort weergegeven - beslist dat de uitvoering van een pensioenregeling één dienst is die niet kwalificeert als een voor de BTW vrijgestelde verzekeringsdienst. Bij effectuering van deze uitspraken zou het pensioenfonds recht hebben op aftrek van voorbelasting en de volledige pensioenpremie belast zijn met BTW. Dit zou aanzienlijke financiële gevolgen voor ons waterschap hebben, omdat wij de betreffende BTW niet kunnen aftrekken.

Echter, de staatssecretaris van Financiën heeft op 12 november 2025 in een officiële mededeling kenbaar gemaakt dat hij deze Hof-uitspraken niet overneemt als uitgangspunt voor de belastbaarheid van pensioenpremies, mede omdat deze in tegenstelling zijn aan de uitspraak van het Hof Amsterdam uit 2023 met betrekking tot eenzelfde situatie. Tegen deze laatste uitspraak heeft belanghebbende beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. Zolang de Hoge Raad in die procedure geen uitspraak heeft gedaan, blijft het uitgangspunt voor de staatssecretaris en de Belastingdienst dat de pensioenuitvoering als één vrijgestelde dienst moet worden aangemerkt, overeenkomstig de uitspraak van Hof Amsterdam. Voor pensioenfondsen die het standpunt van staatssecretaris/Belastingdienst (blijven) toepassen, waaronder het ABP, is er geen verplichting om BTW over de pensioenpremie te berekenen. Gecombineerd met het feit dat de uitspraak van de Hoge Raad in de cassatieprocedure geen terugwerkende kracht heeft, betekent dit dat er op het moment van schrijven geen wijzigingen optreden in de praktijk: het ABP zal vooralsnog geen BTW in rekening brengen en dat ook over 2025 en voorgaande jaren niet doen.

Op het moment van schrijven is de stand van zaken van de cassatieprocedure bij de Hoge Raad dat eerst de Advocaat-Generaal een conclusie zal trekken. De verwachting van het ministerie van Financiën is dat dit op zijn vroegst eind maart 2026 het geval zal zijn. Over het moment waarop de Hoge Raad vervolgens uitspraak zal doen, is volgens het ministerie op het moment van schrijven nog niets te zeggen. Mocht de Hoge Raad in 2026 besluiten dat de pensioenuitvoering geen BTW-vrijgestelde dienst is, dan zijn er voor het waterschap alleen over 2026 financiële consequenties. Na overgang op het nieuwe pensioenstelsel, wat het ABP op 1 januari 2027 doet, zijn pensioenfondsen aangemerkt als beleggingsfondsen, waarvan de diensten van BTW zijn vrijgesteld. Na 2026 doet deze BTW-problematiek zich überhaupt dus niet meer voor. Op basis van de in de begroting 2026 af te dragen pensioenpremie bedraagt de BTW ca. € 2.000.000,- waarbij de kans van optreden is ingeschat op 'klein' (17%  = € 340.000,-). 

9. Extra inzet gladheidbestrijding als gevolg van buitengewoon winterweer
Ondanks de structureel stijgende temperaturen als gevolg van klimaatverandering blijft het risico op extreem winterweer onverminderd aanwezig. Dergelijke omstandigheden kunnen leiden tot een aanzienlijke extra inzet in het kader van de gladheidbestrijding om de verkeersveiligheid op het wegennet te waarborgen. In de begroting wordt voor een regulier strooiseizoen uitgegaan van circa € 1,75 miljoen, gebaseerd op gemiddeld 26 preventieve acties, 10 brugacties en 5 curatieve acties. In 2025 heeft dit risico zich niet in afwijkende mate voorgedaan en bleven de kosten in lijn met de begroting. Voor 2026 hebben de extreme weersomstandigheden in januari en februari echter reeds geleid tot extra inzet, met naar verwachting aanvullende kosten tot gevolg. Gezien de toegenomen kostenniveaus en de weersontwikkelingen wordt de financiële impact ingeschat op ca. € 500.000,- per jaar, waarbij de kans van optreden wordt gerubriceerd als 'midden'  (50%  = € 250.000,-). 

10. Calamiteiten/extra (exploitatie) kosten door uitstel projecten rioolgemalen, poldergemalen en zuiveringen
Vanwege de keuzes die gemaakt moeten worden in de programmering van de projecten worden enkele projecten voor de instandhouding van poldergemalen en zuiveringen verder in de tijd opgeschoven. Inmiddels liggen de investeringsprojecten van rioolgemalen op schema. Het later voorbereiden en realiseren kan leiden tot functieverlies van de verschillende installaties met kans op overschrijding van normen. Om functieverlies te voorkomen zal het onderhoud toenemen en daarmee de onderhoudskosten. De impact van dit risico wordt ingeschat op € 300.000,-, waarbij de kans van optreden is gerubriceerd in de categorie 'groot'  (83%  = € 249.000,-).

(Valt buiten top 10) Hitteschade aan wegen
Langdurige periodes van droogte en hitte vergroten het risico op schade aan het wegennet, met name op trajecten met veenachtige en zettingsgevoelige ondergronden. De uitzonderlijke droogte in het afgelopen jaar heeft reeds geleid tot aanzienlijke verzakkingen van betonplaten op diverse betonwegen. Acute herstelmaatregelen konden binnen de reguliere onderhoudsbudgetten worden opgevangen, maar structureel onderhoud is noodzakelijk. Gezien de bodemgesteldheid zijn onderhoudskosten hoog. Verdiepend onderzoek is noodzakelijk om te komen tot een doelmatige en duurzame aanpak. De exacte omvang van de schade is op dit moment nog onvoldoende inzichtelijk, waardoor sprake is van een reëel risico op een onverwacht grotere onderhoudsopgave. Op basis van een eerdere schade-inventarisatie wordt bij het optreden van dit risico rekening gehouden met een potentiële financiële impact tot circa € 200.000,- waarbij de kans van optreden als 'groot' wordt ingeschat  (83%  = € 166.000,-).  Door het optreden van nieuwe risico’s is dit risico niet langer opgenomen in de top-10 operationele risico's.

(Valt buiten top 10) Schending van de AVG Privacywet 
Uit de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) vloeien verplichtingen voort voor alle organisaties, waaronder waterschap Scheldestromen. Niet-naleving kan leiden tot boetes van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) en schadeclaims van betrokkenen, zoals burgers of medewerkers. In 2025 heeft zich geen overtreding voorgedaan die heeft geleid tot een boete van de AP of schadeclaims van betrokkenen. 
Voor de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit wordt bij het optreden van dit risico rekening gehouden met een potentiële financiële impact van circa € 415.000,-, waarbij de kans van optreden als ‘klein’ wordt ingeschat (17%  = € 71.000,-).  Door het optreden van nieuwe risico’s is dit risico niet langer opgenomen in de top-10 operationele risico's.

(vervallen) Aanbesteding maaien waterlopen valt duurder uit
De aanbesteding heeft in 2025 plaatsgevonden, waarbij de kosten aanzienlijk hoger zijn uitgevallen (circa € 1,4 miljoen per jaar). Dit betekent dat het risico zich heeft gemanifesteerd. Voor 2025 is hiervoor een begrotingswijziging vastgesteld. Vanaf 2026 zijn de extra kosten structureel verwerkt in de begroting en de meerjarenraming, waardoor het risico is komen te vervallen.

Berekening waardering weerstandsvermogen

Terug naar navigatie - 2.4.1.4 Weerstandscapaciteit, risico's en weerstandsratio - Berekening waardering weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit. In de nota weerstandsvermogen, risicomanagement, reserves en voorzieningen is bepaald dat het weerstandsvermogen van waterschap Scheldestromen moet voldoen aan de waardering B, ruim voldoende.

Bij beoordelen van het weerstandsvermogen wordt gebruik gemaakt van onderstaande tabel. 

