Algemeen
In 2025 zijn de werkzaamheden en diensten binnen onze waterschapstaken grotendeels volgens de vastgestelde begroting uitgevoerd. Tegelijkertijd opereert het waterschap in een omgeving met toenemende opgaven. De zeespiegelstijging stelt ons voor structurele uitdagingen op het gebied van waterveiligheid. Binnen het watersysteembeheer worden wij geconfronteerd met extremere weerspatronen, variërend van hevige neerslag tot langdurige droogte.
Ook bij de afvalwaterzuivering nemen de eisen toe, met name ten aanzien van de verwijdering van fosfaat en stikstof. Daarnaast vervult het waterschap een cruciale rol als wegbeheerder in Zeeland. Wij waarborgen de verkeersveiligheid en zorgen ervoor dat onze wegen voldoen aan de landelijke normen. Het daarbij behorende onderhoud van wegen, bermen en beplanting is essentieel voor een veilige en betrouwbare infrastructuur.
Een nadere toelichting op de uitvoering van de verschillende waterschapstaken is opgenomen in de programma’s in hoofdstuk 2.
Exploitatieresultaat kosten/opbrengsten en bestemming resultaat:
Het voordelig jaarrekeningresultaat 2025 bedraagt € 3,22 miljoen (1,9% van het begrotingstotaal). Op basis van de verdeling tussen de categoriekosten en taak gerelateerde kosten is het resultaat verdeeld over de algemene- en egalisatiereserves. Daarnaast is het voorstel, op basis van eerdere besluitvorming, een afkoopsom van € 0,06 miljoen voor het onderhoud van lichtmasten toe te voegen aan de betreffende bestemmingsreserve.
Hieronder zijn de totale lasten en baten (van alle programma's) opgenomen. Het voordelig resultaat van € 3,22 miljoen is opgebouwd uit lagere lasten (1,1%) en hogere opbrengsten (0,8%).

Een specificatie van de baten en lasten is terug te vinden in hoofdstuk "3.1 Overzicht baten en lasten" en de bestemming van het resultaat in "2.3.1. resultaatbestemming"
Investeringsuitgaven:
In 2025 is er bruto € 68,3 miljoen uitgegeven aan investeringen. Dit betreft € 27,7 miljoen voor de HWBP-projecten en € 40,6 miljoen voor de overige investeringen. Er is € 26,7 miljoen aan subsidies ontvangen. Begroot was een bruto besteding van € 93,3 miljoen en een ontvangst aan subsidies van € 32,3 miljoen. Het verschil blijft behouden binnen de beschikbaar gestelde kredieten. In de lager gerealiseerde bestedingen is het effect van het lager uitvallen van de kosten voor HWBP-project Hansweert, en in mindere mate ook HWBP-project St. Annaland, verwerkt. Ook is er sprake van lagere investeringen bij de afdeling bedrijfsvoering in materiaal en kantoorautomatisering. Voor het overige hebben de lagere bestedingen vooral te maken met het kasritme van de projecten en bij een paar projecten enige vertraging in de uitvoering.

In hoofdstuk 3.2 worden de investeringsprojecten nader toegelicht.
Rekening in één oogopslag

Jaarcijfers van de programma's
Programmakosten
In onderstaande grafiek zijn de netto kosten per programma opgenomen. Dit gaat om het saldo van de externe kosten en - opbrengsten, personeelslasten en kapitaallasten. Bij de vier primaire programma's vallen de kosten per saldo lager uit dan begroot, bij bestuur en organisatie vallen de kosten hoger uit.

(Belasting)opbrengsten en inzet reserves
De netto programmakosten worden grotendeels gedekt door belastingopbrengsten. Daarnaast zijn er algemene opbrengsten zoals dividend van de Nederlandse Waterschapsbank, retributies en leges. In de volgende grafiek zijn de opbrengsten weergegeven.
In hoofdstuk 2 wordt per programma verantwoording afgelegd over de verschillen in de kosten en opbrengsten
Resultaat programmakosten met toelichting op hoofdlijnen:
De netto kosten van de programma's, zoals weergegeven in voorgaande grafieken, zijn onder te verdelen in externe kosten, externe opbrengsten, personeelslasten en kapitaallasten. In onderstaande grafiek zijn de resultaten per kostensoort van de programma's Waterkeringen, Watersystemen, Wegen, Afvalwaterketen en Bestuur en Organisatie opgenomen. In totaal is dit het bedrag aan externe kosten, personeelslasten en kapitaallasten, deze vallen in totaliteit € 1,9 miljoen (1,1%) lager uit dan begroot.
In deze managementsamenvatting zijn deze verschillen op hoofdlijnen toegelicht. Een uitgebreidere toelichting is per programma terug te vinden in hoofdstuk 2 bij het betreffende programma.