Waardering Verhouding Betekenis
A >2,0 Uitstekend
B 1,4 - 2,0 Ruim voldoende
C 1,0 - 1,4 Voldoende
D 0,8 - 1,0 Matig
E 0,6 - 0,8 Onvoldoende
F < 0,6 Ruim onvoldoende

Classificering

Terug naar navigatie - 2.4.1.4 Weerstandscapaciteit, risico's en weerstandsratio - Classificering

Op basis van deze indeling is het weerstandsvermogen als volgt geclassificeerd. Op basis van het nieuwe reservebeleid, vastgesteld in 2024, kan het surplus van de weerstandscapaciteit (surplus is boven de ratio 2) worden ingezet. Hierbij is in de begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2029 rekening gehouden. Bij het opstellen van de begroting 2026 en meerjarenraming zal dit opnieuw worden beoordeeld.

Bedragen x € 1.000,-
begroot rekening
Risico's 6.302 7.549
Weerstandscapaciteit 22.532 39.762
Weerstandsvermogen 3,6 5,3
Waardering A A

2.4.1.5 Schuldpositie

Terug naar navigatie - 2.4.1.5 Schuldpositie - Schuldpositie

De netto schuld als aandeel van de inkomsten (netto schuldquote) geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie en de hoogte van de investeringen uit het nabije verleden. Anders gezegd: kan het waterschap zijn schulden wel dragen?  In de beoordeling van de schuldpositie dient de taakuitoefening uitdrukkelijk betrokken te worden. Het waterschap moet in het beheersgebied investeren om een goede uitvoering van de waterschapstaken te garanderen. Deze netto schuldquote geeft, naast andere kengetallen, aan dat veel vreemd vermogen van het waterschap vast zit in met name de materiële vaste activa.  

Bedragen x € 1.000,-
Netto schuldquote Rekening 2022 Rekening 2023 Rekening 2024 Rekening 2025 Primaire begroting 2025
a Vaste schulden 308.567 473.000 463.000 453.000 453.000
b Netto vlottende schuld 18.591 13.360 24.043 19.932 13.360
c Overlopende passiva 42.829 46.337 30.125 43.714 16.105
Subtotaal schulden 369.987 532.698 517.168 516.646 482.465
d Financiële activa 2.898 2.831 2.765 2.698 2.764
e Uitzettingen < 1 jaar - - -
f Kortlopende vorderingen 81.734 231.775 215.973 206.495 95.124
g Liquide middelen 2.964 3.402 123 1.674 3.402
h Overlopende activa 10.893 12.605 16.138 6.370 28.525
Subtotaal vorderingen 98.489 250.613 234.999 217.236 129.815
Netto schuld 271.498 282.084 282.169 299.409 352.650
i Totaal belastingopbrengsten 106.586 115.808 125.150 134.283 131.540
Netto schuldquote (netto schuld/belastingopbrengsten) 255% 244% 225% 223% 268%
j wegenuitkering, precario, dividend * 21.714 23.066 24.395 24.221 23.344
Netto schuldquote conform beleid waterschap Scheldestromen (AV 30-05-2018) 212% 203% 189% 189% 228%
*tbv berekening schuldquote conform vastgesteld AV besluit dd 30-05-2018 Vanaf jaarrekening 2024 wordt de schuldquote conform de herziene richtlijnen van de waterschapsbesluit gepubliceerd

De netto schuldquote voor waterschap Scheldestromen bedraagt 226% gebaseerd op de uitkomsten van de jaarrekening 2024. Indien rekening gehouden wordt met structurele opbrengsten uit belastingen, uitkering gemeentefonds en dividend conform het besluit van de algemene vergadering van 30 mei 2018 komt de schuldquote uit op 189% bij een begroting van 243%. De schuldquote valt lager uit doordat de netto schuld € 71,5 miljoen lager is dan voorzien in de primaire begroting en de belastingopbrengsten € 3,6 miljoen hoger. 
Ondanks het feit dat de schulden hoger liggen dan voorzien, doordat eind december 2023 een lening is afgesloten van € 165,0 miljoen, heeft dit ook geleid tot een hogere vordering. Dit doordat dit geld gestald wordt op schatkistbankieren en het een hogere rentebaat heeft opgebracht dan voorzien. Daarnaast hebben de hogere belastingopbrengsten, de hogere externe opbrengsten, de lagere personeelslasten en het lager netto investeringsvolume eveneens tot gevolg dat de kortlopende vorderingen hoger uitvallen dan voorzien, wat een verlagend effect heeft op de schuldquote. 

De doelstelling in het beleid is een schuldquote die kleiner is dan 250%. 
Ten opzichte van 2023 valt de schuldquote eveneens lager uit dan in 2023, doordat de belastingopbrengsten (incl. wegenuitkering en dividend) € 10,6 miljoen hoger uitvallen.

In hoofdstuk 2.2 worden de belastingopbrengsten nader toegelicht en in hoofdstuk 2.4 de investeringen.

2.4.1.6 Emu saldo

Terug naar navigatie - 2.4.1.6 Emu saldo - Emu saldo

In het kader van een verantwoorde ontwikkeling van de economie in het monetaire stelsel binnen de landen die deelnemen aan de Economisch Monetaire Unie, is in het Verdrag van Maastricht een aantal afspraken gemaakt over gezonde overheidsfinanciën. Een belangrijke afspraak is dat het EMU-tekort van een lidstaat niet meer mag bedragen dat 3% van het BBP (Bruto Binnenlands Product). Voor de bepaling van het tekort tellen ook de uitgaven van de lagere overheden (provincies, gemeenten en waterschappen) mee.
Op grond van de Wet hof (houdbare overheidsfinanciën) moeten de vier overheden samen invulling geven aan de eisen die vanuit de Europese Unie ten aanzien van met name het EMU-saldo en de EMU-schuld worden gesteld. Om de voor hun kerntaken noodzakelijke investeringen uit te kunnen voeren, hebben de lagere overheden een zekere ruimte in het Nederlandse EMU-saldo nodig. De Wet hof kent als systematiek dat een kabinet aan het begin van zijn regeerperiode afspraken met IPO, VNG en Unie maakt over de ruimte voor de decentrale overheden in het EMU-tekort gedurende de gehele regeerperiode.  

De macroreferentie waarde per bestuurslaag voor 2025:

a. gemeenten               0,34%
b. provincies                 0,10%
c. waterschappen      0,06%

a. een aandeel voor de gemeenten gezamenlijk dat voor 2024 tot en met 2026 wordt vastgesteld -0,34 procent van het bruto binnenlands product;
b. een aandeel voor de provincies gezamenlijk dat voor 2024 tot en met 2026 wordt vastgesteld -0,10 procent van het bruto binnenlands product;
c. een aandeel voor de waterschappen gezamenlijk dat voor 2024 tot en met 2026 wordt vastgesteld -0,06 procent van het bruto binnenlands product.

De op basis van deze verdeling berekende individuele referentiewaarde voor het waterschap bedraagt € 21,8 miljoen voor 2025.

Het gerealiseerde EMU-saldo voor waterschap Scheldestromen overschrijdt het toegestane tekort niet. Dit in tegenstelling tot de verwachtingen in de begroting. Het verschil wordt veroorzaakt door het gerealiseerde exploitatiesaldo en een lager netto investeringsvolume. De bruto investeringsuitgaven liggen € 25 miljoen lager en de investeringssubsidies komen € 5,5 miljoen lager uit.

Omschrijving Rekening Begroting Rekening
2024 2025 2025
1 EMU exploitatiesaldo 8.174 - 3.220
(saldo exploitatiebegroting kosten/opbrengstensoorten
+ Dotaties aan reserves 14.873 700 10.960
-/- Onttrekkingen aan reserves -15.746 -7.771 -10.820
Totaal EMU exploitatiesaldo 7.301 -7.071 3.360
2 Invloed investeringen
-/- Bruto investeringsuitgave (incl. geactiveerde lasten) -76.606 -93.861 -68.270
+ Investeringssubsidies en –bijdragen 48.493 32.199 26.700
+ Verkoop van vaste activa 61 121 123
+ Afschrijvingen 20.996 21.068 20.261
Totaal invloed investeringen -7.056 -40.473 -21.187
3 Invloed voorzieningen
+ Toevoeging aan voorzieningen 1.057 400 1.380
-/- Onttrekkingen aan voorzieningen (vrijval) -413 - -513
-/- Onttrekkingen rechtstreeks uit voorzieningen -189 -680 -230
Totaal invloed voorzieningen 455 -280 637
4 Deelnemingen en aandelen
-/- Boekwinst - - -
+ Boekverlies 67 67 67
Totaal invloed deelnemingen en aandelen 67 67 67
EMU-saldo 767 -47.757 -17.123
Maximaal EMU-tekort o.b.v. macroreferentiewaarde -20.800 -21.800 -21.800
Verschil (ruimte + /tekort -) 21.567 -25.957 4.677

2.4.1.7 Wendbaarheid van de begroting

Terug naar navigatie - 2.4.1.7 Wendbaarheid van de begroting - Wendbaarheid van de begroting

Omschrijving (toelichting)

De wendbaarheid van de begroting geeft een indicatie van het aandeel van de op korte termijn beperkt beïnvloedbare kapitaallasten in de bruto-exploitatiekosten. Het gaat daarbij om investeringen die voor de langere termijn worden gedaan. Die investeringen leiden tot jaarlijkse kapitaallasten. Lange termijn investeringen kunnen niet op korte termijn worden teruggedraaid en zijn daardoor beperkt te beïnvloeden. Hoe hoger het kengetal hoe kleiner daarmee de ruimte om de beschikbare financiële middelen voor andere zaken aan te wenden. 

Excel-tabel

Wendbaarheid van de begroting Begroting 2025 primair Begroting 2025 na wijziging Rekening 2025
Externe rentelasten 9.622 9.012 9.401
Afschrijvingen van activa 21.067 20.588 20.384
Afschrijvingen van boekverliezen - - 123
A Totaal rente en afschrijvingen 30.689 29.600 29.907
Rente en afschrijving (incl. interne rentelasten) 30.689 29.600 29.907
Personeelslasten 63.274 58.533 57.123
Goederen en diensten van derden 79.068 82.855 80.980
Bijdragen aan derden 8.094 7.942 7.926
Toevoegingen voorzieningen/onvoorzien 240 240 1.148
B Totaal kosten (excl. Reserves) 181.365 179.170 177.085
Wendbaarheid van de begroting in % (A/B) 16,9% 16,5% 16,9%

2.4.1.8 lastendruk (landelijk kengetal)

Terug naar navigatie - 2.4.1.8 lastendruk (landelijk kengetal) - Lastendruk (landelijk kengetal)

Omschrijving (toelichting)

Het kengetal lastendruk is als volgt opgenomen in de ministeriële regeling BBVW en wordt opgenomen in de begroting en jaarverslaggeving.

Afgesproken is dit als volgt toe te passen:

  • Meerjarenraming en begroting
    Hoogte van de lastendruk voor een meerpersoonshuishouden met eigen woning in het begrotingsjaar in vergelijking met het landelijk gemiddelde voor alle meerpersoonshuishoudens in het vorig begrotingsjaar.
  • Jaarrekening
    Hoogte van de lastendruk voor een meerpersoonshuishouden met eigen woning in het begrotingsjaar waarop het jaarverslag betrekking heeft in vergelijking met het landelijk gemiddelde voor alle meerpersoonshuishoudens in het begrotingsjaar waarop het jaarverslag betrekking heeft.

Voor de berekening van deze lastendruk moet worden uitgegaan van :

  • Watersysteemheffing ingezeten: 1 woonruimte
  • Watersysteemheffing gebouwd: landelijke WOZ-waarde € 370.000,-
  • Zuiveringsheffing: 3 vervuilingseenheden

In onderstaande tabel is het kengetal opgenomen.

Excel-tabel

Kengetal lastendruk:
Soort huishouden/bedrijf jaar Landelijk / Scheldestromen Belastingeenheid x € 1,-
Woonruimte WOZ waarde x € 1,-* V.E. Te betalen belasting
Huishouden (meerpersoons, eigenaar) 2024 Scheldestromen 1 370.000 3 571
Landelijk 1 370.000 3 448
2025 Scheldestromen 1 370.000 3 607
Landelijk 1 370.000 3 478
* Afgesproken is de landelijke WOZ waarde van € 370.000,- (bron: Unie van Waterschappen) aan te houden voor dit kengetal. De werkelijk WOZ waarde voor een woning in Zeeland is lager en bedraagt voor 2025 € 304.000,- (WOZ waarde CBS per 1-1-24) en voor 2024 € 282.000,- (WOZ waarde CBS per 1-1-23)

2.4.2 Assetmanagement

Programma Waterkeringen

Terug naar navigatie - 2.4.2 Assetmanagement - Programma Waterkeringen

Areaal

Beheer waterkering en bijbehorende kunstwerken
Hoe waterschap Scheldestromen omgaat met beheer en onderhoud van waterkeringen en bijbehorende kunstwerken is globaal vastgelegd in het Waterschapsbeheerprogramma 2022-2027 (WBP). Voor het opstellen van het huidige WBP was er een afzonderlijk en meer gedetailleerd Waterkeringenbeheerplan 2016-2020. Dit is opgegaan in het huidige WBP. 

Ontwikkelingen
Momenteel wordt door de afdeling Waterkeringen hard gewerkt aan een beheerplan Waterkeringen. Hiermee geven we invullingen aan de laatste ontwikkelingen op gebied van beheer en onderhoud Waterkeringen. Doel is om meer doelmatig en risicogestuurd te gaan werken. Op dit moment wordt onderhoud vaak nog generiek uitgevoerd per objecttype. In het beheerplan brengen we eisen en risico’s in beeld, zodat onderbouwde afwegingen kunnen worden gemaakt per object.

Primaire waterkering en bijbehorende kunstwerken
Alle primaire waterkeringen en bijbehorende kunstwerken worden cyclisch, eens in de 8 jaar, getoetst volgens het landelijk vastgesteld Wettelijk Beoordelingsinstrumentarium (WBI). In het WBI wordt rekening gehouden met toekomstige ontwikkelingen zoals klimaatverandering en zeespiegelstijging. De laatste beoordelingsronde is in 2023 voltooid. Op 15 van de 25 trajecten met een totale lengte van 114 km zijn aanpassingen nodig. Deze trajecten worden opgenomen in het Hoogwater Beschermingsprogramma (HWBP), waarin gezorgd wordt dat ze weer aan de meest actuele eisen voldoen.

Waterschap Scheldestromen onderhoudt en beheert de primaire waterkeringen en bijbehorende kunstwerken conform het Kader Zorgplicht (2015) van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Jaarlijks rapporteert het waterschap aan de toezichthouder Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) door middel van een Waterveiligheidsrapportage. De rapportage bevat een eigen oordeel van het waterschap over de staat van de primaire waterkeringen. Daarnaast geeft het inzicht in de wijze waarop het waterschap de zorgplichtactiviteiten organisatorisch inricht en uitvoert.
Beheer en onderhoud van primaire waterkeringen en bijbehorende kunstwerken is uitgewerkt in processen en diverse (ambtelijke, niet vastgestelde) documenten. Grofweg is het onderhoud tweeledig: regulier onderhoud dat jaarlijks wordt uitgevoerd en incidenteel onderhoud.

Het regulier jaarlijks terugkerend onderhoud is opgenomen in het jaarprogramma Beheer en Onderhoud. De voortgang wordt regelmatig besproken en waar nodig wordt bijgesteld. Incidenteel onderhoud komt voort uit schadebeelden. Jaarlijks vinden diverse inspectieronden plaats volgens het Inspectieplan Waterkeringen. Daaruit voorkomende maatregelen worden geprioriteerd, waarbij we gebruik maken van de bedrijfswaardenmatrix. De maatregelen worden vervolgens opgenomen in de Meerjaren Onderhoudsplanning Waterkeringen (MJOP WK) en uitgevoerd. 

Regionale waterkering en bijbehorende kunstwerken

Waterschap Scheldestromen heeft binnen haar beheergebied ook de zorgplicht voor de regionale waterkeringen. In augustus 2024 heeft provincie Zeeland (bevoegd gezag) de kaders en normering voor de beoordeling en eisen voor het beheer en onderhoud nog niet vastgesteld. Om die reden hanteert het waterschap voor de regionale keringen een instandhoudingsbeginsel: beheer en onderhoud is erop gericht om te behouden wat er nu is. De aanpak van beheer en onderhoud wordt uitgevoerd gelijk aan de Primaire Waterkeringen, dus ofwel via het jaarprogramma B&O of via het MJOP WK.