Externe kosten: € 1,1 miljoen voordelig resultaat (=1,1% van de externe kosten)
De externe kosten zijn begroot (na wijziging) op € 91 miljoen, hiervan is € 1,1 miljoen (1,1%) niet uitgegeven. Dit saldo is verdeeld over de 5 programma's. Op vier programma's is sprake van lagere kosten dan begroot voor een bedrag van € 1,4 miljoen. Daarnaast zijn er hogere kosten op het programma Bestuur en Organisatie van bijna € 0,3 miljoen. Op hoofdlijnen zijn hieronder een aantal belangrijke afwijkingen opgenomen:
- Watersystemen: per saldo € 0,2 miljoen lagere kosten;
- Voordeel: elektriciteit, onderhoudsbestek watersysteembeheer;
- Nadeel: maaien waterlopen, monitoring waterkwaliteit;
- Afvalwaterketen: per saldo € 0,2 miljoen lagere kosten;
- Voordeel: elektriciteit;
- Nadeel: beheerkosten zuiveringen;
- Waterkeringen: per saldo € 0,5 miljoen lagere kosten;
- Voordeel: onderhoud kunstwerken en onderhoud waterkeringen;
- Nadeel: veiligheidstoetsing, maaien waterkeringen;
- Wegen: per saldo € 0,5 miljoen lagere kosten;
- Voordeel: onderhoud kunstwerken, verhardingen, onderhoud beplanting;
- Nadeel: -;
- Bestuur en Organisatie: per saldo € 0,3 miljoen hogere kosten;
- Voordeel: op diverse ondersteunende taken zoals facilitaire zaken, automatisering, personeel en organisatie, juridische ondersteuning;
- Nadeel: hogere bijdrage voorziening pensioenen bestuurders, ondersteuning nieuw financieel systeem.
Per programma's zijn de externe kosten uitgebreid toegelicht in hoofdstuk 2.
Personeelslasten: € 0,8 miljoen voordelig resultaat (=1,6% van de personeelslasten)
In totaal kende ons waterschap in 2025 een personeelsbudget van ruim € 58,5 miljoen waarvan € 7,7 miljoen wordt toegerekend aan investeringen. Het exploitatiebudget bedraagt daarmee ruim € 50,8 miljoen. De werkelijke uitgaven in 2025 waren bruto € 57,3 miljoen waarvan € 6,7 miljoen is verantwoord op investeringsprojecten, daarnaast is er een niet begrote opbrengst van € 0,6 miljoen. De netto exploitatiekosten bedragen hiermee € 50 miljoen. Het verschil met de begrote personeelslasten van € 50,8 miljoen bedraagt € 0,8 miljoen (1,6%).
Door de krapte op de arbeidsmarkt is er door het jaar heen sprake van een groot aantal openstaande formatieplaatsen, hiervoor was extra inhuur noodzakelijk.
Kapitaallasten: € 0,05 miljoen voordelig resultaat (=0,2% van de kapitaallasten)
De netto begrote kapitaallasten van € 25,6 miljoen, bestaan uit het saldo van de betaalde rente en afschrijvingen (begroot € 29,6 miljoen) en renteopbrengsten (begroot € 4 miljoen). De werkelijk betaalde rente en afschrijving bedraagt € 29,9 miljoen en de ontvangen rente bedraagt € 4,3 miljoen. De werkelijke netto kapitaallasten komen hiermee uit op € 25,6 miljoen, wat een klein nadeel oplevert van € 0,05 miljoen.
De renteopbrengst bestaat grotendeels uit de ontvangen rente voor schatkistbankieren. Als decentrale overheid is het waterschap verplicht deel te nemen aan het schatkistbankieren. Dit betekent dat we publieke gelden moeten aanhouden bij het Ministerie van Financiën. Het waterschap heeft liquide middelen omdat eind 2023 een geldlening van € 165 miljoen is afgesloten voor meerjarige financiering.
Opbrengsten (dekkingsmiddelen) met toelichting op hoofdlijnen:
De opbrengsten van alle programma's zijn hieronder opgenomen en bestaan uit externe opbrengsten, belastingopbrengsten en de inzet van de reserve. In totaal is er een hogere opbrengst van € 1,3 miljoen (0,8% ten opzichte van de begroting).
In deze managementsamenvatting zijn deze verschillen op hoofdlijnen toegelicht. Een uitgebreidere toelichting is per programma terug te vinden in hoofdstuk 2 bij het betreffende programma.

Externe opbrengsten: € 1,9 miljoen voordelig resultaat (=6,4% van de externe opbrengsten)
In totaal is er een bedrag van € 28,9 miljoen begroot aan externe opbrengsten (exclusief belastingen). Hiervan is 6,4% meer gerealiseerd dan verwacht. Het betreft hier veel verschillende posten verdeeld over de 5 programma's. Enkele te noemen posten in dit resultaat zijn o.a. ontvangen SDU subsidie zonnepanelen, ontvangsten vergoeding kosten MBR, hogere bijdrage werken voor derden watersystemen, niet begrote verhuur gebouwen.
Per programma zijn de externe opbrengsten toegelicht in hoofdstuk 2.
Belastingopbrengsten: € 0,1 miljoen nadelig resultaat (=0,1% van de belastingopbrengsten)
Ten opzichte van de in de begroting opgenomen belastingopbrengst van ruim € 134 miljoen is er een beperkt nadeel van € 0,1 miljoen (0,1%). Dit verschil is minimaal omdat op basis van de tussentijdse rapportages begrotingswijzigingen zijn vastgesteld.
Reserves: € 0,5 miljoen nadeel
In de begroting is er rekening gehouden met onttrekkingen en stortingen in onze algemene reserves, bestemmingsreserves en tariefegalisatiereserves met per saldo een onttrekking van € 0,3 miljoen. Deze onttrekking is als opbrengst in de begroting opgenomen, daarmee is de begroting in evenwicht.
Binnen de verschillende programma’s is minder besteed waardoor er minder benodigd is uit de diverse bestemmingsreserves. De lagere onttrekkingen zien we terug bij de bestemmingsreserves voor assetmanagement, informatieveiligheid, effluent onderzoek industrieel afvalwater, kaderrichtlijn water en impuls verkeersveiligheid. De lagere onttrekking (lagere opbrengst) is hier als nadeel opgenomen. De uitvoering van de werkzaamheden en daarmee de onttrekking uit deze bestemmingsreserves is doorgeschoven naar 2026.