Programma Watersystemen

Terug naar navigatie - 2.4.2 Assetmanagement - Programma Watersystemen

Beheer watersysteem assets (algemeen)

Beheer watersysteem assets (algemeen)
Watersystemen stelt de begroting op van de assetgroepen waar geen beheerplannen voor zijn op, op basis van ervaringen in de voorgaande jaren. Vanwege de veroudering van assets, de veranderende eisen die de maatschappij stelt ten aanzien van bijvoorbeeld ecologie, duurzaamheid en circulariteit maar ook aan de primaire taken van het waterschap geeft deze methode onvoldoende inzicht over de toekomstig te maken kosten om de assets op een verantwoord niveau in stand te houden.

Watersystemen werkt aan de invoering van assetmanagement om daarmee meer grip te krijgen op het blijvend laten functioneren van de watersystemen. Een belangrijke stap hierin is het opstellen van beheerplannen inclusief de met bij instandhouding gemoeide kosten. De huidige werkwijze voor het opstellen van de meerjarenbegroting blijft gehandhaafd tot de beheerplannen zijn opgesteld en geïmplementeerd.

Beheer waterlopen
Voor het goed laten functioneren van de waterlopen zijn de activiteiten maaien van oevers, onderhouden natuurvriendelijke oevers, het herstellen van oevers, het vervangen en aanleggen van oeverconstructies, en het baggeren van de bodem de belangrijkste werkzaamheden. De afdeling Watersystemen heeft de ambitie om (deel)beheerplannen op te stellen voor deze activiteiten. 

Beheer gemalen, stuwen en kunstwerken
De poldergemalen en geautomatiseerde stuwen worden onderhouden door de afdeling Afvalwaterketen. De prioritering van de renovatie en het onderhoud gebeurt op basis van de leeftijd, staat van onderhoud en de storingsfrequentie.
In 2024 is de toestand van de ca. 600 stuwen in beeld gebracht door onze kantonniers. Op basis hiervan is de vervangingsopgave en een eerste LTAP vastgesteld. Binnen het beschikbare budget wordt op basis van een op risico’s gebaseerde programmering de vervanging of het herstel van de stuwen uitgevoerd.
Omdat er onvoldoende beeld was van de gemalen, zijn er in 2025 gehele toestandsinspecties uitgevoerd op een aantal gemalen. De resultaten daarvan gebruiken we om van te leren en zullen in 2026 gebruikt worden voor het opstellen van de eerste LTAP gemalen.

Beheer baggerspeciedepots
Vanuit het jaarlijkse onderhoudsplan worden de kosten voor voorzien onderhoud begroot en gepland. Gezien de kleine bedragen die gemoeid zijn met het beheer heeft het opstellen van een beheerplan geen prioriteit.

Programma Afvalwaterketen

Terug naar navigatie - 2.4.2 Assetmanagement - Programma Afvalwaterketen

Beheer transportleidingen
Voor alle vrijvervalleidingen is een meerjarenprogramma opgezet voor het relinen van deze leidingen. Een aantal jaren geleden zijn alle locaties geïnspecteerd. Op basis van deze inspecties zijn de projecten voor relinen geprogrammeerd. In 2028 wordt dit programma afgerond. Voor het beheer van persleidingen wordt enkel correctief onderhoud toegepast. Neemt de storingsfrequentie op een bepaald deel van een persleiding toe dan wordt deze opgenomen in het investeringsprogramma. Op basis van de leeftijd van de persleidingen verwachten we de komende jaren een toename in vervangingen. Dit geldt zeker voor de asbestcementleidingen, maar op de lange termijn ook van andere persleidingen. Op basis van de lange termijn assetplanning is nu al duidelijk dat deze investeringskosten toenemen van € 2,5 miljoen naar € 8,0 miljoen in 2032.

Beheer rioolgemalen
Voor de rioolgemalen hanteren we een lange termijn assetplanning. De uitvoering van maatregelen is nog gebaseerd op de oude beleidsnota afvalwaterketen 2016-2021. Voor de instandhouding is een jaarlijks investeringsbudget nodig. Op basis van de afgelopen jaren nemen de investering per renovatieprojecten toe en komende jaren is een inhaalslag nodig om op orde te komen. Het investeringsniveau stijgt hierdoor van € 4,0 naar € 9,0 miljoen in 2032. 
De gemiddelde leeftijd van een rioolgemaal en het aantal rioolgemalen bepaalt hoeveel rioolgemalen per jaar gerenoveerd moeten worden en welk budget daarvoor nodig is. De leeftijd, staat van onderhoud van de elektrotechnische, werktuigbouwkundige en civieltechnische onderdelen en de storingsfrequentie bepalen de prioritering van de te renoveren rioolgemalen.

Beheer rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI’s)
Voor de zuiveringen worden nog geen lange termijn assetplanning toegepast. De uitvoering van maatregelen is nog gebaseerd op de oude beleidsnota afvalwaterketen 2016-2021 en Leer-en verbeterpunten uit de tussentijdse evaluatie beleid Afvalwaterketen 2016-2021. Met het realiseren van de ombouw van de zuiveringen Hulst (2026) en Kloosterzande (2027) wordt het uitvoeringsprogramma van deze twee nota’s afgesloten. In het Waterschapsbeheerprogramma 2022-2027 zijn voor een viertal zuiveringen maatregelen opgenomen om invulling te geven aan de Kaderrichtlijn Water. Voor de instandhouding is een jaarlijks budget nodig van € 15 miljoen. Door het meenemen van aanvullende maatregelen, zoals toename in afvalwateraanbod, toename in slibverwerkingscapaciteit, energiemaatregelen, enz. wordt dit instandhoudingsbudget aangepast. Op basis van de laatste jaren zou het instandhoudingsbudget verhoogd moeten worden. De overige instandhoudingsprojecten op zuiveringen worden gepland op basis van leeftijd van procesonderdelen, staat van onderhoud en storingsfrequenties. Op de grote zuiveringen gaat hierbij niet om volledig renovaties maar vaak deelprojecten.

Programma Wegen

Terug naar navigatie - 2.4.2 Assetmanagement - Programma Wegen

Beheer wegen en fietspaden

Het waterschap volgt de landelijk gebruikte systematiek voor wegbeheer van de CROW. Klimaatveranderingen (hitte-droogteschade) en toenemende verkeersintensiteit (groter en zwaarder wordend verkeer) zorgt voor een groeiende onderhoudsopgave. Het gemiddelde kwaliteitsniveau zit op de ondergrens, namelijk kwaliteitsniveau ‘B’ (Basis). De kwaliteit van de verhardingen hoeft dus maar op een klein deel af te nemen om ervoor te zorgen dat het niveau zakt naar ‘C’ (Laag). Vanuit de CROW beeldkwaliteitssystematiek mag 10% van het areaal afwijken van de gestelde norm. Als wegbeheerder dienen we aan de zorgplicht te voldoen. Vanuit de doorontwikkeling assetmanagement is afgelopen jaar een beheerrapport opgesteld waarin onze beheer en onderhoudsopgave in beeld is gebracht evenals de noodzakelijke middelen.

Beheer bruggen en duikers (kunstwerken)

Waterschap Scheldestromen beheert een omvangrijk areaal aan kunstwerken, bestaande uit bruggen (beton, staal en hout) en duikers (beton, PVC en gemetseld). Het beheer is gericht op het waarborgen van veiligheid, functionaliteit en levensduur, waarbij gewerkt wordt volgens landelijke richtlijnen zoals CROW en NEN 2767-4. In het kader van de beheersystematiek openbare ruimte wordt stapsgewijs toegewerkt naar beter inzicht in de staat en onderhoudsopgave van de assets.

In 2025 is de raamovereenkomst voor bruginspecties afgesloten en zijn de eerste inspecties en aanvullende onderzoeken uitgevoerd. Dit leidt tot een gefaseerd en risicogestuurd inzicht in de technische staat van het areaal. Waar nodig zijn maatregelen genomen, waaronder gebruiksbeperkingen voor bruggen die niet aan de norm voldoen en de uitvoering van vervangings- en onderhoudsprojecten.

Voor duikers wordt gewerkt met een risicogestuurde onderhoudsstrategie, variërend van preventief tot correctief onderhoud, afhankelijk van de risicoklasse. Hiermee wordt invulling gegeven aan een doelmatige inzet van middelen, in lijn met het vastgestelde onderhoudsniveau. De verdere uitbouw van het assetmanagement leidt tot een toenemend inzicht in de onderhoudsopgave, wat richting geeft aan toekomstige programmering en besluitvorming.

Beheer groen

Voor het beheer worden de volgende documenten toegepast:
•    Gedragscode soortbescherming, beheer en onderhoud van de Unie van Waterschappen
•    Uitvoeringsplan Grasbeheer Waterkeringen en Wegen 2018
•    Beleidsplan Beplantingen 2016-2025

Voor een risicogestuurd beheer- en onderhoudssystemathiek van de bomen heeft het waterschap, op basis van het veiligheidsaspect voor de omgeving, de richtlijn Boomveiligheidsregistratie voorbereid. In de notitie Zorgplicht Bomen is daarbij een leidraad vormgegeven die ingaat op de verdere implementatie. Voor het verdere beheer van bomen is het Handboek bomen van het Norminstituut bomen gevolgd. In 2026 zullen de uitkomsten worden opgenomen in de assetmanagementplannen. Op basis hiervan werken we stapsgewijs toe naar verbeterd inzicht in de status van ons areaal, de meerjarenopgave en bijbehorende middelen.

2.4.2 Bedrijfsvoering

Terug naar navigatie - 2.4.2 Bedrijfsvoering - Bedrijfsvoering

De bedrijfsvoering kenmerkt zich door kosteneffectiviteit en een sturingsprincipe waaraan continue verbetering inherent is. Het bestuursakoord 2023-2027 zijn de doelstellingen vertaald in prestatie-indicatoren. Dit is financieel vertaald in de begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027.

Er is de afgelopen jaren hard gewerkt aan de professionalisering van de organisatie. De wijze van besturing van de ambtelijke organisatie is in 2022 vastgelegd in een besturingsfilosofie. De organisatiestructuur is eveneens in 2022 ingericht. De ontwikkeling van de organisatiecultuur is echter nooit af. Hiertoe worden medewerkers niet alleen geworven op kennis en kunde, maar ook op  de competenties uit het medewerkers- en/of leiderschapsprofiel. Leidinggevenden nemen deel aan een leiderschapsprogramma en in 2024 is een nieuwe gesprekscyclus ontwikkeld als vervanging van de oude ambitie- en beoordelingsgesprekken. 

Ondertussen was er in 2025 onverminderd aandacht voor procesmatig-, omgevingsgericht- en risicogestuurd werken om de dienstverlening voor de Zeeuwse burgers, recreanten en bedrijven te optimaliseren. Procesmatig werken geeft conform de besturingsfilosofie duidelijkheid over rollen en verantwoordelijkheden, wat er van medewerkers wordt verwacht en hoe dat bijdraagt aan de doelen van de organisatie. Op basis van de PDCA-keten richten we ons werk in. Een gezamenlijk beeld van de doelen en aanpak (Plan), uitvoering van het werk op basis van het proces en ieders vakbekwaamheid (Do) en geleerde lessen benoemen en toepassen (Check-Act) zijn voor alle werkzaamheden het uitgangspunt.

In alle processen wordt daarbij continu gezocht naar mogelijkheden om ze beter en efficiënter uit te voeren. Wat inhoudt dat zowel bij plannen, uitvoering als bijsturing keuzes gemaakt worden op basis van het te verwachten en gerealiseerd effect. Hiervoor is digitaal een monitor beschikbaar die een integraal beeld geeft van de prestatiedoelstellingen, investeringen, exploitatie en bijbehorende risico’s. Hierover wordt de algemene vergadering tweemaal tussentijds geïnformeerd. Deze informatie vormt de basis voor de (bij)sturing binnen de organisatie. In de jaarrekening vindt de eindverantwoording plaats.

Toelichting rechtmatigheidsverantwoording

Uit de in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording blijkt dat de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor gestelde grens. Dit betekent dat de verantwoordingsgrens, welke door algemene vergadering is vastgesteld op 2% van de totale lasten (exclusief dotaties aan de reserves), van € 3.309.000,- niet wordt overschreden. 

Daarnaast is door de algemene vergadering ook een rapportagegrens vastgesteld op € 200.000,-. Indien incidentele bevindingen en/of systematische fouten en onduidelijkheden boven de rapportagegrens van € 200.000,- komen, worden deze toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering. 

In 2025 is geen sprake van overschrijdingen van de rapportagegrens.

In deze paragraaf is aanvullende informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid en staat beschreven welke actie het dagelijks bestuur onderneemt om vermelde afwijkingen in de toekomst te voorkomen. 

Begrotingscriterium

De geconstateerde onrechtmatigheid met betrekking tot het begrotingscriterium heeft betrekking op:

  • Overschrijding lasten programma’s € 1.435.000,-

De lastenoverschrijdingen zijn als onrechtmatig maar acceptabel aangemerkt. Onrechtmatig vanwege het budgetrecht van de algemene vergadering, acceptabel omdat de gedane uitgaven binnen het bestaande beleid van de algemene vergadering vallen (namelijk een ruimte van 5% op de begrote lasten). Zie voor een toelichting van de afwijkingen op programmaniveau het hoofdstuk  ‘Jaarverslag’ in de jaarrekening. Aldaar is een analyse van de afwijkingen tussen de begroting na wijziging en de realisatie per programma opgenomen.

Voorwaardencriterium

De geconstateerde overschrijdingen van de rapportagegrens voor het voorwaardencriterium hebben betrekking op Europese aanbestedingen:

  • Aanbestede uitgaven met overschrijding contractwaarde: heeft betrekking op tien crediteuren en omvat circa € 1.676.000,-. Deze zien voornamelijk op uitgaven met betrekking tot onderzoek, onderhoud, maaien en personeel.

Gedurende het boekjaar 2025 zijn reeds diverse maatregelen getroffen en opgestart om verdere onrechtmatigheden met betrekking tot deze specifieke crediteuren te voorkomen. Concreet betekent dit dat nieuwe Europese aanbestedingen al zijn opgestart voor de contracten die nog doorlopen.

Beheersmaatregelen

Gericht op het voorwaardencriterium hebben de onrechtmatigheden zich voor gedaan bij het proces inkoop en aanbesteding. In dit proces zijn twee risico’s te onderkennen:

  • niet Europees aanbesteden waar dit (achteraf bezien) wel moet (onjuiste aanbestedingsvorm) en
  • hogere uitgaven dan de contractwaarde (overschrijding).

Voor deze risico’s zijn maatregelen ingebouwd om de onrechtmatigheden te signaleren. Het is zaak toereikende preventieve maatregelen te implementeren om de naleving van de Europese aanbestedingsregels structureel te kunnen borgen. Het dagelijks bestuur zet in op de volgende beheersmaatregelen: 

  • Het documenteren van een juiste en volledige raming, zodat voor een juiste aanbestedingsvorm wordt gekozen en de contractwaarde niet overschreden wordt.
  • Het consequenter geven van signaleringen ten aanzien van de uitgaven in relatie tot de lopende order, zodat budgethouders vroegtijdig worden geïnformeerd over eventuele overschrijdingen en acties kunnen worden ondernomen om dit te voorkomen.
  • Het gerichter delen van de onrechtmatigheden binnen de organisatie, zodat we als organisatie hiervan kunnen leren en onrechtmatigheden kunnen voorkomen. 

 

 

2.4.3 Verbonden Partijen

Terug naar navigatie - 2.4.3 Verbonden Partijen - verbonden partijen

Deze paragraaf gaat in op de doelstellingen, activiteiten en de mate van de financiële betrokkenheid van de samenwerkingsverbanden waarin het waterschap participeert en waarin het tevens een bepaalde bestuurlijke invloed kan uitoefenen. Het gaat hierbij om banden met derde partijen, waarbij realiseren van een publiek belang centraal staat.
Per partij is sprake van een financieel en bestuurlijk belang. Onder een bestuurlijk belang wordt verstaan: vertegenwoordiging in het bestuur van een verbonden partij of het hebben van stemrecht. Met financieel belang wordt bedoeld: een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is als de verbonden partij failliet gaat, dan wel het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat, indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt.
De onderstaande verbonden partijen zijn van toepassing:

1.    Nederlandse Waterschapsbank N.V. 
2.    N.V. Slibverwerking Noord-Brabant
3.    Gemeenschappelijke regeling Het Waterschapshuis (HWH)
4.    Gemeenschappelijke regeling SaBeWa Zeeland
5.    Unie van Waterschappen

Nederlandse Waterschapsbank N.V. (NWB)
Vestigingsplaats Den Haag
Rechtsvorm Naamloze Vennootschap
Ingangsdatum 5 mei 1954
Participanten Aandeelhouders: Staat der Nederlanden, 9 provincies en alle waterschappen.
Publiek belang Als huisbankier van de waterschappen levert de NWB diensten op het gebied van betalingsverkeer, electronic banking en consultancy. Doelstelling van de bank is het zo gunstig mogelijk en exact op maat aanbieden van de gewenste financieringen.
Bestuurlijk belang Het waterschap is vertegenwoordigd in de algemene vergadering van aandeelhouders (AVA), naar rato van het aantal aandelen heeft het waterschap hierin stemrecht (6%). Ieder aandeel A heeft recht op 1 stem en ieder aandeel B geeft recht op 4 stemmen.
Financieel belang Het waterschap is aandeelhouder van 6,0% van het nominale aandelenkapitaal (4.380 aandelen A en 166 aandelen B). Op basis van het gestort aandelenkapitaal is er een financieel belang van 7,67%.
De AVA heeft besloten vanaf 2019, over het boekjaar 2018, weer dividend uit te keren (vanaf 2012 gestopt om te voldoen aan kapitaaleisen Basel III). Over het boekjaar 2024 is in 2025 € 3.836.746,- ontvangen aan dividend.
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
(jaarrekening 2024) 01-01 € 2.060,- mln. € 73.523,- mln.
31-12 € 2.094- mln. € 76.347,- mln.
Gerealiseerd resultaat (na belastingen) 2024 € 94,0 mln. (2023 € 126,0 mln.)
Beleidsvoornemens verbonden partij Maatschappelijke relevantie (lagere lasten voor de burger en verduurzaming), hoge kwaliteit, een sterke financiële positie en integriteit zijn de hoekstenen van het beleid van de bank.
Beleidsvoornemens waterschap omtrent verbonden partij Geen
Risico’s Volgens de verwachtingen zijn de economische ontwikkelingen in Nederland positief. Internationaal blijven de onzekerheden bestaan die de Nederlandse en Europese economie raken.
Relatie met programma Dekkingsmiddelen
Bestuurlijke vertegenwoordiger Ir. C.J.C. Michielsen
N.V. Slibverwerking Noord-Brabant (SNB)
Vestigingsplaats Moerdijk
Rechtsvorm Naamloze Vennootschap
Ingangsdatum 2010
Participanten Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, De waterschappen Aa en Maas, De Dommel, Brabantse Delta, Vechtstromen, Limburg, Scheldestromen.
Publiek belang Duurzame oplossing op het gebied van het verwerken van zuiveringsslib tegen zo laag mogelijke kosten.
Missie van SNB luidt: Mens en natuur te beschermen door zuiveringsslib optimaal te verwerken tegen de laagst mogelijke slibketenkosten.
Bestuurlijk belang Het waterschap is vertegenwoordigd in de Raad van commissarissen en de aandeelhoudersvergadering.
Financieel belang Waterschap Scheldestromen heeft met ingang van 2018 een aandeel van 7,97% in SNB. De waarde van de aandelen bedraagt € 354.107-.
Ter financiering is in de vorm van een storting in de agioreserve een totaal bedrag van ruim € 7,9 miljoen (7,97%) ingebracht door waterschap Scheldestromen. Binnen de bedrijfseconomische resterende levensduur wordt de agioreserve terugbetaald. De agio bedraagt eind 2024 € 1,539 miljoen.
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
(jaarrekening 2024) 01-01 € 14,7 mln. € 34,6 mln.
31-12 € 13,5 mln. € 37,5 mln.
Resultaat (na belastingen) 2024 -€ 1,98 mln. (2023 -€ 1,57 mln.)
Beleidsvoornemens verbonden partij In de AVA van 17 december 2020 is het Ondernemingsplan SNB 2021 -2026 vastgesteld. In het ondernemingsplan wordt invulling gegeven aan de uitgangspunten vergroten van de ondernemingswaarde, het verder verduurzamen van de slibketen en het verder optimaliseren en intensiveren van de samenwerking met de waterschappen. SNB wil dit realiseren langs de sporen van “excellente dienstverlener”,  “duurzame ketenbouwer” en “innovatieve scout”.
Beleidsvoornemens waterschap omtrent verbonden partij Waterschap Scheldestromen zal daar waar mogelijk een bijdrage leveren aan het zo optimaal mogelijk realiseren van de doelstellingen zoals o.a. de bezettingsgraad van de installatie.
Risico’s Onderbezetting van de installaties
Relatie met programma Programma: Afvalwaterketen
Bestuurlijke vertegenwoordiger Vertegenwoordiger aandeelhoudersvergadering: ing. M.J. Poissonnier-Dekker
Gemeenschappelijke regeling Het Waterschapshuis (HWH)
Vestigingsplaats Amersfoort
Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling
Ingangsdatum 2012 (Stichting 2005)
Participanten De waterschappen
Publiek belang HWH is de regie- en uitvoeringsorganisatie voor de 21 waterschappen op het gebied van Informatie en Communicatie Technologie. HWH heeft als doel het bevorderen van samenwerking op het gebied van ICT tussen de waterschappen en de andere overheden die actief zijn in de natte sector. Onder begeleiding van HWH spannen de waterschappen zich gezamenlijk in om de kwaliteit van de digitale dienstverlening naar burgers en bedrijven te verbeteren. Daarnaast is het streven gericht op een aanzienlijke kostenbesparing op alle ICT-uitgaven.
Bestuurlijk belang Van elk deelnemend waterschap is één dagelijks bestuurslid afgevaardigd in het algemeen bestuur van HWH. Deze leden kiezen uit hun midden de voorzitter en de andere vier leden van het dagelijks bestuur.
Financieel belang De financiële bijdrage van waterschap Scheldestromen bedraagt in 2025 € 1.223.255.
Vermogen Eigen vermogen Vaste passiva
(jaarrekening 2024) 01-01 € - mln. € 11,5 mln.
31-12 € - mln. € 15,1 mln.
Gerealiseerd resultaat 2024 vóór bestemming € 6,8 mln. (2023 € 7,2 mln.)
Beleidsvoornemens verbonden partij Meer concreet heeft HWH, als gezamenlijke ICT-dienst van de waterschappen tot doel om de kwaliteit van de bedrijfsvoering van de waterschappen te verbeteren, de ICT-processen efficiënter te maken en kosten te besparen, de innovatieve slagkracht te vergroten, het imago van de waterschappen als professionele moderne overheid te versterken en bredere facilitaire samenwerking van de waterschappen te stimuleren. Hiertoe zal HWH 2.0 verder uitgewerkt worden, met als doel het verminderen van de bijdragen van de deelnemers.
Beleidsvoornemens waterschap omtrent verbonden partij Waterschap Scheldestromen gaat, evenals voorgaande jaren, alle HWH-programma’s kritisch bekijken en bezien op nut en noodzaak.
Risico’s -
Relatie met programma Paragraaf: Bestuur en organisatie
Bestuurlijke vertegenwoordiger Mr. drs. A.J.G. Poppelaars
Gemeenschappelijke regeling SaBeWa Zeeland
Vestigingsplaats Terneuzen
Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling
Ingangsdatum 01/10/2012
Participanten Gemeente Borsele, Goes, Hulst, Kapelle, Reimerswaal, Sluis, Terneuzen, Tholen en waterschap Scheldestromen.
Publiek belang SaBeWa staat voor Samenwerking Belastingen en Waardebepaling en verzorgt de heffing en invordering van de gemeentelijke en waterschapsbelastingen en de uitvoering van de Wet WOZ.
Bestuurlijk belang Van elke deelnemer is één dagelijks bestuurslid afgevaardigd in het algemeen bestuur van SaBeWa Zeeland. Het dagelijks bestuur bestaat uit 1 lid namens het waterschap en 2 leden namens de gemeenten. Deze 3 leden worden gekozen uit het algemeen bestuur.
Financieel belang De kostenverdeelsleutels voor de deelnemers zijn:
- uitvoering Wet onroerende zaken: aantal WOZ-objecten
- onderdeel Heffen : het aantal aanslagregels
- onderdeel Innen : het aantal aanslagregels
De financiële bijdrage 2025 bedraagt € 2.815.549,-.
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
(jaarrekening 2024) 01-01 -€ 0,1 mln. € 12,2 mln.
31-12 € 3,1 mln. € 17,9 mln.
Gerealiseerd resultaat 2024 € 0,2 mln. (2023 -€ 0,3 mln.)
Beleidsvoornemens verbonden partij Optimaliseren van de organisatie en processen.
Beleidsvoornemens waterschap omtrent verbonden partij Het waterschap zal daar waar mogelijk een bijdrage leveren aan het zo optimaal mogelijk realiseren van de doelstellingen.
Risico’s -
Relatie met programma Programma: Bestuur en organisatie
Bestuurlijke vertegenwoordiger Mr. drs. A.J.G. Poppelaars
Unie van Waterschappen (UvW)
Vestigingsplaats Den Haag
Rechtsvorm Vereniging
Ingangsdatum 1927
Participanten De waterschappen
Publiek belang De vereniging heeft tot doel de leden individueel en collectief bij te staan bij de vervulling van hun bestuurstaken. De Unie treedt namens de waterschappen op als vertegenwoordiger naar het parlement, de Rijksoverheid, IPO, VNG en Europa.
Bestuurlijk belang Het waterschap heeft zitting in de ledenvergadering (voorzitters van alle waterschappen).
Financieel belang Voor 2025 is de contributie € 533.498,-, daarnaast een bijdrage van € 117.346,- voor de bestrijding bever-/muskusratten en € 7.260,- voor de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB) en een bijdrage van € 7.786,- voor Het Waterschap. Over 2025 heeft waterschap Scheldestromen een solidariteitsbijdrage muskus-/beverratten ontvangen van € 98.619,-.
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
(jaarrekening 2024) 01-01 € 2,2 mln. € 22,6 mln.
31-12 € 2,6 mln. € 24,0 mln.
Gerealiseerd resultaat voor bestemming 2024 € 0,4 mln. (2023 -€ 0,5 mln.)
Beleidsvoornemens verbonden partij De Unie van Waterschappen ondersteunt ook in 2025 de waterschappen waar mogelijk bij het realiseren van hun ambities, bijvoorbeeld door op politiek-bestuurlijk niveau afspraken te maken, zaken te agenderen, belemmeringen weg te nemen en samenwerkingen te initiëren.
In de begroting 2025 zijn de volgende speerpunten benoemd:
·        Water en bodem zijn sturend bij ruimtelijke keuzes;
·        Voor de transitie van het landelijke gebied wordt een ferme draai gegeven aan de 'Waterknop';
·        Het Hoogwaterbeschermingsprogramma staat voor een grote opgave;
·        Koers houden op waterkwaliteit;
·        Mestgeving ten dienste van waterkwaliteit;
·        Het aanpassen van het belastingstelsel;
·        De innovatiekracht versterken;
·        Het professionaliseren van het internationale waterschapswerk;
·        Duurzaam en professioneel opdrachtgeven en inkopen;
·        Digitale transformatie;
·        Uitwerken nieuwe koers publiekscommunicatie;
·        Het zijn van een dienstverlenende en betrouwbare vereniging.
Dit alles kan alleen maar als er ook binnen de vereniging, met en tussen de 21 waterschappen, een goede onderlinge verbinding is. Door elkaar regelmatig te ontmoeten, onderwerpen zowel in formele als informele setting te bespreken en de verenigingsstructuur te gebruiken om breed gedragen standpunten en besluiten (in) te nemen. Juist dan kan de in de afgelopen jaren gegroeide positie van de waterschappen verder worden versterkt.
Beleidsvoornemens waterschap omtrent verbonden partij Waterschap Scheldestromen zal daar waar mogelijk een bijdrage leveren aan het zo optimaal mogelijk realiseren van de doelstellingen.
Risico’s -
Relatie met programma Programma: Bestuur en organisatie
Bestuurlijke vertegenwoordiger Mr. drs. A.J.G. Poppelaars

2.4.4 Openbaarheidsparagraaf

Terug naar navigatie - 2.4.4 Openbaarheidsparagraaf - openbaarheidspargraaf

In deze paragraaf wordt de Wet open overheid (Woo) en de 10% projectgebonden eigen bijdrage van HWBP-projecten toegelicht.

Wet open overheid (Woo)
De Wet open overheid (Woo) is 1 mei 2022 in werking getreden. Op grond van de Woo verplichte openbaarheidsparagraaf wordt verantwoording afgelegd over de uitvoering van de Woo in het verslagjaar 2025. Daarbij wordt onderscheid gemaakt naar zeven thema’s.

1. De actieve openbaarmakingsplicht voor de elf verplichte categorieën documenten (artikel 3.3 Woo)
De Woo verplicht overheden om – gefaseerd - actief documenten uit elf informatie categorieën te publiceren. Verwachting was deze verplichting in 2023 zou ingaan. Gezien de vele verduidelijkingsvragen met betrekking tot de afbakening van verschillende informatie-categorieën is de verplichting gepauzeerd. Lopende 2023, 2024, 2025 en ook in 2026 blijft de projectgroep de publicatie toetsen aan de werkdefinities van de categorieën vanuit het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. We volgen de landelijke lijn rondom het gefaseerd implementeren van de informatie categorieën.

In onderstaande tabel wordt weergegeven welke documenten het waterschap al publiceerde in 2025 via de verschillende platforms en de landelijke Woo-index.

Nr. Art. Woo Naar verwachting verplicht per Omschrijving Platform
1 3.3, 1a, 1b en 1c - Wet- en regelgeving, overige besluiten algemene strekking en ontwerpen waarover extern advies is gevraagd. Landelijke voorziening Decentrale Regelgeving en Officiële Publicaties (DROP)
2 3.3, 1d en 1e - Inzicht in de organisatie/werkwijze, de bereikbaarheid, en de wijze waarop een informatieverzoek kan worden ingediend Dit is terug te vinden op www.scheldestromen.nl en linkt door naar www.overheid.nl
3 3.3, 2a en 2c - Vergaderstukken en verslagen van het algemeen bestuur en zijn commissies en de bij het algemeen bestuur ingekomen stukken Deze zijn terug te vinden op www.scheldestromen.nl
4 3.3, 2d - Agenda's en besluitenlijsten van het dagelijks bestuur -
5 3.3, 2e - Adviezen met betrekking tot de ontwerpen uit categorie 1 en adviezen van adviescommissies die niet zien op individuele zaken -
6 3.3, 2f - Convenanten -
7 3.3, 2g - Jaarplannen en jaarverslagen Deze zijn terug te vinden op www.scheldestromen.nl
8 3.3, 2i - Woo-verzoeken (incl. beslissing en verstrekte informatie) -
9 3.3, 2j - Onderzoeksrapporten -
10 3.3, 2k 3.3a - Beschikkingen Vergunningen zijn gepubliceerd op www.overheid.nl
11 3.3, 2l - Klachtoordelen -
Terug naar navigatie - 2.4.4 Openbaarheidsparagraaf - openbaarheidsparagraaf

2. De inspanningsverplichting tot openbaarmaking voor andere documenten dan de zeventien vermelde categorieën (artikel 3.1 Woo)
In 2025 zijn er geen documenten gepubliceerd op basis van de inspanningsverplichting.

3. De passieve openbaarmaking (openbaarmaking op verzoek; hoofdstuk 4 Woo)
In 2025 zijn 18 Woo- verzoeken gedaan.

4. De informatiehuishouding
In 2025 is waterschap Scheldestromen een samenwerking gestart met een externe partij om de inrichting van SharePoint door te ontwikkelen, zodat deze aan wet- en regelgeving voldoet, zoals de Archiefwet en duurzame digitale toegankelijkheid. Sharepoint wordt daarbij ingericht als dynamisch archief (kortweg de dossiers waaraan nog wordt gewerkt) en semi-statisch archief (kortweg de dossiers die vrij recent zijn afgesloten maar nog regelmatig nodig zijn). De inrichting bevond zich eind 2025 in de ontwerpfase, gedurende 2026 zal conform het ontwerp de inrichting worden uitgevoerd met een interdisciplinaire projectgroep. Parallel hieraan is in 2025 het ontwerp binnen SharePoint voor de Woo-verzoeken geïmplementeerd. Dat biedt een basis om van daaruit te kunnen door ontwikkelen om ook op het publicatieplatform te kunnen publiceren.

5. De aanstelling en het in dienst hebben van een Woo-contactpersoon
Scheldstromen heeft een Woo-contactpersoon in vaste dienst, maar heeft in 2025 twee tijdelijke Woo-contactpersonen ingehuurd i.v.m. afwezigheid van de vaste Woo-contactpersoon.

6. Eventuele andere activiteiten om de Woo te implementeren
In 2025 is een nulmeting binnen de organisatie uitgevoerd door middel van een enquête. Hieruit hebben we onder andere het huidige kennisniveau van de Woo kunnen inschatten en zijn we te weten gekomen op welke manier de collega’s wensen te worden geïnformeerd.

In het kader van informatieveiligheid is in 2025 een online platform aangeschaft, waarin collega’s middels online trainingen worden meegenomen in het onderwerp en de benodigde kennis eigen kunnen maken. Dit werkt met onder meer filmpjes en toetsen. Hierin staat ook een aparte Woo-module klaar, waarvan de start gepland staat voor 2026. Er is tevens een interne bewustwordingscampagne voorbereid die in combinatie met deze Woo-module en training van SharePoint ook in 2026 zal worden uitgerold.

7. Besteding incidentele en structurele subsidie
De rijksoverheid stelt incidentele middelen beschikbaar om de Woo te implementeren. Het waterschap heeft voor € 214.479,- (2025) aan incidentele en structurele middelen ontvangen om de implementatie en uitvoeringskosten te dekken.

De toegezegde bijdragen / kosten zijn in onderstaande tabel opgenomen:

Bijdrage / kosten Woo gerealiseerd toegezegde bijdrage
2022 2023 2024 2025 2026 2027
bijdrage via Unie
incidenteel 42.126 42.126 80.126 75.087 42.126 -
structureel 118.442 118.442 139.392 139.392 139.392
totaal bijdrage 42.126 160.568 198.568 214.479 181.518 139.392
werkelijke kosten 24.636 238.695 261.109
Terug naar navigatie - 2.4.4 Openbaarheidsparagraaf - HWBP

Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) 10% projectgebonden eigen bijdrage

Op grond van afspraken in het Bestuursakkoord Water van 2011 en de formele vastlegging daarvan in de Waterwet is een belangrijk onderdeel van de financiering van het HWBP dat de projectwaterschappen op basis van voorcalculatie 90% subsidie (50% Rijk, 40% solidariteitsbijdrage van alle waterschappen) ontvangen en zelf een Projectgebonden Eigen Bijdrage (PGEB) van 10% van de subsidiabele uitgaven dragen. Een onderzoek in 2022 wees uit dat de PGEB van de toen afgeronde projectfasen gemiddeld circa 1% was. De onderzoeksresultaten betekenen dat er in de onderzochte periode niet volledig is voldaan aan de in de Waterwet vastgelegde verhouding in de financiering van het HWBP van 50:40:10. Op grond van het voorgaande heeft het Programmabestuur in september 2022 uitgesproken dat de werkelijke PGEB bezien over het gehele programma tot en met 2050 uiteindelijk moet aansluiten bij de beoogde 10% PGEB. 

Om hieraan te voldoen is door de Ledenvergadering Unie van Waterschappen en het Programmabestuur HWBP besloten dat: 

  • Na afronding van de HWBP projecten in de periode tot en met 2050 de 10% PGEB zoveel als mogelijk wordt gerealiseerd conform de in de Waterwet beoogde verhouding van 50:40:10.
  • Vanaf 2023 de overschotten of tekorten per projectfase ten opzichte van de 10% PGEB geoormerkt blijven voor de bestemming waarvoor deze waren bedoeld, namelijk subsidiabele kosten van (nieuwe) HWBP-projectfasen.
  • De verschillen tussen de werkelijke PGEB en de afgesproken PGEB van 10% van afgeronde projectfasen in de periode 2014 t/m 2022 met terugwerkende kracht gereserveerd worden voor volgende HWBP-projectfasen van het eigen waterschap.
    De waterschappen hebben de periode t/m 2031 om de reservering op het niveau van het totaalbedrag van de periode 2014-2022 te brengen. Dat betekent dat met het reserveren een start kan worden gemaakt in de begroting 2027, maar dat deze start ook in een eerder of later jaar kan plaatsvinden.

In onderstaande tabellen zijn de verschillen van alle afgeronde projectfasen in de periode 2014 tot en met 2025 inzichtelijk gemaakt. In de periode 2014-2022 was nog sprake van een overschot van € 993.168,-. Als gevolg van de planuitwerkingsfase bij project HWBP Hansweert waarbij de eigen bijdrage van 10% wordt overschreden ontstaat er vanaf 2023 echter een tekort.

In 2025 is van het HWBP een subsidievaststelling ontvangen voor de realisatiefase van het project Sint Annaland, deze is toegevoegd aan de tabel.

Over het totaal van alle projecten in de periode 2014-2025 is de werkelijke PGEB € 157.286,- hoger dan de 10% PGEB.

Bedragen x € 1,-
Periode 2014-2022
Projectnaam Jaar en Fase 100% vaststelling Ontvangen subsidie Werkelijke kosten 10% Eigen bijdrage Werkelijke eigen bijdrage Verschil
Emanuelpolder 2014 Verkenning 27.115 24.404 27.115 2.712 2.712 -
Emanuelpolder 2014 Planuitwerking 27.115 24.404 27.115 2.712 2.712 -
Burgsluis-Schelphoek 2018 Verkenning 45.157 40.641 40.040 4.516 -601 5.117
Burgsluis-Schelphoek 2018 Planuitwerking 129.252 116.327 122.581 12.925 6.254 6.671
Burgsluis-Schelphoek 2018 Realisatie 1.300.194 1.170.175 1.256.829 130.019 86.654 43.365
Flaauwershaven-Borendamme 2018 Verkenning 36.190 32.571 26.877 3.619 -5.694 9.313
Flaauwershaven-Borendamme 2018 Planuitwerking 133.409 120.068 126.556 13.341 6.488 6.853
Flaauwershaven-Borendamme 2018 Realisatie 1.469.053 1.322.148 1.480.946 146.905 158.798 -11.893
Zierikzee-Bruinisse 2018 Verkenning 48.874 43.987 47.837 4.887 3.850 1.037
Zierikzee-Bruinisse 2018 Planuitwerking 103.309 92.978 94.881 10.331 1.903 8.428
Zierikzee-Bruinisse 2018 Realisatie 844.480 760.032 759.908 84.448 -124 84.572
Hansweert 2019 Verkenning 3.640.441 3.276.397 3.298.442 364.044 22.045 341.999
Emanuelpolder 2022 Realisatie 3.136.167 2.822.550 2.646.460 313.617 -176.090 489.707
Sint Annaland 2022 Verkenning 705.410 634.869 697.411 70.541 62.542 7.999
Subtotaal 11.646.166 10.481.549 10.652.998 1.164.617 171.449 993.168
Bedragen x € 1,-
Vanaf 2023
Projectnaam Jaar en Fase 100% vaststelling Ontvangen subsidie Werkelijke kosten 10% Eigen bijdrage Werkelijke eigen bijdrage Verschil
Hansweert 2023 Planuitwerking 7.686.833 6.918.150 9.119.986 768.683 2.201.836 -1.433.153
Sint Annaland 2023 Planuitwerking 720.781 648.703 500.932 72.078 -147.771 219.849
Sint Annaland 2025 Realisatie 1.749.126 1.574.213 1.686.276 174.913 112.063 62.850
Subtotaal 10.156.740 9.141.066 11.307.194 1.015.674 2.166.128 -1.150.454
Totaal 21.802.906 19.622.615 21.960.192 2.180.291 2.337.577 -157.286